InterviewLineth en Linda Beerensteyn

Altijd eerst handen wassen, zo zijn we opgevoed

Profvoetballer Lineth Beerensteyn en haar moeder, Linda Beerensteyn. ‘We bellen elke dag, want ik wil altijd weten hoe het gaat', zegt Lineth.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Als de covidcrisis ergens over ging, was het de solidariteit tussen generaties. De Volkskrant laat deze zomer ouders en kinderen aan het woord over vrijheid en beperking, afstand en nabijheid.  Deze week: profvoetballer Lineth Beerensteyn en haar moeder, Linda Beerensteyn, die werkt in de thuiszorg.

Haar naam Lineth is een letterlijke vrucht van de liefde tussen Linda en Kenneth. ‘Haar vader heeft de naam verzonnen’, zegt moeder Linda (67), terwijl ze gearmd met Lineth Beerensteyn (23) naar een bruggetje in Wateringen loopt voor de fotosessie. Moeder werkt in de thuiszorg, dochter is profvoetballer bij Bayern München en international van de vrouwenploeg.

Zie ze naar elkaar kijken, elkaar aanraken en vastpakken. Lachen. Moeder draagt een armbandje met de tekst: ‘Anderhalve meter. Wees lief voor elkaar’. Over afstand gesproken: normaliter had dochter Lineth dit weekeinde de eerste groepswedstrijd met het Nederlands elftal tijdens de Olympische Spelen gevoetbald. Op 7 juli zou de selectie van bondscoach Sarina Wiegman naar Tokio zijn vertrokken, voor een trainingskamp.

Lineth: ‘Het was vervelend toen we eind maart hoorden van de afgelasting van de Spelen, maar gezien de situatie met corona was het niet verstandig het evenement door te laten gaan. Ach, ik probeer het positieve eruit te halen. We hebben nu een jaar langer de tijd om ons voor te bereiden, om extra aan onszelf te werken.’ De Spelen zijn verplaatst naar 2021.

Intussen zit ze goed bij Bayern München, een grote club. Ze kreeg ook in voetballoze maanden haar salaris keurig uitbetaald, al was het vreemd werken. Eerst een paar weken thuis in München tijdens de lockdown, want de club wilde dat de spelers zo snel mogelijk van een interlandperiode terugkeerden naar Duitsland. Daarna trainen in kleine groepjes, wat ze best fijn vond. ‘We konden veel trainen op individuele techniek.’

Lineth Beerensteyn: ‘Ik wist dat het niet anders kon, dat het verstandiger is voorlopig zonder toeschouwers te voetballen. Uiteindelijk moet je het toch zelf ­laten zien als speler.’Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Via groepsgewijze training bereikte Bayern het punt van hervatting van de competitie, zonder publiek. ‘Dat is heel anders voetballen, zonder toeschouwers.’ Al is er bij vrouwenvoetbal sowieso minder publiek dan bij mannen en kon ze al wennen aan de leegte op 10 maart in Valenciennes, toen Nederland vlak voor de stillegging van de sport een interland speelde tegen Frankrijk. Ook zonder publiek. ‘Je hoort alles wat iedereen zegt. Maar ik wist dat het niet anders kon, dat het verstandiger is voorlopig zonder toeschouwers te voetballen. Uiteindelijk moet je het toch zelf laten zien als speler.’

Bayern voltooide de competitie als tweede. Deze maand is Lineth verhuisd, naar een appartement voor zichzelf. Eerst woonde ze met een paar ploeggenoten. Ze voelt zich veilig in Zuid-Duitsland. ‘Niemand in ons team heeft corona opgelopen, ook niet via familieleden. Het is goed dat we allemaal in München moesten blijven. Ik ben alleen bang dat het straks misschien wat heftiger kan worden, als iedereen terugkeert van vakantie.’

Linda: ‘Ze speelt straks in augustus de finaleronde van de Champions League in Spanje. Daarover maak ik me zorgen.’

Lineth: ‘Ach, wij komen steeds met dezelfde mensen in contact en we worden getest. Ik ben niet zo bang.’

Vader Kenneth en Linda wonen in Den Haag met nog één zoon thuis, die na het werk vaak boven op zijn kamer zit. Als iemand vraagt waar Rodney is, zegt Linda altijd ‘bij zijn vriendin’. Dat is de Playstation. ‘Als ik me verveel, bel ik Lineth. Of Lineth belt toevallig mij. Dan kunnen we even klessebessen. Hoe is je dag? Wat ga je koken? Wat heb je gegeten? Zo vullen we soms een uur, anderhalf uur.’

Het voetbal heeft de afstand tussen moeder en dochter vergroot, fysiek dan. Lineth voetbalde altijd. Een van haar broers was topamateur, maar zij is prof geworden. Lineth: ‘Ze zijn allemaal trots op mij. Vroeger zeiden ze weleens tegen mijn broer dat zijn zusje beter kon voetballen dan hij.’

Linda: ‘Ze moesten allemaal een sport doen van ons. De meisjes deden meisjessporten, maar Lineth zei toen ze nog heel klein was dat ze alleen wilde voetballen. Eerst zei ik nog dat ik nog nooit een meisje had zien voetballen, maar ze wilde niets anders.’

Lineth: ‘Eerst zou ik op atletiek gaan.’

Linda: ‘Ga maar sprinten, zeiden we tegen haar. Ik heb in Suriname ook aan atletiek gedaan.’

Lineth: ‘Ik voetbalde altijd op pleintjes met vrienden van mijn broer. Bijna iedereen was groter en ouder dan ik.’

Linda: ‘Toen zeiden de heren al dat ze het ver ging schoppen.’

Linda Beerensteyn: 'Mijn man was in Suriname en vroeg aan mij: Moet jij ook binnen blijven? Ik zei: Nee, ik niet. Ik denk dat meneer Rutte en meneer De Jonge het hier goed hebben gedaan. Het virus heeft ­iedereen overvallen.'Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Zo ver als in de WK-finale van vorig jaar, als diepste spits, waarbij ze een van de weinige kansen voor Nederland kreeg. De pass vanaf het middenveld was iets te hard, ‘anders had ik de bal alleen maar langs de keeper hoeven te tikken en was het misschien een andere wedstrijd geworden.’ De Amerikanen wonnen in Lyon met 2-0. Vader en moeder waren overal bij. Ze huurden een camper en bezochten alle zeven duels in Frankrijk. Lineth was al lid van de selectie die Europees kampioen werd in 2017. Tijdens het WK voetbalde ze als invaller met de wedstrijd beter, en veroverde een basisplaats. Ze staat op 55 interlands en 11 goals.

Lineth is vaak weg en ja, ze was de laatste maanden bezorgd om haar ouders. Zij in Duitsland, moeder in de thuiszorg, pa Kenneth in Suriname, waar hij een half jaar zou zijn, om zijn zus bij te staan na het overlijden van haar man. Linda: ‘Toen kwam de lockdown en moest hij twee maanden extra blijven. Eerst vond hij dat leuk, want het was lekker warm. Op een gegeven moment wilde hij naar huis, omdat hij ons miste.’

In Suriname was de lockdown totaal. Gewoon winkelen kon niet. Linda: ‘Achternamen met een A, B, C of D mochten bijvoorbeeld alleen op maandag naar de winkel. Van zes uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends moest je binnenblijven. Je mocht niet eens voor je tuinhek staan. Toen wilde hij echt naar huis. Dan vroeg hij aan mij: Moet jij ook binnen blijven? En zei ik: Nee, ik niet. Hij vond het verschrikkelijk. Ik denk dat meneer Rutte en meneer De Jonge het hier goed hebben gedaan. Het virus heeft iedereen overvallen.’

Ze lacht, zoals ze telkens lacht. ‘Surinamers zijn altijd bang dat ze iets krijgen. Hoeee, corona, wat is dat? Mijn zussen en neven in Suriname zijn hartstikke angstig. Ik vond het alleen in het begin eng, omdat het een virus was dat ik niet kende. Voor mezelf ben ik niet meer bang. Ik heb sowieso een handige tic: ik was duizend keer op een dag mijn handen. Altijd heb ik van die flesjes met desinfecterende gel in mijn tas.’ 

Lineth: ‘Zo zijn wij ook opgevoed. Overal waar we komen, eerst handen wassen. Dan pas eten of een hand geven.’

Linda is melancholisch, op de dag van het interview, vier dagen voordat ‘haar meisje’ weer naar München vliegt. Lineth zal zeker tot september weg zijn. Een paar jaar geleden, toen Lineth net in München voetbalde, miste zij haar ouders ontzettend. ‘Geregeld heb ik gehuild. Ook als ik in Nederland was. Dan zei ik tegen mijn moeder dat ik niet terug wilde. Mijn ouders steunden me echt. Toen ik bij Twente voetbalde, zag ik ze elk weekeinde. Bij Bayern werd dat eens per maand. Met de jaren ben ik daarin gegroeid naar volwassenheid. De mensen van wie ik hou, staan achter me. Nu mis ik ze op een andere manier.’

En miste de moeder haar dochter?

‘Ik heb haar vreselijk gemist. Zij was mijn maatje. Lineth en ik deden veel samen. Toen ze nog bij Twente voetbalde, vertrok ze maandag om twaalf uur. Dan ging ik al toeleven naar zaterdag half twee. Als ik de voordeur hoorde, wist ik dat het mijn meisje was. Al in het eerste jaar belde haar zaakwaarnemer. Hij had nieuws: de Duitsers wilden Lineth kopen. Ik zei dat Lineth niet te koop was. De Duitsers gingen het contract bij FC Twente afkopen. Meteen kreeg ik tranen in mijn ogen. München, dat is ver. Maar we hebben het gered.’

Lineth: ‘We bellen elke dag, want ik wil altijd weten hoe het gaat. Mijn ouders zijn al wat ouder. In deze coronatijd zei ik telkens dat mama voorzichtig moest zijn.’ Ze vroeg haar moeder op te passen als ze het vermoeden had dat een patiënt corona had. ‘Dan ga je maar even niet. Eigenlijk hoeft ze niet meer te werken, op haar 67ste. Ze doet het omdat ze graag mensen helpt.’

Linda werkte 37 jaar in het ziekenhuis, na haar pensioen ging ze aan de slag als zzp’er voor een particulier bureau in de thuiszorg, met tal van specialisaties. Gecompliceerde wonden, hart en longen, kraamhulp, urologie. Ze neemt veel waar voor de dokter, want ze ziet de patiënt elke dag. ‘Ik voel me nog niet oud genoeg om te gaan zitten. Het is zonde van mijn kennis en capaciteiten om te zeggen: doei.’

Lineth: ‘Ik ben onwijs trots op mijn moeder, omdat ze zo hard werkt. Soms vraag ik haar een dagje vrij te nemen, eens aan zichzelf te denken. Maar ze voelt zich gelukkig en jong. Daarom komen ze ook geregeld naar München. Dan weet ik in elk geval zeker dat ze niet werkt.’

Hoe is dat, bij de thuiszorg in coronatijd?

‘Ik heb hard gewerkt, maar geen enkele coronapatiënt verpleegd. Ik had een oproep uit het ziekenhuis om te helpen, maar dat wilde ik niet. Het is niet onvriendelijk bedoeld, maar ik vond de risico’s te groot. Enkele collega’s hebben corona meegenomen naar huis. Dat heeft ze hun vader of moeder gekost. En mijn man is 70 en heeft bronchitis.’

Linda vreest een tweede golf, nu ze de toenemende drukte in de openbare ruimte ziet. Maar thuis opgesloten zitten, kan ook nare gevolgen hebben, merkt ze dagelijks in haar werk. ‘Er is veel misgegaan in gezinnen. Agressiviteit, boosheid. Man en vrouw tegenover elkaar. Mensen die nooit dronken, begonnen te drinken. Ze praten met dubbele tong. Dan zegt de huisarts dat ik daarop moet letten, maar ik ben geen politieagent. Dan zeg ik maar op een laconieke manier: ‘Wat is er met jullie aan de hand? Zo ken ik jullie niet.’ Mensen die normaal hun ding deden, op taalles zaten of zo, durfden de deur niet meer uit. En dan komt er één fles wijn. Twee flessen wijn. En dan is het lalalala.

‘Ik kom overal. Bij alle nationaliteiten, bij ernstig zieken. Mensen die op sterven liggen. Als verpleegkundige in de thuiszorg ga je van huis naar huis. Iedereen denkt: wat heb je meegenomen van het ene gezin naar ons? Steeds deed ik een nieuw papieren schort om. Met mijn elleboog naar binnen, desinfecteren, handschoenen aan. Kapje op, bril op. De meeste patiënten waren ernstig ziek. Kanker, in de terminale fase. Sommige vrouwen hadden kleine kinderen, de jongste was 2 jaar. Ze wilden niet naar het ziekenhuis, want daar mocht geen bezoek meer komen.

‘Weet u, veel mensen hebben geen inzicht in ziekte. Ze krijgen van een dokter te horen dat ze nog drie maanden te leven hebben en denken: wie bent u om dat tegen mij te zeggen? Ze weten niet wat doodgaan betekent, of ze zitten in een ontkennende fase. Ik heb zo vaak als notulist bij slechtnieuwsgesprekken gezeten. Dan moet ik mensen na zo’n gesprek overhoren. Driekwart van wat de dokter vertelt, nemen ze niet op. Ze klappen dicht. Daarom zit er altijd een deskundige bij.

‘Thuis groeien ze langzaam naar het besef toe dat ze doodgaan. Ze merken het aan hun afnemende mobiliteit. Dan vraagt een zieke: ‘Hoe kan het dat ik vandaag niet naar de douche kan?’ Dan zeg ik: ‘Uw lichaam laat u in de steek.’ Langzaam werk je naar de dood toe. Dan vertel ik ze dat de geest nog wel wil, maar het lichaam stort in. Ik had laatst een jonge vrouw van 43 die streed tot de laatste snik. Ze wilde blijven leven voor haar vier schatten van kinderen en is nog liggend in de auto naar Duitsland gegaan voor een second opinion.’

Linda Beerensteyn is geboren in Suriname, in het Marowijne district. In 1970 kwam ze naar Nederland, met haar pleegmoeder. Zij en haar man gaan nog geregeld naar Suriname. Haar man was teleurgesteld toen Bouterse de laatste verkiezingen verloor.

Linda: ‘Nou ja, hij is niet echt pro, maar hij heeft gezien dat Bouterse ook goede dingen heeft gedaan. Nu krijgen we in Suriname Ronnie Brunswijk als vicepresident, die nauwelijks Nederlands spreekt en een deel van het land heeft vernietigd in zijn oorlog tegen Bouterse.’

Als haar moeder over Suriname praat, luistert Lineth aandachtig. Zij was er in 2004 voor het laatst, toen ze nog een kind was. Ze wil graag nog eens gaan, onder meer om oudere familieleden te zien, maar met voetbal is zo’n reis nauwelijks te combineren. Ze heeft bijna nooit weken achter elkaar vakantie, door het gecombineerde programma van Bayern en Oranje.

Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

U heeft nooit spijt gehad dat u uit Suriname naar Nederland kwam?

Linda: ‘Nee. In het begin was het moeilijk. Als meisje in Suriname had ik een correspondentievriendin in Zwijndrecht, via de kerk. Zij vertelde hoe het hier was en stuurde foto’s van sneeuw en hagel. Op 6 oktober kwam ik hier, op 10 oktober had ik een baan in de verpleging in Den Haag. Ik heb alleen weleens heimwee naar mijn roots. Dan mis ik mijn familie, de geur en de warmte.’

Bent u hier weleens vervelend bejegend?

Linda: ‘Ach, zo vaak. In het ziekenhuis vroegen ze, als ik mensen ging wassen, of er geen blanke zuster was. Dan moest ik een handdoek om mijn handen wikkelen, want ik mocht ze niet aanraken. Ik ben daar overheen gegroeid. Ik denk altijd zo: jullie zijn tekortgeschoten in de opvoeding, zoek het lekker uit. Op de kraamafdeling wilden jonge meiden niet dat ik hun baby aanraakte, want ik zou afgeven. Als volwassene stoorde ik me daar niet meer aan. Dan zei ik gewoon: als ik u niet mag helpen, komt er niemand.’

Is het racisme erger geworden, of is het nu pas bespreekbaar?

Linda: ‘Vergeleken met Amerika is het minder. Hier is het meer bedekt. Ik heb weleens ergens gesolliciteerd, dat ze zeiden: o, uw soort werkt hier niet. Ik zei dan dat het juist makkelijk voor ze was als ik de enige donkere was. Dan konden ze tenminste zeggen: Linda heeft het gedaan.’

Hoe is dat in het voetbal, Lineth?

Lineth: ‘Ik voetbalde vroeger bij de jongens van DHC in Delft, een team met voetballers uit veel culturen. Maar toen ik met FC Twente in de Champions League uit tegen Sparta Praag speelde, maakte een deel van het publiek oerwoudgeluiden, apengeluiden. Ik was de enige donkere speler en dacht bij mezelf: hoe kinderachtig kun je zijn. Mijn teamgenoten wilden iets doen, maar ik zei dat die mensen zichzelf wel zouden tegenkomen in het leven. We hadden ze al uit de Champions League geschoten. Ik sta daarboven, maar het raakt me wel.

‘Je kunt het alleen begrijpen als je het zelf voelt. Als je het echt meemaakt, voel je pas de pijn. Die is niet te omschrijven. Ook omdat je weet dat iedereen hetzelfde is. Als we doodgaan, gaan we allemaal op dezelfde manier. Het is niet zo dat u langer blijft leven omdat u blank bent en wij donker.’

Toch vroeg je medespelers om geen klacht in te dienen. En dat deed je moeder ook niet. Waarom?

Linda: ‘Omdat ik geen discussiemens ben en niet van sensatie houd. Ik neem afstand. Zolang wij leven, zal racisme blijven bestaan. Het zal nooit veranderen. Ik werd aangehouden door de politie, als bestuurder van een simpele Golf. Van wie is die auto, vroegen ze. Op zo’n moment reageer ik pittig. Ik gaf mijn papieren en zei: als het niet klopt, is die auto van u. Nou nou, zegt zo’n agent, niet zo lelijk. Maar wie begint met lelijk doen?’

Heeft u Lineth bij haar opvoeding verteld dat het een harde wereld is, waarin racisme voorkomt?

Linda: ‘Nee, ik heb mijn kinderen vrij opgevoed.’

Lineth: ‘Papa heeft dat wel gezegd.’

Linda: ‘Mijn man is harder. Die is gauw boos en geïrriteerd over bepaalde zaken, zoals bij de dood van George Floyd. Dan kan hij tegen het plafond gaan van woede. Ik niet, want het is nu een sensatie. Maar over drie maanden drukken ze weer iemand dood en is het weer een sensatie. Het gaat niet veranderen.’

Dat klinkt alsof u erin berust. Hoe is dat bij jou, Lineth? En wat kunnen wij doen, als witte mensen?

Lineth: ‘Je kunt je inleven en verdiepen. Misschien dat je het dan iets beter gaat begrijpen. In Duitsland zijn ze iets racistischer dan hier. Ze maken van die domme opmerkingen. Ze denken dat het grappig is, maar dat is het helemaal niet. Dat gebeurt ook in het team. Ik ben rustig, maar zodra je over mijn familie of mijn kleur begint, ben ik temperamentvol en kan ik kwaad worden. Daarom gebeurt het ook niet meer zoveel.’

Wat zeiden ze dan?

Lineth: ‘Gewoon, stomme opmerkingen. Als het warm is, zeggen dat ze net zo bruin worden als ik. Waarvoor is dat nodig? Het is niet grappig. Net alsof ik er iets kan doen dat ik donker ben, of dat u er iets aan kunt doen dat u blank bent. Als ze zoiets zeggen, heb ik een grote bek. Dan weten ze dat ze die grap bij mij niet meer hoeven te maken.’

Dat heb je zeker van je moeder. Die laat niet over zich heenlopen.

Lineth: ‘Precies. Op school was ik soms te brutaal. Van onrecht ging ik uit mijn plaat. Dan kregen we een gesprek op school. Vaak kreeg ik ergens de schuld van, omdat ik lachte. Dat deden er meer, maar ik kreeg de schuld. Er waren maar twee donkere kinderen in de klas. Na zo’n gesprek kon je een straf krijgen of moest je overblijven, en dan kon ik niet trainen. Ik wil het niet meteen racistisch noemen, maar zo kwam het wel over.’

Linda: ‘Ik leg alles op een weegschaal. Ik zei tegen de docent dat mijn meisje niet op haar mondje is gevallen, maar dat ze hartstikke eerlijk is. En als de hele klas lacht, mag deze bruine pop ook lachen. Enfin. Toen ze haar diploma had gehaald, hield hij een speech hoe lief ze was geweest. Ja ja.’

Lees ook

Barbara Baarsma en zoon Maarten over de coronacrisis: ‘De jongeren hebben de hoogste prijs betaald’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden