Altijd een provocateur

Kunstkopers staan in de rij voor de mooie blonde DDR-pioniers of Hitlerjongens van de jonge Oost-Duitse schilder Norbert Bisky. Anderen menen dat Bisky werkt voor homoseksuele reclamebazen....

Zo'n vernissage heeft de gerenommeerde galerie Michael Schultz in de Mommsenstraße nog niet eerder beleefd. Op de stoep speelt een blaaskapel met Pruisische punthelm vrolijke marsen. Binnen verdringen de chique bezoekers zich voor het werk van Berlijns nieuwe ster Norbert Bisky: enorme schilderijen met blonde jongetjes die zich voorbereiden op de strijd. Op de grond tijgert een plastic speelgoed-soldaat met lampjes en schietgeluiden. Schlachteplatte heet de expositie, naar een van de schilderijen.

Het woord staat in gotische letters op de uitnodiging. Na de vernissage eten de gasten van de galerie met de jonge schilder een Schlachteplatte, in een Italiaans restaurant nog wel. Citaten met een knipoog mogen van deze tijd zijn, wie zoveel Duitsheid over een progressief Duits publiek uitstort, kan nog steeds rekenen op felle reacties. Tussen het geroezemoes klinken flarden van een woordenwisseling.

'Je mag best provoceren. Maar de mensheid moet in een beschaafde vorm kunnen bestaan', roept een vrouw in de vijftig de schilder toe. Bisky, in rode boxer-shorts en met een hoefijzer om zijn nek, verdedigt zich: 'Het is belangrijk dat men overal over kan praten, anders blijft het weggestopt.'

De vrouw houdt vol: 'Twintig jaar geleden had zoiets niet gekund. Dan had iedere bezoeker dat soldaatje opgepakt en uit het raam gegooid.' Uit Bisky's schilderijen kunnen volgens haar ook nationalistische Duitsers inspiratie putten. 'De boodschap is niet eenduidig, en dat is een probleem. Ergens moet de kunstenaar toch positie kiezen. Hier wordt de oorlog esthetisch gemaakt en het zijn onze blonde jongens: aan het Germaanse wezen zal de wereld genezen.'

Sinds de Oost-Duitser Norbert Bisky (1970) twee jaar geleden in de meesterklas van Georg Baselitz zijn vorm vond, schildert hij alleen nog jongens in de puberleeftijd met blauwe ogen en blonde, in de nek opgeschoren haren. Hun sportieve lichamen zijn meestal slechts gehuld in witte zwembroekjes. Ze worstelen, kijken naar de wolken of oefenen met het geweer. De schilderijen dragen namen als 'einer muss das sagen haben', 'laßt die jungen Herzen glühn' of 'alle wollen den Führer sehen'. Ze trekken onmiddellijk de aandacht en brengen de bezoeker in verwarring. Want ironie lijkt ver te zoeken. Bisky zwelgt openlijk in homo-erotiek en de esthetiek van de totalitaire propaganda. Zijn het communistische pioniers of arische Hitler-jongens? 'Als Leni Riefenstal zou hebben geschilderd, zou het er zo uit zien', zegt een bezoeker van de vernissage.

Maar net als bij de regisseuse van Triumph des Willens en Olympia brengt Bisky het totalitaire thema met een serene schoonheid. De lichamen zijn zeer bekwaam geschilderd en de schilderijen hebben een heldere en soms bijna vrolijke uitstraling. Zijn felle pasteltinten lijken ontleend aan pop-art en reclame-foto's. Hij laat grote vlakken wit en de olieverf is in één dunne laag aangebracht, zodat de schilderijen de lichtheid van aquarellen krijgen.

'Kijk eens naar die hand', zegt een jonge advocaat en kunstverzamelaar uit Stuttgart. 'Het is technisch perfect. Er zijn heel weinig moderne schilders die dat kunnen.' Hij bezit al zes schilderijen van Bisky. Even later klinkt voor hetzelfde schilderij een schamper oordeel. 'Die Bisky heeft het handig bekeken. Hij schildert gewoon precies wat de homoseksuele directeuren van reclamebureaus aan hun muur willen hangen', zegt een oudere kunstkenner. De prominentste koper van Bisky's schilderijen is Guido Westerwelle, leider van de liberale partij FDP, wiens homoseksualiteit een publiek geheim is. Westerwelle laat zich graag voor de schilderijen interviewen. En al ontkent de schilder de homo-erotiek in zijn schilderijen, hij is zelf ook homoseksueel.

Het publiek is verdeeld. 'Ze haten hem of ze houden van hem. Er wordt altijd over hem gesproken', zegt Michael Schultz, de kolossale galeriehouder. In het gastenboek staan kreten als: 'Deze schilderijen moeten worden verboden'. Bezoekers spreken hun afkeuring uit. 'Maar na een kwartier kopen ze een catalogus en twee maanden later een schilderij', zegt Schultz.

Toen hij twee jaar geleden voor het eerst werk van Bisky meenam naar de kunstbeurs in Keulen, waren de schilderijen binnen anderhalf uur verkocht. Het was het begin van een zegetocht. De grote schilderijen kosten inmiddels tot 35 duizend euro, voor wie zo gelukkig is er een te bemachtigen. Deze expositie was al voor de opening uitverkocht. Kopers laten zich op wachtlijsten zetten. De markt vraagt meer Bisky dan Bisky kan schilderen. Verzamelaars in Spanje, Nederland en de VS hebben schilderijen van hem.

In gevestigde Duitse kunstkringen is Bisky nog niet echt geaccepteerd. Hij heeft pas één eigen tentoonstelling gehad, in een onbelangrijk museum. Maar dat kan veranderen als de invloedrijke New Yorkse galerie Leo Koenig en het Museum of Modern Art in Portland hun Bisky-exposities doorzetten. Ze aarzelen nog. 'In de VS wordt dit werk wel wat erg Duits gevonden', zegt Schultz. Maar hij weet zeker: 'We zullen nog heel veel van Bisky horen.'

Van de vernissage wilde Bisky een 'Duits volksfeest' maken, zegt de aimabele schilder een week later. Het was een reactie op de controverse rond zijn schilderijen, maar ook een statement: 'Door het Duitse verleden zijn er taboezones en irritatieplekken. Dat moet je doorbreken. Wij moeten de confrontatie met die Duitse thema's juist zelf aangaan. Dat moeten we niet overlaten aan de Engelsen.'

Zijn jongetjes, die er allemaal hetzelfde uitzien, staan voor de Duitse hang naar lichaamscultuur, groepsdiscipline en verlangen naar een leider. Die traditie is ouder dan het nazisme en werd voortgezet door de communisten. Dat laatste is Bisky's belangrijkste inspiratiebron. Hij is zelf in de totalitaire DDR opgegroeid, zij het als elitekind. Zijn vader, Lothar Bisky, leidde de filmacademie in Potsdam en was na de hereniging jarenlang voorzitter van de ex-communistische PDS, een functie die hij nu opnieuw gaat bekleden. Op de vernissage toont hij zich trots op zijn zoon: 'Hij was altijd een provocateur.'

'Het is het beste als een kunstenaar bij zichzelf begint', zegt Bisky. Hij heeft als kind echt geloofd dat hij tot de moreel betere mensen behoorde. 'Het was een zuivere wereld. De breuk met die leugen heeft ertoe geleid dat ik moet overdrijven. Ik heb al die Scheiss im Kopf, daarom schilder ik het. Het is een soort duivels uitdrijving.' Wel eentje die hem werd aangeraden door zijn grote meester Baselitz, die vond dat Bisky iets moest doen met zijn interessante oost-biografie.

We lopen langs zijn nieuwe schilderijen, die martialer zijn dan ooit. De jongetjes schieten, werpen granaten, ze eten hun 'laatste soep' en zijn zelfs op weg naar de hel. Strijd en ondergang. Het doet denken aan de Hitlerjeugd, die het Maifeld bij het Olympisch Stadion tot de laatste man moest verdedigen. Maar Bisky denkt aan zijn eigen vechttraining op school in de DDR. 'Ik heb rapportcijfers gekregen voor granaatwerpen', zegt hij, en doet de beweging voor. 'Als scholier vind je het heel belangrijk dat goed te doen. Maar ik was linkshandig en kon niet zo ver gooien.'

Bisky brengt zijn schilderijen ook in verband met de huidige groepsdwang: de lichaamscultuur in de reclame en in de fitness-studio's. 'Je moet er naakt perfect uitzien. Als je niet voldoet, maak je een slechte kans op de vleesmarkt of bij sollicitaties.' Hij kritiseert verleden en heden, maar zijn schilderijen verwarren het publiek omdat ze het martiale lijken te verheerlijken. 'Als je clichés tot het uiterste voert, maak je ze zichtbaar', zegt hij.

Bisky tekent zijn perfecte jongenslichamen in één streek, getuigen mensen die hem aan het werk hebben gezien. Hij schildert de olieverf zo dun dat het meteen goed moet zijn. Het verraadt een ambachtelijkheid die lang uit de mode is geweest. Op de kunstacademie in Berlijn tekende hij eens twee vazen. 'Heel goed, doe er nu maar iets mee', zeiden zijn leraren. Hij vertelt het lachend. In zijn klas maakte iedereen videokunst en werd er veel gediscussieerd. Bis ky vindt dat de kunst uit de jaren zeventig en tachtig er nu 'heel oud en verstoft uitziet'.

Hoewel hij een buitenbeentje is, past hij wel bij de realistische trend in de Duitse schilderkunst. DDR-kunstenaar Neo Rauch is een wereldster, onlangs vond in Frankfurt een grote en veelbesproken tentoonstelling van een nieuwe generatie realisten plaats en in Leipzig grijpt een groep jonge schilders terug op de realistische schilderkunst van de DDR. Bisky voelt zich verwant met de sovjet-schilder Aleksandr Deineka, die prachtig lichte schilderijen van de (blonde) socialistische mens maakte. Maar ook met David Hockney, wiens Californische schilderijen dezelfde zonnige sfeer en felle kleuren bezitten als de doeken van Bisky.

De kritiek looft Bisky's talent, maar heeft wel bedenkingen. Publicist Gustav Seibt schreef in een tentoonstellingscatalogus bewonderend over de 'schaamteloze erotiek' van zijn schilderijen en zegt dat 'maar weinigen zo goed kunnen schilderen'. Maar 'Bisky moet eens iets anders schilderen dan alleen die jongens, anders wordt het conceptuele kunst', zegt Seibt. 'Je kunt niet twintig keer dezelfde grap vertellen.' Kunstcriticus Sebastian Preuss van de Berliner Zeitung vreest dat Bisky het slachtoffer wordt van zijn eigen succes bij de kopers en zichzelf herhaalt. 'Het kan zo niet verder gaan. Hij moet nu laten zien wat hij nog meer kan met zijn grote schildertalent.'

Op de laatste schilderijen zoekt Bisky inspiratie bij de klassiekers. Schlachtplatte verwijst naar de schilderijen van grote slagen. De Höllenfahrt van de jongetjes is gebaseerd op een schilderij van Rubens maar neigt tevens naar het abstracte. Het laatste avondmaal hangt er ook: Letzte Suppe-last supper. Om het klassieke te benadrukken gaf Bisky de schilderijen een houten sierlijst met de naam op een koperen plaatje. De galerie veranderde hij in een museum met rode en groene muren en een gouden koord als afscheiding voor de schilderijen. En wat de critici zal bevallen: in zijn atelier experimenteert Bisky intussen verder en verlaat zowaar de jongetjes. Hij schildert op dit moment een oude vrouw. Zijn oma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden