Altijd een jurist, wars van politieke spelletjes

Het eeuwige leven: Frits Kalshoven (1924-2017)

Tot op hoge leeftijd was volkenrechtexpert Frits Kalshoven actief. Hij was een gerenommeerd jurist die van oorlog zijn specialisatie maakte.

Frits Kalshoven.

Humanitair oorlogsrecht lijkt bijna op een contradictio in terminis, omdat menslievendheid en oorlog niet samen kunnen gaan. Frits Kalshoven die 6 september op 93-jarige leeftijd is overleden, was een van de weinigen die deze knoop kon ontwarren.

De Leidse volkenrechtexpert behoorde internationaal tot een van de meest gerenommeerde juristen op dit terrein. Zijn adviezen wogen zwaar bij de Verenigde Naties, bij het Internationale Rode Kruis en het Nederlandse Rode Kruis. In 1977 nam hij deel - als adviseur van de Nederlandse overheidsdelegatie - aan de conferentie voor het moderne oorlogsrecht voor de Verdragen van Genève. Tot in het laatste detail beet hij zich hierin fanatiek vast. Begin jaren negentig was hij voorzitter van een VN-commissie die schendingen van het oorlogsrecht in voormalig Joegoslavië onderzocht.

Zijn proefschrift uit 1970 Belligerent Reprisals - in 2005 nog een keer herdrukt - werd een standaardwerk. Hierin gaf hij de grenzen aan van represailles die in tijden van oorlog wel of niet zijn toegestaan.

Kalshoven bleef tot op hoge leeftijd actief. 'Eigenlijk heeft hij het pas de laatste vier of vijf jaar rustiger aan gedaan', zegt zijn echtgenote Eugenie. Frits Kalshoven overleed 6 september op 93-jarige leeftijd.

Hij was een van de vier zonen van de toenmalige directeur van de Keuringsdienst van Waren in Zutphen. Toen de oorlog begon, was hij 16 jaar. Om aan de Arbeidseinsatz te ontkomen, dook hij onder in de buurt van Arnhem. In de laatste dagen van de oorlog werd een van zijn broers per ongeluk doodgeschoten door de Canadese bevrijders.

Na de oorlog meldde hij zich bij de Koninklijke Marine. Daarnaast deed hij een studie rechten in Leiden. Toen hij in 1954 afstudeerde, werd Kalshoven docent strafrecht en internationaal recht bij het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder.

In 1967 besloot hij zich volledig op de wetenschap te richten. Drie jaar later werd hij hoogleraar publiek recht aan de faculteit rechtsgeleerdheid in Leiden. Zijn colleges werden niet gegeven aan de hand van het studieboek met de gortdroge titel Inleiding tot het humanitair oorlogsrecht, maar aan de hand van een door de Bezige Bij uitgeven boek met de bijna poëtische titel Zwijgt het recht als de wapens spreken?.

Hoogleraar Rick Lawson zei over Kalshovens kijk op deze materie: 'Oorlog is vreselijk, dat moeten we niet romantiseren - zo belichtte Kalshoven de ene zijde. Maar oorlog komt nu eenmaal voor, legde hij altijd geduldig uit, en dan kunnen we maar beter proberen er het beste van te maken.'

Van 1975 tot 1989 bekleedde Kalshoven de door het Nederlandse Rode Kruis opgezette leerstoel van internationaal humanitair recht in Leiden. 'In al zijn werk bleef hij vooral jurist en was hij wars van de politiek die natuurlijk ook een grote rol speelde en speelt bij de conflicten', aldus de universiteit van Leiden in een in memoriam.

Kalshoven speelde een belangrijke rol in een poging van de Tweede Kamer om 150 duizend kilo goud terug te halen uit Zwitserland, die tijdens de oorlog door de nazi's in Nederland was geroofd en was verkocht. Het tweede Paarse kabinet vond dat de pogingen daartoe moesten worden opgegeven, ondanks een advies van Kalshoven om een moreel appel te doen op de Zwitsers.

'Dat ze willens en wetens roofgoud kochten van de flagrant onrechtmatige Duitse agressor was immoreel', schreef hij. Minister Zalm verzuimde dit advies aan de Tweede Kamer te melden, hetgeen tot een politieke rel leidde.

Meer over