Altijd brutaal vrolijk

Ineens was daar zes weken geleden een kaart van een beregende Amsterdamse gracht waarover zich silhouetten van fietsers en voetgangers bewegen....

Kees Fens

Met het laatste woordje voelde ik mij zeer overschat. Philip Mechanicus - hij was de afzender - kende als fotograaf de binnenstad van Amsterdam heel goed. Eerst schreef ik 'grondig', maar dat is te zwaar voor de luchtige wijze waarop hij alles opnam. Zelfs de verschrikkelijke ziekte die hem een jaar geleden nagenoeg geheel invalide maakte. Ik belde hem om een uur of elf in het verzorgingscentrum; hij was net bezig zijn ontbijt klaar te maken. Hij zal dat zeer precies en verfijnd hebben gedaan, want als culinair journalist was hij een schitterende fijnproever van kleinigheden, die een heel boek over een ui kon schrijven. Hij was de enige met wie ik lange tijd over haring kon praten. Ik trof hem soms aan de kar (de eigenaar besefte niet in welke macht hij en zijn haring verheven werden met hem als klant). Hij was altijd niet zozeer opgewekt als wel brutaal vrolijk. Hij had een der geestigste gezichten die ik heb gekend. Misschien was zijn grootste charme zijn onvoorspelbaarheid. Eens aan diezelfde kar vroeg hij mij ineens naar een zaak waar ze globes verkochten. 'Ik moet vandaag een globe hebben' (een onsterfelijke zin). De hele aardbol was voor zijn jonge dochtertje. Hij was geslaagd, hoorde ik later.

Hij was vooral portretfotograaf. Ik heb twee keer voor hem geposeerd. De eerste was de leukste. Ik moest diep in de binnenstad zijn, op de Binnenkant of de Zwanenburgwal, in elk geval aan oud water en aan dat oude water in een heel oud huis. En in dat huis op een nog oudere zolder. Dat was de studio. De ruimte leek nog het meest op een laboratorium waar alles uit de hand was gelopen. Ik moest - wat plechtig - op een verhoging gaan staan, hij zette twee witte paraplu's achter mijn hoofd en deed grote lampen aan. Ondertussen praatte hij uiterst vrolijk. Er gebeurde niets. Er werd gewacht op een natuurlijke, dagelijkse handeling van mij. Die had ik niet bij mij. Ik opende en sloot gedachteloos de knoop van mijn colbert en toen juichte hij: 'Dat is het'. De knoop werd vereeuwigd.

Ik sta, als bijna altijd, uiterst treurig op die foto (op de tweede die hij van mijn maakte al even erg). Ik voel me daar schuldig om; hij had er alles aan gedaan om het leuk te maken en aan het poseren en fotograferen elke aanstellerij te ontnemen (Er wordt bij geen kunstvorm zo veel onechtheid bedreven, zo verschrikkelijk gewichtig gedaan als bij de fotografie).

Ik heb het boek waarin de foto is opgenomen maandag even uit een uithoek tevoorschijn gehaald. Mijn treurnis op het portret was nu terecht: De avond tevoren werd bekend dat Philip Mechanicus zaterdag was gestorven. Hij stierf in de schaduw van de grote dode Duisenberg. Dat zou hij vast heel geestig hebben gevonden: even opzij springen voor wat aandacht. Ik hoorde dat hij door de onverwachtheid helemaal alleen was gestorven. Toen werd ik nog treuriger, al verzon ik deze minimale troost: hij was het gewend alleen in een donkere kamer te zijn.

Ik heb hem na de kaart nog een paar keer gesproken. Als altijd was hij vrolijk. Hij maakte nu en dan een stukje - hij schreef een benijdenswaardig licht proza met het allerhoogst bereikbare: het per ongeluk karakter ervan - en fotografeerde soms even.

Toen hoorde ik dat hij naar een ander huis was overgeplaatst, toen dat het heel slecht ging. En toen was hij dood. Een leeg plekje op de globe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden