ALTAMIRA

De kwaliteit van de grotschilderingen in het Spaanse Altamira is zo groot dat specialisten ze (naast die van Lascaux en Chauvet) beschouwen als het begin van alle kunst....

Een levensgroot bord zegt streng: 'Geen toegang voorbij dit punt'. Maar dit is Spanje, en hier wordt een verbodsbord altijd opgevat als een uitnodiging om het verbodene juist te doen. Dus staart een echtpaar van middelbare leeftijd enige momenten naar het bord en betreedt vervolgens onbekommerd het verboden gebied, dwars door het gras banjerend.

Op het balkon van het nabijgelegen kantoortje staat echter een alerte vertegenwoordiger van het bewakingsgilde. 'Hé, kun je niet lezen', schreeuwt de geuniformeerde. 'Dat gedeelte is niet open voor het publiek!'

'En die mensen daar dan?' De man wijst verongelijkt naar een groepje dat zich ophoudt bij een chic klein huisje boven op de heuvel.

'Die mensen hebben een afspraak. Zij worden ontvangen en rondgeleid door een gids.'

De verontwaardiging van de man maakt op slag plaats voor bewondering, en haastig trekt hij zich met zijn vrouw terug op geautoriseerd terrein. Een afspraak! De bofkonten! Of moet je eigenlijk zeggen: de taaie aanhouders, begiftigd met een voorbeeldig engelengeduld. Want voor een afspraak hier moet je je naam op een lijst laten zetten en dan drie hele jaren wachten voordat je verzoek wordt gehonoreerd. Aan alle bijzondere dingen die je op deze plek kunt zien, is onverwacht de mensensoort der allergeduldigsten toegevoegd.

Voor een bezoek aan de grot van Altamira ga je niet op de bonnefooi naar Cantabrië, daarvoor is een meerjarenplanning vereist. De beroemde prehistorische tekeningen in de grot, de wortels van de kunst van de homo sapiens, worden beter bewaakt dan welk kunstwerk ook. In de jaren zeventig begon het bezoek de spuigaten uit te lopen. De tweehonderdduizend jaarlijkse bezoekers dreigden met hun asem binnen de kortste keren te vernietigen wat door de natuur veertienduizend jaar lang perfect was geconserveerd. In 1982 vonden de autoriteiten het genoeg en deden de toegangsdeur gedecideerd op slot. Sindsdien mogen maar twintig mensen per dag naar binnen, en niet langer dan tien minuten.

Maar hoe komt het dan dat het hier elke morgen opnieuw zwart ziet van de mensen? Van buiten valt er natuurlijk niks te zien, gewoon een doorsnee groene heuvel. En de kans dat de grotbewaarders de hand over het hart strijken en een gelukzoeker binnenlaten, is nul.

De verklaring is dat Altamira sinds kort twee grotten herbergt: de echte, die zo'n veertienduizend jaar geleden werd bewoond door artistiek hoogbegaafde holbewoners, en de namaak, een door moderne wetenschappers vervaardigde perfecte kopie. Dus kunnen nu zoveel mensen als willen de schilderingen van de bizons en paarden zien. Dat blijken er vele tienduizenden te zijn, die van Altamira, na enkele decennia van diepe rust, opnieuw een belangrijke toeristische trekpleister hebben gemaakt.

Helemaal pijnloos is een bezoek niet geworden. Eerst moet je een flinke tijd in de rij staan en als je je kaartje eindelijk hebt, moet je nog een paar uur wachten op het vastgelegde tijdstip waarop je naar binnen mag. Zo worden met een zeer on-Spaanse orde en regelmaat dagelijks 2300 bezoekers in groepjes van twintig door de grot gejast. Het heeft overigens alleen zin in de vroege ochtend te komen, want de kaartjes voor de hele dag zijn binnen een paar uur uitverkocht.

Altamira ligt in het groene heuvellandschap van de noordelijke deelstaat Cantabrië, net buiten Santillana del Mar en zo'n dertig kilometer ten westen van Santander. Een vriendelijk gebied, ingeklemd tussen de robuuste bergen van Baskenland en de Picos de Europa, glooiend en opgefleurd met door een slordige hand uitgestrooide rode daken. Aan de voet van dé heuvel ligt een minuscuul kerkje. Weinig wijst er op dat onder dit vriendelijke groen de grond een grote gatenkaas is vol grotten en gangen. De mens aan het begin van het stenen tijdperk voelde zich hier thuis: uitstekende jachtgronden en natuurlijke woningen die bescherming boden tegen de vele gevaren.

Op een mooie zondag in 1879 struinde Marcelino Sanz de Sautuola, plaatselijk amateurarcheoloog en -speleoloog, met aan zijn hand zijn dochtertje María, weer eens de ondergrondse gangen rond Santillana del Mar af. Uiteindelijk belandden zij in een lage ruimte van zo' tweehonderd vierkante meter, waar María als eerste in het schijnsel van de lantaarn de kunstwerken ontdekte: een enorme verzameling op de wanden en het plafond geschilderde bizons, herten en paarden. De vormen zijn met een scherp voorwerp in de rots gekrast, vervolgens met houtskool zwart aangezet en tenslotte met rode en okeren verf ingekleurd. De kwaliteit van de schilderingen is zo hoog dat specialisten de grot van Altamira (naast die in het Franse Lascaux en Chauvet) beschouwen als het begin van alle kunst. María en haar vader hadden niets minder dan de Sixtijnse Kapel van het Stenen Tijdperk ontdekt.

'Después de Altamira todo es decadencia', oordeelde Pablo Picasso: Na Altamira is alles decadentie. Het Spaanse genie, dat onder meer uit deze grot de inspiratie haalde voor de stieren die een belangrijke plaats in zijn werk innemen, meende dat de schilderingen zo'n graad van perfectie bereikten dat alle navolgers van de anonieme kunstenaars, hijzelf incluis, een bij voorbaat verloren strijd aangingen. 'Het mooiste sanctuarium van de hele Spaanse kunst', schreef dichter en schilder Rafael Alberti in 1928.

En nu is er dus een kloon van deze onderaardse schatkamer. Om die te bereiken moet je door het nieuwe museum van Altamira dat een overzicht geeft van de geschiedenis van de aarde en de ontwikkeling van de mens, aan de hand van inzichten die nog steeds verfijnd worden door de jaarlijkse opgravingen in Atapuerca, een paar honderd kilometer naar het zuiden, waar de oudste menselijke resten van Europa zijn gevonden.

Het museum is ook voor kinderen geen straf. Een levende expositie vol bewegende beelden begeleid door een onwaarschijnlijke teringherrie, geheel naar de smaak van het Spaanse publiek. Van alle kanten klinken de snijdende geluiden van het fabriceren van gebruiksvoorwerpen door de holbewoners. Bovendien mag je overal met je vingers aanzitten, zodat je dit niet zoals in de meeste musea stiekem hoeft te doen.

Dat is slim bedacht, want hierna is het tijdens de rondleiding door de grot, waar je niet eens ergens naar mag wijzen, makkelijker je in bedwang te houden. De volledige tweehonderd vierkante meter van de originele grot is computergewijs millimeter voor millimeter in kaart gebracht en volgens zorgvuldig gekopieerd. Twee jaar lang werkte het echtpaar Matilde Múzquiz en Pedro Saura, docenten aan de Kunstenfaculteit van de Universiteit van Madrid, aan het project. Zij gebruikten dezelfde steensoort en dezelfde verf als de kunstenaars uit het Paleoliticum, en omdat die met hun vingers schilderden, deden zij dat ook.

Het woord namaak klinkt niet prettig, dus spreken zij hier hoogdravend van de 'musealisering van de grot'. Maar hoe je het ook noemt, het is een verbluffend werkstuk. Via enkele trappen in het museum bereik je de ingang van de grot, vanwaar je achter de glazen wand de echte heuvels van Cantabrië kunt zien. Enkele holografische projecties geven een indruk van het leven zoals dat zich veertienduizend jaar geleden afspeelde, heel realistisch alsof de geprojecteerde beelden echte levende mensen zijn.

En dan zijn er de schilderingen. Langs een route van een meter of tweehonderd komt de bezoeker met zijn neus bovenop de indrukwekkende afbeeldingen van dieren en antropomorfe figuren te staan. De gids laat een laserstraal de contouren van de schilderingen volgen en laat zien hoe vakkundig de prehistorische kunstenaars gebruik hebben gemaakt van het natuurlijke reliëf van de rotswand. Hoogtepunt is het plafond met zijn serie rennende, springende, staande en liggende bizons.

Dat nu duizenden mensen per dag de gekopieerde schilderingen kunnen bewonderen, heeft de belangstelling voor de echte kunstwerken niet gereduceerd. Integendeel, menig liefhebber ijlt direct na het bezoek aan de namaakgrot naar de balie voor een aanvraagformulier voor een excursie naar het echte Altamira, waardoor de wachttijden nog verder oplopen. Wie geduld heeft, wordt echter beloond. Volgens de gidsen barst menig bezoeker van emotie in tranen uit bij het aanschouwen van de perfecte kunst uit het Stenen Tijdperk.

De tijd tussen het kopen van een kaartje voor het museum en het moment waarop je wordt toegelaten, bedraagt al gauw een paar uren. Maar die hoeven niet in ledigheid te worden doorgebracht. Op loopafstand van Altamira ligt Santillana del Mar, een van de mooiste stadjes van Spanje en, net als de grot, een plaats waar historie en kunst hand in hand gaan. Santillana is een soort openluchtmuseum, perfect geconserveerd en op wat restauraties na 100 procent levensecht.

Het is een oord met een lange staat van dienst. Gesticht in de tijd van de Romeinse bezetting van Spanje en bekend geworden in de late Middeleeuwen, toen er een klooster verrees ter aanbidding van Santa Juliana, een plaatselijke heilige uit de dagen van keizer Diocletianus. Het klooster uit de 12de eeuw is het kroonjuweel van Santillana, met een imponerend claustrum en vol Romaanse kunstwerken. Niet voor niets ligt het aan de oude pelgrimsroute naar Santiago de Compostela.

Rond het klooster ligt, in een voor het verkeer afgesloten gebied, een indrukwekkende verzameling paleizen en herenhuizen, de meeste in de 16de en 17de eeuw opgetrokken door de lokale adellijke heersers. Het spreekt bijna voor zich dat de Spaanse hotelketen Paradores een van de mooiste exemplaren heeft bezet, zodat de gast ook hier midden in de geschiedenis kan slapen. Wie na al die kunst en historie nog niet genoeg heeft en ook nog een plekje op het strand zoekt, zal echter worden teleurgesteld. In tegenstelling tot wat de naam suggereert ligt Santillana del Mar níet aan zee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.