Alsof mannen kunnen schrijven

Vrouwen kunnen niet schrijven. Ja, het klinkt onaardig, om dat zomaar in de krant te zetten, maar vrouwen moeten het zich niet aantrekken....

Een paar jaar geleden – noem het onschuld, noem het naïviteit – had ik er nog geen idee van, dat vrouwen niet kunnen schrijven. Door deze achterstand in kennis las ik weleens boeken van vrouwen, en ik verbaasde me vooral over de manier waarop ze mannen beschreven.

Mannen bleken in die boeken zelden hun handen thuis te kunnen houden. Derhalve werden ze meestal door de vrouwelijke hoofdpersoon met een lege wodkafles op het hoofd geslagen, neergestoken, ‘Het mes gleed zonder enige weerstand het vlees in’, of ze gingen ze in kleine gedeeltes door de gehaktmolen.

Onlangs nog las ik de roman Lange dagen van Pia de Jong, een boek over een eenzame puber, en ook daarin gedraagt een man zich onaangenaam. ‘Zijn dikke, vlezige tong drong met kracht mijn mond binnen.’ En ook hij blijft na een klap op zijn kop bewusteloos in het bos achter. ‘De man naast me lag erbij als een zak achteloos neergekwakte aardappelen. Door zijn opengeritste gulp zag ik zijn witte onderbroek.’

Het blijkt, kortom, vaste prik te zijn in de omgang tussen mannen en vrouwen. U moet er maar niet meer van opkijken als u een man langs de stoeprand ziet liggen, die is naar alle waarschijnlijkheid tegen een vrouw aangelopen en komt vanzelf wel weer bij.

Al met al was ik best onder de indruk van de slagvaardigheid in het vrouwelijk proza, totdat een paar jaar geleden een discussie opvlamde over literaire kwaliteiten daarvan. Het begon ermee dat de Engelse schrijver Muriel Gray als juryvoorzitter van de Orange Broadband Prize for Fiction van leer trok tegen de literaire thematiek van vrouwen.

Bij de bekendmaking van de nominaties bekritiseerde ze het autobiografische gehalte van vrouwelijk proza. Overigens mopperde zij nog vooral op de stijl en de compositie, maar in Nederland werd ze het meest aangehaald vanwege haar kritiek op de onderwerpkeuze. ‘Triviale romans over typisch huishoudelijke onderwerpen – verlies van een kind, echtscheiding, klein persoonlijk leed over wat het is om een vrouw te zijn.’

Een Nederlandse juryvoorzitter sloot zich spoorslags aan bij deze aanval op ‘kleine persoonlijke wissewasjes, thrillers, relatieproblemen’. En de kritiek trof doel. De vrouwelijke schrijvers in Nederland gingen koortsachtig met elkaar in gesprek. Wat te doen? Wat moesten vrouwen doen om deze valkuil te vermijden? Een criticus schreef dat vrouwen, als ze willen dat hun literaire werk in aanzien wint, vooral afstand moeten nemen van hun eigen leven ‘en ontsnappen aan hun eigen geslacht’.

Ontsnappen aan het eigen geslacht! Jawel, dat was de toverspreuk. Natuurlijk! En dat gingen alle vrouwen met ambities in de literaire wereld dan ook meteen doen. Ik zelf wist niet precies waar ik moest beginnen, maar sommige vrouwen die ik ken stonden er iedere ochtend een half uur eerder voor op.

De mannelijke schrijvers, intussen, hielden ferm vast aan hun geslacht. Hier geen literaire critici en juryvoorzitters die hen opriepen eraan te ontsnappen. Hier geen gemopper op de beperkte thematiek van de liefde en op ‘de onverbloemde weergave van de werkelijkheid’, maar lof voor de durf om persoonlijke onderwerpen te kiezen. ‘Zijn zoektocht naar liefde, seks en intellectuele negerinnen doet ijzingwekkend authentiek aan.’

Hier geen misprijzende woorden in juryrapporten over zulke typisch huishoudelijke onderwerpen als de dood van een kind, maar juryvoorzitters die vol bewondering wezen op een ‘schalkse lofzang aan het tussenbeense’. Terwijl vrouwen volgens Muriel Gray alleen maar kunnen schrijven over trivialiteiten als ‘boyfriend trouble’, pakt een man het grootser aan. Hij geeft zich, aldus een juryrapport, ‘likkend, proevend en slikkend tussen de benen van een burgertrutje over aan de Grote Liefde.’ Kijk, dat is pas universele thematiek!

Ach, mannen en vrouwen, en het verkeer daartussen! Noem het een relatie, en je hebt een damesroman over huishoudelijke onderwerpen; noem het neuken, en je hebt een noodzakelijk boek over de eigentijdse cultuur. En dus konden zwarte vrouwen onlangs wel mopperen op een roman van Robert Vuijsje, volgens een juryrapport geschreven in ‘een ritme dat strakker zit dan een zwarte bil in een te kleine luipaardlegging’, maar dan vergaten die vrouwen dat ze te maken hadden met een belangrijk en bejubeld genre.

Fucktion – die term introduceerde P. F. Thomése onlangs voor het genre. Fucktion. Autobiografisch proza van mannen over het eigen geslacht. De superioriteit van de westerse cultuur, de erfenis van de Verlichting, de reden waarom stromen immigranten naar Nederland trekken, de reden waarom veertig procent van de Nederlanders de grenzen willen sluiten – kortom, die hele hoogwaardige beschaving van ons, vind je als onverbloemde werkelijkheid terug in deze fucktion.

En vrouwen? Ze kunnen dan misschien niet schrijven, maar ze kunnen gelukkig weer andere dingen. ‘Ze was voor hem een omhulsel om zijn lul, een stuk nattigheid van een vrouw eromheen dat altijd paste. Waar je niet meer over na hoefde te denken, wat in de praktijk wel zo comfortabel was. Iemand die iedereen kon zijn. Zelfs een negerin, als je daar zin in had.’ Echt, er is altijd wel een gaatje voor ze over in deze superieure, verlichte, westerse cultuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden