Alsof ik de boel belazerd heb

Nog geen anderhalf jaar was Marijke van Hees voorzitter van de PvdA. Na een loopgravenoorlog moest ze begin september haar taken overdragen....

door Jan Hoedeman

'HET kan zijn dat ik in de periode na de explosie van de vuurwerkfabriek in mijn woonplaats Enschede bepaalde signalen niet meer opving. Als raadslid heb je te maken met zaken van leven en dood. Dan krijg je in het dagelijks bestuur van de PvdA iets van: hou op met dat gemekker, we gaan door. Zo'n ramp relativeert heel veel andere dingen.

Kort voor de zomer had ik een gesprek met mijn vice-voorzitter Marriëtte Hamer. We waren bevriend geraakt en hadden samen campagne gevoerd. Totaal onverwacht zei Marriëtte: ''Je zou er wijs aan doen te stoppen met het partijvoorzitterschap.'' Mijn vraag was: ''Waarom dan?'' Marriëtte had een suggestie: ''Zeg maar dat je om privéredenen stopt.''

Het was ontluisterend. We hadden elkaar door dik en dun gesteund en waren gezamenlijk verantwoordelijk. Wat ik nog het verbazingwekkendst vond, was dat er werd verwacht dat ik ermee zou instemmen. Maar die privéredenen waren er niet!

Een lid van het dagelijks bestuur bood aan om mij als pleister op de wonde beschikbaar te stellen voor het Kamerlidmaatschap. Geen sprake van dat ik met zo'n ruilhandel zou instemmen. Daarop heb ik snel contact gezocht met Wim Kok. Bij hem thuis heb ik de hele hutsekluts verteld. Wim zei: ''Er is pas een crisis als er in een vergadering een crisis wordt vastgesteld.'' Dat was ik met hem eens en ik probeerde die crisis te voorkomen.

Ik had mijn zomervakantie onderbroken, had geen zin om in de bergen te gaan fietsen terwijl er aan mijn stoelpoten werd gezaagd. Dan ga je bellen, probeer je uit te vinden wat er aan de hand is.

Wie neemt een partijvoorzitter eigenlijk de maat? Is dat een partijcongres, of een tussentijds, ongecontroleerd clubje? Ik heb mijn taken als partijvoorzitter overgedragen, ik ben bewust niet afgetreden. Ik ben democratisch gekozen en ik lever mijn bijdrage aan de partij. In ieder geval tot het partijcongres van maart volgend jaar.

Als ik nu in vergaderingen kom, word ik soms aangekeken alsof ik een politieke geestverschijning ben. Degenen die verantwoordelijk zijn voor wat er is gebeurd, worden liever niet met mij geconfronteerd. Dat snap ik wel.

Zo'n twee jaar geleden heb ik me beschikbaar gesteld voor het partijvoorzitterschap. In het partijbestuur was de vraag opgekomen: willen we dat wel, Lennaert Booij en Erik van Bruggen als partijvoorzitter? Misschien kon ik de partij helpen, er waren kennelijk weinig alternatieven. Men durfde het gevecht met het duo niet aan. Dat vond ik laf.

Ik merkte dat ik goede kansen had. Van de dertig zalen kreeg ik er twintig op mijn hand. Ik vond het geweldig om te voelen dat je óverkomt, dat je iets losmaakt. Als dat niet was gebeurd, zou ik gedacht hebben: jezus, ik kan het niet.

Ik realiseerde me dat het zeer gecompliceerd zou worden. Ik had onvoldoende statuur om me net zo op te stellen als Felix Rottenberg. Die gaf je een beurt in het partijbestuur: ''En-wat-vind-jij-er-van?'' Hij was het type dat zijn kont tegen de krib kon gooien. Ik zou het van de samenwerking moeten hebben en niet van de confrontatie.

Op mijn eerste werkdag op het partijbureau in Amsterdam heb ik gezegd dat ik begreep dat er mensen waren die een voorkeur hadden voor de jongens. Ik heb gevraagd: zien jullie het wel zitten? Ik heb voorgesteld gewoon aan de slag te gaan. Openlijke tegenwerking is er nooit geweest.

Wim Kok, Ad Melkert en ik hadden eigen posities. Ik sta voor de partij. Dit mens praat zelf en heeft geen toestemming nodig. Ik vormde een extra factor in de positionering van de PvdA. Dat werd niet altijd leuk gevonden. Bij de besluitvorming over het boren in de Waddenzee heb ik het standpunt uit het verkiezingsprogramma naar voren geschoven. Kok zei dat hij dat begreep. Melkert vond het niet handig.

Op een gegeven moment heb ik gezegd dat er een kopgroep moest zijn voor de opvolging van Wim Kok. Het beeld ontstond dat ik er een agendapunt van maakte. Een kroonprinsendebat konden we niet hebben, maar een jaar eerder had ik iets vergelijkbaars gezegd. Tactisch werd het intern ongelukkig gevonden. Was dit te voorkomen geweest? Zowel Ad als Wim was er niet blij mee.

We zijn met zijn drieën de boer opgegaan tijdens de verkiezingscampagnes voor de Provinciale Staten en het Europese parlement. Het vreemde was dat er bij die bijeenkomsten geen reactie uit de zaal kwam, er zat geen spanning op. Het waren bezweringsformules, eendimensionale verhalen die als een geloofsbelijdenis werden uitsproken. Dat zei ik later ook tegen Wim en Ad. Dat vonden ze niet leuk. Ze zeiden: ''Dat doen wij zo.'' Maar we waren het er toch over eens dat het zó niet kon.

De proof of the pudding was de Nacht van Wiegel. We hadden een zeer beheerste vergadering van het partijbestuur. Kok, Melkert en ik hebben heel goed geïnventariseerd wat er gaande was. We besloten eerst een lijmpoging te doen. Dat was voor Wim en Ad een belangrijk moment voor de acceptatie van het bestuur en mijn rol erin.

Ik ben vaak in Den Haag geweest, maar ook veel in het land. Als je de partij wilt voeden, moet je weten wat er in de fractie en bij de bewindslieden speelt. Timing is dan heel belangrijk. Ik ben ervan uitgegaan dat de partij wilde dat ik een politieke rol speelde. Omdat ik niet het 46ste fractielid wilde zijn, is het aantal keren dat ik het woord heb gevoerd op de vingers van een hand te tellen.

Wat ik in de Haagse politiek soms heb gezien is een enorme krampachtigheid om open te zijn, ook in mijn partij. Ik zie veel onzekerheid, spitsroeden lopen, voorzichtig formuleren. Het kringetje mensen dat nog begrijpt waarover het gaat, wordt zo erg klein.

Het dagelijks bestuur was geen team, het waren mensen die door het lot bij elkaar waren gebracht. Het had geen spirit. Ik moest het vertrouwen winnen, de prestatiedruk op alle betrokkenen was aanzienlijk. Er waren veel nieuwe dingen in gang gezet. Er ontstond ook gedoe over rechtspositionele kwesties: mijn reiskosten en overnachtingen. In een normale organisatie is dat goed geregeld, maar ik kreeg er problemen over met penningmeester Jan van Ingen Schenau. Dat kwam op tafel in gesprekken met leden van het dagelijks bestuur. Het was onvoldoende geregeld, omdat partijvoorzitters tot dat moment om de hoek van het partijkantoor hadden gewoond.

Langzamerhand begon ik een conflictueuze sfeer te ervaren. Het ging niet eens om politieke conflicten. Als het dat was, zou ik alles uit de kast hebben gehaald. Het ging om ongrijpbare kwesties: hebben we het nog wel leuk met elkaar? Heb je je werk wel goed gedaan? Waarom verliep de vergadering niet goed? De omgangsvormen raakten verziekt. Mensen werden boos op elkaar en verloren hun vertrouwen. Het had nooit mogen uitmonden in een bestuurscrisis.

Een gesprek met Ad Melkert leidde tot de suggestie organisatiedeskundige Hans Andersson om advies te vragen. Ik heb ermee ingestemd, omdat de partij vaak met hem werkt. Achteraf kun je zeggen: was nooit met Andersson in zee gegaan. Maar hoe had het dan verder gemoeten? Ik hoopte echt dat we eruit zouden komen.

Andersson ging met iedereen praten. Ik heb een gesprek met hem gehad en hij maakte een professionele indruk op me. Vervolgens was er de vergadering met het dagelijks bestuur, waar ook Wim Kok en Ad Melkert bij waren. Andersson kwam zijn bevindingen vertellen. 'Er is een onwerkbare situatie ontstaan', luidde zijn oordeel. Ik had verwacht dat hij ook de middelen zou aanreiken om het conflict op te lossen. Waarom moest het zo hard in mijn richting worden gespeeld? Het was bizar dat de discussie zich toespitste op alleen de rol van de partijvoorzitter. Een groot deel van het bestuur wilde er alsnog uitkomen omdat de oorzaken bij ons allemaal lagen, maar dit werd door vier mensen geblokkeerd.

Andersson werd met beelden geconfronteerd tijdens zijn rondje. Met de rechtspositionele discussie, met suggesties van fraude, die totaal uit hun verband gerukt zouden uitlekken naar Vrij Nederland. Alsof ik de zaak belazerd had. Met het beeld dat ik chaotisch vergaderingen zou leiden en terugkwam op gemaakte afspraken. Daar kun je niet tegen vechten.

Ik had het conflict alsnog willen aangaan, maar dat was niet meer mogelijk. Je verkeert dan in een gezelschap dat liever heeft dat je opstapt. Ze hadden te veel wapens in handen gekregen. De verleiding is heel groot om negatieve energie te steken in complottheorieën.

De dag na die vergadering met Andersson werd duidelijk dat Vrij Nederland een verhaal zou publiceren. Er moest een verklaring komen, vond het dagelijks bestuur. Maar ik was nog helemaal niet toe aan een verklaring. Andersson had me geadviseerd daarover na te denken. Ik wilde best taken overdragen, maar niet aftreden als voorzitter, vanwege de steun die de partij mij had gegeven. Andersson vond dat een zuivere houding. Ik was bij hem op kantoor in Utrecht en we hebben telefonisch overlegd. Er stond door de dreigende publicatie in Vrij Nederland een enorme druk op het bestuur om een verklaring uit te geven, dus die kwam er.

De partij zal zich afvragen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Maandag 13 november is er een bijeenkomst waar alle betrokkenen door partijleden kunnen worden ondervraagd. Er is iets mis als zich dit soort processen in een dagelijks bestuur kunnen voltrekken. Ik zal de partijgenoten vragen: willen jullie de hele prut? Ik hoop dat ze genoegen willen nemen met mijn analyse, maar ze zullen doorvragen. Dat wordt laveren, want ik wil niet met modder smijten.

Privé heb ik veel opgeofferd, maar mijn partner en de kinderen zijn achter me blijven staan. Afgelopen zomer heb ik mijn kinderen uitgelegd wat er aan de hand was. Ik geloof niet dat ze verloren zijn voor de politiek. Ze zijn er erg strijdbaar van geworden!

De komende maanden moet ik bedenken wat ik verder wil. Doorgaan in de politiek, of het bedrijfsleven in? Dat zal afhangen van hoe de partij weegt wat er is gebeurd. Voorlopig ben ik nog raadslid in Enschede.

Ik hoor van veel mensen dat ze vinden dat ik smerig ben behandeld, dat een democratisch gekozen voorzitter zomaar aan de kant is gezet. Toch wil ik het netjes spelen. Dat is mijn fatsoen. Als ik iets van iemand vind, dan zeg ik dat zelf tegen die persoon. Zo wil ik ook dat er met mij wordt omgesprongen. Maar in de politiek is dat kennelijk geen gewoonte.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden