Alsof het echt waar is allemaal 'Rijgdraad' is geen vervolg op, maar gevolg van 'Leedvermaak'

In 1982 was Leedvermaak, het toneelstuk van Judith Herzberg, zijn tijd ver vooruit. Over hoe de nazi-verschrikkingen ook een tweede generatie bleven achtervolgen, werd in het openbaar nog nauwelijks gesproken....

NIET ALLEEN de geest van Baal waart rond in het Transformatorhuis, speelplaats van Toneelgroep Amsterdam. Baal is er echt, al bestaat Baal niet meer. De theatergroep, die in 1982 in Frascati een onvergetelijke voorstelling maakte van Judith Herzberg's toneelstuk Leedvermaak, is uit verwaaide brokjes en beetjes en aangelengd met jongeren en andere acteurs 'van buiten' herrezen.

Onder pseudoniem; Baal heet nu een samenwerkingsverband van Toneelgroep Amsterdam en Theater van het Oosten te zijn. Rijgdraad is de voorstelling waarvoor de oude 'Balers', de een nog enthousiaster dan de ander, weer bij elkaar komen.

In Rijgdraad herleven de personages uit Leedvermaak. Het stuk is geen vervolg op, maar 'gevolg van' Leedvermaak, zoals regisseur Leonard Frank het uitdrukt. Judith Herzberg schreef het in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, ter gelegenheid van vijftig jaar bevrijding.

Frank: 'Judith zat met die opdracht omhoog. Ze wilde hem in eerste instantie niet accepteren, ze is niet zo

4 en 5 mei-gevoelig. Toen heeft ze mij en nog een paar vrienden te hulp geroepen: kom eens langs, wat moet ik ermee. Bij die gelegenheid is het idee van Rijgdraad ontstaan. De opdracht kon inhoudelijk mooi vorm krijgen aan de hand van de levens uit Leedvermaak. De veranderingen in inzicht, emoties en hartstocht door de jaren heen, hoe ga je nu met relaties om in tegenstelling tot toen - dat kon je allemaal heel mooi aan de biografieën van die personages ophangen.'

Leedvermaak speelde zich af op de bruiloft van Nico en Lea. Hij zoekt iets wat ik niet te bieden heb. Veiligheid! Geborgenheid!' In Rijgdraad zijn ze nog steeds getrouwd, maar na de pauze niet meer.

Ada, Lea's moeder, heeft zich inmiddels in een inrichting laten verplegen. Simon, Lea's vader, heeft het tijdens haar afwezigheid aangelegd met Dory, de ex van Nico (die na de pauze weer met Nico is). Riet uit Zwolle, Lea's onderduikmoeder, heeft Hebreeuwse psalmen leren zingen en volgt een cursus schrijven over de holocaust. Pien, die haar echtgenoot Hans op de bruiloft van Lea en Nico leerde kennen, is door Hans in de steek gelaten, met zeven kinderen: Chaim, Rivka, Sara, Moshe, Mira, Abraham en Bert.

Nico kan het na al die jaren nog steeds niet bijster goed vinden met Zwart, zijn vader, en Duifje, zijn stiefmoeder. En Zwart drinkt zich ongans, om te pas en te onpas te kunnen beginnen over zijn eerste vrouw, Nico's moeder, die in de oorlog is 'omgekomen'. Overleden zeggen ze ook wel. Maar dat is allemaal zachte lulkoek. Vermoord dat zegt niemand meer.

Leonard Frank: 'Die levens zijn doorgegaan. Het zijn net ontzielde poppen die heel lang ergens op een plank hebben gelegen en nieuw leven ingeblazen hebben gekregen door de auteur, door de regisseur en door de acteur. En, hup, daar staan ze weer, weliswaar dertien jaar ouder, maar toch. Dat is een wonder. Terwijl we nu bijna nooit, of zelden, en in vergelijking met Leedvermaak beschamend weinig zelfs, over het interne leven van één zo'n personage hebben gesproken. Dat was zo'n bekend domein voor ons allen. Het is net alsof je over hele goeie vrienden praat. Duifje is van ons allemaal. Lea? Alsof je haar gisteren nog tegenkwam. ''Hee Lea, hoe gaat met jou, lang niet gezien.'' Dat is raar hoor.'

Leedvermaak kwam in 1982 precies op het goede moment. Het besef dat de ellende die de nazi's hadden aangericht zich niet alleen beperkte tot de generatie die de oorlog bewust had meegemaakt, was nog maar amper doorgedrongen. 'Tweede-generatie-problematiek' was allesbehalve een modekreet. Links en rechts doken de eerste artikelen op in de bladen.

Leonard Frank: 'Even daarvoor was in Amerika een boek verschenen met interviews met kinderen van kampslachtoffers. Dat heette The Second Generation. Ik heb het gelezen en het was een déjà-vu - hoewel ik mezelf als eerste generatie beschouw en niet als tweede. En in Nederland had je de publikatie van Keilson, de psychiater die trauma's van joodse weeskinderen had bestudeerd. Meer was er niet, voor zover ik weet.

'Leedvermaak was zijn tijd dus ver vooruit. Zeker als het gaat om de manier waarop het thema aan de orde kwam: de brutaliteit ervan, de openbaarheid, de scherpte. Dat had men nog niet eerder kunnen zien in een toneelstuk, een boek of een film. Voor veel mensen was dat onthutsend. En het was van enorm belang voor mensen die niet eens wisten dat ze met dit soort problemen zaten. Voor hen was het zien van Leedvermaak een ervaring die hen uit hun isolement haalde. Ineens hadden ze een idee waar die woede, die frustraties, die neerslachtigheid vandaan kwamen.'

Survivor-guilt, heeft u dat nou ook? Ja het is misschien een beetje een rare vraag, maar het is toch iets wat ik me héél goed voor kan stellen, dat je je schuldig voelt als je zoiets overleeft. Eigenlijk kàn dat niet. Als u geen antwoord wilt geven begrijp ik dat best hoor. Maar aan de andere kant, je hoort ook zo vaak. . .

LEONARD Frank, geboren in juni 1942, dook onder in oktober 1942. Dat hij van adres naar adres is gebracht, heeft hij later gehoord. Maar de langste tijd, tot aan de bevrijding, heeft hij in een weeshuis gezeten. 'Ik herinner me nog dat ik bij mijn moeder, die het heeft overleefd, achter op de fiets zat, onderweg naar mijn zusje die ergens anders ondergedoken was; het was voor het eerst dat ik een koe zag, en de Canadezen natuurlijk.'

Ten tijde van Leedvermaak was híj allang in therapie. En een expert geworden, lacht hij. 'Ja, ik zou moeiteloos een van de personages uit Leedvermaak kunnen zijn.'

Trudy de Jong (1948) speelde en speelt Lea, die haar ouders verwijt dat ze haar niet hebben meegenomen naar het kamp. Nooit heeft ze als actrice zoveel last van gêne gehad, zegt ze, als bij de voorbereidingen van Leedvermaak. 'Ik denk omdat Leonard zelf nog zo met het onderwerp worstelde. En het lag dichtbij vanwege mijn ouders, die destijds in Amsterdam-Oost tussen de joden woonden.'

Ze ziet zichzelf nog zitten, thuis achter de schrijftafel. 'We hadden afgesproken dat we voor Leedvermaak allemaal een biografietje zouden schrijven van ons personage. Ik schreef iets op over een klein poesje. Lea kreeg een poesje en dat poesje ging dood, fantaseerde ik. Toen dacht ik: jezus Trudy, dat staat toch in geen verhouding tot het leed en de ellende van de werkelijkheid, waar ben je mee bezig. Ik dorst niet te fantaseren.'

Els Ingeborg Smits (1944) speelde en speelt Duifje, stiefmoeder van Nico en tweede vrouw van Zwart die geen eigen plek in het bestaan mag hebben. Onlangs heeft ze de biografietjes van toen weer opnieuw gelezen. 'Ik kreeg zelfs waterlanders bij het lezen van mijn eigen biografie. Goh, die Duifje, dacht ik. Ik had gewoon een verleden verzonnen: dat ze al heel jong alleen stond en uit idealisme met Zwart trouwde, zo'n ontzettende ruwe bolster, blanke pit. Ze wordt eigenlijk door niemand genomen voor wie ze is, terwijl ze een heel lief mens is, die haar beste krachten heeft gegeven om dat kind groot te brengen.'

Trudy de Jong: 'We hadden het met Judith over de grootheid van verdriet. Wat is de graadmeter voor verdriet. Wat is groot verdriet en klein verdriet. Toen zei Judith. . ., Judith is soms een rare hoor, die kan dingen zeggen dat je denkt: hoe kan iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt dat nou zeggen. Zij zei: verdriet is verdriet.'

Els Ingeborg Smits: 'Maar dat vind ik ook. Het is pijnlijk om het ene met het andere verdriet te moeten vergelijken. Ieder kind mag treuren over de dood van een poesje, ook al zijn z'n grootouders vermoord.'

De Jong: 'Ik heb het gevoel dat er wèl een graadmeter is, zo ervaar ik het. Over de dood van een poesje groei je heen.'

Smits: 'Dat is waar. Maar Trui, het is toch vreselijk eigenlijk dat jij toen. . .'

De Jong: 'Ja, om als actrice zo'n biografietje te maken. Ik vond het onvergelijkbare grootheden, de grootsheid van het stuk en de dagelijkse banaliteiten van verdriet. Daar had ik het moeilijk mee.'

Smits: 'Eigenlijk is het ook gewoon een ouderwetse Stanislavski-oefening. Je kent dat voorbeeld wel, van de acteur die vraagt: 'Hoe moet ik dat nou voor mekaar krijgen om hele volksstammen uit te moorden?'' En dan zegt Stanislavski, of wie het ook was: ''Ben je dan nooit getreiterd door een mug? Dan krijg je toch ook moordzucht? Een mug sla je ook gewoon dood?'' Als acteur moet je het toch ergens vandaan halen.'

De Jong: 'Maar dat moet je wel durven. Ik had het nu ook weer even toen we begonnen, zo'n blokkade. Toen dacht ik: donder op De Jong, nou is het voorbij hoor. We gaan gewoon werken aan die rol. Misschien heeft het ermee te maken dat je ouder bent geworden.'

Smits: 'En we hebben dat toen allemaal al zo doorgepraat dat het nu heel wat makkelijker is gegaan.'

HAN Römer zou Zwart weer spelen, maar Römer's vrouw werd ernstig ziek. Ze is een paar weken geleden gestorven. Elja Pelgrom was een 'Baalster' van het eerste uur. Zijden draad, een van de vijf woordloze liederen die Maurice Horsthuis voor Rijgdraad componeerde, is aan haar opgedragen. Horsthuis, ex-partner van Elja, bedacht de muziek tijdens een fietstocht met zijn zoon - Elja's zoon. Ze hadden net gehoord hoe ziek ze was.

Leonie Polak, ook bij Baal al kostuumontwerpster: 'Han is inmiddels een keer wezen kijken bij een doorloop. Iedereen speelde vechtend tegen de tranen. Zoals je bij elke begrafenis kunt huilen omdat je ook altijd weer je eigen doden begraaft, zo is het ook een beetje met dit stuk. Het leek net alsof het over Elja ging.'

Leonie Polak heeft niet alleen de acteurs in het pak gestoken, het programmaboekje, met een stamboom en een fotoalbum (Huwelijk van Nico en Dory met Duifje en Zwart, 1963; Lea, net afgestudeerd, 1967) was ook haar idee. 'Ik merkte bij de eerste lezing dat de nieuwkomers het moeilijk vonden om de personages uit elkaar te houden: wie is wie ook al weer? Zoals het gaat als je in een nieuwe schoonfamilie terechtkomt. Ik heb een paar weken met een camera rondgelopen, rekken kleding bij de hand, en voor het fotoalbum zwart-wit-fotootjes gemaakt hier op het terrein. Ik ging daar zo in op dat Leonard op een gegeven moment ongerust werd: ja jezus, maar hoe zit nou met de pakken?'

Iedereen staat in gedekte kleuren op het toneel, behalve Ada, Lea's moeder, Kitty Courbois. Een knalrode jurk heeft Polak haar gegeven. 'Ik vind haar het nobelst. Transcendent is misschien wel een mooi woord. Zoals Ada met die relatie tussen Simon en Dory omgaat, dat is bijna bovenmenselijk. Met een wonderlijke intuïtie kan zij de dingen een waarde geven, waarbij ze overigens als moeder en als vrouw weer tekortschiet.'

Ada draagt rood en als ze dood is ook een hoed. 'Kitty zei: weet jij nog dat Ada eigenlijk hoedenontwerpster was? Maar dat was ik helemaal vergeten. Kun je nagaan, dat zit dan blijkbaar toch nog in je achterhoofd. Alsof het echt waar is allemaal. En Judith zei, toen Kitty de eerste keer met die hoed opkwam: het is precies mijn tante zus-en-zo.'

Peter Oosthoek viel in voor Han Römer. Hij heeft geen Baal-verleden, wel een Leedvermaak-verleden. In de film (1989) van Frans Weisz naar het toneelstuk speelde hij Simon, echtgenoot van Ada, vader van Lea. 'Dat is een voordeel, omdat ik op al op de hoogte was van alle ins en outs van de familie. Maar in het begin raakte ik in de war. Als het woord Simon viel, stond ik al op. Dan dacht ik: o nee, ik ben Rijk de Gooijer - die Zwart speelde in de film. Terwijl geen twee acteurs zo verschillend zijn als Rijk de Gooijer en ik.'

Afgezien van de binnenkomst, die door de verdrietige omstandigheden niet eenvoudig was, heeft hij ook met een 'cordiale' achterstand geworsteld. Met desinteresse of onbetrokkenheid heeft dat niets te maken, benadrukt hij. Oosthoek heeft niet mee geïmproviseerd en hij heeft geen invloed gehad op de totstandkoming van Rijgdraad. Vandaar dat hij zegt: 'Ik heb ingebroken in een huis dat me vreemder voorkwam dan ik verwachtte. Dus ik heb de buit naar mijn gevoel ook nog niet royaal kunnen pakken. Maar ik logeer hier nu al heel prettig.'

Aan de vooravond van de première van Rijgdraad noemt regisseur Leonard Frank de erfenis van Leedvermaak 'ellendig'. Héél mooi èn ellendig. 'Dat is de keerzijde van het succes: het wordt je zo nagedragen dat je in gevecht moet met dat succes. Het is natuurlijk een schijngevecht, en helemaal niet leuk, inspirerend of creatief. Daarom ben ik achteraf ook zo blij dat we heel radicaal zijn geweest in de vormprincipes. Er mocht van onszelf op geen enkele manier aan Leedvermaak worden gerefereerd in de vorm. Dat scheelt wel, maar het blijft moeilijk.'

Maar ook inhoudelijk is een gevecht met Leedvermaak, schijn of niet, per se onzinnig en oneerlijk. Zo nieuw, verrassend en vers als het thema destijds was, zo bekend is het nu. Rijgdraad moet het hebben van de nuance, de reflectie - en de hilariteit.

Leonard Frank: 'Niets is moeilijker dan chroniqueur zijn van je eigen tijd. Ik ken maar weinig mensen die het moderne levensgevoel vorm weten te geven in de taal, zonder meteen vervelend realistisch, psychologisch en naturalistisch te worden. Judith kan dat wel, zoals Botho Strauss, Peter Handke en Thomas Bernhard het ook konden.

'Maandagnacht, na de eerste try-out, bedacht ik dat Judith eigenlijk het vervolg schrijft op Kroniek van de jodenvervolging van haar vader, Abel Herzberg. Zij schrijft een kroniek van ná de jodenvervolging. Dat vind ik een mooie gedachte.'

Theater van het Oosten en Toneelgroep Amsterdam: Rijgdraad. Transformatorhuis (Westergasfabriek), Amsterdam, tot en met 18 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden