Alsof een koe vanaf het balkon op de wc had gericht

Pistrein

 

Na een feestje in Amsterdam nam ik de laatste trein terug naar Groningen, eerste klas - je wilde wel een zitplaats. Ik had een boek meegenomen, waarin ik net begon te lezen toen er drie NS'ers binnenkwamen, die mijn stiltecoupé een mooie plek vonden om eens even anderhalf uur tegen elkaar aan te gaan zitten leuteren.

Het was irritant. Het lezen viel me toch al zwaar, de letters dansten dronken voor mijn ogen, ook als ik er ééntje bedekte met een hand. 'Zo kan ik niet lezen', zei ik. 'Weten jullie wel hoeveel ik heb gedronken?' Een NS'er stond op en draaide zich langzaam naar me om. 'Het is hier allemaal bier. Wil jij dat wel even opruimen?'

Ik keek opzij. Mijn blikje was omgevallen, het tafeltje een bierbad geworden. Steeds ging er een scheut over de rand, een stroompje ging door de hele coupé. 'Ik ben volwassen', zei ik. 'Ik heb mijn feestbroek aan. Denk je dat ik hier een beetje op mijn knieën de vloer ga deppen?' 'Ja', zei hij. 'Doe dat maar. Haal maar even wat wc-papier.'

De trein was veel voller dan ik had gedacht; overal hapten opeengepakte reizigers naar adem. Altijd te weinig en te kleine treinen, nooit kwam je op de bestemming aan. En dan durfden ze nog om vervoersbewijzen te vragen ook - ach, zelfs op een reddingssloep zouden ze dat wel blijven doen.

De eerste twee wc's waren buiten gebruik. Ook dat is vaste prik. Als er al een wc is. Voor de NS is waardigheid een broek die je zelf mag vullen. De deur van de derde wc stond wel open, maar wat ik zag was een voorstelling van pis, een pisvoorstelling. Alsof een koe vanaf het balkon op de wc had gericht.

Oog in oog met deze voorstelling ontplofte de ergernis van jaren. Ik beende terug naar de stiltecoupé en begon tegen mijn NS'ers te schelden zoals ik in het openbaar niet eerder had gedaan. Ze zeiden niets terug, maar kropen in hun schulp, wat het doortrapte was, want nu werd ik wel gedwongen er nog wat bovenop te doen.

Uiteindelijk viel ik stil en ging zitten, hijgend, moe en ook een beetje eenzaam. De woede zakte, spijt nam de vrijgekomen ruimte in. Ik was agressief geweest. Ik, de borrelpacifist, en niet een beetje ook. Voor hen was dat niet mooi, zoveel last als ze toch al hadden van agressiviteit. Maar voor mij ook niet. Deze kreeg ik terug, ik wist het zeker. Ze belden de politie of sloegen me vlak voor hun vertrek zorgvuldig in elkaar.

De trein stopte in Zwolle. Zonder een woord stapten mijn NS'ers uit. Ik haalde opgelucht adem. Hier was ik goed vanaf gekomen, te goed. Ik pakte mijn boek en had daarin tot Groningen gelezen als een NS'er niet had omgeroepen dat deze trein zou blijven staan. Hoe het verder ging, wisten ze niet, maar we moesten er allemaal uit. Ik sloeg mijn boek dicht. De NS had gewonnen. De NS won altijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.