Alsnog identificatie doden watersnoodramp

Deskundigen van de politie en het NFI gaan 60 jaar na dato een ultieme poging ondernemen om de identiteit te achterhalen van 32 mensen die omkwamen tijdens de watersnoodramp in 1953. Burgemeester Gerard Rabelink van Schouwen-Duiveland heeft toestemming gegeven de 32 stoffelijke overschotten op te graven, zodat de onderzoekers DNA kunnen afnemen.

Archieffoto uit 1953. Beeld ANP
Archieffoto uit 1953.Beeld ANP

Dat heeft Rabelink dinsdagochtend bekendgemaakt. Een burgemeester is degene die toestemming moet verlenen aan bijvoorbeeld de politie voor het opgraven van stoffelijke overschotten.

Op Schouwen-Duiveland liggen 32 onbekende mensen begraven, van wie zeker is dat ze tijdens de watersnoodramp omkwamen. Iedereen van wie een familielid na de watersnoodramp vermist raakte, kan zijn of haar DNA afstaan. Het materiaal van beide afnames wordt bij het Nederlands Forensisch Instituut door de zogenoemde DNA-databank voor vermiste personen gehaald. Deskundigen kunnen het DNA-materiaal zo vergelijken op overeenkomsten. Een woordvoerster van het NFI benadrukt dat het DNA uitsluitend voor identificatie wordt gebruikt.

Deskundigen
De 32 onbekende doden van de watersnoodramp liggen begraven op verschillende begraafplaatsen op Schouwen-Duivenland. Deze maand vinden daarom opgravingen plaats in dorpen als Serooskerke, Ouwerkerk en Nieuwerkerk. Om dat zo voorzichtig mogelijk en respectvol te doen, zijn daarbij de nodige deskundigen aanwezig, vertelt Irma Schijf, teamleider van het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de politie. 'Een forensisch archeoloog is bij de opgravingen aanwezig om er zeker van te zijn dat stoffelijke overschotten op de juiste manier worden opgegraven. Door mogelijke verschuivingen van graven en kisten die inmiddels vergaan zijn, willen we daarvan wel zeker zijn.'

Het onderzoek op de begraafplaatsen vindt plaats in een witte tent. De onderzoekers stellen daarbij een stukje dijbeenbot en kiezen veilig. Bij het NFI wordt er DNA uitgehaald en een DNA-profiel opgesteld dat tot een match moet leiden. 'We hopen voor ieder slachtoffer 2 of 3 familieleden uit de eerste lijn te vinden. Dat geeft de grootste kans op succes', zegt Schijf.

Het duurt waarschijnlijk nog maanden voordat de eerste resultaten bekend zijn.

Watersnoodramp eiste ruim 1800 levens
De watersnoodramp voltrekt zich in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Wegens springtij in combinatie met een zeer zware noordwesterstorm houden de dijken in Zeeland het niet en komen grote delen van Zuidwest-Nederland (bijna 200.000 hectare grond) onder water te staan.

In totaal 1835 mensen verdrinken. In het dorpje Oude-Tonge (Zuid-Holland) vallen de meeste slachtoffers: 305 mensen komen om het leven. Op het eiland Schouwen-Duiveland vallen 532 slachtoffers. Na de ramp bleken 165 mensen vermist, zo weet Jaap Schoof, oud-directeur van het Watersnoodmuseum.

Naar aanleiding van die ramp werd een Deltacommissie aangesteld om de dijken in Nederland te verstevigen. De originele Deltawerken liggen in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Ze waren in 1997 voltooid. De ramp wordt nog ieder jaar herdacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden