Als zelfs rechtse partijen rechtser worden, wat zegt dat dan over Nederland?

In de Tweede Kamer heeft het rechtse blok 113 zetels

Na woensdag bezet het als rechts aangemerkte blok in de Tweede Kamer 113 zetels. Meer dan ooit tevoren. De rechtse partijen zijn ook nog opgeschoven richting PVV. Wat zegt dat over Nederland?, vraagt Sander van Walsum zich af.

De altijd goedlachse Mark Rutte en Geert Wilders, de topstukken van het rechtse blok Foto reuters

Nederland is woensdag aanzienlijk verrechtst, uitgaande van de verkiezingsuitslag en de gangbare definitie van 'links' en 'rechts'. Ga maar na: het als rechts aangemerkte blok in de Tweede Kamer bezet nu 113 zetels, tegen 37 zetels voor links - een historisch dieptepunt. En de verschuiving heeft zich in een rap tempo voltrokken. Bij de verkiezingen van 2012 vielen nog 71 zetels toe aan links. In 1998 zelfs 75 - de helft van het totale aantal. Daar komt bij dat, met name, VVD en CDA programmatisch in de richting van de PVV zijn opgeschoven. De rechtse partijen bezetten dus niet alleen meer Kamerzetels, ze zijn zelf ook rechtser geworden. Kortom: meer dan ooit tevoren is Nederland een rechts land.

Met de eenvoud van deze redenering gaat historicus Jan Bank echter niet mee. 'Omstreeks 1900 markeerden links en rechts in het parlement het onderscheid tussen ongelovig en gelovig, na 1945 tussen conservatief en hervormingsgezind, vooral in sociaal opzicht. Op dit moment lijkt het een onderscheid te markeren tussen internationaal gericht en nationaal gericht. Zo beschouwd, heeft links wel degelijk enige reden tot juichen. Dat klonk ook door in de reacties uit Europa op de verkiezingsuitslag: die werd gezien als een keuze voor Europa en een internationale oriëntatie en niet als een uiting van conservatisme.'

'Begrippen als links en rechts, progressief en conservatief worden steeds ingewikkelder in het gebruik', zegt ook Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Net als David Brooks, commentator van The New York Times, ziet hij - ter markering van de sentimenten in de samenleving - eerder een X-as en een Y-as voor zich: de ene drukt uit in welke mate mensen er een gesloten (nationaal) of een open (meer kosmopolitisch) wereldbeeld op nahouden. Op de andere as zie je de mate waarin het deelbelang dan wel het collectieve belang domineert. 'Op het veld tussen die assen heerst weinig samenhang. De ene partij legt sterk de nadruk op het collectief belang en heeft een sterke focus op Nederland. Bij andere partijen staan het deelbelang en het internationalisme voorop.'

De tijd van de geclusterde opinies, waarin duurzaamheid en onderwijs werden geacht linkse thema's te zijn en rechts het monopolie had op defensie en 'normen en waarden', ligt ver achter ons. De brede volkspartijen van weleer, die een samenhangend geheel aan opvattingen vertolkten en die verschillende lagen van de bevolking aan zich wisten te binden, worden in toenemende mate overvleugeld door partijen met een meer begrensd programma en een minder diverse achterban.

Die ontwikkeling is al lang gaande, meent Bank. Eerst ging ze ten koste van de christen-democraten, nu van de PvdA. 'De zege van Diederik Samsom bij de verkiezingen van 2012 was nog een uitzondering op de regel. Alleen de VVD heeft zich tot nu nog enigermate aan de teloorgang van de brede volkspartijen kunnen onttrekken.'

Populisme

Voor Kim Putters laat de verkiezingsuitslag vooral zien dat het land gematigd is gebleven, al is de aangekondigde dood van het rechts-populisme volgens hem hoogst voorbarig. 'Het populisme stopt heus niet in één keer. De reële zorgen van PVV-stemmers zijn echt niet weggenomen.' Volgens Bank is Nederland niet zozeer rechtser maar nationalistischer geworden. En dat nationalisme onderscheidt zich van het 19de-eeuwse nationalisme. 'Dat was vaak een strijd om de eigen natie binnen de Europese keizerrijken. Het huidig nationalisme is meer naar binnen gericht. Het geeft uitdrukking aan de behoefte aan nationale huisregels.' Maar conservatief is niet meteen de kenschets van het huidige Nederland die zich aan hem opdringt.

Bovendien zullen maar weinig mensen in Nederland - om over politici nog maar te zwijgen - zichzelf onomwonden als conservatief afficheren. Dat hangt misschien samen met het feit dat conservatisme geen nauw omschreven begrip is. Het conservatisme kent geen Bijbel, laat staan Das Kapital, schreef de Amerikaanse conservatieve denker Russell Kirk. Het is geen religie, laat staan een ideologie. Conservatisme vloekt bovendien met het zelfbeeld van veel Nederlanders. Zij veranderen graag met grote regelmaat het interieur van hun doorzonwoning - zoals lokale overheden graag de infrastructuur op gezette tijden een eigentijds aanzien geven.

Partijleiders Mark Rutte (VVD), Sybrand Buma (CDA) en Geert Wilders (PVV) Foto anp

Nederlanders zijn bij uitstek trendgevoelig. Hun levens zijn in hoge mate gedigitaliseerd. Retailbedrijven proberen graag hier hun nieuwe producten uit. Als Heinrich Heine al gezegd zou hebben dat in Nederland 'alles vijftig jaar later gebeurt', is daar nu in elk geval geen sprake meer van. Conservatisme wekt associaties met een zekere bekrompenheid en met de jaren vijftig - hoewel de sociaal-democratie in Nederland toen haar hoogtij beleefde.

Het land dat zich niet conservatief wenst te noemen, is het echter wel. Niet pas sinds woensdag, maar al vele decennia. Zelfs in 1977, toen de PvdA bij de Kamerverkiezingen 53 zetels verwierf maar het linkse blok bleef steken op 67 (van de 150) zetels. In 1998 mocht links zich in de gunst van het electoraat verheugen nadat Wim Kok de 'ideologische veren' van de PvdA had afgeschud. Links was dus niet links meer. Nog afgezien van het feit dat D66, dat tot het linkse blok werd (en wordt) gerekend, in sociaaleconomisch opzicht tegen de VVD aanschurkt.

Het links-rechts idioom draagt dus aanzienlijk bij aan de verwarring waardoor het electoraat is bevangen. Het kan dus beter worden geschrapt of opnieuw worden gedefinieerd.

Aanvullingen en verbeteringen

In het artikel 'Is Nederland een rechtser land geworden?' (Ten eerste, pag. 4, 18 maart) is bij de berekening van het aantal Kamerzetels voor links een te enge definitie gehanteerd (bij elkaar 37 zetels). Uitgaande van de indeling van Parlement & Politiek, waarop het stuk verder is gebaseerd, bezetten links en rechts respectievelijk 64 en 86 zetels.