Als ze zich maar kunnen uitleven

Lekker struinen of sporten na school? De gespecialiseerde buitenschoolse opvang is het ei van Columbus. Ideaal voor kleine Tarzans of danseressen....

Het lijkt wel een bierfiets, dit gele gevaarte met zestien zadels, maar de schuimende pullen ontbreken. De fietsers hebben nog niet de leeftijd voor bier. Zij, kinderen van Nijmeegse basisscholen, zijn met hun buitenschoolse opvang (BSO) Struin op weg naar een bos. Daar zullen ze, deze prachtige herfstmiddag lang, bomen klimmen, beukennootjes en kastanjes zoeken en heuvels afroetsjen. En lekker struinen natuurlijk.

‘Ik ben een paard!’, roept Bo (5). Ze heeft een gevorkte tak gevonden die precies om haar middel past. Floor (6) en Sophie (6) klimmen meteen op de paardenrug. Jiri (8), Sam (9) en Pim (9) weten de plek waar ze de vorige keer een hut bouwden. In een paar seconden zit een grote klimboom vol met kinderen. Camiel (6), klein en smal, drentelt rond. ‘Ga je mee beukennootjes zoeken?’, vraagt hij.

Het ei van Columbus: gespecialiseerde naschoolse opvang, waar kinderen zich uitleven in hun favoriete vrijetijdsbesteding. Leuk en handig, voor werkende ouders en drukbezette kinderen; het scheelt een hoop heen- en-weer gedraaf naar clubjes.

Tweeënhalf jaar geleden realiseerde Matthijs de Gruijter een plan waarmee hij een tijdje rondliep: buitenschoolse opvang in de vrije natuur. In Duitsland en Zweden bestond deze vorm van opvang al langer, maar in Nederland heeft Struin de primeur. Hij begon met een klein groepje kinderen. Al snel bleek de belangstelling groot. Met zijn vrouw Frauke verzorgt De Gruijter, natuurpedagogisch werker, bijgestaan door zes pedagogisch medewerkers en wisselende stagiaires, nu opvang op vijf middagen. De meeste kinderen komen een of twee middagen per week. Ze spelen op het Struinlandje, bij de Waal, of op een andere locatie. Onlangs werd in Lent een nieuwe vestiging geopend.

Het belangrijkste is dat de kinderen zich kunnen uitleven. ‘Intussen’, zegt De Gruijter, ‘leren ze veel. Over bomen, planten en dieren. Ze ontwikkelen zich motorisch doordat ze zich op verschillende manieren bewegen, bij het fietsen, klimmen en spelen. Ze leren samenwerken en rekening houden met anderen. En ze wennen aan gezond eten, want bij Struin wordt gezond gesnackt: biologische groenten en fruit, thee en honingkoek.’

De stadse ouder houdt haar hart vast: behendig zwiepen de kinderen van tak naar tak als kleine Tarzans. Met doodsverachting storten ze zich op planken van een steile, zanderige heuvel. Takken worden met een dunschiller omgetoverd tot speer; boven een vuurtje van een gasbrander worden tamme kastanjes gepoft. ‘Nee, dat gaat allemaal goed’, glimlacht De Gruijter. Bij BSO’s waar hij eerder werkte, moest hij vaker met een kind naar het ziekenhuis. ‘Ze leren hun mogelijkheden kennen en risico’s inschatten. Wel moeten ze zich aan regels houden. Kinderen die niet luisteren, of weglopen, zijn ongeschikt voor Struin. Kinderen met ADHD knappen bij ons juist enorm op. ’

De kleuters tot zes jaar zijn de ‘eendjes’, de 6- tot 9-jarigen de ‘wolven’ en de oudste kinderen de ‘otters’. Otters kunnen veel vrijheid aan. ‘Sommige kinderen’, legt otter Pim uit, ‘worden nooit een otter.’ Pim en zijn vrienden hebben nog andere hobby’s: rondrennend roepen ze iets over Terminator en Superman. ‘Het is goed dat ik bij Struin zit’, zegt Pim ‘anders zat ik altijd achter de computer.’

De begeleiding is intensief: op elke acht kinderen één groepleider. Het is moeilijk, zegt De Gruijter, om geschikte en enthousiaste mensen te vinden, die met kinderen willen werken én veel weten van de natuur. Het grootste probleem voor Struin is de regelgeving. Op het landje van Struin doen twee bouwketen dienst als schuilgelegenheid voor noodweer, en je kunt er naar de wc. Deze keten staan er dankzij de inzet van de gemeente Nijmegen, met een tijdelijke vergunning. Struin wil graag een groot stuk grond verkrijgen, met een kleine schuilgelegenheid – helaas zijn de bouwkavels aan de stadsrand erg duur. Intussen maakt Struin school: in verschillende steden zijn er nu BSO’s in de natuur.

Of naschoolse sportopvang, ook al zo’n topidee. Je wordt na school met een busje naar een buitenschoolse opvang gebracht, op het terrein waar je toch al een paar middagen per week voetbal-, hockey-, of tennistraining hebt, zoals bij de Utrechtse Sportvereniging Kampong

Na drieën stommelen de kinderen de verschillende clubhuizen op het terrein binnen. Aan grote tafels krijgen ze iets te eten en te drinken. Niet de Wieckse Witte die hier volgens een bordje voor 2 euro besteld kan worden, maar crackers en sap. Twee meisjes hangen met hun bordjes routineus aan de toog. Een groepje jongens propt snel wat eten naar binnen; ze willen voetballen. Dat het buiten motregent, geeft niks.

Een andere mogelijkheid: je zit niet op een sportclub, maar je vindt het leuk buiten te zijn en kennis te maken met verschillende sporten. Bij de Blauwe Kameleon, een vestiging van kinderopvangaanbieder Skon, kan het. Toen ze zeven jaar geleden begonnen, waren ze de enige sportopvang in Nederland, nu hebben in veel gemeenten sportclubs en BSO’s elkaar gevonden. Het is voor veel kinderen ideaal, zegt manager Marieke Hendriks, orthopedagoge: ‘Strak georganiseerd en veilig, maar met veel vrijheid. Bij de kleinere kinderen is er altijd begeleiding; de groten mogen meer hun gang gaan. Sporten hoeft niet, maar we motiveren het wel.’

Het sportpark biedt fantastische voorzieningen. De velden liggen er uitnodigend bij, met hun vers getrokken witte lijnen. Er zijn hockeyvelden, voetbalvelden, tennisbanen en een atletiekbaan. Zouden hier geen kinderen komen, dan bleven al die vierkante meters buitenruimte doordeweeks grotendeels ongebruikt, en de clubhuizen eveneens. Vier squashbanen binnen zijn ideaal voor groepsspel als het rotweer is; je kunt het er ook donker maken, de discolichten aanzetten en lekker dansen.

Sinds vorig jaar zijn ook middelbare scholieren welkom op de opvang, de ‘School’s out Kampong’. In een gerieflijke ruimte bovenin het cricketclubhuis krijgen ze professionele huiswerkgeleiding. Na het werk kunnen ze chillen. Of sporten natuurlijk. Daan Groot Zwaaftink, studiecoach en adjunct-manager, maakt een planning met de jongeren, onder wie enkele topsporters. ‘Ik leer ze vooral plannen’, zegt hij. ‘Vaak kunnen ze hun drukke programma niet bolwerken. Als je met twee proefwerken in je hoofd zit, gaat de training niet goed.’ Groot Zwaaftink (26) is niet zomaar een begeleider. Hij is spits en aanvoerder van het eerste voetbalelftal van Kampong. In zijn vrije tijd is hij trainer van de jeugdselectie. Als topscorer is hij een echte vedette.

Sinds Gijs Wessels (14) naar School’s out Kampong gaat, heeft hij elk weekend vrij. ‘Mijn huiswerk is op vrijdagmiddag af. Ideaal.’ Vorig schooljaar ging het in de toetsweek maar nét. De oplossing bleek dichtbij: huiswerkbegeleiding op het terrein van zijn hockeyclub, waar hij toch al een paar keer per week te vinden is, als speler van de B3 en trainer van een kinderteam.

Helaas zijn de kosten van School’s out Kampong, 115 euro per maand voor een middag per week, voor ouders (nog) niet aftrekbaar, zoals bij opvang van basisschoolkinderen. Misschien komt het er ooit van: ook voor kinderen die niet op hoog niveau sporten is puberopvang een uitkomst. ‘Thuis komt er van huiswerk maken vaak weinig terecht’, zegt Groot Zwaaftink. ‘De tv en de computer zijn verleidelijk. Maar dit is geen doodstil huiswerkinstituut waar je in een hokje zit te stampen. Na het werk ga ik lekker ballen met de jongens. Of we kletsen wat. Je bent ook vertrouwenspersoon; pubers vertellen hun ouders niet alles.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden