Als ze niet van ons belastinggeld betaald werden zou het heel grappig zijn

Plasterk over de resultaten uit 2013: 'We zijn op koers. De norm wordt niet overschreden door het overgrote deel van de ruim 5.100 instellingen in deze rapportage.' Beeld anp

Het is bijna om te lachen, de trucs die topbestuurders uithalen om meer te verdienen dan het voor hen wettelijk toegestane inkomen. Mag hun (semi)publieke werkgever geen salaris van vier ton betalen? Dan werken ze ineens bij een overkoepelend bedrijf dat niet onder de wet valt. Gelden de regels voor dienstverbanden van minstens een half jaar? Dan krijgen ze de klus af in precies een half jaar min één dag. Allerlei 'toppers' voeren zichzelf op als uniek talent of maken gebruik van een van de andere uitzonderingen in de wet. Het zou allemaal heel grappig zijn, als ze niet van ons belastinggeld betaald werden.

In 2013 trad de Wet normering topinkomens in werking: een maximumsalaris voor topfunctionarissen in de (semi)publieke sector. In stappen is dat maximum afgebouwd tot een ministerssalaris: 178 duizend euro per jaar, geen heel karige beloning. Eind vorig jaar verscheen de rapportage over 2013, het eerste jaar dat de wet gold. Nieuwere cijfers laten nog even op zich wachten (waarschijnlijk wordt de rapportage gemaakt door een ambtenaar die zelf flink onder de norm zit). Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken klinkt in zijn voorwoord optimistisch over de resultaten uit 2013: 'We zijn op koers. De norm wordt niet overschreden door het overgrote deel van de ruim 5.100 instellingen in deze rapportage.'

Toch zat dat jaar zo'n 5 procent van de topbestuurders boven het maximum dat toen nog op een vrij royale 228.599 euro lag. De meerderheid van hen zat in een overgangsregeling en was dus niet in overtreding. Maar fraai is het niet. Het gaat om kleine aantallen mensen en grote bedragen: 242 bestuurders die samen bijna 10 miljoen te veel kregen. Daarnaast noemt de jaarrapportage ook nog bovenmaatse salarissen voor toezichthouders, extern ingehuurden en niet-topfunctionarissen plus een hele reeks te royale ontslagvergoedingen. Alles bij elkaar kostte dat ruim 70 miljoen euro. Met dat geld hadden we ook heel wat bejaarden kunnen wassen (of wat u ook vindt dat de overheid meer zou moeten doen).

Bovendien is dat bedrag waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg, want de handige jongens (m/v) zorgen dus dat ze door de mazen van de wet glippen. Er lijkt weinig aan te doen. Als de overheid met nieuwe regels komt, verzinnen de bestuurders vast weer een manier om ze te omzeilen. Als je een paar ton per jaar verdient, kun je makkelijk iemand inhuren die met slinkse trucs nog meer geld binnenharkt.

Er is maar één schrale troost voor de arme belastingbetaler die alleen maar kan dromen van een salaris van ruim anderhalve ton: al dat geld maakt die grootverdieners niet gelukkiger. Een hele reeks studies laat zien dat meer inkomen maar tot een zekere hoogte bijdraagt aan levensvreugde. Bij gezinnen met weinig geld zorgt elke 100 euro voor een beter leven. Maar op een gegeven moment is aan alle behoeften voldaan en maakt méér geld niet gelukkiger. Daniël Kahneman schatte een paar jaar geleden dat dit punt bereikt wordt bij een inkomen van zo'n 70 duizend euro per jaar. Iemand die een ton verdient, is net zo gelukkig als iemand die twee of drie ton verdient. Dus eigenlijk zijn al die topbestuurders die zich in allerlei bochten wringen om zo veel mogelijk te verdienen geen toppers, maar sukkels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.