'Als ze je kunnen naaien, zullen ze het niet nalaten'

Provoceren, intimideren, vertragen: de Argentijnen doen alles op het veld, tot de scheidsrechter fluit. Wat kan Oranje daarvan leren?

AMSTERDAM - Was hij er toch ingetuind. Arthur Numan ziet zichzelf nog voor de tv zitten in het spelershotel van Oranje, kijkend naar Argentinië- Engeland. Het waren de achtste finales van het WK 1998 en Diego Simeone stortte ter aarde.


David Beckham had, liggend op de grond, één been een tikje omhoog gedaan. Rode kaart voor de Engelsman. 'Simeone ging neer alsof hij een schot hagel in zijn sodemieter had gekregen', herinnert Numan zich. Wat hij óók wist: dát zou hem niet overkomen tijdens de kwartfinales.


Toch ging Numan er op 4 juli 1998 met rood af, na gele kaarten voor overtredingen op Ariel Ortega en, juist, Simeone. 'Ze gingen heel gretig neer, Ortega raakte ik niet eens. Als het om die wedstrijd gaat, herinnert iedereen zich altijd dat doelpunt van Dennis Bergkamp en de rode kaart van mij. Daar ben ik lekker mee.' Nee, hij is destijds niet naïef geweest, zegt Numan zestien jaar later. 'Wat het is met die Argentijnen: als ze je kunnen naaien, zullen ze het niet nalaten. En Ortega en Simeone waren meesterduikelaars.'


Het hoort bij hun voetbalcultuur, haast Numan er achteraan te zeggen. Want hoezeer Nederlandse voetballers zich ook kunnen ergeren aan de duikelpartijen van de Zuid-Amerikanen, alsmede hun neiging te provoceren en intimideren: er is ook respect voor al dat toneelspel.


Haast liefdevol vertelt Willy van de Kerkhof over de keren dat hij 'aan de haartjes werd getrokken' tijdens de WK-finale van 1978 tegen Argentinië. Niet dat hij dat plezierig vond. 'Maar ik wilde dat nu even uitlichten, omdat het zo enorm past bij de Zuid-Amerikaanse voetbalcultuur. Je tegenstander voor het oog van iedereen een aai over de bol geven en dan, als er even niemand kijkt, iets heel geniepigs doen.'


De voormalige middenvelder van PSV was basisspeler tijdens de WK-finale van 25 juni 1978, in Buenos Aires. Hij leerde toen inzien dat intimideren een kunst is die je als tegenstander moet leren te begrijpen. Niet happen, maar kalm blijven.


'Argentijnen doen alles, totdat de scheidsrechter fluit. Alles is geoorloofd, dat zag je zaterdag weer tegen de Belgen', zegt Van de Kerkhof. 'Een tikkie hier, een tikkie daar. Even vertragen bij een ingooi. Net even wat langzamer van het veld aflopen bij een wissel. Dat doen ze heel geraffineerd.'


Nederlandse voetballers zouden daarvan moeten leren in plaats van die andere mentaliteit te veroordelen, vindt hij. 'Ze proberen je uit je spel te halen, je te overrompelen. In 1978 begonnen ze daar al mee door voor de finale op dat manchet van mijn broer te wijzen. Daar kunnen wij wel moeilijk over doen, maar in hun cultuur heiligt het doel alle middelen. Al waren wij ook geen lieverdjes hoor.'


Ernie Brandts, komend seizoen hoofdcoach van het gepromoveerde FC Dordrecht, was er in 1978 ook bij. Hij incasseerde toen wat hij 'een aantal cakejes' noemt, én een fikse elleboogstoot van Leopolde Luque. 'Mijn toenmalige vrouw had de bloedvlekken er na tien wasbeurten nog niet uit.'


Zelf was hij 'zo stom' om met een elleboogstoot te reageren, zegt Brandts. 'Dat zuigen dat ze doen, daarvoor moet je je zien af te sluiten. Dat is hun overlevingsdrang, die continue provocaties.'


Hij wijst op de huidige sterspeler, Lionel Messi, die zich ook niet onbetuigd laat. 'Messi is normaal helemaal niet zo van het tackelen en treiteren. Maar nu wordt hij meegezogen in wat hij elke dag, iedere training om zich heen ziet. Daarmee is hij besmet geraakt.'


En hij wil de eeuwige discussie over de vraag wie de beste ooit is, hij of Diego Maradona, nu eindelijk in zijn voordeel beslissen. Zegt Brandts. 'Messi wil die wereldtitel, dus gaat hij ander gedrag vertonen. Als je vanuit de winnaar redeneert, is dat heel begrijpelijk. Hij weet: dit is het moment, nu moet het gebeuren.'


Brandts noemt het Argentinië van 2014 'een matig ploegje' dat leunt op Messi en Angel di María, de buitenspeler die er door een bovenbeenblessure niet bij is tegen Oranje. 'De elftallen van 1978 en 1986 die wereldkampioen werden, hadden veel meer klasse. Dit Argentinië heeft mij nog geen enkele keer kunnen overtuigen.'


Niettemin vulde Arthur Numan vóór het WK in dat Argentinië het toernooi zou winnen. Nu hoopt hij dat hij helemaal fout zit met zijn prognose. 'Wat wij gelukkig al wel van de Argentijnen hebben overgenomen, is de gedachte dat het resultaat heilig is. Dat hebben we dit WK wel kunnen zien.'


Herinnert de huidige Zuid-Amerikaanse grootmacht Numan nog aan het elftal van 1998? 'Ze zijn wat minder slinks. Maar ik vrees voor de eerste tien à vijftien minuten', zegt hij. 'Dan gaan ze proberen Arjen Robben uit de wedstrijd te schoppen. Hij is ongrijpbaar dit WK, dus die zullen ze snel willen elimineren. Laten we hopen dat hij die aanslagen kan ontwijken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden