Reizen Denemarken

Als ze dan toch naar Denemarken op fietsvakantie gaat, dan doet Djuna het gelijk ook goed

­Redacteur Djuna Kramer was nog nooit op fietsvakantie geweest. De eerste keer deed ze meteen niet kinderachtig: ze koos voor de fietsroute van het jaar in Denemarken en trapte 820 kilometer door.

Djuna Kramer op de fiets langs de koolzaadvelden. Beeld Djuna Kramer

Het is warm in het bos op het Deense Sønderjylland. Onder onze helmen staat het zweet op ons voorhoofd, terwijl we over de hobbelige zandweg fietsen. Het ruikt naar dennen en bloesem, links en rechts vliegen vogels weg voor de naderende banden. Nog één heuvel en dan glooit de weg omlaag, het bos uit. Daar verschijnt aan onze rechterhand de glinsterende Oostzee, die de komende tien dagen nooit ver weg zal zijn. 820 kilometer zullen we hem blijven volgen. Of dat veel is, 820 kilometer? Geen idee; ik ben nog nooit eerder op fietsvakantie geweest.

Het is niet zo dat ik nooit fiets. Als Amsterdammer verplaats ik me eigenlijk nooit anders. In ik ken de fijne kneepjes. Ik weet hoe je nét het groene licht haalt, hoe je zo snel mogelijk slalomt door gehaaste voetgangers op weg naar kantoor en hoe je een elleboog in de aanslag houdt om onoplettende toeristen terug naar de stoep te dirigeren. Fietsen met twee fietsen, met z’n drieën op één barrel, hele inboedels verhuizen op de bagagedrager: ik heb het allemaal gedaan. Maar voor mijn plezier fietsen? Dat niet.

Toch begon het idee van een fietsvakantie me aan te spreken. Mogelijk nadat ik Ilja Leonard Pfeijffers De ­filosofie van de heuvel had gelezen. Daarin beschrijft hij hoe hij samen met zijn vriendin op een goede dag zomaar op een oude stadsfiets stapt en vanuit Leiden naar Genua fietst. Totaal niet in vorm, gewoon in zijn overhemd, trotseert Pfeijffer die 2.600 kilometer. Zoals hij zijn reis beschrijft, zo leek het mij ook wel wat. Wekenlang geen enkele andere taak hebben dan dezelfde kant op fietsen. Ervaren hoe het landschap langzaam verandert, en intussen allerlei ‘de weg is het doel’-achtige inzichten krijgen. Af en toe afzien, maar daarvan dan van alles leren over jezelf en elkaar.

En dus haalde ik mijn vriend over de Deense Oostzeeroute te gaan fietsen, dit jaar bekroond tot Fietsroute van het Jaar. Twaalf eilanden, verbonden door bruggen en ponten. We waren het erover eens dat áls we het zouden doen, dan goed, en dus niets minder dan de volledige 820 kilometer. In tien dagen moest dat haalbaar zijn.

Het eiland Fyn. Beeld Bjørg Kiær
Eilandhoppen met de pond. Beeld Østdansk Turisme

Maar eerst waren er nog de voorbereidingen, en die bleken ingewikkelder dan Pfeijffer had doen vermoeden. Fietsen bleek een heel universum aan gadgets met zich mee te brengen. Broekjes met een dikke zeem erin en bretels, speciale shirts met ‘I love velo’ erop, sokken die je voeten op de juiste temperatuur houden: misschien hadden we dat allemaal toch wel nodig? Gesteld voor de keuze tussen een gewone en een elektrische fiets, leken een paar pk’s extra ons geen slecht idee, dus vooruit, een elektrische. ‘Gaan jullie ook matchende regenjassen kopen, nu jullie een echt ANWB-koppel worden?’, vroeg mijn zusje bij het horen van onze plannen. Op dat moment begon ik me af te vragen of dit nog wel zo’n epische reis werd.

Gelukkig betekenen zulke vragen tegen dag drie van de tocht weinig meer. Trappend langs de zuidkust van Fyn, door heuvelige bossen en langs uitgestrekte velden vol knalgeel koolzaad, heb ik andere dingen aan mijn hoofd. Wat zou dat voor roofvogel zijn? Wat zouden ze met dat landbouwwerktuig doen? En wanneer zouden die bootjes, waar in elke tuin aan lijkt te worden geklust, terug het water in mogen? Er zijn gigantische boerderijen om je over te verbazen, en Hans Christian Andersen-achtige huisjes met ‘Te koop’-bordjes ervoor, om bij weg te dromen over een nieuw leven op het platteland. De Oostzeeroute doet intussen zijn best om je zo veel mogelijk te laten zien. In plaats van de kortste weg door een dorp te nemen, slingert hij langs een haventje of mooi oud station. Hij leidt je niet over de autoweg, maar over een smal grindpaadje tussen de weilanden, een zandweggetje door een moerasgebied of een spiksplinternieuw fietspad door het bos. Soms zien we kilometerslang geen mensen, maar wel zwaluwen, staartmezen en fazanten, door de velden struinende poezen en herten die van schrik vergeten weg te rennen.

Straatje in Ærø Beeld Kim Wyon
Vakwerkhuizen op het eiland Ærø. Beeld Kim Wyon

En telkens opnieuw verschijnt, aangekondigd door een zilte geur en masten aan de horizon, de zee. We zien tieners gillend het water in rennen bij badplaats Marielyst, kitesurfers in de stromende regen de hoge golven bedwingen buiten Næstved. Toeristen nemen selfies op het stenen strand bij de imposante krijtrotsen van Møn. In de haven van Lundeborg zetten stoer uitziende twintigers hun bootjes in de lak, terwijl bij Skælskør vooral dure jachten dobberen. Op de kade van Nakskov op Lolland liggen windmolenwieken te wachten op transport, op de plek waar ooit een grote scheepswerf het hele eiland voorzag van werk.

Van al deze plekken had ik nooit iets ervaren als ik – zoals de vorige keer dat ik in Denemarken was – in Kopenhagen in een hippe bar was gaan zitten. Ik had nooit iets geleerd over de geschiedenis van het eiland Ærø, dat ooit een belangrijke haven had en waar de herinneringen aan die tijd gekoesterd worden. In het scheepvaartmuseum in Marstal zien we modellen van de enorme zeilschepen die hier vanaf de 18de eeuw gebouwd werden. Er zijn souvenirs van de verre reizen die de zeelieden van het eiland maakten: zilverwaren uit China, gewaden uit Brazilië, gigantische zwaardvistanden en opgezette reuzeschildpadden.

CO2-uitstoot

De reisredactie vermeldt in samenwerking met voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal de CO2-belasting van elke reis en het bedrag dat het compenseren hiervan kost bij twee aanbieders: Trees for All en Fair Climate Fund.

De autorit naar Padborg ­levert 200 kg CO2-uitstoot op, volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Dat is te compenseren voor circa € 4 via treesforall.nl of ­fairclimatefund.nl.

Meer informatie op klimaatwijsopvakantie.nl, milieucentraal.nl/vakantievervoer

Het coolere fietstoerisme. Beeld Østdansk Turisme

We overnachten in een van de kleurrijke huisjes die hier ooit door diezelfde zeemannen zijn gebouwd, nu Hotel Arnfeldt. Eigenaars Morten en Katrine Arnfeldt hadden een restaurant in Kopenhagen, maar ruilden de stress die dat opleverde twee jaar geleden in voor het ‘echte Ærø-gevoel’. ‘Ik kook alleen nog voor hotelgasten op aanvraag’, vertelt Morten, ‘en alleen met producten die op Ærø voorhanden zijn.’ En dus eten we coquilles van een van de laatste drie traditionele vissers van het eiland, venkel uit een biodynamische groentetuin verderop en zeewier van het strand. Morten experimenteert met oude methoden om groente onder de grond te conserveren, zodat hij ook in de winter voor zijn gasten zal kunnen koken.

Met liefde waren we langer gebleven om alle ambachtelijke producten te proeven die op Ærø en Fyn gemaakt worden –  whisky, bier, honing, jam, drop – of om naar bands te kijken op Heartland Festival bij het Middeleeuwse slot Egeskov. Maar we hebben onszelf nu eenmaal die 820 kilometer opgelegd. De berekening die ik thuis had gemaakt, waarbij 100 kilometer in vier uur zou moeten lukken op een elektrische fiets, lijkt nu lachwekkend. Had ik dan gedacht dat ik overal zomaar langs zou racen? In werkelijkheid is er veel meer tijd nodig. Tijd om smørrebrød te eten in café Den Gyldenen Krone in Middelfart, waar rokende stamgasten zachtjes gniffelen over onze fietsbroekjes. Tijd om de bruinvissen te spotten in natuurpark Lillebaelt. Om wijn te proeven in wijngaard Skaarupøre bij Svendborg en onze fietstassen er voller mee te laden dan verstandig is. Zodoende komen we haast elke dag ver na de Deense etenstijd (half zes) aan bij onze accommodatie, om daar uitgeput op bed te vallen.

Dat doen doorgewinterde fietsers Rachel en Terry Eglington uit London, die we spreken in een café in Faaborg, toch beter. Een relaxte 50 kilometer per dag leggen de vijftigers af, op mountainbikes zónder batterij en mét tent achterop. Vergeleken bij de routes in Oost-Europa die ze hebben gedaan is dit een lachertje, vertelt Rachel. ‘Het wegdek is hier veel beter en er staan zo veel bordjes dat je haast niet kunt verdwalen!’ Ze zijn zo veel stoerder dan wij, dat we ons haast schuldig voelen als we ze even later voorbijsprinten.

Dat gevoel wordt nog erger bij Nicky Blok (20) uit Rotterdam, die we passeren op de brug naar Bogø. Op zijn vijftig (!) jaar oude fiets is hij hierheen gekomen vanuit Stockholm. Hij heeft een grote legerrugzak bij zich en een gitaar op zijn rug, geen helm of fietsbroekje te bekennen. In zijn fietstassen – voor én achter – heeft hij alles bij zich om te overleven, tot een zak bloem aan toe ‘om op de camping brood mee te bakken.’

Nicky Blok uit Rotterdam. Beeld Djuna Kramer

Zo’n bikkel zal ik wel nooit worden, en toch is het niet niets. Tien dagen fietsen voel je overal: moeë benen, brandende kuiten en billen die dankbaar zijn dat ze een dikke zeem onder zich hebben. En naast fluitend rondfietsen tussen de bloemenvelden, zijn er ook dagen dat de regen in onze gezichten stroomt, dat we harde tegenwind hebben, dat de batterijen van de fietsen halverwege de dag leeg raken of helemaal niet opgeladen blijken te zijn. Waar je normaal gesproken over de weg zweeft op zo’n e-bike, voelt het als de batterij leeg is eerder alsof iemand hard aan je bagagedrager trekt. Maar stoppen is geen optie, dus zetten we door, om ’s avonds bij een biertje zo’n zes keer gelukzalig tegen elkaar te zeggen dat we het hebben gehaald. Daarna is het eat, sleep, cycle, repeat.

Als ik één ding geleerd heb, bedenk ik als we terug zijn bij beginpunt Padborg, is het dat ik het de volgende keer een stuk rustiger aan wil doen. Niet omdat de inspanning te veel is, maar omdat er fietsend zo veel te zien en te ontdekken is. Als daar een zweterige helm en een onflatteus broekje bijhoren, neem ik dat voor lief. En waarom zou het mij kunnen schelen hoeveel kilometer ik uiteindelijk heb afgelegd? De weg is het doel, nietwaar?

Smørrebrød med flæskesteg. Beeld Ditte Isager

Praktische ­informatie

Padborg is een met de trein te bereiken beginpunt voor de Oostzeeroute, met tickets vanaf € 39,90 (vanaf Amsterdam).

Meer info over de route is te vinden op visitdenmark.com

Fri bikeshop in Sønderborg, aan het begin van de route, verhuurt (e-)fietsen.

Op visitsonderjylland.com kun je fietstochten langs de route boeken, inclusief fiets, overnachting en bagagevervoer.

Op smalldanishhotels.com zijn leuke hotels te boeken.

 Voor campings: danishcampsites.com

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden