Column

Als Wilders weg was, kwam er een nieuwe

Column Martin Sommer

De grote middengroep is finaal gespleten, in hoger en lager opgeleiden.

Geert Wilders Foto ANP

In de serie waarom wordt er nooit geschreven over... deze week Geert Wilders. Het kan verkeren. Ik herinner me 2008, het moet in de tijd zijn geweest dat Wilders de film Fitna uitbracht. Te veel aandacht in de krant voor Wilders, was toen de klacht. Nu is er weer te weinig aandacht. Toentertijd moest Wilders worden genegeerd. Dan zou het wel over gaan, was de veronderstelling. Nu is het idee dat als we maar veel schrijven over brievenbuspissers, voorlichters met cokeproblemen, gedonder in de fractie en partijen-met-één-lid, dat de PVV-kiezers dan hun fout wel inzien.

Ik moet de Wildershaters teleurstellen. Het echte wonder is dat Wilders, ook na tien jaar malle incidenten en een mislukt gedoogexperiment, kennelijk nog steeds beschikt over zoveel politiek vernuft dat hij drommen aan zich weet te binden. Het gaat dus niet over. Als Wilders weg was, kwam er een nieuwe. Hij is zelf niet zo interessant, maar hij is wel een symptoom. Voor wie dat niet gelooft, is er nu Trump, of was er al Marine Le Pen, of de Ware Finnen enz. Eerlijk gezegd vind ik de toestand in Duitsland, waar ze géén Wilders hebben om woorden te geven aan boosheid over immigratie, zorgelijker dan hier. Dus we kunnen ons maar beter verdiepen in wat zijn aanhang beweegt.

Disruptieve politiek, noemde bestuurskundige Jouke de Vries het twee weken geleden. Politici als Wilders of Trump ontregelen de boel. De oude middenpartijen zijn nu al ruim tien jaar in de war. Het werkt niet meer zoals het voorheen werkte. Daarover stond onlangs een stuk in de Financial Times, van de econome Diane Coyle. Vroeger richtten de middenpartijen zich op de zogeheten mediane kiezer. Hij valt niet helemaal samen met de modale kiezer; die vertegenwoordigt de grootste groep. De mediaan heeft aan zijn linkerkant precies evenveel mensen als aan zijn rechterkant. De mediaan is een normaalverdeling; niet Jan Modaal maar Jan Normaal dus.

In het midden zaten de meeste kiezers; daar trokken de partijen dus naartoe aangezien ze hun radicalere achterban toch wel binnenboord hielden. Dit leidde tot de traditionele coalitiepolitiek, bij uitstek in Nederland met zijn verzuilde geschiedenis. Het huidige kabinet is typerend voor dat beginsel: je stemt op Rutte en je krijgt er Samsom bij. Het heeft goed gewerkt maar dat doet het niet meer, gezien de noodtoestand in de PvdA en de populariteit van Wilders. De mediaan is gebaseerd op een inkomensgroep. De leden van die groep vonden natuurlijk niet allemaal hetzelfde, maar het was mogelijk sociaal-economische compromissen te sluiten. Het ziet ernaar uit dat die grote middengroep finaal is gespleten. Jan Normaal vertegenwoordigt geen groep meer die er onderling wel uitkomt. Daarom weten de middenpartijen niet meer waar ze hun netten moeten uitgooien.

Ik vroeg Maurice de Hond of hij hier eens naar wilde kijken en hij mailde me dat Jan Normaal is gescheurd langs de lijn tussen hoger en lager opgeleiden. Ze verdienen dus ongeveer hetzelfde, maar hoogopgeleid kiest voor 15 procent PVV, terwijl dat bij lager opgeleid 35 procent is. Bij de laatste groep staat de SP op de tweede plaats, maar die partij komt niet verder dan 12 procent. De Partij van de Arbeid vist overigens bij beide groepen achter het net met 5 procent.

Waar is Jan Normaal gebleven, de middengroep die er wel uitkomt? Bestuurskundige Jouke de Vries schreef dat de PVV-aanhangers emotioneler kiezen. Dat lijkt mij nogal neerbuigend; ouderwets gezegd zouden lager opgeleiden last hebben van vals bewustzijn. Ik denk dat zij hun belang best zien, maar dat dat door een flink deel van de hoger opgeleiden wordt betwist; onderwerpen als Europa of mensenrechten waren in elk geval tot een paar jaar terug nauwelijks ter discussie. Ze werden high politics genoemd waar het volk zich niet mee moest bemoeien. De eerste kritiek kwam van Pim Fortuyn, die in zijn boekje Aan het volk van Nederland in 1992 (!) het verlies van soevereiniteit aan Europa aan de orde stelde.

Lager opgeleiden hangen aan de nationale staat op een manier die de elite een gruwel is. Maar traditie is niet per definitie reactionair. Juist de nationale staat bood veiligheid, sociale bescherming en zelfbestuur. Nu is er Europa, met vrij verkeer en mensenrechten. Intussen wordt in brede kring erkend dat de open markt leidde tot veel meer harmonisatie en centralisatie dan ooit gedacht.

En dat dat vrije verkeer en die mensenrechten vooral voor de lager opgeleiden minder mooi uitpakken; zij zijn de zzp'ers zonder contracten, zij moeten met outsiders concurreren om huisvesting, schaarse banen aan de onderkant en het vangnet van het sociale stelsel. De vluchtelingencrisis heeft deze tweedeling verder verscherpt. Hoogopgeleiden bekommeren zich om de mensenrechten. Laagopgeleiden zien op televisie hoe Europa de meest elementaire taak van de overheid, het bewaken van de grenzen, heeft verwaarloosd. Henk en Ingrid, steunpilaren van de samenleving, voelen zich in de steek gelaten, zei Wilders al in 2010.

Foto AFP

Ik ken mensen die zeggen dat zij van plan zijn op Wilders te stemmen. Maar zij geloven niet dat hij in staat is een fatsoenlijke regering te vormen. En eerlijk gezegd ben ik ervan overtuigd dat Wilders dat zelf ook dondersgoed weet. Hun stem is bedoeld als waarschuwing aan de gevestigde orde. Luister naar ons!

Een waarschuwing die een hoge prijs kan hebben, mocht hij met al die strapatsen en totaal gebrek aan kader alsnog aan de macht komen. Dat moeten we dus niet hebben. Ik denk dat de zogenaamde harde journalistieke aanpak daarbij minder helpt dan wat meer inlevingsvermogen in de sores van de Wilderskiezer.

Meer over