Column

Als wij ooit het huis verkopen, is het inclusief friteuse

Lang heb ik naar het geluk gezocht, in liefde, drugs, muziek en roem. Ik heb het echter gevonden in het afklopemmertje voor de dinges uit het espresso-apparaat. Voorheen sloeg ik de koffie uit de dinges in de vuilnisbak. Een vies karweitje, want bij het afslaan op de rand morste ik koffieprut op de vloer en vaak viel het houdertje uit het piston (oh ja, zo heet het) de vuilnisbak in, waarop ik met mijn blote handen (want met rubberen handschoenen voel je niks) in de etensresten moest wroeten om het terug te vinden. En dat dus allemaal 's ochtends vroeg vóór dat eerste kopje koffie. Nee, pappa was niet gezellig op die ochtenden.

Tot ik voor mijn verjaardag het afklopemmertje kreeg. Een gewaagd cadeau, want keukencadeaus zijn een groot risico. Ze zijn per definitie onnodig, want de dingen die nodig zijn in de keuken heb je al, dus meestal geef je een zogenaamd keukenlijk.

Keukenlijken zijn vaak enorm. In onze keuken torent de smoothiemaker als een kathedraal boven alle apparaten uit. De pastamachine en het rechaud (zo'n warmhoudplaatje met waxinelichtje dat je kent uit het Chin. Ind. rest.) vullen samen een hele la, een la die dus voor altijd dicht blijft, terwijl het toch behoorlijk vol is in de keuken. De friteuse bovenop de keukenkast weegt een ton en is vastgekoekt aan het hout, waardoor hij nooit meer ergens heen zal verhuizen. Als wij ooit het huis verkopen, is het inclusief friteuse. Ik denk dat ik veilig kan zeggen dat we een keukenkerkhof beheren.

Het afklopemmertje echter lééft. Zacht donkerbruin plastic, met een soort grote sigaar overdwars in de opening. Die sigaar kun je eruit nemen en weegt verrassend zwaar, alsof hij een kern van plutonium heeft, gecoat met een veerkrachtig soort rubber, zodat het afkloppen nooit boos klinkt en zodat het piston na elke tik terugveert. Als het emmertje vol is, past het in de vaatwasser tussen de kopjes en de sigaar past in het bestekbakje. In één woord verrukkelijk. Elke dag maakt het ding me blij. Het heeft mijn levenskwaliteit verhoogd, mij fitter en gezonder gemaakt en ik ben een betere minnaar geworden. Als er brand uitbreekt, red ik het afklopemmertje.

Nee, dat had ik niet gedacht toen ik 18 was, dat mijn leven zo zou lopen. Ik was op die leeftijd een keer oppas bij mensen die me vol trots hun geiserkast lieten zien. Hun wat? Geiserkast. Dat is een kast met de verwarmingsketel erin. Maar niet alleen de verwarmingsketel, ben je gek zeg, nee, ook de wasmachine. Het handige aan die geiserkast met wasmachine was, en nou komt het, dat het er lekker warm was, met een goede ontluchting, en dat betekende: dat je de was er in kon ophangen! En dat die dan heel snel droogde!

Nu vond ik veel dingen verwarrend en bedreigend toen ik 18 was, maar nimmer meer dan het moment dat de vrouw des huizes mij rondleidde en vol trots en oprechte blijdschap mij dit wonder van wasdroogefficiëntie toonde. Hoe sneu moet je leven verlopen, dacht ik, hoe dood moet je ziel zijn dat je blij wordt van sneldrogende was? In een wereld met seks, berggorilla's en andere dingen die ik nog moest meemaken? Ik kon er niet bij.

Nu realiseer ik mij dat zij zich een leven lang met klamme handdoeken had afgedroogd in de badkamer, dat zij jarenlang met stomme droogrekjes aan het klungelen was geweest, rekjes die altijd hadden vol gehangen, waardoor ze natte onderbroeken op de leuning van de sofa had moeten uitspreiden, waar ze dan met haar ellebogen op moest leunen als ze tv zat te kijken. En dan koop je op een dag een huis met zo'n mieterse geiserkast. Of je krijgt een espressopistonuitklopemmertje.

En dan, kinderen, dan begint het Grote Geluk.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.