Als we niet investeren in de Franse taal, verliezen Nederlandse bedrijven omzet - klopt dit wel?

Berichten verspreiden zich razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: 'Als we niet investeren in Frans, gaan we keihard omzet verliezen.'

Franse les Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Van wie komt de claim?

Als het aantal eindexamenkandidaten Frans zo blijft dalen, zei onderzoeker Marjolijn Voogel van de Erasmus Universiteit onlangs in een interview met deze krant, zal Nederland Franstalige handelspartners verliezen. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, herhaalde die boodschap in een opiniestuk in het Financieele Dagblad.

Klopt het?

Gevraagd naar bronnen voor haar claim, verwijst Voogel naar Evofenedex, een ondernemersvereniging voor bedrijven die ook buiten Nederland opereren. Hoewel Evofenedex twintig jaar geleden inderdaad een rapport uitbracht dat strookte met Voogels bewering, zegt de vereniging niet te beschikken over actuele gegevens over dit onderwerp.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland waarschuwt op de website dat kennis van de Franse taal een pre is voor ondernemers. Volgens woordvoerder Frans Nederstigt hangt het af van de sector waarin bedrijven actief zijn: een digitale startup zal met Engels goed uit de voeten kunnen, terwijl bedrijven die zich richten op de traditionelere Franse markt, meer gebaat zijn bij kennis van de Franse taal. Om welke verhoudingen het in de praktijk gaat, kan hij niet zeggen. 'Het aantal deals dat stukloopt doordat je de taal niet spreekt, zal meevallen. Maar als je Frans kent, kom je wel eerder binnen.'

Hoe beter mensen met elkaar kunnen communiceren, des te groter is de kans dat ze succesvolle handelsrelaties aangaan, zo blijkt uit wetenschappelijke studies. Jan Fidrmuc, onderzoeker aan de Brunel University in Uxbridge, zette de talenkennis in verschillende Europese staten af tegen de onderlinge handelsrelaties. Over het algemeen blijkt vooral het Engels een belangrijke faciliterende rol te spelen.

'De kans dat een willekeurige Nederlander Engels kan spreken met een willekeurige Fransoos, was in 2012 15,5 procent', zegt Fidrmuc, die denkt dat Voogels angst overtrokken is. 'Voor het Frans was die kans maar iets groter, 17,1 procent. Sinds 2005 zijn die getallen niet erg veranderd. Zelfs als de kennis van het Frans veel minder wordt, is dat pas erg als het ook bergafwaarts gaat met het Engels. Dat lijkt me niet waarschijnlijk.'

Eelke de Jong, hoogleraar internationale economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, ziet dat anders. 'Zeker in Frankrijk, waar men erg chauvinistisch is en de cultuur sterk verschilt van de Nederlandse, is het een grote handicap als je zaken wilt doen zonder de taal te spreken. Natuurlijk maakt het uit met wie je zaken doet, met grotere bedrijven zal het wel gaan.' Zijn collega, hoogleraar Sjoerd Beugelsdijk van de Rijksuniversiteit Groningen, zegt hetzelfde. 'Het is een van de grote uitdagingen voor mensen die daar actief willen zijn. Fransen verwachten dat je de taal spreekt.'

Eindoordeel

Geen of beperkte kennis van het Frans zal de handel met Franse partners soms zeker bemoeilijken, maar met Engels kom je in bepaalde sectoren een heel eind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.