'Als we hem niet meenemen, is hij verloren'

De menselijke bezemwagen trekt 's nachts door de straten van Moskou: vrijwilligers ontfermen zich over tienduizenden daklozen in de kou. 'Ze moeten niet bevriezen.'

MOSKOU - Als het alternatief een temperatuur is van -23 graden, vergezeld van snijdende wind die kleine sneeuwdeeltjes in je gezicht blaast, zijn de roetzwarte dieselwolken die de uit elkaar vallende bus van 'Miloserdie' (Liefdadigheid) omringen ware poorten naar de hemel. Want deze bus is al zeven jaar de bezemwagen van Moskou. 'Ons hoofddoel is te voorkomen dat mensen op straat bevriezen', zegt Sergej, een jonge vrijwilliger van de orthodox-christelijke organisatie die de bus runt.

Bij deze temperatuur is dat geen grootspraak.

Om negen uur 's avonds opent de bus bij het Koersk-treinstation zoals elke dag zijn deuren, waarna de nachtelijke gang langs de grote stations van de hoofdstad begint.

Bij de inspectieronde van de hulpverleners in de krochten rond het station, treffen ze een oudere man. Hij is verwilderd, wezenloos en zojuist de metro uitgesmeten. 'Hij is compleet dronken en weet niet waar hij is', merkt hulpverlener Michail (25) op. 'Als we hem niet meenemen, is hij verloren.'

In miljoenenstad Moskou wordt het aantal daklozen op tienduizenden geschat, ver boven de twaalfduizend die officieel zijn geregistreerd. Vijftien jaar geleden stierven er 's winters nog vierhonderd mensen op straat van de kou, maar sindsdien heeft een wassende humanitaire reflex - eerst van vrijwilligersorganisaties, later ook van de overheid - verbetering in de situatie gebracht.

Bij de bus hebben zich andere kandidaten gemeld, die een nachtje zullen meetuffen en genieten van de zwavelachtige dieselgeur die de hele bus doordringt. Zoals Misja (50), een oudgediende die al twintig jaar op straat leeft. Hij zal niet de enige zijn vanavond die verhaalt hoe hij zijn werk, zijn familie en zijn appartement verloor. Het kwam allemaal door die verschrikkelijke brand op de kazerne, zegt hij, die hem een invalide maakte, zijn werk deed verliezen en daarna de rest.

De Oezbeek Bilsjad (33) zegt dat hij bij de onderdrukking van protesten in Andizjan in 2005 (waarbij honderden doden vielen) zijn moeder, vrouw en dochter verloor. Hij vluchtte naar Moskou, waar hij soms in de bouw werkt, maar al jaren zonder dak boven zijn hoofd woont. Identiteitspapieren of een verblijfsstatus heeft hij niet, wel een grote en recente wond op zijn neus. 'Die komt van de politie, omdat ik probeerde in een station te slapen.'

Meestal slaapt hij in portieken, zegt hij, zoals vele anderen. Twee daklozen werden deze week in zo'n Moskouse portiek neergeschoten door privébewakers. Trein- en metrostations zijn 's nachts verboden terrein voor daklozen. Van de officiële opvangcentra die er inmiddels zijn, kunnen alleen mensen profiteren die ooit officieel in Moskou geregistreerd zijn geweest.

Dus zit ook de 41-jarige Moldavische Maria, getooid met een keurige geblokte muts, in de bus. Voor het eerst. Al acht jaar pendelt ze heen en weer om geld te verdienen voor haar drie kinderen, die bij haar ouders wonen. Maar dit keer viel ze over de rand.

Maria: 'Ik werkte in de bouw, mannenwerk maar wel binnenshuis, maar ze betaalden mijn salaris niet uit.' Geen geld, geen plek om te overnachten. 'Ik moet nu aan geld zien te komen om terug te keren. Wat moet ik anders, lopen?'

Van het Koersk-station rammelt de bus voort door nachtelijk Moskou, dat wordt opgelicht door reclamezuilen, geldautomaten en koffieshops waar iedereen met geld zich 24 uur per dag aan een goede cappuccino kan laven. Eerst naar het complex van drie stations - Leningradski, Kazanski, Jaroslavski - dan naar het luxe verbouwde Kiev-station.

Via de hotline komt een telefoontje binnen over een stel dronken daklozen bij de metro-ingang naast het Belarus-treinstation.

Van de drie mannen en een vrouw die daar staan te bekvechten, wordt alleen de vrouw meegenomen. Stomdronken en met hese stem wauwelt de 29-jarige Ljoeba dat ze twee jaar geleden uit Krasnodar is gekomen en op straat belandde na ontslag wegens dronkenschap.

De anderen willen niet mee of zijn te agressief, verklaart Michail. 'Kijk hoe beperkt onze capaciteit is! Hadden we de vytrezvitel nog maar' (de 'ontnuchteraar', cellen waar dronkelappen hun roes moesten uitslapen), verzucht hij. 'Nu moeten de urgente gevallen van dronkenschap en bevriezing door de ambulance naar het ziekenhuis worden gebracht. Maar die kunnen of willen die taak niet altijd op zich nemen.'

Volgens Vladislav Javalov van Miloserdie hebben kerkelijke en andere ngo's (waaronder Artsen zonder Grenzen) de daklozen in de hoofdstad de afgelopen tien jaar op de kaart gezet als behorend tot de menselijke soort. Tegenwoordig zijn er zes centra waar daklozen worden gewassen en medisch onderzocht en waar hun kleren worden ontluisd. Ook is er beperkte staatsopvang voor 'Moskouse' daklozen, zijn er 'sociale adaptatiehuizen' en heeft ook de gemeente 'sociale patrouilles' ingesteld - officiële bezemwagens dus.

'Het probleem is dat er steeds meer daklozen bijkomen', zegt hij. Terwijl het aantal straatkinderen drastisch is afgenomen, zijn er steeds meer dakloze wezen. 'Die zijn, als ze uit het weeshuis worden ontslagen, totaal onvoorbereid op de samenleving.'

Daarnaast ziet hij veel daklozen met zware psychologische problemen, oud-gevangenen die door hun sociale omgeving zijn verstoten en gastarbeiders. 'Onze daklozen zijn schoner geworden, maar het zijn er veel meer dan vroeger.'

Maar ze sterven minder snel op straat dan voorheen, volgens officiële statistieken. Deze winter, tot voor kort relatief mild, zouden 'pas' 25 slachtoffers gevallen zijn. Hulpverlener Michail gelooft er niets van. 'Wie houdt die statistieken bij? Ik heb twee jaar geleden een nacht meegemaakt waarin zestien doden vielen.'

De bus is om twee uur 's nachts bij het Paveljetski-station beland. Het aanpalende metrostation sluit zijn deuren en een agent staat op het punt twee mannen eruit te gooien die zich tegoed doen aan een grote plastic fles bocht. 'Het is wel koud buiten, ja, maar dit is een strategisch object en ze moeten eruit', zegt de jonge diender. 'Bovendien, mensen houden er niet van als het stinkt bij de ingang van de metro.'

Een van de twee, een zwaar bebaarde Dagestaan die twintig jaar in de gevangenis heeft gezeten, lijkt last te hebben van diepe filosofische overpeinzingen, terwijl hij (licht gekleed en zonder handschoenen) stokstijf stil staat in de Moskouse vrieslucht.

Maar zijn even dronken kompaan, die op krukken loopt, wordt al door twee hulpverleners naar de bus gesleept.

Daar staan nog twee klanten, ook in kennelijke staat. Ze aarzelen lang voor de dieselpoorten van de hemel. Vooral nadat ze gehoord hebben dat je binnen niet mag roken. Maar ook hen wacht een uur later, als de menselijke bezemwagen weer voor het Koersk-station staat, een kop oplossoep en een snee brood.

Deze nacht is in elk geval weer overleefd.

Vladislav Javalov

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden