Column

Als vrouw kan je net zo goed boeken van mannen lezen, hoor

Beeld anp

Caitlin Moran is gek geworden. Voor wie haar niet kent: ze is de als 'feministe met humor' (een soort literaire eenhoorn, diervriendelijke slager, of ander fabeldier) te boek staande schrijfster van onder andere de echt best leuke bestseller How to Be a Woman. Ik vond Moran tamelijk sympathiek, ondanks die eeuwige, gewild toffe, scheve grijns, maar nu verklaarde ze laatst opeens: 'Als ik één goede raad heb voor meisjes en vrouwen is het wel dit: meiden, lees geen boeken die door mannen zijn geschreven. Blijf er bij uit de buurt.'

Nou ja zeg! Als verklaring geeft ze dat ze zelf als jong meisje 'instinctief' alleen boeken van en over vrouwen las, dat ze vriendschap voelde voor die hoofdpersonen, wederzijds begrip, en dat ze zich met die vrouwen kon identificeren, omdát het vrouwen waren. Bij het (later) lezen van de 'Great white males' voelde ze zich 'onwelkom' en 'onprettig' omdat ze het gevoel kreeg dat die schrijvers haar indoctrineerden slank te zijn, hoge hakken te dragen, pruilerig te kijken; dit in plaats van te doen wat zíj blijkbaar leuk vindt; impulsief rondrennen onder het schreeuwen van, ik citeer: 'O MIJN GOD HEBBEN JULLIE DE NIEUWE MUPPET-FILM GEZIEN? KERMIT RIJDT OP EEN HEEL KLEIN FIETSJE MET ZIJN KLEINE KIKKERBEENTJES!'

Hm. Als dát soort gedrag het resultaat is van veel vrouwenboeken lezen, dan lijkt het me verstandig de desbetreffende lectuur tot het absolute minimum te beperken. Nee, dat is flauw. Ik begrijp natuurlijk best wat Moran bedoelt: wat je leest kan je enorm beïnvloeden, en als dat uitsluitend boeken zijn van fossiele, burlende edelherten als Faulkner, Chandler, Hemingway en Roth, zou de moed je als stuntelig meisje weleens in de schoenen kunnen zinken.

Maar als stuntelig jongetje óók, hoor. Jongens en meisjes (en mannen en vrouwen) hebben veel meer gemeen dan ze van elkaar verschillen. Daarom voert een goede schrijver (m/v) personages op die niet zozeer vrouwelijk of mannelijk zijn, maar veeleer menselijk. Voor mij maakte het als kind niet uit of ik over Joop ter Heul of Kees de Jongen las, over het Kleine Huis op de prairie of Karlsson van het dak: de hoofdpersonen waren allemáál mijn helden, onafhankelijk van hun geslacht, en trouwens ook onafhankelijk van hun maatschappelijke positie.

Om een recent voorbeeld op te voeren: Het nieuwste boek van Henk van Straten, Wij zeggen hier niet halfbroer, behelst de 'coming of age' van een jonge man, een echte jongen. Hij knokt, hij zuipt, hij gebruikt heel veel drugs, gaat naar harde gabberfeesten, hij laat zich van top tot teen tatoeëren; typisch zo'n boek waar Moran de meisjes voor waarschuwt. Maar ik las het toch, en van ganser harte ook.

Hoe verschillend zijn jeugd ook van de mijne was, de overeenkomsten zijn veel groter. Eenzaamheid, onzekerheid, de worsteling met liefde, vriendschap en familiebanden, het verlangen koste wat het kost, ergens, waar dan ook, bíj te horen; het zijn allemaal universele gevoelens, van (jonge) mensen, met of zonder kut.

Van Stratens boek raakte me. Ja, het relaas zit wat rommelig in elkaar, maar dat stoort niet. Nee, Van Straten is geen Faulkner of Hemingway, maar wie zit daar ook op te wachten? Dit is een echt, fijn, ontroerend mensenboek, pijnlijk oprecht en bovendien geestig. En al bestond er in mijn jeugd nog geen Playmobil (wij moesten het doen met LEGO): de verwikkelingen rond dat Playmobilpoppetje zullen me nog lang bijblijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden