Als verstandige juf geboren

OVERVOLLE klassen. Dertig naar aandacht hunkerende individuen, onder wie één pestkop, één geboren slachtoffer en één hyperactieve, die de helft van de tijd opeist....

Aleid Truijens

Middelbareschoolleraren kom je nog weleens tegen in de literatuur, maar aan de realiteit van de basisschool waagt een schrijver zich niet meer, na de Theo Thijssen-idylle, die lichtjaren van de praktijk verwijderd lijkt. Wel in kinderboeken, die van Jacques Vriens en zijn epigonen. De schoolmeester-verteller vindt zichzelf in die boeken onveranderlijk een toffe peer.

Susan, de ik-figuur in Braaf meisje, romandebuut van Saskia Profijt, is geen toffe peer. Ze vindt dat ze gefaald heeft. Maar hoewel haar roman het verhaal van een burn-out vertelt, lees je er één onverwoestbaar argument in om toch voor die hondenbaan te kiezen. Het klinkt braaf, net zo braaf als de titel, maar het is nu eenmaal zo: Susan houdt van die kinderen. Ze faalt, niet omdat ze geen talent heeft voor het onderwijs, maar omdat ze er veel te goed in is.

Susan begrijpt kinderen die als zorgelijke oudjes alle verantwoordelijkheid op zich nemen, omdat ze er zelf zo een was. Kleine Momo met de permanente boze frons, bijvoorbeeld. Of kinderen die afwijken van de knellende groepsnorm: 'Bram is de enige jongen tussen de roze tutu's en de haarknotjes. Ik vind hem geweldig.' Ze begrijpt zelfs de woedende Bart, die de boeken in de schoolbibliotheek kapotscheurt, en 'hommel de kutterde kloot'-zingend in een boom gaat zitten, niet van plan er ooit uit te komen. Susan klimt er zelf ook in en krijgt hem rustig.

Het is haar routine. Zo temde ze vroeger, in Enschede, haar broertje Robert, de broer met de losse handjes, de broer die niet wilde deugen, en die in de schoolreisjesbus altijd hartverscheurend alleen zat. Die haar haatte omdat zij, de trots van haar ouders, op het gymnasium zat, en hij niet kon leren. Toch geeft zij haar vader gelijk die, als het hele gezin weer eens onder de blauwe plekken zat, suste: ' 't Is gien slechten jong. Wat of e ok deut. Ik bin gek met 'm.' Bart is ook gien slechten jong. Maar ga er maar eens aanstaan, als je vader net dood is, je relatie net uit, en je nieuwe ontluikende liefde, een stralende acteur, met groot gemak zijn drie kinderen op woensdagmiddag, zíjn kinderdag, bij je naar binnen schuift. Susan lijkt wel gek, en ze wordt het ook. Even.

De kracht van deze eerste roman van Saskia Profijt is dat het verhaal nergens larmoyant wordt, hoewel er veel en moedeloos in wordt gehuild. De distantie zit 'm vooral in de dialogen. Die zijn scherp, geestig en vaak pijnlijk. De schrijfster spaart daarin haar ik-figuur niet, die behoorlijk kan zeuren, en het talent heeft om momenten van mogelijk intiem geluk met een sarcastische opmerking om zeep te helpen.

Alles moet stuk, behalve de kinderen. Dat Louis, de ijdele acteur die zo goed kan spelen dat hij troost, glimlachend toegeeft dat hij na drie maanden niet meer trouw kan zijn, is één, onprettig ding - in zo'n geval wijs je een man gewoon de deur. Maar als Susan zichzelf krijsend voor de klas ziet staan, weet ze dat het mis is. 'Er is geen onplezieriger gezicht dan een kind dat schrikt van de hardheid in jouw stem. Dat ze ineenkrimpen alsof je ze wilt slaan. Ik schrik er zelf van en constateer beschaamd dat ze nog bloost ook. Het is een oude truc van leraren en een die ik verfoei. 'Doe je dat thuis ook? Ja, ik heb het tegen jou ja!' Val flink hard uit tegen één kind, de rest van de klas valt stil en jij kunt je hele frustratie over je ellendige leven kwijt, met een aandachtig publiek en een kansloze zondebok. Ik wil niet zo zijn.' Zo gaat het, en zo wordt het zelden opgeschreven.

Susan zwelgt af en toe in zelfmedelijden, maar de verteller zwelgt niet mee, en dat is bijzonder voor een verhaal dat vermoedelijk deels autobiografisch is. Susan werd als verstandige juf geboren, dat is haar achilleshiel. Haar vader had Parkinson, haar broertje was lastig en gek, haar moeder zuchtte dat 'ze alles wel weer verkeerd zou hebben gedaan'. Susan speelde het goed gelukte kind dat niet mocht teleurstellen. Na een pijnlijk voorval in het heden, zwenkt de verteller niet voor het gemak naar een parallelle gebeurtenis in het verleden. Ze doet het subtieler; het verband is losser, de passages over vroeger staan op zichzelf. Er wordt gelukkig niets uitgelegd.

Zwakke momenten in de roman zijn die waarin het verhaal van de burn-out tot in de kleinste details wordt verteld. De gang van lerarenkamer naar stadsdeelambtenaar, van huisarts naar bedrijfarts. De gesprekken met de ene collega die het wél begrijpt, en geduldig wijn inschenkt en Kleenex aansleept, waarna alles wat zo zorgvuldig was uitgespaard in de dialogen en scènes, alsnog even wordt doorgenomen. Op zulke momenten zit Braaf meisje te dicht op de werkelijkheid, niet zozeer die van Saskia Profijt - want daar hebben we niets mee te maken - maar het alledaagse gehompel dat we allemaal maar al te goed kennen en daarom zelf wel kunnen invullen.

Braaf meisje is een oefening in schrijven, en als eerste poging een geslaagde. Het debuut doet verlangen naar een volgende roman waarin vaker de verbeelding wordt aangewend om het leven te betrappen op z'n verraderlijkste momenten. Saskia Profijt heeft verstand van emoties, en een feilloos gevoel voor de grens tussen pijn en zelfbeklag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden