Column

Als verliezer kondigde ik Max Verstappen aan

Ik heb wat met Max Verstappen.

Max Verstappen op het circuit in Abu Dhabi. Beeld afp

Wat onthoud je? Weinig. En van dat weinige: het lullige. Joop Zoetemelk bijvoorbeeld, aan de rekstok van Avro's Sterrenslag, z'n verbaasde stokbrood met Paturain-hoofdje tussen twee slierten vermicelli. Dik dertig jaar geleden. Heel Nederland zag dat Joop zich nul keer kon optrekken.

Wat het erger maakte was dat Jantje Lammers ernaast hing, en die ging op en neer als een zuigerstang. We zaten er met de hele hoeksteen naar te kijken, bokkenpoten vretend, Sinas lurkend, elkaar ijsbeentjes gevend tijdens een discussie over wat moeilijker is: fietsen of Formule 1-racen. Ik was 12, en ik vond het intens sneu voor Joop. Wat moesten de mensen thuis denken? Hopelijk waren ze het de volgende ochtend alweer vergeten.

En wat denk je? Dertig jaar later, nu het stof rond Joops paparmpjes eindelijk is neergedaald, wrijf ik het er nog eens lekker in. Dat is er van mij gekomen, lezer.

En het gaat me niet eens om Joop, nota bene, maar om Jantje Lammers, en eigenlijk ook niet om hem. We zijn, met andere woorden, lekker bezig. Toch wil ik vermelden dat Jantje optreedt in een paar Michel Vaillants, de Formule 1-strip die mijn broers vroeger lazen. Ik niet. En dat klopte wel, in Freudiaanse zin, zoals verderop, wanneer deze column op stoom komt, zal blijken.

Jantje Lammers, dat was de Max Verstappen van de jaren zeventig, als je er typologisch naar kijkt. Theologen doen dat, de Bijbel typologisch bekijken. Het hele Oude Testament staat dan ineens vol met types en anti-types van Jezus. Dat 'kregen' we tijdens mijn studie. Wat ik ervan opgestoken heb, is dat je niet constant hetzelfde boek moet lezen, anders word je lijp.

Maar goed, Max Verstappen is natuurlijk de Jezus van de Nederlandse autosport, daar heb ik geen pastoor voor nodig. Maar het gaat me niet om Max, het gaat me om zijn vader, de niet erg onbevlekt ontvangen ex-autocoureur Jos, die in Nazareth aan de Maas een kartcenter dreef, geheten 'Kartcentrum Jos Verstappen.'

Daar gingen mijn broers en ik heen. Om te karten, uiteraard, maar ook om het vrijgezellenbestaan van Menno plankgas uit te luiden. Daartoe hadden Mikel en ik stiekem Menno's vrienden uitgenodigd.

Vijf mariniers.

Het tijdstip voor deze verrassing was veelbelovend. Menno was in die tijd banketbakker en had zojuist drie etmalen aan één stuk wafels gebakken op de Beeselse kermis. Hij lag net een uur in bed toen wij, zijn broertjes, aanschelden. Wakker worden! We gaan naar Kartcentrum Jos Verstappen!

Maar het gaat me niet om Verstappen, of zijn kartcentrum, nee, het gaat me om het baanrecord. Dat verpulverde Menno, doorzichtig van de slaap. Het stond op naam van een Verstappen, Jos, Max, of nog een andere. Vlak erachter, binnen het oude baanrecord: Mikeltje.

Ik had dit kunnen weten. Mikel was destijds taxichauffeur, en een linke. Menno had rijbewijzen voor tanks in alle kleuren kinderstront. Later werden ze, om mij te pesten, rijinstructeur. Allebei hè. Tegelijk. Ze lazen Michel Vaillant.

Ik, zie boven, niet.

In de eindklassering van die middag volgden na mijn broertjes: vijf mariniers. Vervolgens: lang niks. En ten slotte, toch nog, druppel-druppel, helemaal onderaan het kampioensbonnetje: ik, de rijbewijsloze risee. Typologisch gezien kondigde ik daarmee de komst van Max Verstappen aan, overigens, als antitype. Dus.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden