Als u wilt dat uw kinderen netjes 'penis' zeggen, noem het dan zelf een 'lul'

Sylvia Witteman

Omdat mijn kinderen hun vakantie voornamelijk slapend doorbrengen, had ik een heel brood over. Het was van dat gemene, goedkope witbrood, waarvan je, gecombineerd met gemene, goedkope kaas en dito ham de heerlijkste tosti's bouwt, maar zelfs dáárvoor was dit brood te oud geworden, en de eendjes moeten ook door het leven; dus daar stond ik al, bij de vijver in het park, omringd door opgetogen gesnavelte.

Naast me stond een man van eind dertig met een roodharig jongetje, vastgegespt in zo'n opvouwbaar wandelwagentje. Het ventje was zowat 3, eigenlijk al te groot om nog rollend vervoerd te worden, en had zo'n lurkbeker met appelsap in zijn handjes. De vader droeg, bij wijze van beeldrijm, een grote beker koffie van Starbucks waarop met zwarte viltstift 'Deederick' was gekrabbeld. Heette hij echt zo, of had een buitenlandse barista (ja, zo heten die koffiezetters bij Starbucks, God sta ons bij) zijn naam verbasterd?

Deederick stond te telefoneren. Het ging, op hoge toon, over een schreefloze letter en een kleur die 'niet oranje genoeg' was. Ook droeg Deederick een grijze Marco Borsatosjaal om zijn strot, met bijpassend haar en zo'n hippe bril.

' Papa', zei het jongetje. 'Pap. Mijn penis zit niet lekker'. Penis, hij zei het echt. Nu kan het raar lopen met zulke woorden. Toen mijn zoontjes klein waren, sprak ik meestal van een 'piemel', later van een 'lul', want zo'n ding groeit mee, nietwaar? Maar mijn kinderen noemen het zelf een 'penis', een woord waar ik om overigens onduidelijke redenen een hekel aan heb. Dat doen ze louter en alleen om mij te pesten, ik zweer dat ik het niet verzin.

(Tip: als u wilt dat uw kinderen netjes 'penis' zeggen, noem het dan zelf een 'lul')

'Deederick' intussen leuterde maar voort, tussen de slokjes van zijn koffie door vielen woorden als 'interface' en 'corporate identity', terwijl het jongetje ongemakkelijk in zijn wagentje heen en weer schurkte. 'Wil jij helpen de eendjes voeren?', vroeg ik hem, maar hij wierp zich achterover alsof ik hem met een harpoen te lijf was gegaan en jammerde: ' Papa! Mijn penis zit helemáál niet lekker!'

Deederick sprak toornig in de hoorn; ' Eén moment, Bart. Ik heb hier iemand die geen twee seconden zichzelf kan amuseren...' en tegen het jongetje: 'Ja, Abel, dat hebben we allemáál wel eens, hè. Laat papa héél eventjes zijn belangrijke gesprek afmaken. Je bent niet alleen op de wereld.'

Het kind begon te huilen, maar de man wendde zich geërgerd af en praatte verder in de telefoon, een hand over zijn vrije oor.

Niks penis. Een lul. Een verschrikkelijke lul.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden