Als The Heath Brothers spelen, is alles weer goed

Tussen de nummers door zijn het mopperende opa's. Vooral Percy, maar die is met zijn 78 jaar ook het oudst....

Maar als je vraagt waarom hij op zijn leeftijd nog de aardbol over trekt, antwoordt hij meteen: 'The music.' En inderdaad, als de Heath Brothers spelen, lachen ze elkaar gelukzalig toe, en is alles goed met de wereld. Klassieke Amerikaanse jazz op zijn best, met een ritmesectie als een Rolls Royce.

De kleine Jimmy, 75 inmiddels, is de nog altijd zeer vitale leider van de groep. Op tenor- en sopraansax klinkt hij een beetje als een warmere, zangerige Coltrane, en aan zijn vernuftige maar heldere composities hoor je waarom mensen als Miles Davis graag werk van hem opnamen.

Albert, bijgenaamd Tootie, is met zijn 66 jaar het jonkie, en zijn vloeiende spel op de drums zorgt samen met Percy's baspatronen voor de swing, waardoor de muziek los komt van de grond en zich op luchtkussens voort lijkt te bewegen.

Ze schakelen moeiteloos over van een verende vierkwartsmaat op een heupwiegende samba. En hoewel die nog altijd direct aanspreekt, is hun manier van samenspelen er een die je zelden meer tegenkomt: de timing en frasering zijn zo ontspannen, zo vrij van kil imponeergedrag, dat je alleen de ziel van de muziek hoort, het speelplezier, de schoonheid en de emoties, zonder dat je ook maar één moment gedwongen wordt aan de techniek te denken.

En je wordt er ook weer eens aan herinnerd hoe melodieus de moderne jazz was toen ze zich na de Tweede Wereldoorlog pas had ontwikkeld, en hoe kaal ze tegenwoordig vaak is op dat gebied, vooral in de VS. De Heath Brothers improviseren niet op vergezochte akkoordenschema's, maar nog op liedjes, waarvan ze honderden moeten kennen; ze kaatsen elkaar geregeld toepasselijke citaatjes toe. Ze springen wel creatief met de harmonieën om, maar altijd om de lijn te verrijken en te verfrissen.

Je kunt het jammer vinden dat de broers geen generatiegenoot mee hebben genomen voor aan de vleugel, maar het moet gezegd worden dat de piepjonge Jeb Patton het er beter vanaf bracht dan je zou verwachten. Hij brengt de bebop, ballads en blues vaardig en stijlvast, zonder voor omwentelingen te zorgen in de jazzpianistiek, maar gelukkig ook zonder hoog opgeleid gepriegel.

De club Pompoen brengt dus drie nachten achter elkaar (de concerten beginnen om elf uur) levende jazzgeschiedenis, uit de tijd dat de scene in New York uit louter reuzen leek te bestaan. De Heath Brothers hebben met hen allemaal gewerkt, vooral in Percy's geval is het makkelijker op te noemen met wie hij niét heeft gespeeld.

Daarom is het onbegrijpelijk dat de zaal lang niet vol zat, wat Jimmy verleidde tot wrange grappen. Hij kondigde I'm Glad There Is You aan, en liet erop volgen: 'Well, the few of you.' Waarna Percy gromde: 'Misschien komen ze vrijdag of zaterdag.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden