Als Taliban je naaste buren zijn

President Karzai praat deze week met duizend volksvertegenwoordigers over een vredesakkoord met de Taliban. Hoe valt dat idee in Afghaanse dorpen?...

QALEH DANA / GOJURKEL Het Afghaanse dorpshoofd Said Mohammad heeft een bijzonder moeilijke baan: hij moet de Amerikaanse militairen te vriend houden op de legerbasis 5 kilometer ten noorden van zijn dorp, en tegelijk op goede voet blijven met de Taliban die zich 10 kilometer oostwaarts verschuilen in de bergen.

In de zomer van 2009 ging het mis. Een Talibanraket vloog vanuit een van de omliggende dorpen richting Bagram, de grootste NAVO-basis in Afghanistan, en doodde twee Amerikaanse militairen. Sindsdien wordt argwanend gekeken naar Mohammads dorp Qaleh Dana. De raket zou mogelijk vandaaruit door Taliban zijn afgevuurd. Daar bleef het niet bij. De NAVO-legerbasis wordt geregeld – twee weken terug nog – bestookt met raketten uit de buurt.

‘Maar wij hebben nooit raketten afgevuurd!’, zegt dorpshoofd Mohammad, boos over de verdenkingen. ‘Die raketten komen uit andere dorpen.’ Welke wil hij niet zegen. Of ze komen ‘gewoon uit de woestijn’. Taliban plaatsen ze tussen de rotsen, zo’n beetje gericht op de legerbasis, en laten ze per timer afgaan terwijl zij terug de bergen in wandelen, denkt Mohammad. Geen dorpeling uit Qaleh Dana die eraan te pas komt.

Maar de Amerikanen en de lokale gouverneur geloven hem niet zomaar. Vermoed wordt dat terroristen hulp krijgen van buurtbewoners uit diverse dorpen. Qaleh Dana wordt al een tijdje beschouwd als een dorp dat mogelijk pro-Taliban is.

De dorpelingen klagen dat ze tussen twee vuren zitten. ‘De Taliban zijn onze buren, maar de Amerikanen ook.’, zegt Mohammad met opgeheven handen. Mohammad heeft zijn uiterlijk in dit geval niet mee: met zijn lange baard, grijze tulband en traditioneel Afghaanse gewaad, lijkt hij sprekend op een Taleb.

Van de domme
Hoe de dorpelingen van Qaleh Dana het volhouden tussen die twee vechtende partijen? ‘Wij bemoeien ons nergens mee en houden ons gedeisd’, zegt Mohammad. ‘De truc is, met niemand ruzie te krijgen’. In de praktijk betekent dat allereerst je van de domme houden als er iemand vragen komt stellen. ‘Een aanslag op de legerbasis Bagram, eind mei? Niks van gemerkt’, zegt Mohammad. ‘Wij dachten dat het een oefening was.’ En er komen ‘nooit’ Taliban in het dorp.

‘Het enige wat wij willen is vrede’, stelt de leider van Qaleh Dana . Dat is de afgelopen jaren maar mondjesmaat gelukt. De huizen tonen nog de gevolgen van raketinslagen uit de Talibantijd en de burgeroorlog van de jaren negentig. En tuintjes zijn afgezet met resten van Russische vliegtuigbommen uit de jaren tachtig.

Anno 2010 is er ‘vrede’ in hun provincie, Parwan. Maar voor de inwoners van Qaleh Dana is de rust relatief. Omdat ze verdacht worden van banden met de Taliban, worden huizen een of twee keer per maand doorzocht: vooral Amerikaanse soldaten maken zich daarmee impopulair. ‘Ze gedragen zich onbeschoft’ zegt Mohammad. ‘Ze schelden en komen midden in de nacht binnen. De dorpelingen worden er angstig van.’

De ontvangst van een Westerse journalist is dan ook niet direct hartelijk. ‘Wie bent u; wat komt u doen?’, vraagt Mohammad met uitgestrekte vinger en zwarte argwanende ogen bij entree in het dorp. Mohammad denkt dat de verslaggever spioneert voor de Amerikanen en bewijs komt verzamelen voor samenwerking tussen het dorp en de Taliban.

Maar als de gemoederen bedaard zijn, en banden met de CIA ontkend, wil hij wel praten over de problemen in zijn dorp. Maar vooral over vrede en hoe die te bereiken. Want daarop wachten ze in Qaleh Dana al jaren.

Als het aan de Afghaanse president Karzai ligt, keert de rust snel terug. Hij spreekt deze week tijdens een zogenoemde jirga (bijeenkomst) met duizend stamleiders en afgevaardigden uit het land over een vredesakkoord met de Taliban. Niemand uit Qaleh Dana is uitgenodigd, en de dorpelingen bezien de plannen van hun president dan ook met argwaan. Een ervan is om lage Talibanstrijders (voetsoldaten) geld te bieden in ruil voor het neerleggen van de wapens.

Samen opbouwen
‘Je kunt die mensen niet kopen met dollars. Wat denken ze wel niet’, snuift Mohammad. ‘De regering moet ze zeggen: dit land is van ons samen, laten we het samen opbouwen.’ En er moet werk komen, betoogt Mohammad, inmiddels omringd door een vijftal nieuwsgierige dorpsgenoten met baarden en tulbanden. ‘Niet alleen voor ex-Talibanstrijders’, zoals Karzai lijkt te suggereren, ‘maar voor iedereen’. De dorpelingen knikken instemmend. ‘De helft van de mannen is hier werkeloos, we zijn straatarm en hebben ook werk nodig.’

Dat is te zien in het dorp, dat bestaat uit zo’n vierhonderd Afghaanse huishoudens. De woningen in Qaleh Dana zijn gemaakt van modder, zand en mest. Er is geen riool of toilet met stromend water. Elektriciteit, een dorpsarts of medicijnen zijn er evenmin.

Buiten lopen magere kinderen rond in gescheurde kleren. Op veldjes rond het dorp proberen mannen graan te verbouwen. Veel levert het niet op, zegt de dorpsleider. ‘99 procent van de families hier hebben moeite om hun kinderen te voeden.’

Zoals in veel Afghaanse dorpen is in Qaleh Dana de overheid afwezig. Faciliteiten als wegen of een rechtssysteem ontbreken. ‘Van de overheid verwachten wij niets’, zegt Mohammad.

Ondanks de bittere armoede piekeren de dorpelingen er niet over zich aan te sluiten bij de Taliban, die strijders een maandsalaris bieden van tussen de 250 en 350 dollar (200-285 euro), zegt de dorpsoudste, terwijl boven zijn hoofd gevechtshelikopters af en aan vliegen naar de NAVO-basis. ‘Wij zijn verdacht, maar hebben geen banden met de Taliban, echt niet. Het is hier honderd procent veilig. Als u rondloopt zal u niets gebeuren.’

In de praktijk sluiten de meeste jonge mannen zich niet bij de Taliban aan uit ideologie – ‘alle ongelovigen moten dood’ – maar uit armoede, stellen experts. Ook ongenoegen en frustratie over de regering en de continue aanwezigheid van buitenlandse militairen spelen mee. Dat jongens in Qaleh Dana in de verleiding komen, is dan ook niet ondenkbaar.

In de steek gelaten
Gojurkel is een dorpje aan de andere kant van de legerbasis. Het is al net zo’n lot beschoren als Qaleh Dana. Ook in Gojurkel zijn ze beschuldigd van banden met Taliban, en mensen leven er in bittere armoede.

‘We voelen ons in de steek gelaten’, zegt dorpsleider Abdul Ghani. ‘De Afghaanse overheid is corrupt en doet niets. Na twintig jaar wachten op een school, bouwen we hem nu zelf, met geld van een zakenman uit het dorp.’

Ondanks een gespannen relatie met de buitenlandse militairen willen ze niet dat de Westerse soldaten vertrekken. ‘Dat is geen garantie voor vrede. De kans is groot dat er dan een burgeroorlog uitbreekt.’

De beste oplossing is vrede sluiten met de Taliban, zegt een groepje mannen bij een groentestalletje. Maar hoe doe je dat? ‘Tussen buitenlanders en Taliban moet vertrouwen ontstaan’, roepen de jongens door elkaar. De coalitietroepen moeten tonen dat ze ‘oprecht’ vrede willen en een termijn stellen voor hun vertrek. En de Taliban moeten de wapens neerleggen.

En amnestie voor de Taliban-leiders, zodat die bereid zijn een akkoord te tekenen: wat vinden de mannen van Gojurkel daarvan? Misschien een goed idee, zeggen ze aarzelend. ‘Maar dan moeten ze in Afghanistan blijven en het land helpen opbouwen.’ Een regeringspost dus voor de voormalige terreurleiders? De jongens zwijgen. Op die vraag geven ze liever geen antwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden