Als niks meer bevraagd wordt

Geen Canal Parade voor Balkenende en Rouvoet. Ze zijn uitgenodigd, maar komen niet. Niks voor hen, zo’n frivole viering van individualiteit, lef en erotiek. Je ziet ze daar al staan, groen van ellende, alsof blote billen besmettelijk zijn.

Nausicaa Marbe

Triest hoe geloof de democratie in de weg kan staan. Want de Gay Pride gaat over veel meer dan de dames- en herenliefde, de wellust en exuberantie, de ‘zin- en zedeloze’ vreugde waar de calvinistische achterban van de christenpolitici aanstoot aan neemt.

Aan de orde zijn het recht op zelfbeschikking, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid, solidariteit. Urgente zaken, gezien de sterke toename van agressie en intolerantie jegens homoseksuelen.

Het voltallige kabinet zou zaterdag moeten meevaren: als statement, als een reminder aan dierbare vrijheden. Dat de premier en de vicepremier hun ongunstige gevoelens over homoseksualiteit zwaarder laten wegen, bewijst maar weer hoe naargeestig hun particuliere religieuze opvattingen zijn.

Toch wil Rouvoet ons anders doen geloven, getuige zijn recente uitspraken in NRC Handelsblad. Zijn politieke opvattingen zouden geen rechtstreekse vertaling uit de Bijbel zijn, al vormt datzelfde boek wel zijn inspiratiebron. In een poging de gelijkwaardigheid van alle meningen en doctrines in de politieke arena te benadrukken, onderstreept hij ineens het verschil tussen het persoonlijke en het publieke: ‘Mensen maken te weinig onderscheid tussen geloofsovertuiging en politieke opvattingen. Ik ben aanspreekbaar op mijn politieke opvattingen.’

Superieure moraal

Te vrezen valt dat Rouvoet zelf dat onderscheid vaak uit het oog verliest. Hoe zou hij ook anders kunnen? Geloof, religie en politiek zijn sinds mensenheugenis verstrengeld. Bezwaarlijk is niet de kruisbestuiving, maar juist de vaak opspelende, fanatieke alleenzang van het geloof in de politiek, de claim op een superieure moraal.

Als Rouvoet vooral op zijn politieke opvattingen aangesproken wil worden, dan moet hij verklaren uit welke zuiver politieke motieven hij niet meevaart op de Gay Pride. Heeft hij als politicus, los van zijn geloof, ook niks op met homoseksuelen? Heeft hij politieke redenen om niet te manifesteren tegen homohaat? Zolang geloofsopvattingen politiek worden vormgegeven, staan die publiekelijk wel ter discussie.

Wetenschap

Nog meer warrigs bij Rouvoet. In zijn poging het geloof in deze ‘antireligieuze’ tijd glans te geven, beweert hij dat het een soort wetenschap is. ‘Het is een andere vorm van kennis, van wetenschap – een andere manier van zeker weten.’ Een vergelijking die mank gaat.

Even groot als het verschil tussen weten en geloven, tussen de algemene, verifieerbare kennis van de wetenschap en de persoonlijke ervaring van de gelovige, is de kloof tussen de rotsvaste zekerheid van het geloof en de structurele onzekerheid van de wetenschap.

Wetenschap heeft weinig op met ‘zeker weten’. Natuurlijk hechten wetenschappers aan verifieerbaarheid, maar ultieme zekerheid is voor hen de dood in de pot. De twijfel, de bevraging gaat door. Wetenschap is permanent in beweging, wantrouwig, uit op tijdelijke compromissen en afspraken. Haar kennis is beperkt houdbaar, vervangbaar.

Ongelovigen zijn inferieure wezens

Hoe anders is dat in het geloof. Gelovigen zijn er doorgaans niet op uit God te weerleggen, te verifiëren of te betwijfelen. Hun onderwerp is volmaakt, onaantastbaar en oneindig. Dit geeft de wetenschap geen verheven status in de politieke besluitvorming, maar laat zien hoe Rouvoet appels met peren vergelijkt.

Er kleeft nog een nadeel aan ‘zekere kennis’ over het opperwezen: waar niks meer bevraagd wordt, komen dogmatisme en fundamentalisme in zicht. Zo beweerde Balkenende begin dit jaar publiekelijk dat men zonder geloof niet kan functioneren.

Hij drukte daarmee een antipathieke, onder radicale gelovigen gangbare gedachte uit. Ongelovigen worden gezien als inferieure wezens die geen benul hebben van spiritualiteit, moraal, saamhorigheid, medemenselijkheid, troost, extase of transcendentie.

Gelukkig kan een net verschenen boek Balkenende helpen: De geest van het atheïsme door André Comte-Sponville. Daarin springt deze hedendaagse Franse filosoof op de bres voor het maatschappelijke, gelijkwaardige samenspel van geloof en ongeloof binnen de laïcité.

Dat doet hij met humor, eruditie en oog voor alle partijen. Er bestaat wel een spiritualiteit zonder God, betoogt hij, atheïsten hebben oneindig meer keuzes dan egocentrisme en nihilisme. Comte-Sponvilles atheïsten beseffen scherp wat ze te compenseren hebben. Dat maakt ze vitaler en inventiever dan christenpolitici die zich slechts met afkeer in ongelovigen kunnen inleven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden