Column

Als mijn zoon me ziet, denkt hij aan eten

De zoon van Sylvia Witteman gaat vasten. Zij niet.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Op de basisschool smeerden mijn kinderen nog broodjes om geld op te halen voor Malawi; op de middelbare pakken ze het harder aan: voor de arme stakkers in Zuid-Soedan zou mijn zoon, met zijn makkers, 24 uur niets eten. Of ik hem wilde sponsoren? Jazeker, want ik heb het beste voor met kindertjes van alle gezindten, desnoods in Nóórd-Soedan.

Het geld maakte ik grif over, maar of ze er in Zuid-Soedan iets mee opschoten dat er hier een stel gymnasiastjes een dag zonder slavinken door het leven moest? 'Doe niet zo flauw', vond mijn zoon. Hij ontbeet met wat extra broden en eieren om zich voor te bereiden op het vasten en fietste welgemoed naar school.

Toen hij om 3 uur thuis kwam had hij natuurlijk honger. Doorgaans eet hij dan alles op wat hij kan vinden, want hij is reusachtig voor zijn 14 jaar en doet belachelijk veel aan sport. Nu hing hij kwijnend op de bank. 'Ik denk niet dat ze er in Zuid-Soedan achterkomen dat jij hier een paar tosti's wegwerkt', zei ik. 'Desnoods doe je de gordijnen even dicht.' Maar nee, ook dat was 'flauw'.

Het werd een zware middag. Mijn zoon heeft blijkbaar in films nogal wat mensen zien sterven, want elke keer als ik de kamer binnenkwam nam hij een nieuwe zieltogende pose aan: met holle blik grijpend naar zijn hart of kruipend over het parket naar een denkbeeldige oase. Af en toe viel hij me met brekende ogen om de hals, of liet zich kermend op de grond vallen.

Een vriend belde met een grafstem 'of er bij ons ook niet gegeten werd'. Hij heeft twee elfachtige dochtertjes op diezelfde school. Zijn vrouw at, uit solidariteit met die wichtjes, ook niets, maar dronk wel wijn - dat is geen eten tenslotte - zodat ze tegen zevenen al niet meer beschikte over coherente conversatie.

We besloten toen maar in de stad te eten, om de hongerlijders niet te kwellen met de geuren van gebraad. Het smaakte opperbest, maar mijn moederhart huilde. Die ellendige Zuid-Soedanezen! Zeker, die hebben ook honger, maar daar staat ze tenminste geen ijskast vol overgeschoten gehaktballen en Franse kaasjes aan te staren.

'En?', vroeg ik mijn kind bij thuiskomst. 'Het ging wel, maar telkens als ik jou zie, moet ik weer aan eten denken', sprak hij verwijtend. Toen zijn we allemaal maar naar bed gegaan.

Hij leefde nog, de volgende ochtend, al zag hij erg pips. Hij had zijn taak volbracht, als een dapper man. Ze zullen trots op hem zijn, helemaal in Zuid-Soedan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden