Als mensen falen dan mag je ze aanpakken

Ton Boot is 54 jaar, maar in het hart nog altijd een angry young man. Zijn harde, maar vaak rake uitspraken worden hem in de Nederlandse basketbalwereld niet in dank afgenomen....

TON BOOT moet eerst even een rekening vereffenen. Hij heeft zijn jas nog niet uit, zo'n klassieke regenmantel die je eerder bij een voetbaltrainer zou verwachten, of hij begint een tirade aan het adres van directeur Peter Notten van de basketbalbond. 'Het is zo'n klootzak. Hij heeft me enorm genaaid. Het is een man die absoluut geen interesse heeft voor basketbal, maar dat ziet als middel voor zijn eigen doel.

'Hij is onaantastbaar in een elite die zichzelf handhaaft. Mij heeft hij heel gemeen behandeld. Ik dacht: ik wacht tot ik hem nog een keer te pakken kan nemen. Het is ook heel rancuneus, maar omdat de positie van die man redelijk onaantastbaar is, is dit mijn enige manier. Ik weet dat hij daar slechte nachten van heeft, want ik heb zijn ijdelheid aangetast.'

Hè, hè, dat lucht op. Kennelijk niet genoeg, want Boot gaat door. 'Wanneer je aan de top zit van een hiërarchie heb je zeer grote verantwoordelijkheden. Daar word je ook voor betaald. Die verantwoordelijkheden zul je moeten waarmaken. Als mensen daarin falen, mag je ze ook aanpakken. Waarom moet de kleine man altijd de lul zijn?

'Ik zie elke keer weer, in de politiek, het bedrijfsleven of waar dan ook, dat die mensen zich weten te handhaven. Dit was de enige manier om een klein deukje aan te brengen. Notten hoort daar niet thuis. Heel velen horen in de top van die hiërarchie niet thuis. Kijk naar RSV, Ogem. De mensen die daar zaten, hebben gefaald. Vijf miljard verloren en dan lees je dat ze in een volgende functie zitten. Dat is iets wat er bij mij niet in gaat.'

Boot, 54 jaar en sinds lang 's lands succesvolste basketbalcoach, is even terug uit België. Ook daar viert hij triomfen. Zijn club Oostende leeft als nooit tevoren en is zelfs aanvoerder van de ranglijst. Hij zegt zich gelukkig te voelen in zijn nieuwe werkomgeving, maar de woede is gebleven. Het is voor hem nog altijd een grote frustratie dat de Nederlandse basketbalbond ruim een jaar geleden zijn sollicitatie naar de functie van topsportcoördinator achteloos van de hand wees.

Ze moesten hem niet bij de NBB, omdat hij te lastig is. Hij trapte tegen schenen, en doet dat nòg. 'Het werkt als een boemerang tegen me', beseft Boot. 'In de basketbalwereld houden ze zichzelf heel erg in stand. Daarom zie ik geen perspectief meer in Nederland. Ik weet dat er nooit verandering zal optreden. Of het wordt nog zwakker. Want wie nemen ze aan? Iemand die nog zwakker is dan zij.'

Nederland was te klein voor hem geworden. Niet alleen de bond wenste geen gebruik te maken van zijn diensten. Bij Den Helder, de club die hij vier maal naar de landstitel had geleid, hoefden ze hem ook niet meer. Het bestuur verkondigde dat hij niet meer te betalen was. Bij andere clubs bestond er evenmin belangstelling voor hem. Boot werd als het ware naar het buitenland gedreven. Hij moest toch zijn brood verdienen?

In Nederland bestond de gedachte dat een coach als hij, met al zijn ervaring en capaciteiten, te duur zou zijn. 'Maar hoe kon men dat weten? Den Helder heeft bijvoorbeeld nooit een gesprek met me gehad. Dat is op zich gek. Er wordt een beeld van mij in stand gehouden en daar kan ik niks aan doen.

'Ik sta ook bekend als bikkelhard, maar ik vind dat ik de menselijkheid zelve ben. Af en toe betrap ik me erop dat ik juist niet hard genoeg ben. Je hebt in het leven een bepaalde doelstelling. In de sport is dat winnen. Wat ik doe, is de uiterste consequentie trekken uit het woord winnen. Die consequenties zijn nogal wat natuurlijk. Keihard trainen, hetgeen op zich niet leuk is. Leven als een topsporter, al die obstakels overwinnen.

'Maar dat willen die spelers ook. Het eerste wat ik vraag als ik bij een club kom, is: wat willen jullie? Winnen, hoor ik dan. Ja, dan gaan we daar even de consequenties uit trekken. Dat noem ik dan logica en normaal. Bikkelhard? Nee, ze hebben het toch zelf gewild? Dat geldt voor mij ook, want als zij niet winnen, word ik weer weggewerkt.'

Pijn heeft het hem niet gedaan, dat hij in Nederland niet meer nodig was. 'Nee, absoluut niet. Niemand kan mij pijn doen. Ik heb zoveel zelfrespect dat ik onaantastbaar ben. Ik weet genoeg van mezelf. Zo ver ben ik al, maar ik ben natuurlijk ook niet meer zo jong. Ik weet mijn eigen kunnen. En ook mijn eigen falen, hoor, dus ik ben reuze bescheiden in bepaalde dingen. Dat coachen doe ik zo langzamerhand wel op een aardige manier, hè? Dat kan niemand aantasten.'

Oostende was de enige club die Boot een concreet aanbod deed. Dat hij er op inging, was voor menigeen een verrassing. Want Oostende had een dictatoriale, opportunistische voorzitter, ene Rudolf Vanmoerkerke, die de ontslagbrief van zijn coaches in de binnenzak met zich mee draagt. Boot, een man van de lange termijn, heeft zichzelf dan ook terdege afgevraagd of de combinatie zou klikken.

'Toch, in dat coachen was me al veel gelukt. Dus heb ik het van de andere kant bekeken. Waarom zou het me niet lukken? Waarom zou het niet op mijn manier gaan? Met die gedachte ben ik er ingestapt. Vanmoerkerke is inderdaad wat opportunistisch. De consequentie daarvan is dat ik op straat kan komen te staan als ik verlies. Wat dan nog? Dan maakt hij een zware fout, maar daar zit ik verder niet meer mee.

'Ik moet er gewoon voor zorgen dat ik een paar wedstrijdjes win. Daar ben ik wel mee bezig. Ik ben meer met winnen bezig dan in Nederland. Ik ben nog fanatieker omdat ik absoluut wil slagen. Ik ben bezig om te winnen, maar denk toch ook aan de middenlange termijn. Als ik eventueel volgend jaar nog bij Oostende werk, wil ik profijt hebben van datgene wat ik het jaar daarvoor heb gedaan.'

Boot heeft reeds de nodige gevechten gevoerd in België. Maar hij zegt slechts één concessie te hebben gedaan: 'Ik gedraag me anders, omdat ik in een ander land zit. Ik vind dat dat moet als je gast bent. Het is een heel gevaarlijk onderwerp, maar ik vind dat in Nederland veel mensen die te gast zijn, zich niet gedragen als gast. Ik doe dat in ieder geval wel. Sociaal zal ik me aanpassen in België, maar niet op die basketbalvloer. Want op de Noordpool, Kaap Hoorn en in Alaska is sport precies hetzelfde.'

Het basketbal in België staat op een hoger peil dan dat in Nederland. De beleving van publiek en media zijn er ook groter. Boot geniet van de atmosfeer in de kolkende sportarena's. 'Het is veel en veel emotioneler dan in Nederland. Ik kan het in één woord omschrijven: het is leven. Het bruist. In Nederland is het sterven.

'Ja, het doet me heel veel. Zelfs als ik train. We hebben een eigen zaal met een houten vloer, alleen voor basketbal. Ik train daar twee keer per dag. Dat is heel iets anders dan in het ene schoollokaaltje trainen en dan weer in het andere zoals ik bij Den Helder gewend was. Dat was niet te min voor mij, maar het was natuurlijk wel anders.'

Boot moet nog altijd flink wat scepsis overwinnen in Oostende. Of dat met zijn Hollandse afkomst heeft te maken, weet hij niet. Het interesseert hem ook weinig. Feit is dat supporters van de club hem uitschelden en dat journalisten zich uiterst kritisch opstellen. Vooral na het duel met Gent, waar zijn Nederlandse collega Jan Willem Jansen werkzaam is, waren de kritieken niet mals. De nadruk zou te veel op het verdedigen hebben gelegen, bij beide teams trouwens.

'Het was een spannende, emotionele en onvoorspelbare wedstrijd. Wat is er nou leuker in sport dan dat. Het was een vecht-wedstrijd. Nou, dan noem ik al een paar eigenschappen op die bij topsport horen. Ik was er bij, ben misschien niet objectief, maar ik vond het goed. Nadat ik de kritieken had gezien, besloot ik doodgewoon net als in Nederland geen kranten meer te lezen. Want dan erger ik me alleen maar.'

Uit zelfbescherming heeft Boot zich afgesloten. 'Ik denk dat ik in principe bang ben geworden voor mensen. Overdreven gesteld dan. Als ik wil kan ik heus wel met mensen praten. Ik ben geen wereldvreemde figuur en af en toe heb ik mijn babbel ook wel klaar, maar ik heb als speler en als coach ervaren dat je na successen hemelhoog kunt worden geprezen en vervolgens volkomen onder de grond gestopt kunt worden. Daar zit een groot verschil tussen en dat is angstig, hoor.

'Ik ben bang voor de massa. Vorig jaar had je die vechtpartij in De Maaspoort in Den Bosch. Angstaanjagend. Uit de oorlog zie je ook dat soort beelden. Een toespraak van Hitler en daar gaan al die handen (brengt de Hitler-groet). Allemaal. Dat heeft helemaal geen eigen mening meer. Dat is ràààm. In de massa is het een mening die geen waarde heeft, want het is een collectieve mening. Geen eigen mening.'

Dat laatste kan van Boot allerminst worden gezegd. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil en spaarde niets of niemand. Niet zelden leidde dat tot grote conflicten. Maar ze hadden een doel. 'Conflicten zijn inherent aan topsport en aan winnen. Ik zoek ze niet op, maar zonder conflicten kom je niet tot winst.

'In het algemeen ziet iedereen tegen een conflict op. Ik niet. Het is niet leuk, maar als je een conflict oplost, kom je in een betere situatie. Je komt pas in problemen als een conflict niet wordt opgelost. Ik probeer die oplossing natuurlijk wel te geven.'

Het Nederlandse basketbal is voor Boot een gesloten boek. Maar ook daarover geeft hij onverschrokken zijn visie, als die hem wordt gevraagd. Met de beste wil van de wereld kan hij er weinig positiefs over melden. Het beleid van bondscoach Toon van Helfteren om met jonge, veelal onervaren spelers te bouwen aan een nationaal team voor de toekomst, kan hem bijvoorbeeld niet bekoren.

De internationals die de afgelopen week in Haarlem tijdens de basketbalweek in actie kwamen, zijn in de ogen van Boot al weer te oud. 'Daar verander je niet veel meer aan. Het heeft meer zin om veertien-, vijftienjarigen op te leiden. Wat er nu gebeurt, is voortkabbelen. Een beetje in de top van de C-poule spelen en hopen op Rik Smits, Hamming en Nahar om wie wordt geroepen. Daar is niks structureels aan. Met die jongens kun je incidenteel een succes boeken. Als ze komen.

'Ik moet in Van Helfteren waarderen dat hij de enige van de bond is die doelstellingen heeft. De NBB heeft ze niet, omdat je dan ook nooit kunt falen. Ik moest wel heel hard lachen toen ik de doelstellingen van Van Helfteren zag. Zijn uiteindelijke doel is de A-poule. Dat is een lachertje eerste klas, volkomen irreëel. Dat haalt hij nooit van zijn leven. Die doelstelling is een zeepbel. Verder niks.'

Enige rancune is hem niet vreemd als hij zijn vraagtekens plaatst bij de benoeming van Van Helfteren, destijds assistent-bondscoach. Zelf beschouwde hij Jan Willem Jansen, een groot bewonderaar van Boot, geschikter als opvolger van Randy Wiel. 'Hoe is de procedure gegaan? Wie beoordeelt dat bij de bond?', vraagt hij zich af.

'Van Helfteren heb ik met DAS alleen maar op de onderste plaats zien staan. Hij zat in dat wereldje en paste er precies in. Iedereen in dat wereldje wordt beoordeeld op de vraag of hij een gevaar is of niet. Daarom kom ik er niet in. Hij was kennelijk geen gevaar. Ik weet niet of ze dat goed gezien hebben bij de bond. Als ze geen taxatiefout hebben gemaakt, zegt dat genoeg over Van Helfteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden