Beschouwing

Als Lucebert schilderde, zat een god al vioolspelend in zijn oog

In zijn werk drijft dubbeltalent Lucebert de spot met de hypocrisie van het burgerdom, maar ook met de vergeefse idealen van goedwillende idealisten.

Lucebert, Het Twistpunt, uit 1977. Collectie Schiedam. Beeld Peter H. Toxopeus

Een van de misvattingen over het beeldend werk van het weergaloze dubbeltalent Lucebert (1924-1994) is dat zijn schilderijen en tekeningen nauw verwant zijn aan de ideeën en idealen van de Cobra-beweging. 'Cobra' was de naam voor het gezelschap van kunstenaars uit Kopenhagen, Brussel en Amsterdam dat zich niet lang na de Tweede Wereldoorlog groepeerde en een nieuwe, op de 'onschuld' van het kind geënte kunst nastreefde, met Asger Jorn uit Denemarken en Karel Appel uit Nederland als prominente gezanten.

Die misvatting ligt om biografische redenen voor de hand. Platzak en in Amsterdam zwervend van adres naar adres kwam Lucebert (pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk), in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog geregeld op bezoek bij de al even armlastige kunstenaars Appel en Corneille. Appel en Lucebert deelden een intense interesse voor het werk van de toen nog redelijk obscure Picasso en Joan Miró.

In 1947 trad Lucebert toe tot de zogeheten Experimentele Groep, de Nederlandse voorloper van Cobra. Zo tussen 1947 en begin jaren vijftig vonden er voortdurend uitwisselingen plaats van ideeën, kunstwerken en gedichten tussen de kunstenaars van Cobra. In diezelfde periode vormde Lucebert met onder anderen Remco Campert en Gerrit Kouwenaar de dichtersbeweging De Vijftigers. Cobra en De Vijftigers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Pas in 1958 is Lucebert gaan schilderen. Vóór die tijd tekende hij uitsluitend en had hij geen geld om schildersbenodigdheden aan te schaffen. Voor Cobra en De Vijftigers was de nu romantisch aandoende armoede een bittere realiteit. Van Lucebert is bekend dat hij eind jaren veertig vaak dakloos was. Hij overnachtte op bankjes in het Vondelpark of buiten de stad, in 'greppels, boerenschuren of abri's', volgens zijn biograaf Peter Hofman.

Nalatenschap

De spectaculaire en stampvolle tentoonstelling Lucebert, Thuis in Bergen in Museum Kranenburgh in Bergen, Noord-Holland, toont een selectie uit de duizenden tekeningen en honderden schilderijen die Lucebert tussen de jaren vijftig en negentig van de vorige eeuw maakte. Veel werken uit zijn nalatenschap zijn nooit eerder tentoongesteld. Alleen al daarom is Lucebert, Thuis in Bergen een must see.

Lucebert creëerde talloze wezens die zich bevinden in een soms sprookjesachtig, soms naargeestig en luguber, maar altijd fascinerend universum. Hij beeldde fabeldieren af, maar ook monsters en heiligen, kinderen en kobolden, kreupelen en koningen, onderdrukten en onderdrukkers, slaven en bazen, nimfen en neuroten, paupers en prinsessen, goden en hellevegen.

Anders dan de Cobra-kunstenaars Corneille en Appel tref je bij Lucebert nooit puur abstracte kunst aan. Altijd stond hij met één been in het realisme (maar het was altijd een realisme dat onder zijn handen radicaal vervormde of zelfs misvormde) en met het andere in het surrealisme (maar het werd nooit een uitzinnige melange van werelden zoals in het oeuvre van Salvador Dalí). Abstract werd het bij hem nooit.

Appel, Corneille en, gedurende een beperkte tijd, ook Jorn geloofden in een betere wereld, de nog niet gecorrumpeerde wereld van het kind met een onbezoedeld blazoen. De jonge hemelbestormers van Cobra moesten die 'tekentaal' van het kind op zichzelf én op de rauwe werkelijkheid van vlak na de Tweede Wereldoorlog heroveren.

Voor Lucebert was die betere wereld een tragische illusie. Steeds meer domineerde in zijn kunst na 1960 een ontzetting over, maar ook een verbeelding van het Kwaad. Het kwade in de wereld liet zich volgens hem niet knechten door een speels idealisme dat de eeuwige onschuld van het kind bezong.

Bezoekers bekijken de overzichtstentoonstelling van dichter en schilder Lucebert in de culturele buitenplaats Kranenburgh, te Bergen. Beeld anp

Sleuteltekst

In 1988 liet hij zich interviewen door Edy de Wilde, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Dat interview fungeert ook meer dan vijfentwintig jaar later als dé sleuteltekst die toegang biedt tot de poëtica en het oeuvre van de dichter en schilder Lucebert. Hij benadrukte in dat interview dat hij slechts korte tijd tot de Cobragroep had behoord.

Lucebert vond Cobra 'veel te vitalistisch en daarom te optimistisch.' En: 'Cobra heeft zich tegen de besmetting van het onverdraaglijke - de herinnering aan Auschwitz, de atoombom, de genocide - willen beschermen door te vluchten in de veronderstelde onschuld van het kind of in een al even utopische barbaarse vitaliteit.'

Ook typeert Lucebert in dit interview zijn werk op een glasheldere manier die toegang biedt tot zijn universum van vervormde (mens)figuren: 'Mijn ontwikkeling gaat in de richting van (...) een steeds groter realisme. De wezens die mijn schilderijen bevolken zijn of monsters of machtelozen of beide tegelijk, en als zodanig weerspiegelen ze de schizofrene en paranoïde aanleg van de menselijke soort.'

Bij Lucebert is het altijd verleidelijk woord en beeld met elkaar te verbinden; en bij deze uitleg van zijn beeldtaal in de schilderijen dringen zich de legendarisch geworden regels op uit het al even legendarische gedicht ik tracht op poëtische wijze (1952): 'in deze tijd heeft wat men altijd noemde / schoonheid / schoonheid haar gezicht verbrand.

In veel schilderijen en tekeningen zien we gehavende en misvormde gezichten en lichamen vol uitstulpingen en inkepingen; wezens met ogen als denkbeeldige planeten en grijnzende monden met tanden als tirannieke tralies. Zijn schilderijen drijven de spot met de hypocrisie van het burgerdom, maar ook met de vergeefse idealen van goedwillende idealisten. Lucebert is ook een kunstenaar met een sterk historisch (kunst)bewustzijn: zijn fabeldieren lijken soms weggelopen uit tekeningen van Goya en schilderijen van Jeroen Bosch. Op andere momenten druppelen de zwarte, rode en gele stippen van Joan Miró op de huid van zijn meisjes en mevrouwen, zijn macho's en meneren.

Het atelier van Lucebert is nagebouwd op de overzichtstentoonstelling van de dichter en schilder in Bergen. Beeld anp

Kameleon

Vaak weet je niet of je bij Lucebert kijkt naar een feest of een nachtmerrie. Neem Het twistpunt uit 1977. Twee onnavolgbaar vervormde dwazen lijken met elkaar in de clinch te liggen. De ene man heeft een neus als uit een Amerikaanse cartoon uit de jaren vijftig en een lange tong als van een opgebolde kameleon. De andere man lijkt wel een door de mangel gehaald zelfportret van Jan van Eyck met tulband. Waar zijn de benen gebleven van die vent-met-tong? Zijn bovenlichaam is gestut op een vierkante sokkel die uit een blokkendoos lijkt te zijn opgediept.

En dan de ogen van beide sujetten. Ogen als van overspannen kikkers. De twee figuren lijken wel twee afsplitsingen van 'heer horror' uit Luceberts gelijknamige gedicht. In dat gedicht gaat ene heer horror 's avonds uit, waar hij 'pienkt aan de ladies en pienkt aan de poem'. Het neologisme 'pienken' klinkt even macho-zelfingenomen als speels-onschuldig. Op Het twistpunt is een van de beide heertjes horror zo kaal als een knikker, alsof Lucebert er de tondeuse uit het gedicht op heeft gezet: 'de tondeuze (sic) doezelt zijn naam horror rorror razer raar.'

Die laatste regels zijn je reinste gangstarap avant la lettre. Het is maffe, vitale en woorddronken wereldmuziek die men speelt op het continent Lucebert. 'Nu komen ook de kooien van de poëzie weer open voor het gedierte van Miró', schreef Lucebert in het gedicht het vlees is woord geworden over het oeuvre van Joan Miró - met wie hij zich in de loop van de decennia verwant bleef voelen. Diezelfde kooien van de poëzie gaan in Luceberts tekeningen en gedichten open. En kaboem! - daar ontsnappen ze, die onvergelijkelijke fabelwezens, in hun heilige en duivelse vervormingen. Over de aard van zijn poëzie dichtte Lucebert: 'Ik denk dat het een god is viool spelend op mijn strot.' Als hij schilderde en tekende, verhuisde die god van strot naar oog.

In Bergen is momenteel de overzichtstentoonstelling van schilder en dichter Lucebert te zien. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden