Opinie

Als Le Pen wint, is de volgende financiële crisis een feit

Beeld de Volkskrant

De verkiezingen morgen in Frankrijk zijn adembenemend, en ze gaan ons meer aan dan ooit. De verwachting dat Marine Le Pen in de tweede ronde door een gezamenlijk front van de rest zal worden weggevaagd, is wishful thinking, vooral na de aanslag van donderdag. Nooit eerder was al vóór de eerste ronde het oude midden totaal verdampt. President Hollande doet niet eens mee en de gaullistische uitdager Fillon sleept te veel schandalen achter zich aan. Il est mort, zegt mijn Franse buurman. De socialist van dienst heet Hamon en wordt beschouwd als een slechte, linkse grap.

Blijven over als serieuze kanshebbers Le Pen en Emmanuel Macron, die een Franse variant van D66 belichaamt. Pro Europa, pro liberalisering, maar geen man met gravitas en ook nog bij een bank gewerkt. Dat was een Joodse bank bovendien, waar Marine Le Pen graag indirect aan herinnert. Niet vergeten: president Hollande won vijf jaar geleden onder verwijzing naar zijn 'grootste vijand': de financiële wereld. Macron is al bij al een radicale keuze. Mocht Le Pen winnen, dan wil ze af van de euro en vooral wil ze de staatsschuld in gedevalueerde nieuwe francs betalen. De dag na haar overwinning is de volgende financiële crisis een feit.

Is Frankrijk bijzonder? Wij hebben het graag over de Franse weigering te moderniseren, het immobilisme. Maar het ongenoegen is veel wijder verbreid. Premier May schrijft vervroegde verkiezingen uit in verband met de Brexit. Hier denken we aan de excentrieke Britten, met één been in Europa en één been erbuiten. Toch is het Britse gemor ook niet alleen maar Brits, aangezien ze in de VS intussen president Trump hebben gekozen. Vergeet Nederland niet. Hier wordt nu ouderwets geformeerd. We zijn al bijna vergeten dat de vorige regering bij de verkiezingen vrijwel werd gehalveerd.

Telkens dezelfde thema's waarop het ongenoegen drijft: immigratie en globalisering, met bijbehorende winnaars en verliezers. En kolossaal onbegrip bij de over ons gestelden. Deze week gaf president Hollande zijn laatste, testamentaire interview aan het oude kanon Franz-Olivier Giesbert. Deze Franse beroemdheid schreef drie biografieën over Mitterrand én drie over Chirac, dus een interview met Hollande was meer een gunst van de journalist. Tot zijn verbazing zat de president niet te kniezen in zijn Élysée-paleis. De tuindeuren stonden open, het rook naar versgemaaid gras en de vogels floten welgemoed.

Ook de president had er zin in. Vooral zin in het leveren van kritiek. De campagne was oppervlakkig, de buitenwacht en vooral de pers hadden het totaal verkeerd begrepen. Iedereen denkt dat het slecht gaat met Frankrijk. Maar het gaat juist goed. Er is groei en Peugeot heeft zojuist het Duitse merk Opel gekocht. Niemand die het wil zien. En dan die kandidaten met hun simpele oplossingen. Zo eenvoudig is besturen niet.

Marine Le Pen, Benoit Hamon en Francois Fillon tijdens een televisiedebat op 20 april Beeld reuters

Verkiezingspagina

Bekijk hier de verkiezingspagina voor de Franse presidentsverkiezingen voor een compleet overzicht van alle stukken over de over de zinderende finale.

Het kwam allemaal bekend voor. Onze eigen onderkoning Piet Hein Donner had twee weken geleden precies dezelfde boodschap aan de natie. Het gaat niet slecht maar goed en we moeten niet achter rattenvangers met hun referenda aanlopen. Daarvoor is zowel de samenleving als het bestuur te ingewikkeld geworden. En we hebben onze welvaart, rechtsstaat en stabiliteit aan Europa te danken.

Steeds duidelijker wordt dat de kiezer geen genoegen meer neemt met dit alternatiefloze verhaal. Al helemaal niet in Frankrijk, dat de politieke wil heeft uitgevonden. Schandalen stapelen zich op, de Franse identiteit ligt onder vuur, islamitische aanslagen rijgen zich aaneen en ondanks de overname van Opel door Peugeot gaat het in een groot deel van het land gewoon beroerd. Nu is het bestuur zo impopulair, dat álle overgebleven kandidaten zich als antisysteemkandidaten profileren. Niet alleen Le Pen en de zeer linkse Mélanchon keren zich tegen het establishment, ook Fillon en Macron.

Die laatste twee gingen onlangs in debat. Fillon verweet zijn concurrent dat hij een product was van eliteschool ENA en als voormalige minister van Financiën de zittende macht belichaamde. Waarop Macron riposteerde dat Fillon een overtuigende rebel neerzette: sinds 1981 onafgebroken in de Kamer, bijna vijf jaar premier onder president Sarkozy. Fillon weet zich trouwens miraculeus staande te houden in de peilingen, sinds bekend werd dat hij de staatskas een en ander aan vrouw en kinderen had laten gireren. De barrage aan kritiek pareerde hij door de critikasters, pers en politici, af te schilderen als vertegenwoordigers van le pouvoir. Zo werd een greep in de kas óók een vorm van rebellie en Fillon een soort omgekeerde Robin Hood.

Allemaal antisysteemkandidaten dus, die stuk voor stuk niets liever willen dan de macht. Dit alles leidt tot voorspelbaar gefnuikte verwachtingen straks. De meest hoopgevende kandidaat is zonder twijfel Emmanuel Macron. Hij keert zich tegen 'een politieke en mediatieke klasse die een volk van slaapwandelaars voortbrengt; we zien dezelfde gezichten, dezelfde onderwerpen, dezelfde voorstellen, die worden aangepast nog voordat ze zijn ingevoerd.'

Macron doet onweerstaanbaar denken aan Hans van Mierlo, toen hij de antisysteempartij D66 presenteerde in een filmpje. Weggedoken in zijn kraag sprak hij zijn klaagzang uit over de ingezakte partijen in het verkalkte Nederland. Maar dat was wel vijftig jaar geleden. De rebellen van toen zijn de regenten van nu.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.