REPORTAGEPersvrijheid in Hongarije

Als kritische journalist in Hongarije ben je al snel een ‘corona-collaborateur’

Een wetsvoorstel van Viktor Orbáns regering baart Hongaarse journalisten veel zorgen. ‘Paniek zaaien’ met ‘onwaarheden’ over de coronapandemie kan tot vijf jaar cel leiden. ‘Er kan een sfeer ontstaan waarbij het publiek zich tegen ons keert.’

Journalist Luca Pintér (links) interviewt een winkelier in Boedapest. Beeld Akos Stiller

Stap één, als je een buurtsupermarkt in Boedapest in wilt: een mondkapje op. Dat doet Luca Pintér (33). Ze trekt ook latex handschoenen aan, je weet maar nooit. Haar stem klinkt gedempt achter het textiel. Pintér is verslaggever voor Index.hu, de grootste nieuwswebsite van Hongarije.

Klik, klik, klik – haar fotograaf schiet plaatjes bij de vleeswarenafdeling. Pintér en hij doen een rondje langs de beroepen die tijdens deze pandemie onmisbaar zijn. Ze praten met de buschauffeur, de pizzabezorger, en nu met de vrouw die deze buurtsupermarkt runt. De vrouw vertelt Pintér – hoogblond met een paardenstaart – dat de crisis haar uitput. Ze wil voortaan een uur eerder dicht.

Zelf krijgt de verslaggever ook weinig slaap, en niet alleen vanwege corona. Een nieuw voorstel van de Hongaarse regering houdt haar flink bezig. De noodtoestand wordt ermee verlengd (voor onbepaalde tijd) en het strafrecht gaat op de schop. Iedereen die een ‘onwaarheid’ verspreidt over de pandemie en zo ‘paniek’ zaait, kan straks opgepakt worden en in de cel verdwijnen – ook journalisten.

De plannen hangen als een donkere wolk boven de Hongaarse pers. De vraag is: hoe hard wil de Fidesz-regering van premier Viktor Orbán het spelen? ‘Als verslaggever kom ik vaak in rechtbanken om bij strafzaken te zijn’, zegt Pintér. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik straks misschien zelf de cel in moet.’

Onafhankelijke media

Anders dan weleens wordt aangenomen, hoef je journalisten niet persoonlijk aan te pakken om hun werk moeilijk te maken. Je kunt ook bevriende zakenmannen loslaten op de mediamarkt, zoals Orbán (aan de macht sinds 2010) heeft gedaan. Ruim 470 media zijn in handen gevallen van oligarchen. Sinds anderhalf jaar vallen al die titels onder één stichting, afgekort Kesma. In de raad van bestuur zitten twee prominente leden van regeringspartij Fidesz.

Het gevolg is dat je als Hongaar goed moet zoeken naar onafhankelijke media. Op radio, tv en op papier zijn ze nagenoeg verdwenen. Alleen online is nog een handvol kritische redacties actief.

Met zo’n honderd medewerkers behoort Index tot de grootste van het land. Hun pand ligt op loopafstand van de Donau, maar een bezoekje blijkt ingewikkeld. Iedereen werkt vanuit huis, met als gevolg dat politiek redacteur Gábor Miklósi (49) alleen telefonisch kan praten, half overstemd door zijn dolenthousiaste kinderen. Miklósi verwacht niet dat de politie binnenkort op de stoep staat. Het wetsvoorstel is volgens hem vooral bedoeld als ‘munitie’ voor Orbáns achterban. ‘Kijk, zegt de regering hiermee: we doen iets aan de paniek zaaiende media.’

Gabor Miklosi.

Websites als Index berichten sinds de corona-uitbraak kritisch over de tekorten in de ziekenhuizen, terwijl pro-regeringsmedia een heel andere toon aanslaan. Ze prijzen de overheidsaanpak, en proberen het virus (zonder bewijs) in de schoenen te schuiven van immigranten uit het Midden-Oosten.

Langzaam ontstaat er een patroon. Tijdens een persconferentie werd de microfoon halverwege een kritische vraag bij een radioverslaggever uit haar handen getrokken. In een talkshow repte de hoofdredacteur van een pro-Orbán-blad van ‘coronavirus-collaborateurs’ die ‘niet aan de kant van het Hongaarse volk staan’. Een tweede gast riep op tot hun arrestatie.

Schril debat

In het wetboek van strafrecht staat al dat het verboden is om ‘opzettelijk’ paniek te creëren met foutief nieuws. De straf: drie jaar. In het nieuwe plan wordt dat vijf. ‘En het woordje ‘opzettelijk’ is eruit gehaald’, merkt Péter Magyari (42) op. Magyari werkt voor het zusje van Index, het iets hippere 444. ‘Mijn collega’s zijn nerveuzer’, ziet hij. ‘Er kan een sfeer ontstaan waarbij het publiek zich tegen ons keert.’

Peter Magyari.

De intimidatie van verslaggevers is niet los te zien van het steeds schrillere debat in Hongarije, stelt Maygari. Het zorgsysteem staat er dramatisch voor, en is volgens insiders niet opgewassen tegen het virus. Er wordt weinig getest. Maygari: ‘Orbán heeft baat bij een politiek conflict dat de aandacht afleidt.’

Toen de oppositie afgelopen week (in een versnelde procedure) tegen verlenging van de noodtoestand stemde, kopte een pro-regeringswebsite: ‘Oppositie kiest kant van het virus.’ Mocht het land niet in staat zijn de pandemie te beteugelen, dan is het prettig om alvast te weten wiens schuld dat was. Magyari vreest dat 444 door de maatregelen bronnen gaat verliezen, of zelfs in de val kan worden gelokt, bijvoorbeeld als iemand een journalist expres van valse informatie gaat voorzien.

Maandag stemt het Hongaarse parlement opnieuw over de maatregelen. De tweederdemeerderheid van Fidesz volstaat dit keer. Bij Index zijn ze niet van plan voorzichtiger te berichten. Voor zelfcensuur zijn de redacteuren naar eigen zeggen te ervaren. ‘Er is maar één ding waar Orbán echt bang voor is’, zegt redacteur Miklósi. ‘Macht. De pers heeft macht.’ Index wordt vanwege zijn gewogen toon ook door Fidesz-stemmers gelezen, zodat de premier het waarschijnlijk uit zijn hoofd zal laten om de site kapot te maken.

In een e-mail aan de Volkskrant ontkent Orbáns woordvoering dat de plannen in strijd zijn met de persvrijheid. De woordvoerder haalt het voorbeeld van Amerika aan: daar is het ook bij wet verboden om midden in een drukke bioscoopzaal ‘valselijk te roepen dat er vuur is.’

Teruglopende inkomsten

Praat je met Hongaren over persvrijheid, dan gaat het al gauw over één moment in de herfst van 2016. Dagblad Népszabadság werd overgenomen door een investeerder die het op een akkoordje bleek te hebben gegooid met de regering. De krant werd gesloten, al dan niet toevallig na een reeks onthullingen over de regering.

Zover ziet Miklósi het niet komen. ‘Zolang we financieel gezond zijn, zie ik geen probleem.’ Volgens sommige redacteuren is corona in dat verband een groter gevaar dan de regeringsmaatregelen. Door de pandemie komen adverteerders in het nauw, waardoor de inkomsten voor Index dreigen terug te lopen. Echt een vetpot was dat nooit: staatsbedrijven (die de diepste zakken hebben) adverteren alleen bij pro-Orbán-media. Index leunt nu voor een deel op donaties van lezers; de voorbije anderhalf jaar is er 900.000 euro ingezameld.

Na haar interview in de buurtsupermarkt stapt Luca Pintér weer naar buiten. Ze doet haar mondkapje af. Ze vertelt dat ze vroeger voor Hír TV werkte, een kanaal dat toen kritisch berichtte. In 2018 werd het – verlieslijdend – overgenomen door een zakenman uit Orbáns kring. De toon kantelde 180 graden. ‘Bijna al mijn collega’s gingen net als ik weg’, zegt Pintér. ‘Een vriendin vertrok naar Israël.’

Nu ze bij Index zit, heeft ze geen plan B meer. Haar ouders hebben een hotel bij het Balatonmeer, daar kan ze altijd terecht voor werk. Alleen: dat wil ze niet. Ze wil door als verslaggever. Het is alles of niets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden