interview Pedagoog Abdellah Mehraz

Als kind werd Abdellah Mehraz door zijn vader ‘achtergelaten’ in Marokko. Nu helpt hij migrantenouders met opvoedproblemen

Ouders met een niet-westerse achtergrond kiezen er vele tientallen keren per jaar voor hun kinderen terug te brengen naar het land van herkomst. Vaak zijn opvoedproblemen het motief. Voor kinderen is het een traumatische ervaring, weet pedagoog Abdellah Mehraz uit zijn eigen jeugd.

Abdellah Mehraz: ‘Ik kwam erachter dat de vaders hun kinderen niet kennen.’ Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het was zo’n autorit waar geen eind aan leek te komen. De ­ouders van Abdellah Mehraz zaten voorin, hij (8) en zijn zusje (6) achterin. De hele weg van Nederland naar Marokko moesten ze hun mond houden. Zo waren ze het van huis uit ook gewend: nooit lastige ­vragen stellen, nooit klagen.

‘Het voelde alsof we twee, drie maanden onderweg waren’, zegt Mehraz, inmiddels 45 en als pedagoog gespecialiseerd in opvoedingsondersteuning bij niet-westerse ­migrantengezinnen.

Ze zouden zoals elke zomervakantie op familiebezoek gaan in Berkane, een stad in het noordoosten van ­Marokko, niet ver van de Algerijnse grens. Wat Mehraz en zijn zusje niet wisten, was dat alleen hun ouders zouden terugkeren naar Nederland. Zij bleven achter bij opa en oma.

‘Mijn zusje en ik hadden niets door’, zegt Mehraz. ‘Mijn vader communiceerde nooit met ons. Dat hij ons zou achterlaten, was vooraf niet besproken.’

Er begon hem pas iets te dagen toen zijn vader hem meenam naar zijn nieuwe school. ‘Hij zei tegen de directeur: hier is mijn kind, let goed op hem.’

De jonge Abdellah Mehraz. Beeld Privé-archief

De vader van Mehraz kwam in de ­jaren zestig als arbeidsmigrant naar Nederland. Hij was analfabeet en deed jarenlang schilderwerk op een scheepswerf in Zaandam. Toen Mehraz 1,5 jaar was, liet hij hem met zijn moeder overkomen naar Nederland. De oudste zoon bleef achter in Marokko.

In Nederland kwam er een zusje bij. Een rustig kind, zegt Mehraz. Heel anders dan hij zelf was. ‘Ik was lastig. Heel druk, altijd in de verdediging. Mijn vader wist niet wat hij met mij aan moest.’

Zoals gebruikelijk in Marokkaanse gezinnen uit die tijd, hanteerde zijn vader een autoritaire opvoedstijl, die hij letterlijk kopieerde van zijn eigen ouders. Lastige vragen werden beantwoord met een klap.

‘Mijn vader sloeg met alles. Een riem, een slipper of met zijn grote handen. Maar het hielp allemaal niets. Ik bleef me verzetten. Mijn ­vader verwoordde het later zo: je was als een klein dwergje dat mij gek maakte.’

Zijn moeder – ‘een lieve, leuke vrouw’ – hield zich op de achtergrond. Vader bepaalde de regels.

Wanhoopsdaad

Hij was het ook die besloot om zijn kinderen in de zomer van 1982 achter te laten in Marokko. Het was een wanhoopsdaad, ingegeven vanuit een goede intentie: in Nederland, met al zijn verleidingen, zouden zijn kinderen op het verkeerde pad raken. In Marokko, zo was de gedachte, zouden ze in het gareel worden gehouden en uitgroeien tot verantwoordelijke volwassenen.

‘Mijn vader dacht toen nog dat hij zelf ook ooit zou terugkeren naar ­Marokko’, zegt Mehraz. ‘Een verkeerde inschatting, bleek achteraf. Hij is altijd in Nederland gebleven.’­

Mehraz en zijn zusje kwamen in ­Marokko terecht in een voor hen ­totaal vreemde wereld. Thuis hadden ze het goed. Hun oma, die de broek aanhad, was liefdevol en beschermend naar haar kleinkinderen.

De wereld buiten was een stuk harder. Mehraz, die de Arabische taal niet machtig was, werd het pispaaltje op school. Leraren sloegen hem, leerlingen scholden hem uit voor ‘Nederlandse koe’ en ‘kaaskop’. ‘In hun ogen was ik rijk. Mijn spullen werden geregeld gejat. De school bevond zich in een achterstandsbuurt, waar standaard vechtpartijen en moorden plaatsvonden. Daar groeide ik mee op.’

Van het heropvoedingstraject dat zijn vader voor ogen had, kwam weinig terecht: Mehraz gleed steeds verder af. ‘Ik ging me agressiever opstellen. Als ik werd geslagen, sloeg ik terug. Ik kreeg verkeerde vrienden en haalde kattekwaad uit: stenen gooien, bij mensen aanbellen – dat soort dingen. Op mijn 12de begon ik met roken.’

Zowel zijn oma als zijn moeder, die twee jaar later overkwam naar Marokko, corrigeerde zijn gedrag niet. ‘Mijn moeder wist niet eens dat roken slecht voor mijn gezondheid was.’

Een groep straatarme mannen uit Zuid-Marokko, die in Berkane in de bouw werkten, bekommerde zich wél over hem. Ze hadden hun intrek genomen in een garage, vlak bij het huis van Mehraz. ‘Ik schoof soms tot diep in de nacht bij ze aan om olijven met ze te eten en de Koran te lezen. Ze stelden me confronterende vragen: waarom ga je met verkeerde vrienden om? Je verdient dit niet. Je bent slim, je komt uit een goede familie. Waarom doe je dit? Ik kreeg voor het eerst in mijn leven de aandacht die ik nooit eerder had gekregen. Dat was een keerpunt.’

Een geschatte 180 tot 800 kinderen worden jaarlijks ‘achtergelaten’ in het buitenland 
Opvoedproblemen en gebrekkige communicatie zijn vaak het ­motief dat ouders met een niet-westerse migratieachtergrond hun kinderen achterlaten in het buitenland. Dat is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek dat het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) samen met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA) donderdag publiceert.

Terug naar Nederland

Mehraz kon nooit aarden in Marokko. Op zijn 21ste keerde hij terug naar ­Nederland, met het doel om te studeren. Dit was tegen het zere been van zijn vader, die vond dat een Nederlands ­diploma geen enkele waarde had. ‘Hij zei: als je naar Nederland komt, dan moet je werken.’ Dat deed Mehraz, als schoonmaakhulp op Schiphol, maar tegelijkertijd pakte hij een studie pedagogiek op aan ­Hogeschool Inholland.

Tijdens deze vier jaar hoopte Mehraz een antwoord te vinden op de vraag waar het bij zijn eigen opvoeding misging. En bij die van zijn Marokkaanse vrienden, die wel in Nederland waren opgegroeid en bijna allemaal waren ontspoord. De een was drugsdealer, de ander pleegde overvallen.

Maar een antwoord bleef uit. ‘Ik leerde bijna niets over het vaderschap, alleen over de rol van moeders.’

Pas toen Mehraz na zijn studie als pedagoog een baan kreeg aangeboden bij een project in de Utrechtse migrantenwijk Kanaleneiland, gericht op vaders met een niet-westerse achtergrond, kwam hij tot inzichten.

‘Ik kwam erachter dat de vaders hun kinderen niet kennen. Ze communiceren niet met ze, terwijl dit de enige ­manier is om kinderen op te voeden. Tijdens een debatavond vroeg ik een keer aan een groep ­vaders: wie beloont hier zijn kinderen en wie straft? Een vader stond op. Hij zei: ik gebruik gewoon de Koran. Als ik mijn kind beloon moet ze de Koran lezen, als ik haar straf ook. Hij was zichtbaar trots op deze aanpak.

‘Ik zei tegen hem: stel dat je voor een bedrijf werkt en de baas zegt: als je het goed doet, moet je tot 7 uur ’s avonds blijven, maar als je het slecht doet ook. Hoe weet je dan nog wat goed of slecht is?’

In 2007 richtte Mehraz zijn eigen adviesbureau in Amsterdam op. Trias ­Pedagogica, met speciale aandacht voor de rol van de vaders. Zijn aanpak is laagdrempelig: mensen kloppen niet bij hem aan, maar hij zoekt ze op. In buurthuizen, moskeeën, kerken of bij themabijeenkomsten. De gemeente geeft hem hiervoor financiële ondersteuning.

De gesprekken die Mehraz met ­vaders voert, gaan niet over wat goed en slecht is. Betutteling, daar schiet je volgens Mehraz niet mee op. In plaats daarvan werpt hij vragen op die stof bieden tot nadenken. ‘Ik vraag ze bijvoorbeeld: wat hebben jullie zelf gemist in jullie opvoeding? Dan geven ze allemaal hetzelfde antwoord: liefde, aandacht.’

Met zijn vader, inmiddels 84, praat hij nauwelijks over het verleden. ‘Als ik erover begin, wordt hij ongemakkelijk. Ik heb hem weleens gevraagd waarom hij ons nooit heeft beloond. Hij zei letterlijk: zoon, als ik dat had gedaan, dan was je nu misschien ontspoord. Ik móést je wel hard opvoeden.’

Wat betekent een ‘ruimer kinderpardon’?
Asielprocedures duren vaak jaren. Het kinderpardon regelt dat ‘gewortelde kinderen’ in Nederland mogen blijven, maar slechts een paar procent van de aanvragen wordt gehonoreerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.