Als jongetjes in de snoepwinkel

Ze waanden zich even de held in hun eigen voetbaldroom, de spelers die één keer het Oranjeshirt mochten dragen toen het Wilhelmus werd gespeeld....

Zonder een spoor van twijfel zegt Marcel Peeper: ‘Natuurlijk heb ik dat shirt bewaard. Het broekje en de kousen ook. Het was toch een mooie herinnering.’ Als hij verbazing op het gezicht van zijn gesprekspartner ziet, volgt een korte toelichting. ‘Ik mag mijn been op twee plaatsen hebben gebroken en daarna nooit meer op niveau hebben kunnen voetballen: die ene interland pakken ze me niet meer af.’

Peeper was een 24-jarige flankspeler van FC Twente die op 28 maart 1990, tijdens een oefenwedstrijd tegen de voormalige Sovjet-Unie, een beloftevolle carrière dof tot stilstand zag komen dankzij een wilde charge van Sergej Gorloekovitsj. Zijn interlandloopbaan duurde slechts 18 minuten.

De bewuste wedstrijd zal hem zijn leven lang achtervolgen. Toch zegt Peeper nu, in zijn woning in de Amsterdamse Rivierenbuurt: ‘Al waren het maar 18 minuten, voor mij was het fantastisch om mee te maken. Dan heb je er een keer bij gehoord, bij de beste voetballers van het land. Dat is het hoogsthaalbare voor een speler.’

Het zijn zinnen die ook moeiteloos uit de mond van Barry van Galen zouden kunnen komen. Een leven lang droomde hij ervan het Wilhelmus slechts één keer voor hem te horen spelen. Op 17 november 2004 was het dan zover voor de routinier van AZ.

In de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Andorra mocht Van Galen – 34 jaar en 227 dagen oud – debuteren van bondscoach Marco van Basten. ‘Daar zal ik hem altijd dankbaar voor blijven. Het is toch de mooiste dag uit mijn voetballeven geweest’, zegt Van Galen in een café aan de Grote Markt in Haarlem. ‘Dit was mijn droom, die had ik al als kleine jongen. Ik dacht destijds niet eens aan betaald voetbal. Het Nederlands elftal, dát telde.

‘Als ik nu, in mijn functie als AZ-scout, met buitenlandse collega’s praat, kijken ze toch even op als ik zeg dat ik international ben geweest. Dan stijg je in hun achting als het ware. Het shirt heeft een aantal jaren ingelijst aan de muur bij de voordeur gehangen. Mijn vrouw was het op een gegeven moment zat, die heeft er nu een spiegel opgehangen. Dat vind ik jammer.’

In het spelershome van het trainingscomplex van FC Twente in Hengelo roept Fred Rutten de langslopende middenvelder Orlando Engelaar even bij zich. Met een brede grijns zegt hij: ‘Hé lange, dit is het bewijs. Kijk, eenmalig international.’

Terwijl Engelaar geduldig het wedstrijdverslag van een oefeninterland uit november 1988 tegen Italië tot zich neemt, zegt Rutten: ‘Kijk ook even naar de opstelling. Geen gek ploegje hè.’ Van Breukelen, Ronald Koeman, Van Basten, Vanenburg, Rijkaard. Engelaar knikt goedkeurend.

Als invaller voor Wilbert Suvrijn mocht de aanstaande coach van Schalke 04 een schamele 21 minuten meedoen. ‘Dat het slechts van één interland is gekomen, vind ik jammer. Zeker omdat ik altijd bij de voorselecties zat. Waarschijnlijk was dat gewoon mijn top. Ik kan er ook wel in berusten. Ik was een topper in de subtop.’

Voor Rutten was het al een voorrecht als 25-jarige speler van FC Twente te mogen aansluiten bij het Nederlands elftal, dat zich kort daarvoor in Duitsland tot Europees kampioen had laten kronen. ‘Ik voelde op dat moment wel: de bondscoach neemt mij bij dé lichting, de lichting waar men nu nog over spreekt. Die bepaalt nog steeds het beeld van het Nederlandse voetbal.

‘Elk jongetje dat een keer deel heeft uitgemaakt van Oranje voor spelers tot 15 of 18 jaar heeft de droom eens te behoren tot het echte Oranje. Ik vind het wel jammer dat ik eigenlijk alleen maar even heb meegehobbeld. Ik had ook niet het gevoel: hier loopt een international.’

Maar voetballers met één interland achter hun naam kijken niet naar het aantal minuten dat zij mochten meevoetballen in het magische Oranje. Laat staan dat de tegenstander van die dag ertoe deed. Zowel Peeper, Van Galen als Rutten benadrukt het gevoel dat je hebt op het moment dat je bij het Nederlands elftal mag aansluiten.

Je voelt je bevoorrecht. Een langgekoesterde wens komt uit. Zelfs mensen die je al een leven lang kent, gaan je ineens anders benaderen.

‘Als international ben je iemand’, zegt Peeper. ‘Met 30 procent korting mocht ik ineens een bed uitzoeken in een winkel. Mij werd gevraagd een hotel te openen. Dan kun je je als speler van Twente wel een lulletje lampekatoen voelen tussen de grote jongens van het Nederlands elftal, voor de buitenwacht ben je ineens heel wat. Ik heb daar altijd wel het betrekkelijke van kunnen inzien.’

Van Galen vond het leuk aan tafel aan te schuiven bij Ruud van Nistelrooij, een speler die hij destijds alleen op tv zag gloriëren bij Manchester United. ‘Dan voer je weer eens een ander gesprek. Zo hadden we het over de auto waar hij in reed, dat soort stomme dingen. Hoewel ik al 34 was, voelde ik mij als het jongetje in de snoepwinkel.’

Rutten maakte, voordat hij in actie kwam tegen Italië, eerst als reserve de revanchewedstrijd tegen Duitsland mee, kort na het gewonnen EK. ‘Het stokje werd na het EK van 1988 doorgegeven aan Thijs Libregts en die ging, zo werd wel smalend gezegd, de provincie in voor spelers.

‘Tijdens de revanchewedstrijd tegen Duitsland, kort na het EK in München, zat ik al bij de selectie. Alleen Gullit ontbrak toen van de ploeg die kampioen was geworden. De rest was intact gebleven, dus ik was eigenlijk een beetje een indringer. Zo voelde dat, al was dat natuurlijk niet zo, want ik heb altijd bij het grote kader gezeten.’

Hoewel de interlands waaraan Peeper, Van Galen en Rutten deelnamen, bepaald niet in het collectieve geheugen zitten verankerd, vanwege het ontbrekende belang van de interland, heeft ieder van hen zelf wel een speciale herinnering aan de wedstrijd die hij speelde.

Peeper maakte een verschrikkelijke periode door. Kort voor zijn debuut tegen de Sovjet-Unie kwam zijn vriendin bij een auto-ongeluk om het leven. Een paar maanden na de dubbele beenbreuk in Kiev verongelukte zijn ploeggenoot Tom Krommendijk.

‘De klap van die blessure stond in geen verhouding tot het ongeluk van mijn vriendin. Daar had ik het zó zwaar mee. Op dinsdagavond ga je uit en woensdagochtend blijkt dat ze er nooit meer zal zijn. Toch heb ik niet overwogen die interland tegen de Sovjet-Unie maar te laten schieten’, zegt Peeper.

‘Misschien wilde ik me wel bewijzen voor mijn vriendin. Onbewust wilde ik haar en mijn ouders laten zien dat ik er sterker uit kon komen. Dat denk ik dan maar. Mensen roepen nu nog weleens: je had miljonair kunnen zijn. Of ze zeggen dat ik bij een topclub had kunnen zitten.

‘Dat is natuurlijk wel zo, maar door mijn hoofd spookten in die tijd heel andere dingen. Het zure was wel dat die wedstrijd in maart was, terwijl de WK-selectie twee maanden later zou worden bekendgemaakt. Ik wist dus: als ik het nu laat zien, kan ik mijn big break maken.

‘Maar als je even later in je eentje in alle anonimiteit revalideert, en er af en toe eens een verslaggever langskomt om te vragen of het nog een beetje wil vlotten, is dat gevoel snel weg.’

Van Galen bewaart louter zoete herinneringen aan zijn eenmalige uitstapje in Oranje. Zo ontmoette hij in Barcelona, waar de interland tegen Andorra werd afgewerkt, zijn jeugdheld Johan Cruijff.

‘Ik was hem nooit tegengekomen en toen ik hem zag, was ik te verrast om te reageren. Ik wil mijn shirt nog wel een keer laten signeren door Cruijff. Dat hij schrijft: ‘Jij was de oudste, ik was de beste. Cruijff.’ Dat zou ik wel mooi vinden.’ Dan, met een grijns: ‘Misschien komt dat shirt dan weer eens thuis in de hal te hangen.’

Hoewel het Nederlands elftal met 3-0 van Andorra won en Van Galen als basisspeler bijna 70 minuten speelde, was hij niet blij met zichzelf.

‘Ik had het Wilhelmus eigenlijk moeten meezingen. Maar toen dacht ik: straks ben ik de enige, dus durfde ik het niet. En dat terwijl ik altijd commentaar had als spelers het volkslied niet meezongen. Dan zei ik: als ik daar ooit sta, zing ik uit volle borst mee. Met de hand op het hart. Kun je nagaan hoe ik me na afloop voelde.

‘Andorra was natuurlijk al niet echt een lekkere tegenstander. En om eerlijk te zijn: ik heb geen bal goed geraakt. Op de vliegreis terug naar Nederland vroeg Van Basten me nog hoe ik het vond gaan. Ik zei: nou, ik vond het helemaal niets. Daar was hij het wel mee eens.’

Rutten heeft soortgelijke gevoelens bij zijn enige optreden in Oranje, al was dat om andere redenen. ‘Ik vind het nog steeds wel jammer dat ik niet een keer vanaf het begin heb mogen meedoen. Ik had namelijk nooit het gevoel dat ik uit de toon viel. Dat is zeker niet gebaseerd op naïviteit. Want als je tekortkomt, laten de anderen je dat echt wel merken.

‘Ik zie mezelf daarom ook niet als een typische eenmalige international die er toevallig een keer is bijgehaald vanwege honderdduizenden afzeggingen. Die revanchewedstrijd in München, die had ik willen spelen. Ik dacht destijds ook: dit is een kans, die krijg je nooit van je leven weer.

‘Berry van Aerle viel uit, dus toen dacht ik: nu kan ik erin, nu kan ik erin! Maar de keuze viel op Aron Winter, die natuurlijk een middenvelder was. Achteraf dacht ik: verdikkie, dit had het moeten zijn. Natuurlijk was ik trots dat ik deel uitmaakte van die groep, maar tegelijkertijd wilde ik ook gewoon aan de bak.’

De gevolgen van het eenmalige optreden in Oranje zijn voor Peeper logischerwijs het duidelijkst waarneembaar geweest. De virtuoze linkspoot die destijds in de belangstelling stond van PSV, Atletico Madrid, Juventus en Celtic zou de geschiedenis ingaan als die onfortuinlijke voetballer die door één afgrijselijke aanslag op zijn benen nooit meer op niveau zou terugkeren.

‘Ik vind het niet leuk om het moment terug te zien als het op tv is, maar ik kan er goed tegen hoor. Volgens Edward Sturing, die destijds bij mij op de kamer sliep, zou ik vooraf al hebben gezegd dat ik bang was dat er iets naars zou gebeuren. Maar ik was juist te gespannen en wilde geen kramp krijgen voor zo’n vol stadion met 70 duizend mensen op de tribune. Dat is heel wat anders.

‘Ik vond het later wel mooi dat ik nog werd uitgenodigd op een cruise naar Sicilië en Sardinië, zodat ik nog wat heb meegekregen van dat WK in Italië. Ik ben met mijn gipspoot nog een dagje mee geweest met Ruud Krol in Napels. De manier waarop hij daar in de straten werd verwelkomd, gaf mij een goede indruk van wat het kan betekenen in het buitenland een ster te zijn.’

Van Galen denkt nu hoofdzakelijk aan het behouden van zijn record als oudste debutant in Oranje. ‘Het is moeilijk te breken, maar aan de andere kant is het ook best gemakkelijk. Toen Sander Boschker bij de voorselectie zat, kneep ik ’m steeds een beetje. Want als hij in actie komt, ben ik mijn record kwijt. Laatst zei iemand tegen me: dan zeg je toch gewoon ‘Ja, maar dat is een keeper’. Dat zal ik dan maar doen, als het zover komt’, zegt hij met een grote grijns.

‘Ik was zelf destijds al lang blij dat bij al die tv-programma’s, waar het selectiebeleid van de bondscoach tegen het licht wordt gehouden, niet werd geroepen: wat doet die oude lul erbij? Daar zit je niet op te wachten hè. Maar daar was het de interland ook niet naar.’

Rutten beziet zijn optreden in Oranje vooral met de nodige humor. ‘Ik vond het vrij kort, maar het haasje heb ik in elk geval gekregen.’

Stomverbaasd ziet hij in de Volkskrant van donderdag 17 november 1988 staan dat hij volgens bondscoach Libregts ‘verstandiger, soberder en nuttiger’ voetbalde dan Suvrijn, de speler die hij verving. ‘Zo, dus het heeft de bondscoach nog kunnen bekoren ook.’ Dan, met zelfspot: ‘Is mijn tijd bij Oranje toch niet onopgemerkt gebleven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden