'Als je wilt weten hoe ik denk over buitenlandse politiek, lees Sharansky'

Bush-haters opgelet! Vier jaar lang luidde het parool dat de 43ste president van de Verenigde Staten een intellectueel lichtgewicht is, een provinciaalse ignorant die geen boeken leest en wiens geestelijk absorptievermogen maximaal op de proef wordt gesteld met een A4-tje....

door Paul Brill

Deze vlieger gaat niet meer op. Passé. Finito. It's so yesterday.

Gloednieuw verwijt aan Bush-II: hij leest juist te veel. Dubya is een bezeten bibliofiel. Grossiert in studeerkamerwijsheden. Zit almaar met zijn neus in de boeken, in plaats van het volle leven te proeven.

Tot overmaat van ramp leest hij ook nog eens de verkeerde boeken, zo laat een artikel in Le Monde doorschemeren. Dus bijvoorbeeld niet het verzamelde werk van Geert Mak of Karel Glastra van Loon, noch de gebundelde columns van Jan Mulder of Marcel van Dam. Nee, hij houdt vooral van politieke en militaire geschiedschrijving uit Amerikaanse koker. En hij mag natuurlijk graag in de bijbel lezen.

Tot zijn favoriete auteurs behoren de historici Elliott Cohen en John Lewis Gaddis. Van Yale-hoogleraar Gaddis, die vooral naam heeft gemaakt met zijn anti-revisionistische studies van de Koude Oorlog, heeft de president tijdens de verkiezingscampagne Surprise, Security, and the American Experience verslonden.

Nu kan dat niet helemaal verbazen, want Bush zelf neemt in het boek een eervolle plaats in. Gaddis onderscheidt namelijk drie Amerikaanse presidenten die, reagerend op een buitenlandse aanval op Amerikaans grondgebied, een grand strategy hebben ontwikkeld. Dat zijn John Quincy Adams (na de Britse expeditie van 1813-'14), Franklin Delano Roosevelt (na Pearl Harbor) en George W. Bush (na 11/9). En dan gaat het om een strategisch concept dat voldoende substantie heeft om voor langere tijd vorm te geven aan de Amerikaanse buitenlandse politiek.

Dat is gebeurd met de expansiedoctrine waarvan Adams, eerst als minister van Buitenlandse Zaken en later als president, de grote pleitbezorger was en die niet in de laatste plaats ten doel had het machtsvacuüm langs de grenzen van de toenmalige Verenigde Staten te vullen via een preventieve (!) actie. Roosevelt legde de grondslag voor het naoorlogse alliantiestelsel, waarmee de VS voor zichzelf en voor zijn overzeese belangen de nodige stabiliteit schiepen. En Bush heeft democratisering en bevordering van de vrijheid, met name in het Midden-Oosten, centraal gesteld als noodzakelijke voorwaarde voor een vreedzamer wereld.

Of dat beginsel inderdaad nog jarenlang de leidraad van de Amerikaanse politiek zal zijn, moet natuurlijk nog worden afgewacht.

Na zijn inauguratierede, een klinkende ode aan de vrijheid, spanden zijn medewerkers zich vooral in om te verzekeren dat bevriende autocratische regimes als die in Pakistan en Saudi-Arabië niet meteen de wacht zal worden aangezegd.

Terug naar de literatuurlijst van de president. Daarop staat ook, met stip, The Case for Democracy, The Power of Freedom to Overcome Tyranny and Terror van Nathan Sharansky. De auteur is de vroegere Anatoli Sjtsjaranski, vermaard wiskundige en heroïsch Sovjet-dissident die in de jaren zeventig aan de zijde van Andrei Sacharov streed voor de mensenrechten. Na een celstraf wegens 'spionage' mocht hij in 1986 de Sovjet-Unie verlaten en vestigde zich in Israël, waar hij met andere Russische immigranten een eigen partij vestigde die een sterk nationalistische koers volgde. De partij is opgegaan in het Likud-blok.

Sharansky staat in hoog aanzien van Amerikaanse neo-conservatieven en Bush was zo onder de indruk van zijn laatste boek, dat hij hem onlangs uitnodigde voor een privé-bezoek aan het Witte Huis. En tegen de hoofdredacteur van de Washington Times zei hij: 'Als je een indruk wilt krijgen van hoe ik denk over de buitenlandse politiek, lees dan het boek van Sharansky.'

Diens invloed kan inderdaad worden ontwaard in Bush' recente inauguratierede, en dan vooral de opvatting dat vrijheid en democratie de sleutel vormen tot vrede en voorspoed. Dit in tegenstelling tot de 'realistische school', die zich bovenal bekommert om de internationale stabiliteit, ook als onvrijheid en onderdrukking daardoor worden bestendigd.

Maar gelukkig identificeert de president zich niet volledig met Sharansky. Deze stemde bijvoorbeeld tegen premier Sharons ontruimingsplan voor Gaza, dat door het Witte Huis van harte wordt gesteund.

Toch zou het op andere punten juist weer wel wenselijk zijn dat Bush een door hem bewonderde auteur op de voet blijft volgen. Zo staat in de jongste editie van het tijdschrift Foreign Affairs een afgewogen artikel van Gaddis over de internationale klippen die de president in zijn tweede termijn moet omzeilen om zijn grand strategy overeind te houden. Waar het nu op aankomt, zijn overtuigingskracht en subtiele diplomatie, betoogt Gaddis. Daarbij horen 'betere manieren'. Dus geen beledigingen aan het adres van (potentiële) bondgenoten. Evenmin is het verstandig om 'consultatie op te vatten als steunbetuiging aan een reeds uitgezette beleidslijn'.

Klein probleem: Bush leest Foreign Affairs in het geheel niet, zo liet hij gisteren weten in een interview met de New York Times. Zou een tijdschrift hem inmiddels te min zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden