‘Als je jong bent, staat plezier in voetbal voorop’

Het voetbal verzakelijkt, maar voor velen is plezier nog steeds een drijfveer. Voetbaldocent Bert van Lingen: ‘We moeten ons best doen om het voor de kinderen plezierig te houden.’..

Een alarm is het niet, wel probeert Bert van Lingen met zijn boek, dat vandaag wordt gepresenteerd, de aanzet te geven tot genuanceerder denken over nut en plezier in het spel en de ontwikkeling van jong voetbaltalent.

‘Steeds meer mensen, bedrijven en de commercie zien dat er wat te halen valt uit de rijkdom van voetbal. De sport is daardoor voor velen een product geworden. Dat is op zich niet erg, maar het gevaar bestaat dat er uiteindelijk meer uitgehaald wordt dan er in gaat.’

Van Lingen (62) heeft een verleden als trainer. Hij was assistent van de bondscoaches Rinus Michels en Dick Advocaat. Van Advocaat was hij bovendien de rechterhand bij Glasgow Rangers.

Bij de KNVB leidt Van Lingen nu de trainers van de toekomst op. Vandaag vraagt hij hun aandacht, en die van de hoofden van opleiding, met het boek: Het coachen van voetballen.

‘Er moeten mensen blijven komen die de voetbalpublieke zaak dienen. Of die verkondigen dat sport, dus ook voetbal, een prima mogelijkheid is te integreren of dikke kinderen aan te zetten tot bewegen. Het moeten niet alleen mensen zijn die in voetbal het middel zien bekend te worden.

‘Niemand lijkt zich er nog om te bekommeren dat die sport in zichzelf al een enorme waarde heeft door gewoon het spel te spelen.’

Liever had hij het boek de titel Alles draait om het spel meegegeven, maar dat werd hem om commerciële redenen afgeraden. Met het woord ‘voetbal’ zou hij in elk geval hoger scoren bij de bezoekers van google.

In zijn voorwoord zegt Van Lingen: ‘Voetballen leer je door te voetballen.’ Verduidelijkend: ‘Het spel moet centraal staan in het leerproces. Bij de huidige ontwikkeling bestaat het gevaar dat de weg naar het eindproduct steeds meer de kenmerken krijgt van dat eindproduct, terwijl de nadruk moet liggen op het jeugdige individu in ontwikkeling.’

Steeds sneller worden jongeren afgerekend op resultaat of wordt het accent gelegd op onderdelen van techniek, zoals bijvoorbeeld het zogenoemde panna-voetbal. ‘Ik vind dat zelf ook leuk om te zien hoor, maar het heeft niets te maken met het spel.’

Van Lingen was zelf betrokken bij de ontwikkeling van de Zeister visie, die begin jaren tachtig werd gelanceerd vanuit het bedreigende idee dat het amateurvoetbal onder grote druk kwam te staan. De belangstelling was tanende.

‘In de Mercedes van Rinus Michels gingen we het land in, ik mocht rijden en met Leo Beenhakker en Dick Advocaat op de achterbank, vormden we het zogenoemde A-team.

‘De opzet was voetbal toegankelijker te maken voor de kinderen. Centraal stond de vraag of het spel nog wel gespeeld werd zoals het moest. Want bij elke aanpassing van onderdelen of regels wordt het spel surrogaat en dien je niet wat je als sportorganisatie nastreeft: het allerhoogste.

‘Voor het EK van 1992 in Zweden werd alle bondscoaches de vraag gesteld of ze een verklaring voor Fair Play wilden ondertekenen. Michels heeft dat toen als enige geweigerd vanuit het standpunt dat de regels voldoende moeten zijn om Fair Play te waarborgen. ‘Als dat niet het geval is, moeten de regels worden aangepast’, zei hij toen in klare taal.’

Van Lingen pleit voor een ontwikkeling waarin de nadruk op de elementaire begrippen van sport komen te liggen. ‘Als je jong bent gaat het er niet om dat je een rol speelt in een systeem, het gaat erom dat je elkaar de bal kunt toespelen zodat je meer plezier in het spel krijgt zonder voortdurend te worden opgescheept met de normen van volwassenen.’

In zijn boek heeft Van Lingen het accent gelegd op de vraag waartoe kinderen, in de verschillende fases van hun leven, in staat moeten zijn, om meer plezier in hun spel te vinden. Zonder dat de bedoeling van het spel wordt aangetast. Want de bedoeling blijft te allen tijde winnen.

‘Alleen hoe je daar als coach mee omgaat, dat is de vraag. Mijn stelregel is dat iedere vrijwilliger het per definitie goed doet, maar ik wil ze wel voorhouden dat ze niet te maken hebben met mini-volwassenen die het spel beleven zoals zij het zelf beleven. Als je met jeugd werkt, ben je gebonden aan de regels die voor die categorie tellen.’

Bij de samenstelling van zijn boek heeft Van Lingen veel steun gehad van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen en sportfilosoof Jan Tamboer. ‘Met hen heb ik eerder samengewerkt bij het boek Voetbaltheorie. Vanuit die samenwerking is deze verdieping ontstaan. Het resultaat van het voortdurend volgen van de praktijk. Laten we behoedzaam zijn en het idee van kinderen niet verwarren met de ideeën van volwassenen.’

Poul Annema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden