Als je in Vogelenzang zit, ben je gek

Het psychiatrische ziekenhuis Vogelenzang vormt het toneel van een indringende televisiedocumentaire, waarvan dinsdag het laatste deel te zien is. De psychiater en directeur behandelzaken, Wouter van Ewijk (43), was een van de initiatiefnemers....

Het verhaal van Franny uit deel twee raakte veel mensen. Zo'n nette Heemsteedse mevrouw, met een lieve man en twee lieve kinderen. En toch depressief. Als je gewoon een gek ziet op straat, dan denkt iedereen, dat kan mij niet overkomen. Maar zo'n gewoon iemand zet je aan het denken, kan ik dat ook krijgen?

De producent Hans Trompetter en ik zijn aan de serie begonnen met het idee dat er in Nederland 22 duizend mensen in psychiatrische ziekenhuizen zitten. We wilden proberen een betrouwbaar, integer, respectvol televisieprogramma te maken over hetgeen zich in zo'n psychiatrisch ziekenhuis afspeelt. Geen voorlichtingsprogramma à la Witteman of René Diekstra. Geen lange interviews met de psychiater die vertelt over diagnose of behandeling. We gingen uit van de patiënten. Wat zij meemaken, wat zij tegenkomen.

Als je zoiets doet kun je een aantal dingen verwachten. Commentaar van je beroepsbroeders. Jaloezie, afgunst. Mijn collega Muller was bezorgd. Zijn stelling is, over de psychiatrie is geen bericht beter dan een goed bericht. Ik ben het daarmee niet eens. Ik heb hem over de streep getrokken. Maar hoe het uitpakt als je je hele hebben en houwen voor het Nederlandse volk vertelt, dat weet ik niet. Voor Franny heeft het goed gewerkt, hoorde ik. Zij voelde zich voordien gemeden door andere ouders bij de school van haar kinderen. Maar na het zien op tv was de spanning eraf. Het was niet geheim meer.

We zijn zo zorgvuldig mogelijk met de privacy van de patiënten en medewerkers omgegaan. Met een uitgebreide begeleidingscommissie. De patiënten moesten allemaal ja zeggen op papier, ja zeggen en nog eens ja zeggen. Uiteindelijk was het ook aan de behandelaar om uit te maken of iemand wilsbekwaam was. En of niet onnodig belangen werden geschaad. Dat was moeilijk. Je kunt zeggen: de vrouw die haar moeder op televisie voor rotte vis uitscheldt, die heeft in ieder geval één persoon geschaad. Haar moeder. Maar ze was wilsbekwaam, ze wilde meedoen, de psychiater had er niks op tegen en ze wilde absoluut geen contact met de familie. Moet je dan in zo'n geval als directeur zeggen, zoiets mag niet op televisie?

Het verhaal van Jan Willem werd heel mooi gevonden. Hij is prominent aan het woord. Legt uit dat hij al lang in Vogelenzang woont. Dat hij schizofreen is en dat hij zijn medicatie krijgt. Mensen zijn onder de indruk van het feit dat hij zo goed kan verwoorden wat voor ziekte hij heeft. Dan krijg je de reactie van de vakbroeders. In het kader van de zorginnovatie. Waarom is die man in godsnaam nog opgenomen, zeggen ze. Ik vind dat raar. Omdat iemand gewoon nette zinnen kan uitspreken, is daarmee de behoefte aan een ziekenhuisopname toch niet automatisch verdwenen?

De hoofdredacteur van het blad Mentaal, De Wit, zei tegen me: in deze tijd van zorginnovatie kun je dit soort psychiatrische televisie niet meer laten zien. Het politieke streven is de inrichtingen zoveel mogelijk te spreiden, kleiner te maken, terug te brengen naar de stad. Dat heet vermaatschappelijken. Maar leg de dingen eens achter elkaar. In 1982 zijn we begonnen met de Riaggs, met het idee de geestelijke gezondheidszorg ambulanter te maken. We hebben de begeleid-wonenprojecten met de bedoeling de mensen uit de inrichtingen te krijgen. De psychiatrische ziekenhuizen zijn opener geworden. Er is deeltijdbehandeling. Noem maar op.

Tegelijk neemt het aantal opnames alleen maar toe. Er is kennelijk in de samenleving een grote behoefte aan plekken waar mensen acuut opgenomen kunnen worden, het liefst met een rechterlijke maatregel. De meeste van onze patiënten zijn verwezen door de Riaggs - toch bedoeld om de mensen buiten de inrichting te houden. Dat zijn dus allemaal patiënten die ondanks het politiek-ideologische streven om de mensen thuis te houden, daar niet handhaafbaar zijn. Het aantal opnames stijgt de laatste jaren. Het aantal psychiatrische zwervers op straat ook. Dat ziet iedereen.

Maar de hype is, die achterlijke psychiatrische ziekenhuizen in de bossen moeten verdwijnen. Dan denk ik, er zijn mensen die graag in de bossen wonen, en niet in de stad. Maar voor psychiatrische patiënten zou het per definitie goed zijn om in een kleinschalige voorziening in bijvoorbeeld Amsterdam-oost te wonen. Dat zal voor sommigen wel opgaan. Maar hoe prettig is het om als ik psychotisch word, aan het eind van mijn straat in een kliniek te zitten? Mensen met geld vertrekken altijd zo snel mogelijk naar het buitenland als ze ergens last van krijgen. Maar gewone mensen moeten zogenaamd destigmatiserend om de hoek wonen, want dan blijven ze in het sociale netwerk. Dat is natuurlijk voor een deel waar, maar daar wordt zo dogmatisch mee omgegaan. Het wordt een morele tegenstelling, waarin de ambulanterikken het goede en de psychiatrische ziekenhuizen het kwade vertegenwoordigen.

Het is ook waar dat er vroeger erbarmelijke toestanden zijn geweest. Maar de meeste ziekenhuizen kunnen er tegenwoordig heus wel mee door. Voor de meeste patiënten die wij hier hebben geldt dat ze beter af zijn dan in een kleinschalige voorziening in de stad. Ik verzet me tegen het idiote idee dat iedereen in een inrichting daar beter niet zou kunnen zitten. Wie dat denkt, ontkent dat er mensen zijn die de bescherming van de inrichting nodig hebben. Wij hebben hier patiënten die inmiddels 68 jaar zijn opgenomen. Die zijn schizofreen, hebben er intussen een ziekte bij gekregen, zijn bijvoorbeeld verlamd geraakt aan beide benen, en vertonen ook nog gedragsstoornissen. Dat ontkennen we dus met zijn allen. De mode is, het is niet meer nodig. In de Sovjet-Unie zeiden ze, homoseksuelen bestaan niet. Die bestonden dus ook niet en aids hadden ze ook niet. Ja, psychiatrische inrichtingen hadden ze wel, voor mensen die genuanceerd over het communisme dachten.

Het vigerende idee is: waarom is die Jan Willem eigenlijk nog opgenomen? Ik vind dat dom. Waar zou hij dan wel moeten zijn? In zo'n begeleid-wonenproject waarschijnlijk, dan is het goed. Dan is hij onder de mensen, in de samenleving. Dan is alles in orde. Maar uit onderzoek blijkt niet dat de meeste patiënten beter af zijn, meer contacten hebben, meer activiteiten ondernemen, zich gelukkiger voelen, meer op bezoek gaan, vrienden maken. Het is niet waar. Ze zijn dan misschien vermaatschappelijkt maar tegelijk erg eenzaam. Het alleen verplaatsen van de inrichtingspatiënt naar de stad doet natuurlijk niets.

Ik ben ervan overtuigd dat een hoop bezuinigingen ideologisch worden verpakt. Iedereen is er intussen wel van overtuigd dat mensen naar kleinere eenheden in de stad overplaatsen eigenlijk duurder is dan een grote inrichting. Tenminste, als je kwalitatief goede behandeling biedt. Als je niks doet, dan kost het natuurlijk ook niks. De praktijk is dat een heleboel mensen helemaal niet behandeld worden. Die vind je terug onder de zwervers. Ik ben negen jaar rijdend psychiater geweest in Amsterdam, ik weet echt wel wat er te koop is. Die zwervers met al hun stoornissen komen ergens vandaan. Jonge mensen die verwaarloosd zijn, drugs gebruiken, alcohol, geen baantje hebben. Dat cohort komt op ons af. Men weet dat wel, maar in de budgetten wordt er niet op geanticipeerd. Want het budget moet omlaag.

Vergeleken met Suriname en de Antillen is het hier allemaal in orde. We zijn rijk en de geestelijke gezondheidszorg staat op hoog niveau. Dus je kunt zeggen, wat zeur je nou. Maar mijn stelling is dat de samenleving er geen geld voor over heeft. Al die Brinkmanpraat van onthechting, mensen die steeds meer alleen staan, die haveloos zijn en doelloos, die drugs en drank gebruiken en uiteindelijk gaan zwerven. Als je vindt dat dat niet moet, dan moet je er geld voor beschikbaar stellen en zorgen dat er iets aan gebeurt. Maar we zitten er alleen maar over te zaniken en doen er geen mallemoer aan. Als het dan een beetje koud is, dan ontdekken we dat die arme zwervers doodvriezen. Maar is het zomer dan interesseert het niemand meer. In de landen waar de inrichtingen gesloten zijn is het meestal ook wat warmer. Daar gaat het wat makkelijker. Triëst wordt het walhalla van de innovatieve psychiatrie genoemd. Daar hoeft niemand meer opgenomen te worden. Maar het is toch niet te verklaren dat een heleboel mensen met ernstige psychische stoornissen zomaar zouden verdampen? Of denk je dat hun familie die mensen graag opvangt?

Tegenwoordig moeten psychiatrische patiënten heel kort opgenomen zijn. Ideologisch gezien is een lange opname zo ongeveer het allerslechtste wat een mens kan overkomen. Toch hebben wij hier vierhonderd van de zeshonderd patiënten langer dan twee jaar. Het is zoals met al die dingen, er zitten goede en slechte kanten aan. Wat dat betreft is genuanceerd denken natuurlijk rampzalig. Ook bij ons is de gemiddelde opname heel kort. Maar als je er een ideologie van maakt, dan doe je de dingen niet meer die eigenlijk noodzakelijk zijn.

Ander voorbeeld. De Riaggs werken vanuit het idee dat een opname voorkomen moet worden. Dat is hun taak, want zij werken ambulant. Wij nemen mensen op en moeten ze behandelen. Tussen die twee benaderingen bestaat een groot cultureel verschil. Dat gat laat zich niet gemakkelijk overbruggen. Het komt voor dat een Riagg-medewerker iemand lang laat rondlopen die veel beter opgenomen had kunnen worden. Dan had een goede diagnose kunnen worden gesteld, dan had de behandeling ingezet kunnen worden. Nu botsen mensen ideologisch en wordt in wezen niet gekeken naar hetgeen iemand op zo'n moment nodig heeft. Maar over zo'n opname wordt ontzettend raar gedaan.

Wij moeten nu intensief samenwerken, liefst fuseren met de Riaggs. Maar als iemand bij een Riagg loopt en bijvoorbeeld neuropsychologisch onderzocht moet worden door een psycholoog van onze inrichting, dan kan dat niet zo maar. Dan zou iemand namelijk een verstrekking van twee instellingen krijgen, en dubbelverstrekkingen zijn verboden. Dus moet die Riagg de patiënt eerst uit de behandeling ontslaan.

Nog ernstiger wordt het als iemand uit een begeleid-wonenproject bijvoorbeeld een depressie krijgt en het beste in deeltijd behandeld zou kunnen worden. Dat mag niet. Ik heb het meegemaakt. Die persoon kreeg de keuze: of begeleid wonen, of deeltijdbehandeling. Hij ging op kamers wonen, dat werkte helemaal niet. Is vervolgens hier opgenomen. We doen wel modern met zijn allen, maar een heleboel van die dingen staan echt hartstikke haaks op elkaar.

Dat geldt ook voor de politiek. Je kunt het best opgenomen worden in de psychiatrische afdeling van een gewoon ziekenhuis, zeggen ze. Dan kan je vrouw zeggen, mijn man ligt in het Lucasziekenhuis. Dan hoef je er niet bij te zeen dat hij in een psychiatrische inrichting zit. Want als je in Vogelenzang zit, ben je gek. Maar door dit soort ideeën zo uit te venten, en dat doet de politiek, bereik je het tegenovergestelde. Dan doe je juist ontzettend mee aan het stigmatiseren van psychiatrische patiënten. Ik denk dat het met schaamte te maken heeft. Schaamte en krenking, vanwege het feit dat er zulke mensen bestaan.

De politiek straalt niet uit dat zulke patiënten er zijn en dat we goed voor ze moeten zorgen. We doen namelijk net alsof dat niet hoeft. Politiek wordt voor een belangrijk deel bepaald door angst. De meeste politici zijn angstig, waarschijnlijk voor hun eigen hachje. Laatst hadden we hier het CDA. Dan zijn er provinciale verkiezingen en komen de politici plotseling een kwartiertje op Vogelenzang. Het is zo klaar als een klont dat ze alleen maar reclame voor zichzelf komen maken. Verder helemaal niks. Rottenberg is ook hier geweest. Dat is een vent die komt op z'n eigen initiatief kijken en luisteren. Vraagt waar de mensen zich mee bezig houden, waar ze zich zorgen over maken. Zo maar, niet als er verkiezingen zijn. Dat vind ik aardig.

Ik ben een keer bij de woordvoerder in de Kamer van het CDA geweest, Frans Jozef van der Heijden. In de tijd van staatssecretaris Simons. Wij kwamen lobbyen tegen een korting van twee procent op het inrichtingsgeld. Die man zit niet alleen in het bestuur van een Riagg, maar zegt doodkalm dat hij net als Simons Rotterdammer is en dat hij daarom zijn eigen redenen heeft om Simons te steunen. Daar zit je dan, tegenover zo'n politicus die bereid is minzaam naar je argumenten te luisteren maar waarvan je al weet dat er geen bal van terecht komt. Want die man heeft andere belangen.

Kijk naar de manier waarop de politici met elektroshock-therapie omgaan. Daar moeten allemaal evaluatiecommissies voor komen, tot aan het ministerie toe. Waarom? Omdat men bang is voor actiecomités. Terwijl het een gewoon middel is in de behandeling van depressies en schizofrenie, vind ik. Maar omdat het zo beladen is, moet er ongelooflijk veel gedoe over komen. Protocollen, richtlijnen, een evaluatiecommissie, wat al niet.

In Nederland komt altijd zo gauw morele verontwaardiging los. Kluivert bijvoorbeeld. Wat die jongen gedaan heeft is natuurlijk niet goed te praten. Het hele volk verontwaardigd. Hij mocht niet eens meer spelen. Maar waar ik woon, ragt iedereen met tachtig voorbij, alleen hebben ze allemaal de mazzel dat er niemand oversteekt. Dat heb je bij de psychiatrie ook, permanente morele verontwaardiging. Je hoort voortdurend dat het zo niet langer kan. Linksdraaiend of rechtsdraaiend, maakt niet uit, maar het kan zo niet langer.

Natuurlijk ben ik het ermee eens dat we onze patiënten respectvol behandelen. Aan de andere kant vind ik dat een aantal patiënten juist het slachtoffer wordt van de rechtsbescherming waar ze juist beter van hadden moeten worden. In Australië kan bijvoorbeeld ambulante dwangbehandeling wel. Dan krijg je gedwongen elke maand je neuroleptica. Ik ben er absoluut van overtuigd dat als je dat kon doen in Nederland, een aantal opnames inderdaad niet nodig zou zijn. Maar dat schijnt ethisch dan weer moeilijk te liggen. Injecties tasten immers de integriteit van het menselijk lichaam aan. Dat vindt men ernstiger dan iemand langdurig in een isoleercel stoppen. Dus liever maar iemand in een psychiatrisch ziekenhuis dan een ambulante medicatie.

Neem de nieuwe wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ), ook een produkt van moralisme. Volgens die wet mag je alleen iemand gedwongen opnemen als hij een gevaar is voor zichzelf of zijn omgeving. Het gevolg is dat een aantal mensen in de inrichting zit, die we niet mogen behandelen. Want het gevaar is geweken. Ze zitten hier gewoon gek te wezen en wij mogen niks. Zo'n wet leidt tot angstige psychiatrie. Toen die wet er nog niet was, had je het bestwilcriterium. Het was wat softer omschreven. Als je vroeger niet ja zei en niet nee op de vraag of je opgenomen wilde worden, dan duwde de psychiater zo iemand een beetje de ambulance in. Dat heette dan met de rechte rug opnemen. Het was officieel vrijwillig en meestal ging het goed, en dan werd iemand ook behandeld.

Je deed wel vaker iets dat strikt genomen niet mocht. Nu is het veel ingewikkelder. De mensen weten wat hun rechten zijn. Dat is goed, kun je zeggen, en dat is ook zo. Maar het gevolg is wel dat je met een club patiënten zit die wel ernstig gestoord zijn, die opgenomen zijn omdat ze gevaarlijk waren, die er niet uit kunnen omdat ze dan meteen weer gevaarlijk worden, maar waar je niks aan mag doen. Je mag alleen wat doen als ze in het ziekenhuis ook gevaarlijk zijn. Die mensen kunnen dus alleen maar hospitaliseren en de boel ontregelen. Die worden zo chronisch als de pest. Wat nou zorgvernieuwing!

Volgens mij is de consequentie van dit soort ideologisch bepaalde wetten dat sommige patiënten er juist slechter van worden. Nu hebben we dan een brochure gekregen waarin staat dat we weer meer mensen onvrijwillig moeten opnemen. In wezen zeggen ze, jullie moeten niet zo zeikerig doen. Hup, dat gevaarsbegrip moet je ruimer hanteren. Iemand moet geschrokken zijn. Ik denk minister Borst. Dus nu schrijven de ambtenaren, er moeten meer mensen opgepakt worden. Maar tegelijk is de ambtelijke top in Rijswijk juist erg voorstander van ambulant, het moet allemaal ambulant. Al die berichten uit Rijswijk zijn zo tegenstrijdig. Iedereen moet opgenomen worden maar we krijgen er minder geld voor. De psychiatrische ziekenhuizen moeten weg, maar de zwervers moeten opgenomen worden. Je mag de mensen geen haar krenken, maar als er een meisje wordt vermoord in de Vrolikstraat moet half Amsterdam worden opgenomen. Intussen komt er een kwaliteitswet, een klachtenwet, een medezeggenschapswet. De terugtredende overheid zadelt ons op met wetten waar op zichzelf weer niks tegen is, maar waar je wel bureaucratisch tureluurs van wordt.

Tegelijk zegt de politiek: de geestelijke gezondheidszorg is te duur. In ons concrete geval, wij mogen niet meer uitgeven dan in 1995. Maar omdat wij geheel in overeenstemming met de ideologie meer deeltijdbehandelingen en poliklinische consulten wilden aanbieden, viel onze begroting voor dit jaar aanmerkelijk hoger uit. Het netto effect is dat we nu een afdeling moeten sluiten. Dat gaat ook gebeuren. Het betekent dat je weer achttien mensen minder kunt opnemen. Want de psychiatrie moet goedkoper, en iedereen zegt dat het kan. Wij zeggen dat het niet kan.

Ik kom zelf uit het ambulante kamp. Ik werkte bij die rijdende psychiater en was later directeur van de Centrale Riagg-dienst. Ik denk dat ik in dit ziekenhuis de sociale psychiatrie heb geïntroduceerd. Wij doen er alles aan om de mensen een prettiger leefomgeving te bieden. We willen met de behandeling veel meer dan voorheen aansluiten bij wat iemand zelf motiveert. De toepassing van dwangmiddelen is daardoor ongelooflijk gedaald, en ook het ziekteverzuim onder het personeel. Mensen krijgen minder vaak een klap op hun kop. Maar daar volgt weer niet uit dat iedereen maar de straat op kan.

Ik ben als het ware van het ambulante kamp verkocht aan het intramurale kamp. Zeg maar van Ajax naar Feyenoord. Een enkele keer gaat er wel eens iemand van Ajax naar Feyenoord of andersom, Henk Groot als ik me goed herinner. Cruijff ook. Maar daar rust geen zegen op. Je hebt het met Wim Jansen gezien toen hij van Feyenoord naar Ajax ging en bij de eerste wedstrijd een grote sneeuwbal op zijn oog kreeg. Dat is hier ook zo. Ik ben graag ergens tegen. Je moet oppassen dat je geen karikatuur wordt. Arend Jan Heerma van Voss heeft me wel eens gezegd dat ik een beetje moet ontknorren. Maar ik ben niet bereid om zonder slag of stoot mee te doen aan het terugdringen van het beddenbestand. Als ik daardoor het prototype ben van de conservatieve directeur van een psychiatrische inrichting, dan moet het maar.

Dinsdag, Nederland 1, 22.34-23.24: Verhalen van Vogelenzang (AVRO).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden