Reportage

'Als je hier niet voor naar buiten komt, waarvoor dan nog wel?'

Tienduizenden kwamen donderdagavond samen in Amsterdam en Rotterdam om 'Charlie' te eren.

Op de Dam luisteren aanwezigen donderdagavond naar een toespraak van premier Mark Rutte. Beeld Klaas Jan van der Weij

Demonstreren moet je leren, zei burgemeester Eberhard van der Laan na afloop. Achter het podium op de Dam werd nog even nagepraat over de massale steunbetuiging aan de slachtoffers en nabestaanden van de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs. Rond hem de niet ongezellige sfeer die bij de protestgeneratie hoort. Er werd nog volop gerookt. Minister Opstelten, onzichtbaar voor het publiek meegekomen met premier Rutte, stond met zijn kenmerkende handgebaren een beetje na te boksen ('Je bent hier ook als Ivo Opstelten. Niet gaan is totaal geen optie.')

Maar waar waren de mensen over wie premier Rutte even daarvoor had gezegd: 'Hoe verschillend mensen ook zijn: dit is wat ons bindt.'? Hoe verschillend waren dan de 18 duizend mensen een uur eerder van het Franse consulaat op de Vijzelgracht naar de Dam liepen? Een zacht mompelende massa, van alle leeftijden, van verschillende nationaliteiten (veel Fransen) en met veelsoortige bordjes waarop 'Je suis Charlie' stond. Maar in meerderheid wel westers en wit.

Tess de Boer van 8, die was geheel tegen haar zin meegesleept door haar moeder Bonnie, makelaar. 'Want ik wil dat je altijd kunt voelen en tekenen en vertellen wat je wilt', zei Bonnie. Tess keek toch, nou ja, enigszins bozig. Ze droeg een roze rugzak, want haar moeder had haar zonder waarschuwing vooraf meegenomen naar de tocht, recht uit de naschoolse opvang.

Fransen

Demonstreren moet je leren, zei de burgemeester dus. Ook de Fransen, van wie je er opvallend veel tegenkwam, zoals Hugo Micheli uit Nice met zijn vier vrienden, spraken van een soort culturele vanzelfsprekendheid: 'Als wij boos zijn, gaan wij meteen de straat op.'

'Jawel', zouden Tarik Korkmaz en Jelger Bakker later fijntjes zeggen: 'Nog maar kort geleden stonden de Fransen inderdaad ook massaal op de barricaden: tegen het homohuwelijk.' Tarik en Jelger hebben een relatie. Ze waren gewend te demonstreren voor homorechten, ze gingen altijd, tot en met een demonstratie voor homo's in Kirgizië, want voor je het weet wordt er toch weer over je heen gelopen. Demonstreren móét je wel leren als je een minderheid bent, zei Jelger. Maar nu werd dus opeens iedereen aangevallen. In Europa! 'Heel raar', vond ook Tarik, die opgroeide in een atheïstisch gezin in Turkije, waar niemand problemen met zijn geaardheid had.

'Halve vrijheid bestaat simpelweg niet', zou premier Rutte op het podium zeggen: 'Bij vrijheid hoort verantwoordelijkheid, maar nooit zelfcensuur.' Ook burgemeester Van der Laan nam zijn jonge kinderen (6, 8 en 10 jaar) wel eens mee naar een demonstratie voor een lesje verantwoordelijkheid - al was hij soms 'misschien een beetje doorgeschoten'. Enfin, gisteren hadden ze het er gewoon thuis op de bank over gehad. De jongste snapte er nog niet veel van. Toen had hij tegen zijn kinderen gezegd dat dit nu echt een uitstekend moment was om een abonnement op Charlie Hebdo te nemen. 'En de oudste vond dat ge-wel-dig.'

Buiten de ringweg

Maar hoe zat het in de andere delen van de hoofdstad, buiten de ringweg? Waar mensen wonen die mogelijk wat anders over Charlie Hebdo denken zoals Ibrahim, die op de Dam even nadrukkelijk kwam zeggen dat het satirische tijdschrift Mohammed aan sodomie had onderworpen - want er waren natuurlijk wél grenzen aan het Charlie-zijn? Hoe zat het in wijken waar geen kind naar een demonstratie wordt gesleurd vanuit de kinderopvang, omdat er helemaal geen geld voor opvang is?

Werd je zo de twee etters die opzettelijk door de minuut stilte voor Charlie Hebdo stonden te praten met een luid: 'HOORT U HET? WE MOETEN STIL ZIJN, VOOR CHARLIE, BOEIT ME NIET!'

'Daarvoor', zei Van der Laan , 'hebben we een scenario'. Zo doen ze het al tijden. Als de spanning oploopt, dan gaan er 'in de haarvaten van de buurten mensen aan de slag'. Meedoen kún en moet je leren, is zijn overtuiging. Maar gun het tijd. De naam van dat scenario? 'Het Draaiboek Vrede.’

Rotterdam

'Mag ik nogmaals verzoeken met daverend applaus de 500 kilometer naar Parijs te overbruggen?' De vraag van burgemeester Ahmed Aboutaleb is niet aan dovemansoren gericht. Een kleine drieduizend Rotterdammers applaudiseert en joelt minutenlang. De bordjes met 'Je suis Charlie' gaan een laatste keer de lucht in op Plein 1940, bij het beeld De verwoeste stad van Ossip Zadkine.

Het was Aboutaleb die, woensdagavond in Nieuwsuur, indruk maakte met zijn woede over de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo: 'Als je het hier niet meer ziet zitten dat humoristen een krantje maken, ja... mag ik het zo zeggen: rot toch op!'

Het was Aboutaleb die, samen met de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan en het Genootschap van Burgemeesters, collega's opriep solidariteitsmanifestaties te beleggen.

En het is Aboutaleb die donderdagavond een deel van het Rotterdamse publiek tot tranen toe weet te roeren. 'Deze aanslag toont aan hoe kwetsbaar een open, democratische samenleving kan zijn', zegt hij na een minuut stilte. 'Als de vrijheid van het woord wordt bedreigd, past ons maar één ding: onze stem nog luider te laten horen, nóg luider te laten horen, NOG LUIDER TE LATEN HOREN!!!'

In het Frans richt hij zich tot de Parijzenaars. 'Normalement je m'appelle Ahmed Aboutaleb. Ce soir je suis Parisien, je suis Charlie. Nous sommes tous Charlie!'

Het publiek is gemengd, al zijn de autochtone inwoners veruit in de meerderheid. Er zijn weinig tot geen hoofddoekjes te bekennen. 'Ik ben hier omdat ik niet kan tekenen. Anders had ik een cartoon gemaakt', zegt aardrijkskundeleraar Maarten van Swaaij (32). 'In de lessen heb ik veel tijd besteed aan wat er is gebeurd. Het was verdrietig en mooi tegelijk. Ik heb gemengde klassen en voor het eerst had ik het gevoel dat het over 'wij' ging. De leerlingen waren begripvol: ze beseffen dat we niet moeten reageren met haat en geweld.'

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb tijdens de herdenking. Beeld Guus Dubbelman

Verknipte types

'Ik wil laten zien dat we niet bang moeten zijn', zegt de Rotterdamse Poppy Petridou (52). 'Het zijn onze normen en waarden. Als je hier niet eens voor naar buiten komt, waarvoor dan nog wel? Er zijn geen woorden voor wat er is gebeurd.' Ze vraagt zich af of de klopjacht in Frankrijk al tot arrestaties heeft geleid. 'Ik wil niet in de hoofden zitten van die verknipte types.'

Het is hun genadeloosheid die Marianne Huisman (54) zo diep heeft getroffen, zegt ze op Plein 1940. 'Ik was tot tranen toe geroerd door het gedichtje dat Nico Dijkshoorn op tv voorlas. Over het knokken op het schoolplein vroeger. Als je onder lag, riep je 'genade' en dan hield de ander op', aldus Huisman.

Na de demonstratie, waar ook hoofdredacteur Christiaan Ruesink van het AD en de Rotterdamse korpschef Frank Paauw spreken, vertelt Aboutaleb dat hij 'honderden en honderden' reacties heeft hij gehad sinds zijn tv-interview woensdag.

'Ik heb vannacht het geluid op mijn iPad uit moeten zetten. Allemaal positieve reacties, tot uit Maastricht. Parijs houdt de mensen enorm bezig. Eén meneer mailde dat ik mijn stoel in het paradijs ben kwijtgeraakt. Die krijgt nog persoonlijk antwoord. Is hij soms in het paradijs geweest om dat te controleren?'

Hij heeft zijn 'best gedaan' op zijn vlammende toespraak: 'Het komt altijd uit mijn tenen, dit soort dingen.'

N.B.: Dit artikel is op verzoek van een geciteerde bron en na goedkeuring van de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in september 2019. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden