'Als je geld genoeg hebt, moet je delen'

Gek van het ambtenarenbestaan, stopte Erik H. (55) met werken. Geld genoeg, flink geërfd. Dus jaloezie alom. 'Je wordt met de nek aangekeken....

'Ik heb ze meegemaakt: ambtenaren die jaar in jaar uit hetzelfde doen zonder benul waar ze mee bezig zijn. Die in zevenvoud dingen versturen en aan het eind van het traject blijkt dat hun werk in de prullenbak wordt geflikkerd. Jaren voor nop gewerkt. Dan schieten me de tranen in de ogen van boosheid en verdriet. Bij de overheid verandert nooit een reet. Door gebrek aan motivatie. Maar mensen zijn godvergeten loyaal. Van die loyaliteit wordt absoluut misbruik gemaakt door politici, door directeuren.

'Als gemeentelijk diensthoofd moest ik erop toezien dat woningen goed onderhouden werden. Duizenden woningen. Er waren problemen met ambtenaren die niet kosjer waren. Die gratis in een Spaanse villa van een huisjesmelker op vakantie gingen als ze maar veel door de vingers wilden zien. Ik heb me altijd op het standpunt gesteld: niks aannemen, nog geen flesje wijn met kerst. Je pakt geen 100 gulden aan maar wél een Succes-agenda in leer; wat is het verschil? Dan ben je hartstikke fout bezig. Een flesje wijn is het begin van het einde. Dat vergaderen is ook een ziekte. Drie kwart van de mensen leest de stukken niet, je ergert je kleurenblind. Als ik nu in het stadhuis kom, zie je aan de gezichten dat ze er niet bij zijn, dat het ze geen klap interesseert. Ik riep soms: ik snap er geen reet meer van. Dat hielp. Dan schrok iedereen wakker. Net de boeken van Voskuil.

Ik ben opgestapt omdat er heel veel verdeel- en heerspolitiek wordt toegepast. Ik dacht: als ik nu doorga, wordt mijn hele arbeidsleven negatief gekleurd terwijl ik toch het grootste deel met plezier gewerkt heb. Ik had alles wel gezien. Je merkt dat mensen niet wezenlijk veranderen en dan moet je stoppen. Tussen mijn vrouw en mij ging het ook niet lekker. Ik wou een jaar onbetaald verlof.

Eigenlijk ben ik een beetje lui. Ik was 52, ik wilde niks meer met een baas te maken hebben, helemaal niks. Ik heb een jaartje getennist, galeries afgelopen, leuke dingen gedaan. Kon allemaal makkelijk want financieel zat ik goed. Heel goed.

Er is geërfd. Ik ga geen bedragen noemen, want dan staan er meteen mensen op de stoep. Onze financiële huisdokters, zoals mijn vrouw ze noemt, beheren de zaak goed voor ons. Onze twee kinderen zullen er ook nog van profiteren. Mijn vrouw had wel grote moeite om tegen de omgeving te zeggen: mijn man werkt niet. Want je moet alles verantwoorden. Toen ik definitief wegging, heeft mijn directeur me zelfs geen hand gegeven, te gek voor woorden. Hij vond dat ik niet had mogen vertrekken. Het heeft een hele knokpartij gekost voordat ik m'n ontslag kon krijgen. Ik zei: ik wil geen uitkering of niks, ik betaal het zelf, ik heb niks van jullie nodig, niet leven op kosten van de gemeenschap.

Mijn eigen medewerkers snapten er niks van, want het ging allemaal zo goed. Het heeft me geïrriteerd dat niemand je feliciteert met je besluit. Het enige wat ze willen weten is: hoe kan dat dan financieel? Je wordt met de nek aangekeken. Buitengewoon lullig.

Nu ik er drie jaar uit ben, begin ik wel de sociale contacten te missen. Je zit met mensen van je eigen niveau, met wie je tennist. Je praat nooit meer eens met iemand van de straat, zal ik maar zeggen. Of met een architect. Het wordt wat eenzijdig. Ik zou wel als chauffeur voor de wijkvereniging mensen willen rijden die er eens uit moeten. Om te horen wat er leeft, bijvoorbeeld. Maar ik zeg met een blij gezicht dat het verrukkelijk voelt om geen enkele verantwoordelijkheid meer te hebben.

Ik was gewend om zeven uur op te staan, nu wordt dat een uurtje later. Dan kijk ik: staat er iets in de agenda? Twee dagen per week ga ik op stap. Heb ik met mijn vrouw afgesproken. Want als het elf uur is, voelt ze zich verplicht om me te roepen voor een kopje koffie. Terwijl ik me totaal kan afsluiten als ik boven op mijn kamer zit. Ik ga eens naar een museum, naar een galerie, de tennisclub. Ik klus daar veel. Met je handen werken en niet met je hoofd, heerlijk. Maar thuis zal ik nog geen behangetje plakken.

Natuurlijk hou ik de beurs goed in de gaten, het is tenslotte je toekomstvoorziening. Ik ben er anderhalf uur per dag mee bezig. Ook voor de familie. Er zijn jaren met veel verlies geweest, heel veel verlies. Maar ik lig nooit wakker van geld. Er wordt met beleggen zo veel verdiend, daar kan niemand tegenop werken. Nooit.

Stel: je kunt in Saint Paul de Vence een huis kopen voor een miljoen. Maar dan zou je je verplicht voelen om steeds maar naar dat huis te gaan, terwijl er zoveel méér in de wereld te zien is. Dat miljoen kun je natuurlijk ook wegzetten op de beurs. Als je 7 procent van je geld maakt, dan kun met die 70 duizend gulden heel lang iets huren. En dan kun je nog eens ergens anders heen. New York, bijvoorbeeld, het Museum of Modern Art. Schitterend.

Ik verveel me geen moment. Ik koop nogal eens wat kunst. Vooral grafisch werk. Ik stop nu met verzamelen, want ik kan het nergens meer ophangen. Geen ruimte meer. Dus zet ik het tegen de muur en af en toe verhang ik eens wat. We zeggen weleens tegen elkaar: laten we een groter huis zoeken. Maar de kinderen zijn de deur uit en het zit niet in mijn karakter om een dikke drie miljoen gulden te gaan verwonen. Een huis met een binnenzwembad en een buitenzwembad, nee, dat zou niet bij me passen. Je eigen omgeving telt. Je moet je niet anders voordoen dan je bent. Je moet niet patsen, dat is toch verschrikkelijk?

Misschien een tweede huis in een straal van 300 kilometer; dat je snel weer uit en thuis bent en niet met het vliegtuig hoeft zoals in Toscane waar je dan ook een tweede autootje moet hebben. Nee, de Ardennen lijkt ons wel wat. Daar hebben we veel wandelvakanties doorgebracht. Je moet alleen steeds dieper de bossen in wil je nog wild tegenkomen. Soms zit ik maar en denk ik aan helemaal niks. Heel ontspannen is dat. Echt heerlijk. Je moet je gedachten niet vasthouden, want dan heb je een probleem en begin je weer te plussen en te minnen. Nee, gewoon voorbij laten schieten, de gedachten. Dan heb je een goed leven.

Vroeger deed ik thuis niks, nu doe ik de was en strijk ik. Fluitend. Ik ruim veel op, ik ben een opruimer. Met wijn verzamelen ben ik gestopt; ik moet verdorie nog een paar jaargangen heel snel opdrinken, anders slaat die wijn om. Dus er flink tegenaan. We hebben er beiden geen moeite mee, je wordt alleen zo verschrikkelijk zwaar van wijn. Dus ga je weer tennissen, echt gezellig. Ik heb begrepen dat we nu gaan golfen, al is het niet leuk om tegen jezelf te spelen. Het is voor je ouwedag, zeggen ze. Voor als je knieën het begeven hebben. Dan ben je tenminste altijd buiten. Ze zeggen weleens tegen me: zou je niet eens een cursusje dit of een dingetje dat? Nee hoor, tot l geen zin in.

Op het moment dat je wat meer hebt dan een ander is de lol van het kopen verdwenen. Ik droomde als jongen van een Puch, later van een Austin Healy, de sportwagen van mijn jeugd. Maar wat moet je er nu mee? In de garage zetten en poetsen? Ik vind mezelf sober. Als je genoeg hebt, moet je anderen erin laten delen. Wegschenken van geld. Het nadeel is dat je wordt doodgegooid met bedelbrieven. Er is zo'n zuster uit Manilla die twee dubbeltjes en kwartjes meestuurt, onder het motto: daar kun je in Manilla dit en dat mee doen. Daar word ik helemaal wild van. Wij helpen een aantal Foster Parents-kinderen, maar we schrijven ze niet. We willen helpen, maar er verder niks mee te maken hebben. En nu lees je weer dat er daar het een en ander aan de strijkstok zou blijven hangen. Ik hoop maar dat het een niet al te groot percentage is. Daar ga ik maar vanuit. Want echt, mensen moeten delen. We hebben het toch goed?

Ik snap niet dat wie scheppen geld verdient, alsmaar doorgaat. Om wat? Om macht? Om je eigen ego te strelen? Je leven hangt toch niet af van werken? Maar ja, je wordt er wél op aangekeken als je niet werkt. Dat is een probleem. Mensen zijn vreselijk afgunstig. Dus als je geld hebt, moet je zorgen dat je geen outcast wordt. Dat je gewoon blijft. Want ik bén toch gewoon? Ik ben verdomme héél gewoon!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden