'Als je een historische roman schrijft, moet je zinnen gebruiken die in die tijd gangbaar waren'

Met historische thrillers boekt het Italiaanse schrijversduo Monaldi & Sorti internationaal succes. In hun favoriete wijnbar gidsen de twee ons via Malaparte naar Capri.

Schrijversduo Monaldi & Sorti.Beeld Els Zweerink

'Zullen we iets later afspreken?', smst Rita Monaldi (1966) een paar uur voor de interviewafspraak. 'Om zes uur? Dan kunnen we er wijn bij drinken.' Samen met haar man Francesco Sorti (1966) zit ze on-Italiaans stipt op tijd achter een tafeltje bij het raam. Beide schrijvers zijn onberispelijk gekleed en keurig verzorgd tot in de puntjes van haar kastanjebruine krullen en zijn opvallende pince-nez.

De negen boeken van schrijversechtpaar Monaldi en Sorti - historische thrillers over pauzen, monniken, koningen en intriges - werden vrijwel allemaal internationale bestsellers, vertaald in bijna 30 talen en uitgegeven in meer dan 60 landen. Maar in thuisland Italië waren ze nooit succesvol. Sterker: ze werden in de ban gedaan door het Vaticaan en geboycot door Italiaanse boekhandels, waardoor ze - net als vroeger Descartes, Montesquieu, Voltaire en Rousseau - hun heil moesten zoeken bij Amsterdamse uitgevers. Hun boeken verschenen daarom eerder in het Nederlands dan in het Italiaans.

'Dat komt door wat we schreven over paus Innocentius XI in ons eerste boek', zegt Monaldi. Na maandenlang archiefonderzoek in Rome, Parijs en Wenen concludeerden ze dat Innocentius XI een geldbeluste opportunist was die de Nederlandse protestante stadhouder Willem III in 1688 geld betaalde om de katholieke Engelse koning te verdrijven. Dat schreven ze op met als gevolg een woedend Vaticaan en een Italiaanse uitgever die zich vlak voor publicatie terugtrok en voorkwam dat hun boek in Italiaanse boekhandels kon liggen - waarschijnlijk een een-tweetje tussen de paus en de eigenaar van de uitgever in kwestie, meervoudig premier Silvio Berlusconi.

In de jaren die volgden waren Monaldi en Sorti paria's in Italië. Ze werden verbannen uit de archieven van het Vaticaan, verhuisden met hun jonge gezin naar Wenen en lieten al hun boeken noodgedwongen uitgeven in Amsterdam - geen Italiaanse uitgever wilde zijn vingers branden aan het echtpaar.

Beeld Els Zweerink

'Wat drinken we? Wit of prosecco?', vraagt Francesco Sorti in zijn favoriete wijnbar in Rome, de stad waar de twee sinds kort weer welkom zijn. 'We zijn geen probleem meer voor de kerk', zegt hij. 'Dat ligt niet zozeer aan ons, maar aan de kerk. Toen we ons eerste boek schreven, was de Poolse Johannes Paulus II nog paus. Hij is 26 jaar aan de macht geweest tijdens wat later een buitengewoon stabiele periode zou blijken. Er waren nog geen pedofielschandalen, zoals onder de Duitse Ratzinger, geen paus die alles anders wilde doen, zoals nu met Bergoglio. Toen had de kerk nog tijd om ten strijde te trekken tegen een boek over een paus die zich een paar eeuwen geleden had misdragen. Inmiddels heeft de kerk wel wat beters te doen.'

Het gevolg: sinds 2015 verschijnt ongeveer elke vier maanden een Italiaans boek van het schrijversechtpaar, vrijwel standaard ontvangen met jubelende recensies. Met hun laatste boek, Morte Come Me (Dood Zoals Ik), over de Italiaanse schrijver Curzio Malaparte werden ze zelfs genomineerd voor de Premio Strega, de belangrijkste literaire prijs van het land. Dat boek is sowieso een speciale uitgave voor de twee: het is hun eerste boek dat zijn wereldprimeur beleefde in thuisland Italië, in plaats van in Nederland.

Bibliografie Monaldi & Sorti

2015 Morte Come Me
2011 Mysterium
2011 Versluiering, geschenkboek Maand van het Spannende boek, gedrukt in een recordoplage van 846 duizend exemplaren
2008 Het ei van Salaì
2007 De twijfel van Salaì
2006 Veritas
2005 De geheimen van het conclaaf
2005 Secretum
2002 Imprimatur

Sorti haalt de pince-nez van zijn neus en wrijft over de rode strepen op zijn neusbrug. Het is een Frans brilletje zonder poten dat via een klem (pince) op zijn neus (nez) blijft zitten, legt hij uit terwijl er een serveerster aan komt lopen. Hij legt zijn brilletje terzijde en steekt zijn neus met veel precisie in het zojuist gevulde glas - voor de meeste stervelingen een ongemakkelijke poging niet door de mand te vallen, maar hier een ritueel dat met daadwerkelijke kennis lijkt te worden uitgevoerd.

Francesco Sorti snuift de wijngeur op als een cocaïneverslaafde. 'Buono', volgt er na een tijdje denken. 'Zullen we beginnen?'

Beeld Els Zweerink

1. Schrijver: Curzio Malaparte

Monaldi: 'Ik las mijn eerste boek van Curzio Malaparte, Kaputt, toen ik 12 jaar was, mede omdat mijn vader een gepassioneerd liefhebber was. Later bleek dat Francesco precies hetzelfde had: ook hij las Malaparte van jongs af aan. Malaparte is een schrijver die de twintigste eeuw prachtig weet neer te zetten in zijn boeken, maar tegelijkertijd een hoofdpersoon was in die twintigste eeuw. Hij was een dandy, een avonturier, een soldaat, een oorlogsheld, een schrijver, een intellectueel. In de jaren vijftig was hij lid van de communistische partij terwijl hij in 1922 nog met Mussolini naar Rome was gemarcheerd. Malaparte was de twintigste eeuw. Bovendien is hij de enige Italiaanse schrijver uit zijn tijd wiens stijl nog altijd actueel is. Schrijvers als Moravia en D'Annunzio zijn door 18-jarigen niet meer te lezen zonder voetnoten; of in ieder geval enorm saai. Malaparte vinden ze nog altijd een pageturner.'

Sorti: 'Curzio Malaparte heeft de twintigste eeuw beschreven en geleefd. Ook na de oorlog. Ik durf wel te zeggen dat hij een van de meest profetische Italiaanse schrijvers was. Hij wist de toekomst van Europa, het heden waarin we nu leven, haarfijn te voorspellen in zijn boeken. Lees ze maar, dan merk je het vanzelf.'

'Curzio Malaparte was een dandy, een avonturier, een soldaat, een oorlogsheld, een schrijver, een intellectueel.'

2. Historische periode: La belle époque

Monaldi : 'We zijn natuurlijk beroemd geworden met onze boeken over de barok, maar alles wat we daarover te melden hadden, hebben we inmiddels wel gemeld. De historische periode die ons nu het meest aantrekt, is denk ik de belle époque - een periode die loopt van grofweg 1870 tot de Eerste Wereldoorlog. Misschien heeft die aantrekkingskracht te maken met het feit dat we nu, net als toen, in een periode leven van ogenschijnlijke kalmte, ogenschijnlijke bloei en ogenschijnlijk geluk, terwijl er onderhuids van alles aan het borrelen is in Europa. De belle époque was de eerste keer in de moderne tijd dat de wereld zong en danste terwijl ze ondertussen wegzakte in die kloof. Dat is herkenbaar en dus is er nog heel veel te zeggen en te schrijven.

'Wat ook meespeelt bij deze keuze: wij schrijven altijd in de ik-persoon. En wanneer je een historische roman schrijft, moet je ook zinnen gebruiken die in die tijd gangbaar waren. Daarom zullen wij nooit een boek schrijven over bijvoorbeeld de Romeinse tijd. Daar worden dialogen al heel snel kitsch.'

Sorti: 'De taal van de belle époque is heel mooi gevangen door een Nederlandse schrijver wiens naam mij nu even ontschoten is... Louis... Couperus! Dat is het: Louis Couperus. Er is in de jaren veertig één boek van hem in het Italiaans vertaald - later nooit meer helaas - maar gelukkig hebben we wat van hem kunnen lezen in het Duits. Hij heeft, op een mooie manier, over veel thema's geschreven die ons aan het hart gaan.'

'Nu, net als toen, leven we in een periode van ogenschijnlijke kalmte, ogenschijnlijke bloei en ogenschijnlijk geluk, terwijl er onderhuids van alles borrelt.'Beeld HH

3. Sport: schermen

Monaldi: 'Schermen, en dan vooral met de sabel. Onze kinderen zitten op schermen: een dochter van 16 en een zoon van 12. Ik stond te juichen toen ze die keuze maakten, want schermen als sport is bijna een spirituele kunst. Je kijkt je tegenstander recht in het gezicht, met open vizier, en probeert daarna pas een creatieve manier te vinden om te winnen. Zo zou je eigenlijk al je problemen moeten oplossen. Zo zou je al je gevechten moeten aangaan.'

Sorti: 'Zelf schermen we niet. Hoogstens met woorden. We hadden ooit onenigheid met een Nederlandse boekcriticus - niet van de Volkskrant, maar van die andere grote krant - omdat we vonden dat hij onoprecht schreef over ons eerste boek. Wij hebben toen op de meest openlijke, maar ook originele manier wraak genomen, eigenlijk zoals je dat ook bij schermen zou doen. We hebben een personage in ons tweede boek - een behoorlijk ridicuul personage - naar hem vernoemd, waarop hij zei: ik recenseer het tweede boek niet meer.'

'Schermen is bijna een soort spirituele kunst. Je strijdt met open vizier. Zo zou je al je gevechten moeten aangaan.'Beeld epa

4. Plek op aarde: Capri

Monaldi: 'Francesco, die uit Napels komt, heeft bijna alle vakanties in zijn kindertijd doorgebracht op Capri. Zijn oma kwam daar vandaan en zijn ouders hadden er een huis. Sinds we elkaar kennen, zijn we daar vaak heen gegaan.'

Sorti: 'Het mooiste aan Capri vind ik de Villa San Michele in het plaatsje Anacapri. Dat is het huis van de Zweedse medicus Axel Munthe - een beroemdheid in zijn tijd - met een privékapel waar een originele Egyptische sfinx staat. Als je achter de sfinx gaat staan, en richting de horizon tuurt, zie je een uitzicht dat heel bijzonder is. Omdat je het gezicht van de sfinx niet kunt zien, symboliseert dat uitzicht het gevoel van mysterie dat op heel het eiland te voelen is. Er heerst een gekke atmosfeer. Het is een berg midden in de zee, met bossen en stranden. Het is klein - eigenlijk is er niets behalve de eigen schoonheid - en toch wordt het eiland al de hele geschiedenis bezocht door grote persoonlijkheden. Van keizer Tiberus, die hier stierf, tot Göring die er een huis wilde kopen en Lenin, die hier een geheime school voor revolutionairen bezocht in 1908 waar de Russische Revolutie werd voorbereid.'

Monaldi: 'Lenin heeft op Capri een beroemd potje schaak gespeeld, samen met een andere Russische revolutionair, Alexander Bogdanov, die een rivaal van hem was in de bolsjewistische partij. Van dat potje schaak is een iconische foto gemaakt. Lenin won de wedstrijd en daarmee - zo gaat het verhaal althans - ook de definitieve macht binnen de partij.'

'Het mooiste is Villa San Michele.'Beeld HH

5. Medicijn: zeoliet

Sorti: 'Zeoliet is een natuurlijk medicijn. Een bepaald type klei, grond dus, dat je samen met water drinkt en dat, vinden wij, buitengewone gevolgen heeft. Het is goedkoop, dus voor iedereen beschikbaar, het heeft geen bijwerkingen en vooral: het is een panacee, een medicijn dat overal tegen helpt. Het werkt tegen straling - na de kernramp in Fukushima gebruikten de Japanners het bijvoorbeeld om het water te reinigen, net als de Russen na Tsjernobyl. Het houdt je lichaam jong doordat het ontgift. Het is goed voor je immuunsysteem, voor je bloed. Wij gebruiken het elke dag, net als onze kinderen. We drinken 2 tot 3 gram elke ochtend, maar doen ook vaak een beetje in het water wanneer we een bad nemen. Het wordt ook via de huid opgenomen.'

Monaldi: 'En het is geen kwakzalverij, hè? Het is een geautoriseerd medicijn. We kwamen het op het spoor vanwege een ander probleem met m'n gezondheid. Daarna zijn we het blijven gebruiken.'

'Zeoliet helpt overal tegen en het houdt je lichaam jong.'

6. Cocktail: Strega come me

Sorti: 'Wij houden van drinken en deze cocktail hebben we zelf bedacht. Hij is genoemd naar de Premio Strega, en onze lievelingsschrijver Curzio Malaparte. Malaparte werd twee keer genomineerd voor de Strega, maar hij kreeg hem twee keer niet, waarna hij zei: naar de duivel met die Strega, ik ga champagne drinken. Deze cocktail is bedoeld om de goede vrede tussen beide te herstellen.'

Monaldi: 'Je begint met een goede scheut Strega, een Italiaanse kruidenlikeur uit Campanië. Dan voeg je versgeperst citroensap toe, champagne uiteraard, en tot slot een beetje verpulverde sinaasappel en een brandend blaadje laurier.'

7. Wijnbar: Trimani, Rome

Sorti: 'In de wijnbar waar we nu zitten, hebben wij Italiaanse wijnen ontdekt. Vlak na ons huwelijk, toen we nog in onze wittebroodsweken zaten, volgden we hier onze eerste wijncursus. We zitten bijna op sommeliersniveau, maar toen wisten we nog niets.'

Monaldi: 'Het is een van de meest antieke wijnbarretjes van Rome, opgericht in 1821 en altijd gerund door dezelfde familie Trimani. Wij zijn verknocht geraakt aan deze tent. We zijn hier zo vaak dronken geworden. Stel je voor: zo'n cursus begint om half negen. Dan ben je net klaar met werk en heb je nog geen tijd gehad om te eten, waarna je eerst zes glazen witte wijn krijgt voorgeschoteld, en direct daarna zes glazen rode wijn. Ze zeggen altijd dat je maar een paar slokken moet nemen, en het ook weer moet uitspugen, maar dat hebben we nooit over ons hart verkregen.'

Sorti: 'Deze wijnbar is zowel de leverancier van het Vaticaan - de paus en zijn kardinalen halen hier hun wijn - als van de president van Italië in het Quirinaalpaleis. Het is hier geweldig. Als we in Rome zijn, komen we hier een keer per week. Of om wijn te kopen, of om gewoon wat te drinken, zoals nu.'

Monaldi: 'Daarover gesproken: wil je nog wat drinken?'

'Vlak na ons huwelijk volgden we hier onze eerste wijncursus. We zijn hier vaak dronken geworden.'
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden