Interview Leon Kuijs, vertrekkend directeur Politieacademie

‘Als je de politieopleidingen verkort, krijg je plofonderwijs. Dat gaat ten koste van kwaliteit’

Vrijdag vertrok Leon Kuijs als directeur van de Politieacademie. Hij blikt terug op een woelige periode, waarin de academie haar zelfstandigheid verloor en maakt zich zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. ‘De politie creëert een plofkip.’

Leon Kuijs, scheidend directeur van de Politieacademie: ‘ In de wet is geregeld dat wij de kwaliteit bewaken. Voor mij is dat heilig.’ Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

‘De Politieacademie had haar zelfstandigheid nooit mogen verliezen’, zegt de vertrekkend directeur. ‘Daar hebben we alleen maar last van.’

Leon Kuijs, politieman met een indrukwekkende staat van dienst, werd in 2013 door oud-minister van Justitie Ivo Opstelten gevraagd de bestuurschaos bij de Politieacademie te bezweren. Hij werd er de baas, reorganiseerde, bezuinigde meer dan een kwart van 200 miljoen ‘zonder dat dit ten koste ging van de onderwijskwaliteit’ en bracht de academie onder bij de nieuwe Nationale Politie, waarin 25 zelfstandige korpsen werden samengesmeed.

Maar de centralisering schoot door, zegt Kuijs. De academie verloor haar autonomie. ‘We mochten geen docenten meer werven van hbo-niveau, want dat paste niet in het systeem van functies en beloning. We kregen te weinig auto’s, busjes en motoren voor rijlessen, omdat het systeem voorschreef dat er maar x voertuigen op een y-aantal mensen zijn toegestaan. Ook waren die voertuigen voor onze lessen verkeerd toegerust. Op sommige politieacademies kun je blijven slapen, maar de Nationale Politie kende die hotelfunctie niet. We konden ineens geen congressen meer organiseren. Ik moest steeds alles bevechten. Alles. Ik kreeg overal gelijk: bij het Politiedienstencentrum, de personeelsdirectie, de korpsleiding en op het ministerie. Maar er zat geen managementkracht achter. Er veranderde geen fuck.’

Twee jaar duurde die strijd om de basis op orde te krijgen. Daarna diende zich een nieuw probleem aan: door het capaciteitsgebrek bij de politie moet de academie nu veel meer studenten gaan opleiden dan ze aankan. ‘Operationeel opportunisme’, noemt Kuijs dat. ‘Jarenlang werden te weinig studenten naar de Politieacademie gestuurd omdat er geen geld was – dat is allemaal politiek – nu wordt het te veel.’

Om de roosterproblemen bij de politie op te vullen, wordt Kuijs onder druk gezet om de opleidingen te verkorten. ‘Ik heb gezegd: dan creëer je een plofkip, krijg je plof-onderwijs, dan explodeert het. Dat gaat ten koste van de kwaliteit.’

Kuijs heeft een tegenvoorstel ingediend: verleng de opleiding juist, van drie naar vijf jaar. ‘Wals hem uit. Ik kan zorgen dat mensen zodanig startbekwaam worden gemaakt dat ze wel noodhulpdiensten kunnen draaien en de gaten in de roosters opvullen. Maar dan moeten ze naast de praktijk nog kwalificaties halen die ertoe leiden dat ze uiteindelijk voldoen aan alle kwaliteitsnormen.’

De Politieacademie was klaargestoomd voor het opleiden van vijfhonderd extra studenten per jaar, tot in totaal 17 duizend in de komende vijf jaar; evenveel als de verwachte uitstroom bij de politie (door onder meer vergrijzing). ‘Maar nu willen ze nóg meer studenten. Er wordt gepraat over nog eens vijfhonderd per jaar extra.’

Dat kan niet?

‘Dat past niet in onze gebouwen. Het kan wel opgelost worden, maar dat kost tijd. Daar moet je docenten voor aantrekken en inwerken – dat moet goed worden voorbereid. En juist de factor tijd is het hete hangijzer tussen de politie en de academie. In die discussie lijkt de kwaliteit voor de politie ineens niet meer belangrijk.’

De politie heeft een ‘taskforce’ ingesteld die onderzoekt hoe de operationele sterkte en politiecapaciteit kunnen worden vergroot. Die komt begin volgend jaar met conclusies. Maar binnen die taskforce, zegt Kuijs, is de houding: wat die taskforce bedenkt, moet de academie uitvoeren. ‘Dat klopt niet. In de wet is geregeld dat wij de kwaliteit bewaken. Voor mij is dat heilig.’

De kwaliteit is ook in een ander opzicht een probleem, stelt de directeur. De academie dreigt los te komen staan van het regulier onderwijs: met het politiediploma – dat gelijkstaat aan een mbo4-diploma – mag een afgestudeerde doorstromen naar het hoger onderwijs. Daarvoor moet de opleiding aan bepaalde kwalificaties voldoen, maar binnen de taskforce is dat niet langer een absolute voorwaarde.

‘Als je ooit wilt samenwerken met het regulier onderwijs, of als je het regulier onderwijs delen van ons onderwijs wilt laten verzorgen, moeten we wel zorgen dat we die kwalificaties hebben, anders kan dat niet eens’, zegt de scheidend directeur. ‘Ik heb de korpsleiding verweten: waarom moet ik voortdurend het niveau van onze opleidingen verdedigen? Ik doe dat in jullie belang.’

Als de kwaliteit van het onderwijs niet hoog blijft, benadrukt Leon Kuijs, krijg je ook minder goede politie, ‘en dat wil niemand. Een goed opgeleide bevolking stelt eisen aan bejegening door de politie. Ik voorspel dat je dan agenten krijgt die in communicatieve zin tekort gaan schieten. Dat kan ontwrichtend werken.’

Wat vindt de minister van die hele discussie?

Cynisch: ‘Welke? Ik heb er vier gehad. Eerlijk gezegd: de minister was nooit een probleem. Maar ik had wel wat meer steun verwacht van het directoraat-generaal.’

Als het over zijn bazen in Den Haag gaat, merkt Kuijs op dat hij niet altijd begrip oogst. Integendeel, soms voelde hij zich actief tegengewerkt. De verhoudingen kwamen op scherp te staan toen de korpsleiding op de academie naast de tweehoofdige directie – Leon Kuijs en zijn onderwijsdirecteur Kathelijne van Kammen – een aparte beheerder aanstelde: Dineke Oldenhof. Zij kreeg de beschikking over het budget van 100 miljoen.

‘Vanaf dat moment ging alles heel moeizaam. Mensen spraken niet meer met mij over beheerszaken, maar met haar, want zij had de portemonnee.’

Van Kammen en de nieuwe beheerder konden, op z’n zachtst gezegd, niet met elkaar overweg. ‘Dat is heel wrang’, zegt Kuijs. ‘Ik zat daar als een mediator tussen.’

Toen de situatie escaleerde, haalde de korpsleiding Oldenhof weer weg, maar schreef op het intranet van de politie: ‘Kuijs gaat ook weg, er is gebrek aan chemie in het bestuur van de Politieacademie, er is behoefte aan ander leiderschap.’

Woest was hij. Leon Kuijs had naar eigen zeggen geen ruzie met Oldenhof. En hij zou om een heel andere reden dan ‘gebrek aan chemie’ vertrekken: zijn termijn zat erop. Hij verwijt de korpsleiding dat die met Oldenhof een ‘onmogelijke’ constructie had gecreëerd – ‘Ik was directeur zonder mandaat. Dat gáát niet’ – maar dat hij van de ontstane ellende ten onrechte de schuld kreeg. ‘Ik werd voor heel Nederland te drogen gehangen.’

Valt u iets te verwijten?

‘Ik heb mezelf afgevraagd: wat heb ik nou fout gedaan? Twee dingen had ik anders moeten doen: ik had nooit moeten accepteren dat mij het beheersmandaat werd ontnomen. Daarin ben ik te loyaal geweest. En ik had nooit moeten accepteren dat Dineke Oldenhof hiernaartoe kwam. Ik kende haar goed. Ze verloor al eens haar functie als personeelsdirecteur toen ik nog in de korpsleiding zat en ik had er moeite mee dat ze hier voor een tweede keer van haar functie zou worden gehaald. Noem me een watje, maar dat vond ik moeilijk. Dus ik heb te lang laten voortduren dat die twee ruzie maakten.’

Kuijs vond de verhoudingen tussen de Nationale Politie en de academie onwerkbaar worden – ‘dit is ondermijnend en kan zo niet langer’ – en drong bij het ministerie aan op een versneld evaluatieonderzoek over de inbedding van de Politieacademie in het politiebestel. Dat mondde begin dit jaar uit in het rapport Samen werken aan goed politieonderwijs en –onderzoek. De onderzoekscommissie sprak met meer dan vijftig personen en oordeelde vernietigend: het ontbreekt aan samenwerking, vertrouwen en een gezamenlijk, strategisch meerjarenperspectief. En: de politie moet de directeur van de academie het mandaat verlenen voor het primaire proces.

‘Ik was heel blij met dat rapport’, zegt Kuijs. ‘Het mandaat geven ze nu terug, onze bestuurssecretaris legt er de laatste hand aan.’

Dus nu bent u de man van 100 miljoen?

‘Helemaal.’

Afgelopen vrijdag trok hij voor het laatst de deur van de academie achter zich dicht. Kuijs gaat zich nu richten op een – wettelijk verplicht – kwaliteitskeurmerk voor de politie, waarbij alle verschillende onderdelen verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun professionaliteit, transparantie en de vraag hoe ze verantwoording afleggen. ‘Daar heb ik zin in, om weer met het politiewerk bezig te zijn.’

Laat u een puinhoop achter?

‘Dat moet ik echt ontkennen.’

Wel had hij het onderwijs eerder moeten moderniseren, erkent Kuijs. ‘Wat verbeterd zou kunnen worden: de instroom op de academie is ongewis; vmbo, mbo, hbo – alles kan solliciteren om agent (mbo politiekundige) te worden, en die komen samen in de klas. De een kan amper aanhaken, de ander denkt jee, kan het niet wat sneller? Nu ligt er een blauwdruk waarin we klassen gaan afstemmen op de kennis en kunde die studenten meebrengen: alle slimpies bij elkaar.’

Waarom heeft u dat niet eerder gedaan?

‘Dat komt mede door de politieonderwijsraad, de Taliban van het politieonderwijs. Dat is een platform waarin iedereen over het onderwijs kan meepraten, zoals de vakbonden en het departement. Daarin wordt heel geharnast over het stelsel van politieopleidingen gediscussieerd. Toen de Nationale Politie de beroepsprofielen moest vernieuwen zodat wij er in de opleiding mee aan de slag konden, duurde het anderhalf jaar voordat die er lagen. Daarom konden wij het onderwijs niet eerder vernieuwen.’

‘Maar de weg is geëffend, dus ik ga vreugdevol weg. Ik laat iets achter waarmee mijn opvolger uit de voeten kan.’

Wie volgt u op?

‘Dat is nog niet bekend. Vier kandidaten zijn op gesprek geweest, maar ze zijn alle vier afgewezen.’

Waaraan moet uw opvolger voldoen?

‘Die moet een rechte rug houden als het gaat om de kwaliteit van het onderwijs. Ik denk ook dat mijn opvolger extern communicatiever moet zijn dan ik. Ik ben gekomen om de organisatie weer op orde te krijgen. Nu moet er een ambassadeur komen die uitlegt wat de academie precies doet en waar ze voor staat.’

Hoe gaat u weg?

‘Dankbaar voor wat ik heb mogen doen. En zonder rancune. Het is goed zo.’

CV Leon Kuijs

1995-1998 districtschef korps Rotterdam-Rijnmond

1998-2002 plv korpschef Zuid-Holland-Zuid

2002-2011 korpschef Brabant Zuid-Oost

2009-2012 voorzitter Raad van Korpschefs

2011-2012 kwartiermaker Nationale Politie

2012-2013 lid korpsleiding Nationale Politie

2013-2019 directeur Politieacademie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden