Interview Akinwumi Adesina

‘Als je de Afrikaanse jeugd perspectief wil bieden, haal ze uit het donker’

Europese zakenlieden en Afrikaanse leiders praten in Wenen over investeringen die de trek naar het noorden tegengaan. Hoe nodig die zijn, weet Akinwumi Adesina, president van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.

Akinwumi Adesina, president van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB). Beeld Inga Kjer/Getty

Voordat u verder leest

U kunt special van dit stuk hier bekijken.

Waarom Afrikaanse jongeren naar Europa vluchten? ‘Omdat het Afrikaanse platteland vol zones van ­misère en uitzichtloosheid is. Er is geen werk, geen industrie, geen elektriciteit en de traditionele levensstijlen worden verwoest door ­klimaatveranderingen. Je kunt het de jongeren niet verwijten dat ze vluchten, ik zou zelf ook niet hebben geweten hoe snel ik moest wegkomen als ik jong was.’

Akinwumi Adesina (58), sinds 2015 president van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, die voor 30 miljard dollar aan investeringen in Afrika heeft uitstaan, heeft er schoon genoeg van. ‘Nee, Afrika heeft er genoeg van. Om arm te zijn. Mensen willen niet meer in het donker zitten. Ontwikkeling vanuit het donker lukt gewoon niet. Geen wonder dat jongeren wegtrekken naar de stad, of naar Europa. Ze willen voetbal kijken, hun mobiele telefoon kunnen opladen en nog veel meer. 645 miljoen Afrikanen hebben nog geen elektriciteit. In de 21ste eeuw is dat onacceptabel.’

‘Bedenk: zelfs insecten emigreren vanuit het donker naar waar het licht is’, grapt Adesina vanaf de sofa in zijn suite in Hotel des Indes in Den Haag om zijn punt te maken. Een bulderende lach volgt. Adesina bezocht Nederland eerder dit jaar voor een conferentie aan de Universiteit Wageningen over de nieuwe VN-ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) om armoede en honger in 2030 uit de wereld te bannen. Wat Adesina betreft gaat het lukken.

Als er één man in Afrika is die deze belofte kan inlossen, is het de charismatische Adesina wel. In zijn geboorteland Nigeria wist hij als minister de landbouw zo drastisch te hervormen dat de voedselimporten binnen vijf jaar met 40 procent terugliepen. Het leverde hem in 2013 de titel ‘man van het jaar’ op in zakenblad Forbes Africa. Hij was een vertrouweling van de dit jaar overleden oud-VN-topman Kofi Annan en wordt vaak in één adem genoemd met integere leiders als Nelson Mandela en Desmond Tutu.

De sleutel tot succes is investeren. ‘Afrika waardeert ontwikkelingshulp, maar het heeft meer aan investeringen’, zegt Adesina. ‘Als je de Afrikaanse jeugd perspectief wil bieden, haal ze uit het donker. Investeer in elektriciteit, in wegen, havens, infrastructuur, in toegang tot markten om mee te kunnen delen in de mondiale welvaart.’

Als president van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank bent u dé man om de klus te klaren. Hoe gaat u Afrika vooruithelpen?

‘Voor de duidelijkheid: het gaat helemaal niet zo slecht met Afrika. De economie groeit best goed, gemiddeld 4,1 procent dit jaar, boven het wereldgemiddelde. Maar Afrika heeft veel meer potentie. 65 procent van ’s werelds onbenutte landbouwarsenaal ligt op ons continent. Maar potentie kun je niet eten. De uitdaging is dus om dit potentieel te ontsluiten. Het is nergens voor nodig dat Afrika jaarlijks voor 35 miljard dollar voedsel importeert terwijl we genoeg grond en zon hebben om het zelf hier te verbouwen. We hebben straks in 2050 10 miljard monden in de wereld te voeden.’

U pleit voor agrarische revolutie zoals het Westen en Azië die eerder hebben doorgemaakt. De Afrikaanse ontwikkelingsbank heeft hiervoor 24 miljard dollar uitgetrokken voor de komende tien jaar. En u roept investeerders op. Happen die toe?

‘Om Afrika klaar te stomen voor de 21ste eeuw is volgens onze schattingen 87- tot 112 miljard dollar per jaar nodig. Het gaat dan om de investeringen in infrastructuur zoals wegen, irrigatie, elektriciteit en logistiek die nodig zijn voor economische ontwikkeling. Afrika moet niet langer aan het donorinfuus liggen maar zelfstandig en productief worden. En je ziet het al gebeuren. In 2017 trok Afrika buitenlandse investeringen aan ter waarde van 60 miljard dollar, in 2008 ging het nog om 10 miljard. Over tien jaar is dit een heel ander continent. Met een bevolking die even groot is als China en India bij elkaar, met een groeiende middenklasse en een voedselmarkt van een triljoen dollar. Wie wil daar niet in investeren?’

Houdt u hiermee Afrikaanse jongeren op het platteland?

‘Ik geloof niet dat de toekomst van Afrikaanse jongeren in Europa ligt, en al helemaal niet in de hitte van de Saharawoestijn of op de bodem van de Middellandse Zee. Die moet liggen in een Afrika dat groeit en banen creëert. In de komende tien jaar willen we 25 miljoen banen creëren en 50 miljoen jongeren bereiken. We richten ons speciaal op landbouw met het programma Enable Youth dat al in acht landen is uitgerold en wordt uitgebreid naar dertig landen. We willen de perceptie van de landbouw veranderen; het beroep van agrarisch ondernemer moet weer cool en sexy worden. Jongeren willen niet geassocieerd worden met het zelfvoorzienende leven van hun voorouders op hun akkertjes. We moeten het plattelandsleven met keuterboertjes niet romantiseren, het is pure armoede. Jongeren moeten toegang tot financiering krijgen om ­moderne landbouw te bedrijven en welvaart te creëren.’

Maar de meeste jongeren willen een kantoorbaan in de stad. Wat doet u daaraan?

‘Elk jaar studeren 11 miljoen jongeren af aan de universiteit, terwijl er maar 3 miljoen kantoorbanen zijn. Afrikaanse universiteiten moeten hun curriculum ­veranderen. Een diploma alleen is niet genoeg, we hebben de juiste opleidingen nodig waarmee jongeren de vaardigheden leren waarmee ze een baan kunnen vinden. Jongeren moeten opgeleid worden voor banen van de toekomst; in de ict, bouwkunde, landbouw, biotechnologie, robotica of kunstmatige intelligentie. Je ziet dat het roer al omgaat in landen als Rwanda en Ethiopië. Studenten vinden al een baan voordat ze afgestudeerd zijn of starten een eigen bedrijf. Universiteiten moeten geen ivoren torens zijn, maar banenmachines die ook aanzetten tot ondernemerschap.’

Staat de rest van de wereld ook achter uw plannen voor Afrika?

‘Het bewustzijn is er wel, maar er is nog veel paternalisme. We zien buitenlandse investeerders die op de oude koloniale voet doorgaan en grondstoffen weghalen. Driekwart van de cacao in de wereld komt uit Ghana en Ivoorkust, maar slechts 2 procent van de 100 miljard dollar die omgaat in de chocolademarkt vloeit terug. Afrika moet zelf gaan verdienen aan zijn grondstoffen. En we moeten ervoor zorgen dat er een einde komt aan landroof; dat dorpelingen deel­genoot worden gemaakt van de investeringen op hun land in plaats van dat ze van hun land worden weggejaagd. Rijke landen moeten het (de Afrikaanse gemeenschapsfilosofie Ubuntu,red.) gaan begrijpen: ‘Je kunt niet een eiland van succes zijn te midden van een oceaan van armoede.’ We moeten streven naar gedeelde welvaart. Dit is het belangrijkste criterium voor al onze investeringen.’

Investeren om migratie tegen te gaan

In Wenen zijn dinsdag honderden Europese bedrijven, start-ups, innovatieplatforms en Afrikaanse leiders samengekomen om te praten over investeringen in Afrika. Die moeten ervoor zorgen dat Afrikaanse jongeren niet meer naar Europa willen emigreren. Het High-Level Forum Africa-Europe 2018 kwam er op initiatief van de Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz, als tijdelijk voorzitter van de Europese Unie, en de Rwandese president Paul Kagame. Doel van de bijeenkomst is de Afrikaanse digitale economie aan te jagen en zo perspectief voor de Afrikaanse jeugd te creëren.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden