'Als je dat ene boekje gelezen hebt, is het niet zo moeilijk'

Van zijn eigen werk ziet modeontwerper Alexander van Slobbe niets terug op het schoolplein van het Montessori Lyceum in Amsterdam....

Gerard Reijn

Kandidaat: Alexander van Slobbe

Vak: tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen (vwo)

Oordeel: ‘Als je dat ene boekje gelezen hebt, is het niet zo moeilijk’

Van zijn eigen werk ziet modeontwerper Alexander van Slobbe niets terug op het schoolplein van het Montessori Lyceum in Amsterdam. ‘Ja, toch, die Puma’s zijn van mij’, wijst hij. Het meisje in die schoenen is evenals Van Slobbe op weg naar het vwo-eindexamen tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen.

Zijn mode is iets te chic voor examinerende tieners. Hij is een van Nederlands succesvolste modeontwerpers, maar zijn publiek is wel wat ouder en kapitaalkrachtiger dan wat er op een Amsterdams schoolplein rondloopt. ‘Je moet kleding maken voor de groep waar je bij hoort. Je moet precies voelen waar het om gaat. Het steekt heel nauw; je moet precies weten hoe ver die onderbroek boven de spijkerbroek uit moet komen. En je moet wel menen wat je maakt.’

Voor het examen trekt hij zijn blauwe ribfluwelen jasje uit. Met bruinleren puntschoenen, spijkerbroek en blauwe polo van Perry stapt hij naar zijn tafeltje, zonder al te hoge verwachtingen. ‘Ik denk dat ik niets weet.’

Een uur later blijkt dat mee te vallen, maar toch: veel antwoorden wist hij niet. Niet eens ter verdediging voert hij aan: ‘Dit examen had niets met textiele werkvormen te maken. Het gaat alleen maar om kunsthistorische zaken.’

Als ze over dat schilderij van Ingres nou hadden gevraagd naar de kleding van de geportretteerde gravin D’Haussonville, dan had hij het geweten. Zijde. Biedermeier-stijl. Ach, hele verhalen had hij kunnen vertellen. Maar er werd gevraagd naar aanwijzingen dat de schilder daguerreotypie had gebruikt, een voorloper van de fotografie.

Acht vragen gingen over architectuur, met name over de ontwerpers van het Opera House in Sydney (Utzon) en het Philips Paviljoen op de wereldtentoonstelling in 1958 (Le Corbusier en Xenakis). En over waarom de Disney Concert Hall van Gehry tot de neobarok kan worden gerekend. Van Slobbe: ‘Makkelijk. Dat gebouw is zo overdadig. Ken je het Guggenheim in Bilbao? Zoiets is het. Alleen dat materiaal al. De barok gebruikte veel goud; glanzend, imponerend. Deze gebouwen zijn van glanzend metaal. Als daar de zon op schijnt, is dat heel imponerend.’

Die vraag wist hij, maar veel andere niet. ‘Ik heb het gevoel dat die dingen in één boekje staan. Als je dat gelezen hebt, is het niet zo moeilijk. Maar ik weet echt niet wat de overwegingen van een kunstenaar zijn, ook niet als ik de kunstenaar en zijn werk goed ken.’

Die vraag over Hockney bijvoorbeeld, zijn favoriete vraag, die wist hij ook niet. Waarom dan toch favoriet? ‘Hockney ken ik erg goed. Ik heb boeken van hem thuis liggen. Dat ik het niet wist, dat maakt me nieuwsgierig, ik ga het zeker opzoeken.’

Van zijn eigen eindexamen herinnert hij zich niet veel, maar op de kunstacademie in Arnhem heeft hij die kunststromingen natuurlijk wel gehad. ‘Mode is erg gelinkt aan de kunst.’ Sterker nog: zo’n kunstvorm als architectuur, vroeger bedoeld voor de eeuwigheid, begint steeds meer trekjes van de mode te krijgen. ‘In Japan vinden ze een gebouw van tien jaar al oud. Architectuur is een seizoenproduct geworden, en architecten meer vormgevers dan constructeurs.’ Zou hij ook een gebouw kunnen ontwerpen? ‘Misschien wel, maar ik blijf dicht bij het lichaam. Kleding, lingerie, schoeisel, sieraden.’

Geslaagd? ‘Ik denk het niet. Nou, misschien een zesje. Maar mondeling zou ik zeker geslaagd zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden