'Als ik schrijf weet ik niet hoe het boek eindigt'

Overal ziet Esther Gerritsen verbanden en verhalen. Ligt bij het vuilnis van twee buren een verpakking van dezelfde pedaalemmer op de stoep? Dat kan geen toeval zijn, en moet ze de neiging onderdrukken aan te bellen. Als de Green Wheels-auto die ze heeft gereserveerd slordig geparkeerd staat, denkt ze: de benzinetank zal wel halfvol zijn.

Esther Gerritsen. Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Er wandelt veel haar hoofd binnen, ze associeert de godganse dag door, de gedachtesprongen buitelen over elkaar. Tijdens een gesprek kan Gerritsen zich verliezen in een theezakje dat ze met een lepel wil laten zinken, maar dat telkens komt bovendrijven. Het tegenstribbelend theezakje duikt ongetwijfeld een keer op in een roman of column.

Esther Gerritsen (44) heeft dit jaar het Boekenweekgeschenk geschreven: Broer. Een novelle over een succesvolle vrouw die opeens wordt geconfronteerd met haar onaangepaste broer.

Die lijkt in niets op haar twee jaar oudere broer Jeroen, die in 2003 overleed op 33-jarige leeftijd, verzekert ze. Broer is wel op dat drama geïnspireerd: hoe ga je met elkaar om als iemand in je familie ziek wordt?

Het is een echte Esther Gerritsen met scherpe en humoristische dialogen, een uitvergrote werkelijkheid en het ongemakkelijke gevoel dat dit ook over jou gaat. Aldus de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, organisator van de Boekenweek (12 tot en met 20 maart) en uitgever van het Boekenweekgeschenk.

Ongemak

Ongemak, schaamte, menselijk tekort, gekwetst eergevoel - daar gaan haar boeken over. 'Ongemak is het behang van al mijn personages', zei ze in 2014 in het radioprogramma Nooit meer slapen.

Met Esther was er altijd leven in de brouwerij, zegt haar moeder. Ze vroeg altijd door, een rechttoe rechtaan antwoord volstond niet. Als je zei dat je lievelingskleur blauw was, wilde ze weten waarom. Omdat het de kleur van de lucht is? Van een korenbloem? Niets was vanzelfsprekend.

Een boek kiezen in de bibliotheek, een cadeau uitzoeken - Esther ging niet over één nacht ijs. Niets deed ze op de automatische piloot, geen keuze was impulsief.

Haar moeder is huisvrouw, vader was profielslijper in de metaalindustrie. Schrijven zit niet in de familie, al heeft opa van moeders kant zijn herinneringen opgeschreven in een schrift: Mijn belevenissen bij de PTT.

CV

1972 Geboren in Nijmegen
1989 - 1991: Dramatherapie, Nijmegen
1991 - 1996: Dramaschrijven en literaire vorming, Utrecht
1995 Eerste publicatie in literair tijdschrift Zoetermeer
1995 - 2007: Toneelstukken voor de Toneelschuur, Keesen & Co, Syndicaat, Gasthuis
2000 Debuut: verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn
2002 Debuutroman TussenEenPersoon
2005 Normale dagen
2008 De kleine miezerige god
2010 Superduif
2012 Dorst
2014 Roxy. Frans Kellendonk-prijs
2016 Boekenweekgeschenk Broer
Zie ook: Boekenweek.nl

Postbode

Meer dan veertig jaar was hij postbode in Gendt. De man had een fenomenaal geheugen, hij wist bij wijze van spreken op welke dag hij voor het eerst de beschikking van de AOW-uitkering bij iemand in de bus had gedaan.

Haar geweldige geheugen heeft Gerritsen van hem. Ze heeft geen fotografisch geheugen, ze herinnert zich gedachtegangen. Haar boeken staan er bol van. Weinig beschrijvingen, veel dialogen en gedachten.

Verhaaltjes schreef ze vanaf het moment dat ze kon schrijven, schriften vol. Dat deed ze met zo veel gretigheid dat ze de woorden maar half afmaakte. Met de samenstelling van een dierenencyclopedie is ze gestopt toen ze erachter kwam dat wel heel veel dieren met dezelfde letter beginnen. Dat was bij ooievaar.

In de brugklas schreef ze haar eerste echte verhaal. Over een meisje dat ruzie krijgt met haar vriendje en hem een duw geeft. De jongen, een zwemkampioen, loopt een dwarslaesie op.

In datzelfde jaar haalde ze Hamlet van Shakespeare uit de bibliotheek en ging dat bewerken zonder dat ze het had gelezen.

Jeroen en Esther.

655 duizend

Esther Gerritsen is de eerste vrouwelijke Boekenweekauteur sinds Anna Enquist in 2002. Met het Boekenweekgeschenk (oplage 655 duizend) vergroot ze haar oplagecijfers met meer dan een factor tien. Volgens een opgave van haar uitgever zijn van haar romans 60 duizend exemplaren verkocht. In Nederland. De rechten van haar boeken zijn verkocht aan de VS, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Turkije, Argentinië, Zuid-Korea, Slovenië, Tsjechië en IJsland. ‘Weemoedig, mooi en krachtig’, schreef The Daily Mail over Dorst. ‘Je verslindt het in één ruk.’ Van Dorst en Roxy zijn ook de filmrechten verkocht.

Dramaschrijven

Ze wilde naar de Toneelschool, werd afgewezen in Maastricht (te jong), deed een jaar dramatherapie aan de Kopse Hof, waar docenten haar verhalen zo goed vonden dat ze vroegen waaruit ze die had overgeschreven en ging naar de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht: dramaschrijven en literaire vorming. Ze was de eerste die er afstudeerde in dramaschrijven.

Gerritsen is zich hyperbewust van haar omgeving. Continu staan de antennes uit. Hoe mensen naar haar kijken, hoe zij denkt dat mensen naar haar kijken. Prettig voor een schrijver, slopend in het normale leven.

Het kan leiden tot hilarische ogenblikken, zoals in een openbaar interview in 2013 door Mieke van der Weij in de Bijenkorf ter gelegenheid van het Feest der Letteren.

Het gesprek komt op frikandellen, Coco, de hoofdpersoon in Gerritsens roman Dorst, eet er twee. Terwijl Van der Weij haar walging etaleert - 'vieze dingen' -, zegt Gerritsen dat haar dochter op anderhalf jarige leeftijd haar eerste frikandel at.

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Ode aan de frikandel

Frikandellen zijn niet vies, zegt Gerritsen. Ze pakt haar gebundelde columns (Ik ben vaak heel kort dom) en vraagt of ze iets mag voorlezen. 'Dit is echt heel belangrijk.' Van der Weij vindt het een goed idee en Gerritsen leest een hilarische ode aan de frikandel voor, bijna drie minuten lang.

'Anders denken ze dat ik een melige idioot ben die niet kan ophouden over frikandellen', zal ze later zeggen.

De frikandel, zo blijkt uit haar column, is voor Gerritsen een metafoor voor de maatschappij, die je kunt verdelen in kroketteneters en frikandelleneters. Frikandel met een n, kroketteneters hebben het over een frikadel.

Het hoeft niet allemaal intellectueel en verheven te zijn.

Haast

Opmerkelijke uitspraken van Esther Gerritsen: ‘Een slechte recensie lezen is een beetje als een ongeluk op de snelweg bekijken: je weet dat het niets goeds oplevert.’ (Opzij). Toch is het vaak zo dat we voor de mensen waar we het dichtst bij staan het minst ons best doen. (De Standaard). ‘Mijn moeder zei: het is wel even slikken als je over pijpen schrijft.’ (tv-programma Boeken). ‘Zodra ik op mijn fiets zit, denk ik dat ik te laat ben. Geef mij een fiets en ik heb haast.’ (NRC). ‘Ik ben de ouwehoer van de familie.’ (De Standaard).

Chroniqueur van de gekte

De boeken van Gerritsen zijn geestig en schuren, ze zijn grappig en ellendig. Haar personages zijn vaak getroebleerd en bekijken de wereld op een bijzondere manier. Hun verlangens zijn onvoorspelbaar. Chroniqueur van de gekte, is ze wel genoemd.

Roxy, hoofdpersoon in haar laatste roman Roxy, gaat naar bed met de begrafenisondernemer die zojuist haar overspelige echtgenoot heeft begraven.

'Het mooiste aan haar moeder is de A15', overpeinst Dominique in De kleine miezerige god. Zolang ze onderweg is van Rotterdam naar Nijmegen, waar haar moeder in een verpleeghuis woont, kan ze over haar moeder mijmeren en zelfs van haar houden.

'Ze beschrijft het innerlijk leven van haar personages minutieus, maar op zo'n indringende en volstrekt eigen manier dat het spannend blijft', vindt Ad van den Kieboom, haar vaste redacteur bij De Geus.

Literatuurprijs

Literaire jury's bejubelen haar omdat ze haarscherp de vinger weet te leggen op wat er allemaal misgaat in relaties. Drie keer haalde ze de shortlist van de Libris Literatuurprijs.

Critici roemen haar dialogen. NRC Next: 'Het lezen van Dorst is als het binnenstappen van een volle lift waarin net een meningsverschil wordt uitgevochten.'

Gerritsen, gescheiden, moeder van een dochter van 7, schrijft om haar gedachten te richten. De hele dag door hoort ze stemmen in haar hoofd die gevaren zien. Als ze bedenkt wat het ergste is dat haar kan overkomen, voedt ze haar angsten. Laat ze een personage dat denken, dan richt ze haar gedachten niet naar binnen. Antidepressiva doen de rest.

Op zijn Gerritsens: 'Je hele manier van denken waar je in je eigen leven geen fuck aan hebt, daar heb je in fictie alleen maar baat bij.'

Esther met konijn.

Hok

Dan gaat ze 'op een andere radiozender' en betreedt ze een universum waar ze overzicht heeft, niet bang is, geen schuld heeft. 'Over je zelf nadenken is een hok waarin je zit opgesloten. Als ik schrijf, mag ik het hok uit.'

Therapie wil ze dat niet noemen. Als een bakker op een dag gaat nadenken over het leven en zijn vrouw zegt: zeg, zou je niet eens brood gaan bakken, en hij gaat aan het werk, bakt hij dan brood op therapeutische basis?

De vrouw die de loodgieter niet eens binnen durfde te laten krijgt tegenwoordig lof voor haar schaamteloze romans, schreef Psychologie Magazine.

Ze weet niet hoe het boek eindigt als ze aan het schrijven is. Ze weet welke tocht de personages moeten maken, welke problemen ze krijgen te verwerken en waar ze naar streven.

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Uitkomst

De uitkomst verrast haar nooit, hoe kun je je laten verrassen door je eigen gedachten? De verrassing is of het lukt. Zeker als ze baldadig is begonnen en probeert iets zo extreem mogelijk te laten ontsporen.

Het liefst laat ze mensen hun eigen graf graven. Iets ontspoort, iets ontspoort nog meer, het loopt totaal in het honderd, en dan moet er een wending aan worden gegeven. Les 1 van dramaturgie.

Als ze vastzit, denkt ze: bisschop in de keuken. In een toneelstuk heeft ze ooit een bisschop in de keuken gezet. Die kwam niet het toneel op, de spelers gingen achter de coulissen om met de prelaat te praten of te tafeltennissen en kwamen met een inval terug het toneel op.

Bij de hoofdpersoon in Roxy gaat niks vanzelf, ze probeert alles te ontcijferen, zoals veel van haar hoofdpersonen. Doet Gerritsen ook, ze betwijfelt alles. 'Ik maak een omweg in mijn hoofd, ik doe niks vanzelfsprekend. Ik bezie het, ik betwijfel het, soms wordt het ongemakkelijk', zei ze in het radioprogramma Nooit meer slapen.

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Halfje bruin

Daarin kan ze ver gaan. Zelfs het bestellen van een brood bij de bakker gaat dan niet vanzelf. Op weg naar de winkel repeteert ze wat ze moet zeggen: 'Mag ik alstublieft een halfje bruin.'

In stress-situaties, als de golven hoog gaan en het diepe ellende is, heeft ze gek genoeg alles onder controle. Midden in de strijd, no problem.

De enige periode dat Gerritsen blij en onbezonnen was, was toen ze in 2006 zwanger was van haar eerste kind, zei ze in Opzij van 1 mei 2013. 'Ik werd geïnterviewd voor Opzij. Ik weet nog goed de kop van het artikel: 'Ik durf weer onbezorgd te zijn'. Nou, toen het blad in de winkel lag, was ik aan het bevallen van een dood kindje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.