Analyse Onhandelbare kinderen

‘Als ik roep dat mijn zoon niet normaal is, krijg ik terug: Je bent zelf niet normaal’

De 8-jarige, verstandelijke beperkte zoon van columnist Harriët Duurvoort schopt en krabt haar. Ze schreef erover en dat maakte deze week veel los. Want geweld van kinderen komt redelijk vaak voor, maar ouders zwijgen meestal.

Kofi is verstandelijk beperkt en autistisch. Inmiddels is hij 25 en een stuk rustiger, maar vroeger werd zijn moeder Karin geregeld geconfronteerd met zijn gewelddadige kant. Beeld Karin Bokhove

De Efteling, vlak voor sluitingstijd. Het zoontje van Nicoline, 7 jaar, krijst het uit en trapt en slaat wild om zich heen. Nicoline en haar man kunnen hem amper in bedwang houden. Er komen beveiligers aangesneld, ze werken het jongetje tegen de grond. Een kring van dagjesmensen vormt zich om Nicoline en haar gezin heen. Ze voelt de blikken, waarom lopen ze niet door? Alsof niet de Python verderop, maar zíj hier de attractie zijn.

‘In zo’n situatie voelt het alsof je aan de schandpaal wordt genageld’, vertelt Nicoline – niet haar echte naam, ze wil de privacy van haar zoon beschermen. ‘Gebeurt dit met een peuter van 3, dan krijg je nog begripvolle blikken, dat herkent elke ouder. Maar bij een ouder kind zie je omstanders denken: weer zo’n moeder die haar kind geen grenzen kan aangeven.’

Nicolines zoon heeft een vorm van autisme en kan slecht tegen te veel prikkels, net als het zoontje van Volkskrant-columnist Harriët Duurvoort. Zij maakte deze week veel reacties los met een bericht op Twitter: ‘Het grootste taboe: Huiselijk geweld (dagelijks) door je verstandelijk beperkte overprikkelde kind. En het grootste verdriet. De vellen hangen weer van mijn armen. Mijn schenen zijn kapot.’

Honderden mensen reageren, veel ouders schrijven iets te herkennen in haar bericht. In de column die Duurvoort later over het onderwerp schrijft, legt ze uit dat bij haar zoontje de stoppen soms doorslaan omdat hij naar school moet, maar niet wil. ‘De gedachte naar school te moeten, brengt paniek en soms blinde woede. Krijsen, slaan, schoppen, krabben. Ook nu. Hij is op een gegeven moment zo boos dat hij niet meer te bereiken is. Dan een schop die zo’n pijn doet dat tranen in mijn ogen schieten.’

Groot taboe

Het is een onderwerp waarover maar weinig openlijk wordt gepraat, maar fysiek geweld van kinderen tegen hun ouders komt redelijk vaak voor. Kennisinstituut Movisie publiceerde in 2014 een verkennende studie naar het thema. Daarin staat onder meer dat ongeveer 10 procent van de meldingen van huiselijk geweld bij de politie gaat over geweld van minderjarige kinderen naar ouders. In 2012 waren dat 9.500 incidenten. Dat is het topje van de ijsberg, want het moet wel heel erg uit de hand lopen voor ouders de politie inschakelen voor hun eigen kind. Geweld gaat volgens Movisie relatief vaak samen met een psychiatrische stoornis, verstandelijke beperking, verslaving of andere gedragsproblemen bij het kind. Het is volgens het rapport ‘een groot taboe’: ‘Ouders die bang zijn voor hun kind komen daar niet snel mee naar buiten. Zij schamen zich en voelen zich schuldig.’

Duurvoort schrijft vaak te stuiten op onbegrip. ‘Als een woedeaanval buiten gebeurt bijvoorbeeld. Niet zelden gaan voorbijgangers in een kring om je heen staan als je door je kind in elkaar geslagen wordt, een topattractie. Die rollende ogen: meewarig. Keurend.’

Kofi en hond. Beeld Karin Bokhove

Karin Bokhove is de frêle moeder van de 25-jarige Kofi, een beer van een vent. Net als Duurvoorts zoontje is hij verstandelijk beperkt en autistisch. Nu haar zoon volwassen is, is hij een stuk rustiger. Maar ze herinnert zich nog goed hoe ze vroeger een keer op straat in een worsteling verwikkeld was met haar toen nog kleine zoon. ‘Laat die jongen los!’, riep een voorbijganger. Dus ik probeer uit te leggen dat ik weet wat ik doe, dat mijn zoon niet helemaal normaal is. Roept die man terug: u bent zelf niet normaal. Tja, mensen hebben geen idee.’

Blauw oog

Ze herinnert zich ook nog de meewarige blikken van collega’s toen ze dankzij een uitbarsting van Kofi met een blauw oog op haar werk verscheen. ‘Je zag ze denken: die zal wel door haar man worden geslagen. Dan maakte ik maar een grapje van: ik heb een hele lieve man hoor.’

Bokhove heeft door de jaren heen veel blogs en columns geschreven over het leven met Kofi en publiceerde er ook een boek over. Ook de gevaarlijke kanten worden daarin benoemd. Uit een van haar blogs: ‘Mama droeg aldoor fietshandschoenen tegen Kofi’s nagels, maar nu lag hij over haar heen en kraste in haar gezicht terwijl zij hem met haar voet van zich af probeerde te schuiven.’ (...) ‘Intussen zette Kofi zijn tanden in elk stuk vel dat hij te pakken kon krijgen en trapte om zich heen. ‘Krak’, zei mama’s neus.’

Toch zegt Bokhove tegen instanties niet altijd helemaal open te zijn geweest over hoe erg het er soms aan toeging. ‘Kofi sprong bijvoorbeeld een keer in het water en omdat hij niet kan zwemmen, was ik erachteraan gedoken. Hij probeerde mij toen onder water te drukken. Uiteindelijk werden we door iemand anders gered. Toen ik dat verhaal bij de instelling vertelde, merkte ik dat het gesprek veranderde in een soort verhoor: oh, en u liep daar dus alleen met hem? Doet u dat vaker? De volgende keer ben je dan toch voorzichtiger met wat je vertelt, want je weet dat alles in de systemen wordt opgeslagen en je krijgt het gevoel dat als je een regeltje overtreedt, er zal worden ingegrepen.’

Angst voor consequenties

Die aarzeling is herkenbaar voor Ingrid, moeder van twee puberjongens die allebei zijn gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Om hun privacy te beschermen wil ze niet met haar achternaam in de krant. ‘Je denkt: laat ik het verhaal maar niet te erg maken, want misschien plaatsen ze mijn kind wel uit huis. Of ik krijg kritiek dat ik het als ouder helemaal verkeerd doe. Je voelt een rem om het hierover te hebben, ook al is die angst voor de consequenties misschien niet terecht.’

Tegenwoordig is Ingrids oudste van 16 een kalme jongen, maar er waren tijden dat hij zo overstuur uit school kwam dat hij de trap op stormde met het voornemen om zich ervan af te storten – alles om maar niet meer naar school te hoeven. ‘Dan hield ik hem tegen en dan mepte hij erop los. Had ik weer een bloedneus of een tand door mijn lip.’

Ingrids jongste zit in het lijf van een 12-jarige, maar heeft soms de lichaamscoördinatie van een kleuter. Deze week zwaaide hij nog wild in het rond met een speelgoedpistooltje – bam, in haar gezicht. ‘Hij wil alleen maar spelen natuurlijk, maar ja, ik zit vervolgens wel weer met een coldpack op de bank.’

Ingrid benadrukt hoe lief en grappig haar zoons de meeste tijd zijn en heeft er – net als de andere ouders in dit verhaal – moeite mee om hun fysieke gedrag te betitelen als huiselijk geweld of agressie. ‘Agressie betekent voor mijn gevoel dat je iets met opzet doet, om een ander iets aan te doen. Bij deze kinderen is het een onvermogen om prikkels op een andere manier te uiten.’

Geen excuus

Dat is een gedachte die veel ouders hebben, zegt klinisch psycholoog Hans Bom. In het Lorentzhuis in Haarlem geeft hij de cursus Geweldloos Verzet, een methode voor ouders die geweld van kinderen ervaren. ‘Ouders van een kind met een beperking of een diagnose zeggen meestal: maar hij kan er niks aan doen. Dat is in onze cursus de twist die we proberen te maken. Welke handicap of stoornis je ook hebt, het is geen excuus om iemands schenen blauw te mogen schoppen. Je kunt dat gedrag niet accepteren. Dan kom je op een hellend vlak waar je niet meer uitkomt. Ook kinderen die niet kunnen praten of een verstandelijke beperking hebben, kun je leren hun frustraties of angsten op een andere manier te uiten. Het is moeilijk en kost veel tijd, maar het is niet onmogelijk.’

De ouders die Bom tegenkomt op de cursus hebben kinderen met heel verschillende achtergronden en diagnoses. Er zijn autistische kinderen bij die zo angstig en overprikkeld raken van school dat ze flippen, pubers die voortdurend de hort op zijn en weigeren hun ouders te vertellen waar ze uithangen, en jongeren die op het randje van de criminaliteit balanceren. De gemene deler is dat het gaat om kinderen die geweld tegen hun ouders gebruiken en ouders die een enorme machteloosheid ervaren.

De methode Geweldloos Verzet gaat er aan de ene kant om heel duidelijk te maken dat je het ongewenste gedrag niet accepteert en grenzen trekt. ‘Door dit te doen, merken ouders dat hun invloed toeneemt en het aantal escalaties afneemt’, zegt Bom. Tegelijkertijd is het de bedoeling dat ouders ook weer liefde voor hun kind gaan tonen. ‘Vaak zijn ouders dat gevoel van genegenheid door alle escalaties kwijtgeraakt. Ze reageren cynisch of afstandelijk. Het is ook heel verdrietig als je je kind niet meer graag ziet. Maar als je erover in gesprek gaat, blijkt die liefde er nog wel te zitten. De volgende stap is dat je die ook weer gaat tonen, met kleine dingen: een appje op het goede moment, iets lekkers koken. Onvoorwaardelijk, zonder daar meteen een respons van je kind op te verwachten.’

Uithuisplaatsing voorkomen

Bom zegt dat door deze aanpak uithuisplaatsing in veel gevallen nog te voorkomen is. Toch kan het soms ook niet anders. Moeder Nicoline uit het begin van dit verhaal zag zich toen haar zoon 7 was gedwongen om hem tijdelijk in een instelling onder te brengen. ‘Hoe gezond is het nog als je niet meer alleen durft te zijn met je eigen kind? Ik kon niet meer ontspannen en ging ertegen opzien om bij hem te zijn. Uiteindelijk gaf ons andere kind de doorslag. Dat ging zich terugtrekken en was bang in zijn eigen huis.’

De tijdelijke uithuisplaatsing was een verscheurende beslissing, zegt Nicoline. ‘Het voelt alsof je je kind in de steek laat.’ Inmiddels is haar zoon 12, woont hij weer thuis en gaat het goed met hem.

Columnist Harriët Duurvoort zit nog midden in de crisissituatie. Ze werd deze week bedolven onder de reacties en door tv-programma’s uitgenodigd om voor de camera over dit thema te komen praten, maar die uitnodigingen sloeg ze af om haar zoon thuis in Rotterdam zoveel mogelijk rust te kunnen bieden. Ze is soms bang voor de toekomst, vertelt ze aan de telefoon. Nu kan ze hem fysiek nog aan. ‘Maar als hij zo blijft, is hij op zijn 15de levensgevaarlijk.’ Ze weegt haar woorden. ‘Het ingewikkelde is dat je heel veel houdt van iemand die je soms geweld aan doet.’

Karin Bokhove kan zich dat dilemma nog levendig herinneren van toen Kofi klein was. ‘Het werd voor mij een gevecht om te laten zien dat ik heus voor mijn eigen kind kon zorgen. Iemand anders moest mij op een gegeven moment duidelijk maken dat het ook beter was voor hem als hij niet thuis bleef wonen.’

Kofi, inmiddels 25, heeft door de jaren heen stapje voor stapje geleerd zich op een andere manier te uiten. Bijvoorbeeld door op foto’s aan te wijzen wat hij wil. ‘En hij weet nu dat hij iemand eerst in de ogen moet kijken om de aandacht te krijgen, en dan pas dingen moet aanwijzen.’ Als hij nu gefrustreerd is, richt hij dat niet meer op anderen, zegt Bokhove. ‘Dan zie je hem op zijn handen bijten en een beetje stampen op de vloer. Heel lief om te zien, vind ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden