Column

'Als ik roep dat het koninkrijk niet bestaat, zuig ik het bloed uit mijn aderen'

Het is voor Noraly Beyer destructief en zèlf-ondermijnend, om mee te gaan met de stelling dat het Koninkrijk der Nederlanden niet bestaat, zo schrijft ze. Al toen ze 10 was, zat het koninkrijk diep in haar vezels.

Koningin Máxima begroet een klein meisje tijdens het bezoek van het koningspaar aan Bonaire Beeld ap

Op 15 oktober 1955 was ik in Fort Amsterdam in Willemstad, voor een aubade aan koningin Juliana en prins Bernhard. Ik weet die datum zo precies omdat ik in het digitaal nationaal archief naar foto's keek van Juliana's eerste bezoek als staatshoofd aan Curaçao. Ik zocht, tevergeefs, naar mezelf in de mierenhoop van honderden kinderen, allemaal in het wit gekleed. Koningin en Prins hadden ook tropengoed aan. Hij een wit uniform. Zij een lichtkleurige jurk met dito hoed. Haar tas is donker, net als haar handschoenen. Ik was vooral onder de indruk van die handschoenen. Die heb ik dan ook heel lang geassocieerd met het koningshuis. Tot ik zelf in Nederland kwam en de kou me op andere gedachten bracht.

Het koninklijk paar stond op het bordes van het Gouvernementshuis en zwaaide naar ons. De koningin kwam op een zeker moment naar beneden om mee te doen met een rondedans. Ik mocht ook in de kring staan, maar laat daar nou net geen foto van zijn. In elk geval niet in het nationaal archief. Ik moet het doen met mijn eigen herinnering aan de dag dat het voor het eerst tot me doordrong dat 'we' een Koninkrijk zijn.

'We' waren toen Suriname, de Nederlandse Antillen en Nederland. Een dag of wat later kreeg dit besef een steviger anker. Mijn school mocht er ook bij zijn toen de koningin het Statuut- of Autonomie-monument onthulde. Zes uitvliegende vogels; symbool voor de zes Antilliaanse eilanden die een zelfstandige status kregen binnen het Koninkrijk. De tekst op het monument leerde ik uit het hoofd: 'Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan'. Niet dat ik er toen veel van begreep, maar de taal was intrigerend, met de plechtige woorden 'doch' en 'elkander'.

 
De koningin kwam op een zeker moment naar beneden om mee te doen met een rondedans.
Beeld anp

Toen het Statuut 10 jaar was, woonde ik in Nederland. Ik deed mee aan een wedstrijd van werkstukken over Suriname en de Nederlandse Antillen, uitgeschreven door de Sticusa. Een vriendin en ik beschreven de geschiedenis van De West, we maakten tekeningen erbij, in een boek dat we zelf inbonden. De tweede prijs, een cadeaubon van 100 gulden, was voor ons.

Het Koninkrijk zat toen al diep in mijn vezels.

Na bijna 60 jaar staat het autonomie-monument op Curaçao er nog. De tijd heeft gevreten aan het witte beton. Het monument ziet er troosteloos uit, zeker sinds de Nederlandse Antillen per 10 oktober 2010 uiteen zijn gevallen. Maar de woorden zijn nog steeds bezwerend. Het ontbreekt Caraïbisch Nederland niet aan geloof in eigen kracht. Er is wel veel af te dingen op de wil elkander bij te staan.

De onderlinge banden lijden aan erosie en afgunst. Elk eiland afzonderlijk wil nog wèl een rechtstreekse band met Nederland, getuige het enthousiasme, waarmee alle eilanden vorige maand het nieuwe koningspaar ontvingen. Dat was een helder signaal dat het koninkrijk, na 200 jaar, nog levensvatbaar is.

Geen wonder.

Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Saba en St.-Eustatius zijn geworden wat ze zijn, ín het Koninkrijk der Nederlanden, dóór het Koninkrijk der Nederlanden. Dat was ook het geval met Suriname, die andere creatie van Nederland in het Caraïbische gebied. Maar die maakte zich, met een flinke afkoopsom op zak, wèl helemaal los uit het Koninkrijk. Vervolgens ging ieder zijns weegs. Suriname gleed af naar een heilloze staat van misdaad en onrecht. Het oude moederland wist zich al langer geen raad met het wingewest dat geen wingewest meer was en ging van lieverlee door met het cultiveren van een onverschillige houding. Op 8 december, is het alweer 31 jaar geleden dat de zogenaamde revolutie in Suriname zijn eigen kinderen begon op te eten en Nederland zich nog verder vervreemdde van zijn vroegere kolonie.

 
Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius zijn geworden wat ze zijn, ín het Koninkrijk der Nederlanden, dóór het Koninkrijk der Nederlanden.
Beeld anp

Ik haal het niet uit mijn hoofd dat het vertrek van Suriname uit het Koninkrijk in 1975 geen goed voorbeeld is geworden voor absolute onafhankelijkheid op de eilanden. Ook al zou de moord op politicus Helmin Wiels afgelopen mei misschien anders doen denken. Hoe dan ook. Het bezoek van Willem Alexander en Máxima heeft laten zien dat het koninkrijk geen gevaar loopt, zolang de Oranjes in Nederland hun status behouden.

Afgezien hiervan, is het destructief en zèlf-ondermijnend, om mee te gaan met de stelling dat het koninkrijk niet bestaat. Ik ben geboren op Curaçao uit Surinaamse ouders, opgevoed in de Nederlandse taal, en aanverwante wetenswaardigheden over de Rijn die bij Lobith ons land binnenkomt, de Zilveren Vloot van Piet Heijn en het ontstaan van het Koninkrijk in 1813. Ik heb op Curaçao en in Nederland op school gezeten. In Suriname heb ik jaren gewoond en gewerkt. Toen ik weer terugkwam in Nederland, telde ik op een dag dat ik ongeveer evenveel jaren had doorgebracht op de Antillen als in Suriname en Nederland.

Zonder er iets voor te doen was ik een koninkrijkskind geworden. Als ik nu ook ga roepen dat het koninkrijk niet bestaat, zuig ik het bloed uit mijn eigen aderen.

Dat ziet u mij toch niet doen?

Deze column is door Noraly Beyer uitgesproken op zondag 8 december tijdens een bijeenkomst van de Volkskrant op Zondag.

 
Ik ben geboren op Curaçao uit Surinaamse ouders, opgevoed in de Nederlandse taal, en aanverwante wetenswaardigheden over de Rijn die bij Lobith ons land binnenkomt, de Zilveren Vloot van Piet Heijn en het ontstaan van het Koninkrijk in 1813.
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden