INTERVIEW

'Als ik Pakistan zou verlaten, zou dat andere journalisten ontmoedigen'

Met geen moordaanslag is de Pakistaanse journalist Hamid Mir van zijn werk te houden. Vandaag maakt hij kans op de prijs voor meest veerkrachtige journalist.

Demonstranten van de oppositiepartij eisen dinsdag het aftreden van de van corruptie verdachte premier Nawaz Sharif. Beeld getty

De Pakistaanse journalist Hamid Mir overleefde drie moordaanslagen maar weigert zijn werk op te geven of zijn land te verlaten. Vandaag maakt hij op de internationale dag tegen straffeloosheid van geweld tegen journalisten kans op de prijs voor de meest 'veerkrachtige' journalist.

Pakistan is voor journalisten een levensgevaarlijk land. Volgens cijfers van Unesco (zie inzet) zijn er vorig jaar vier journalisten vermoord, maar als je alle mediamensen meerekent zijn dat er zeker meer, zegt de Pakistaanse journalist Hamid Mir. 'Vorig jaar is een van onze tv-ploegen beschoten in Karachi: vijf doden, bewakers, technici en een chauffeur. In tien jaar zijn 120 mediamensen vermoord. Slechts voor twee van deze zaken is iemand veroordeeld.'

Mir (50) kan het weten. Hij werd vanwege zijn werk meermalen ontslagen, met de dood bedreigd en in elkaar geslagen. In 2012 werd hij bijna slachtoffer van een autobom, nadat hij het had opgenomen voor onderwijsactiviste Malala Yousufzai die door de Taliban was verketterd. Gelukkig hadden buren gezien dat iemand aan zijn auto had gemorreld. In 2014 was hij minder gelukkig, toen hij in Baloetsjistan familieleden van door veiligheidsdiensten vermoorde separatisten interviewde en dat met zeven kogels moest bekopen.

Hamid Mir is even in Nederland omdat hij genomineerd is voor de prijs van 'meest veerkrachtige journalist', die vandaag door Free Press Unlimited in Den Haag wordt uitgereikt. Mir is een gelauwerd tv-journalist, die vele groten der aarde interviewde (onder wie Osama bin Laden kort na 9/11) en die al 14 jaar een gezaghebbende politieke talkshow heeft bij Geo TV. Hij kon Pakistan maandag maar net verlaten. Het land is lamgelegd door demonstraties. De oppositie verdenkt premier Nawaz Sharif van corruptie en eist zijn aftreden.

Journalist Hamid Mir.

Pakistaanse journalisten liggen volgens Mir van alle kanten onder vuur. 'Aan de ene kant heb je de religieuze extremisten, zoals de Taliban, die ons als agenten van het westerse liberalisme zien. Anderzijds zijn er de veiligheidsdiensten, die eisen dat we ons als informanten inzetten voor het nationaal belang.' Mir probeert daarom met de journalistenbond politieke partijen zover te krijgen dat er wetgeving komt die de veiligheid van journalisten verbetert.

Er ligt na drie jaar een wetsontwerp dat mediabedrijven verplicht journalisten goede trainingen te geven en te verzekeren. 'Nu hoeft dat niet. De camera is verzekerd, de cameraman niet.' Ook moeten er speciale aanklagers komen die geweld tegen journalisten aanpakken, ook als het om veiligheidsdiensten gaat. 'De aarzelingen zijn groot. Een compromis kan zijn zulke zaken achter gesloten deuren te behandelen. We hopen dat de wet er komend jaar komt.'

Maakt al die onveiligheid u bang?

'Nee, ik heb in Afghanistan en Libanon wel voor hetere vuren gestaan, maar het wordt wel steeds moeilijker om je werk te doen. Tot de aanslag van 2014 ging het nog wel, maar daarna kwam er steeds meer druk binnen ons bedrijf om controversiële politieke onderwerpen maar niet meer te doen. Ik heb dus te maken met toenemende censuur. We verliezen onze persvrijheid.'

En uw familie?

'Mijn gezin is niet blij met mijn werk. Mijn vrouw en kinderen wonen vanwege de onveiligheid niet meer in Pakistan. Mijn dochter studeert in de VS, mijn vrouw en zoon wonen in Dubai, gelukkig maar twee uur vliegen. Leuk is anders, maar als ik het land zou verlaten, zou dat andere journalisten, ook jongeren, ontmoedigen. Ik hoop dus maar dat die wetgeving wat zal veranderen.'

Er zijn overigens ergere zaken dan moordaanslagen, heeft Mir recent ondervonden. 'Ik heb bij die aanslag zeven kogels opgevangen, waarvan twee nog in mijn lijf zitten, en mijn nieren zijn doorzeefd, maar dat is fysieke pijn, daar kun je tegen. Afgelopen maanden had ik te maken met een aanklacht wegens blasfemie (godslastering), en dat was veel ingrijpender.'

Die aanklacht volgde op een column die Mir schreef over drie 'honour killings' (gevallen van traditionele eerwraak) van vrouwen die zich aan uithuwelijking hadden onttrokken. In de column wees Mir er op dat de profeet Mohammed zelf getrouwd was met een oudere vrouw die ook zijn baas was en hem zonder haar mannelijke familieleden in te lichten een aanzoek had gedaan.

De extremisten vonden dat Mir moest worden opgehangen, maar de rechtzaak liep uiteindelijk met een sisser af. Niettemin moest Mir ondervinden dat bijna niemand het voor hem op durfde te nemen. 'Mijn eigen bedrijf publiceerde artikelen tegen mij. Dat was pijnlijker dan die kogels in mijn lijf.' Het is zeer zorgelijk dat blasfemiezaken zo'n opgang maken in moslimlanden, zegt hij. 'Het is een heel nieuw soort onaangekondigde censuur tegen journalisten.'

Komt het ooit nog goed met Pakistan?

'Het imago van Pakistan is beroerd: Osama bin Laden, de Taliban, bomaanslagen. Maar er zijn veel mensen zoals ik, die weigeren te vertrekken. Ik kan zo in het westen asiel aanvragen, ik kreeg vorig jaar nog een fellowship aangeboden bij een prestigieuze universiteit in de VS. Maar liever dan om in westers comfort een boek te schrijven over Pakistan als mislukte staat blijf ik in Pakistan om te proberen van het land een geslaagde staat te maken.'

Mir kan in Pakistan overleven dankzij de gewone mensen, zegt hij. 'Ondanks alle geweld hebben de Pakistanen nooit de moed verloren. Ons grote probleem is het extremisme, maar de Pakistanen hebben altijd geweigerd dat als een nationale ideologie te accepteren. Pakistanen zijn trotse moslims, maar geen extremisten. Ze stemmen altijd op gematigde partijen. Daarom geloof ik in de toekomst van Pakistan. Misschien dat het ze nog eens lukt me te vermoorden, maar mijn kinderen zullen een beter, gelukkiger Pakistan meemaken.'

Elke vijf dagen een journalist gedood

De afgelopen tien jaar zijn wereldwijd 827 journalisten gedood tijdens hun werk. Dat is gemiddeld één per vijf dagen. Dat blijkt uit cijfers die Unesco publiceerde voorafgaand aan de Internationale dag tegen de straffeloosheid van misdaden tegen journalisten. Met 115 doden was 2015 voor journalisten het op een na dodelijkste jaar van de afgelopen tien jaar. Zo'n 90 procent van de in het afgelopen decennium omgekomen journalisten werkte in eigen land. De Arabische landen zijn het gevaarlijkst. Ruim eenderde van de in 2014 en 2015 omgekomen journalisten was in een Arabisch land aan het werk. Dit is te verklaren door de aanhoudende conflicten in de regio. Andere risicogebieden zijn Latijns-Amerika (51), Azië (34) en Afrika (27).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden