'Als ik niks moois kan maken, zeg ik nee'

Hij zat in de cabaretgroep Don Quishocking en hij leidde de verbouwing van de Hermitage aan de Amstel. Volgens Pieter van Empelen verschillen die werelden niet veel....

Het kleine groepje mensen dat begin april mee gaat met de technische tour door de nieuwe Hermitage aan de Amstel, heeft een enthousiaste rondleider. ‘Hier zit ook een heel grappig verhaal in’, zegt Pieter van Empelen telkens bij de snufjes die in het gebouw zijn verwerkt. Voor het eerst sinds de verbouwing begon, krijgen pers en relaties een kijkje achter de statige 17de-eeuwse gevel van de Amstelhof. Wat een paar jaar geleden nog een protestants -christelijk verzorgingshuis was met 72 kamers en een slaapzaal, blijkt te zijn veranderd in een kunsthal met twee strakke witte tentoonstellingszalen.

De meeste bezoekers gaan mee met Ernst Veen, de directeur van de Nieuwe Kerk en de geestelijk vader van de Hermitage aan de Amstel. Van Empelen, sinds 2003 de projectleider van de verbouwing, neemt een kleiner groepje op sleeptouw. ‘Kijk even omhoog’, wijst hij, ‘dan zie je de nozzles naast de dakopening, waardoor lucht naar binnen wordt gezogen. Hier beneden bij de plinten gaat die lucht er weer uit, op dezelfde temperatuur.’ Belangrijk, want de schilderijen hebben in de Hermitage in Rusland vaak jarenlang in een constante temperatuur in het depot gehangen. In zalen is het boven soms warmer dan onder. Daardoor kan de lijst van een schilderij alsnog krom trekken. Dat mag in de Hermitage aan de Amstel niet gebeuren: de Russen zijn uiterst kien op de klimatologische omstandigheden, weet Van Empelen.

Iets waar hij ook trots op is: het nauwelijks te voelen luchtgordijn in de deuropeningen, waardoor de luchtvochtigheid in de museale ruimtes constant blijft, en er in het restaurant toch ramen opengezet kunnen worden.

De projectleider blijkt een man van details. Maandenlang werd er tevergeefs gezocht naar ventilatieventieltjes om condens in de dubbele ramen te voorkomen. ‘Natuurlijk zijn ze er wel, maar dit gebouw is een monument, dus het moet wel passen.’ Totdat Van Empelen, in een gidsje van een zaak nagenoeg om de hoek, een ‘dingetje’ tegenkwam dat paste en er ook bovendien goed uitzag. ‘Maar ik heb het wel eerst in de kleur RAL 9010 laten verven, zodat het bij de rest kleurt.’

Wat maar weinigen weten die de rondleiding meemaken, is dat de man die de 42 miljoen euro kostende verbouwing tot een goed einde heeft gebracht – zonder de bij grootschalige projecten vaak gebruikelijke tijds- en budgetoverschrijdingen – in de jaren zeventig en tachtig de componist en pianist was van de legendarische cabaretgroep Don Quishocking. Dat hij jarenlang Youp van ’t Hek en de Berini’s regisseerde. Dat hij nog steeds componeert en af en toe optreedt.

‘Dit is mijn vierde museum’, vertelt Pieter Van Empelen (65) een paar weken later in café Blauwbrug, om de hoek bij de Hermitage. Hij wordt er begroet als een oude bekende. Hier vergaderde hij het afgelopen jaar twee keer per week met zijn projectteam. Van Empelen telt op: de werf Kromhout in Amsterdam, waarvan hij de restauratie regisseerde en waar hij een klein museum bij bouwde. Het Maritiem Museum in Rotterdam, waar hij tien jaar directeur was. Het Cobra Museum, ook van architect Wim Quist, waar hij de bouw leidde. En nu dan de Hermitage.

De Amstelhof kende hij al. Hij was vijf jaar de overbuurman, toen hij er met zijn Deense galjas, een coaster van eikenhout, voor de deur lag, eind jaren zestig en begin jaren zeventig. Het schip verbouwde hij zelf – een niet afgemaakte opleiding aan de Technische Hogeschool in Eindhoven kwam goed van pas – en daarbij deed hij veel kennis op over oude schepen. Dat leidde ertoe dat hij zich ging bemoeien met de redding van de werf Kromhout, waar de beroemde scheepsmotoren werden gebouwd. Daar werd de kiem gelegd voor zijn belangstelling voor musea.

Van Empelen richtte in 1967 samen medestudenten Nederlands George en Anke Groot en Jacques Klöters de cabaretgroep Don Quishocking op, die werd aangevuld met Fred Florusse. Nadat de groep in 1968 in Delft Cameretten won, groeide zij uit tot een van de belangrijkste gezelschappen in het Nederlandse cabaret. In 1977 deed Van Empelen een gooi naar het directeurschap van het Maritiem Museum in Rotterdam. Hij werd aangenomen en bleef er tien jaar.

De twee werelden, die van het theater en die van de musea, verschillen niet zoveel van elkaar, vindt hij. ‘Bij een theaterprogramma heb je de cabaretier, de acteur of de zanger, je hebt het programma, en je eigen ideeën hoe dat het beste kan worden uitgevoerd. Soms doe je het even voor. Dat is eigenlijk niet anders dan in het bouwteam. Daar probeer ik ook een goede sfeer te scheppen. Als een acteur weet dat hij goed bezig is, heb je eigenlijk al de helft gewonnen. En datzelfde geldt in de bouwwereld.’

In 1977 vertrekt Van Empelen bij Don Quishocking, omdat hij vindt dat de groep zich niet genoeg heeft vernieuwd. Zijn overstap naar het Maritiem Museum was onder andere gebaseerd op de ervaring die hij opdeed bij de restauratie van de werf Kromhout, vertelt hij. ‘Ik had uitgesproken ideeën over de vernieuwing van het museum. Er waren 96 kandidaten voor mij, voornamelijk heren in driedelig grijs met een maritiem verleden, of specialisten maritiem recht. Ik moest met mijn grote bos krulhaar, broek met wijde pijpen, laarzen en sjaaltje ook verschijnen voor de commissie van bijstand van het museum. De voorzitter, Blussé van Oud-Alblas, telg uit een oud redersgeslacht, begon met de vraag of ik wist wat de grietje-ra is. De onderste ra op de achterste mast van een volschip, zei ik. Stop maar heren, riep Blussé, deze man weet alles. Dat was een leuke binnenkomer.’

In 1988 vertrekt hij uit Rotterdam. Het museum is dan verhuisd naar de nieuwbouw van Wim Quist aan de Leuvehaven. Met zijn bureau Adviezen, Concepten en Theaterprojecten (ACT) voert hij opdrachten uit. Ondertussen blijft hij regisseren en optreden. In 2003 leest Van Empelen dat Ernst Veen een projectleider zoekt. Hij kent Veen al heel lang, nog van het literair centrum De Populier, waar Don Quishocking wel eens optrad. ‘Ik had weer zin in een heel stevig project, na veel wat kleinere opdrachten. Ik heb Ernst gebeld, we hebben gepraat – ik had inmiddels de bouw gedaan van het Cobra Museum in Amstelveen – en hij heeft me aangenomen.’

De verbouwing van de Hermitage aan de Amstel is de afgelopen tijd veel geprezen. Het project is een witte raaf te midden van de andere Amsterdamse musea die gebouwd, gerenoveerd of uitgebreid worden. Het Rijksmuseum, het Scheepvaartmuseum, het Filmmuseum en het Stedelijk Museum; allemaal kampen ze met uitstel.

Van Empelen heeft een verklaring. ‘Bij het Rijksmuseum heeft de opdrachtgever, het Rijk, van tevoren laten weten hoeveel geld er beschikbaar was voor de renovatie. Dan kan iedere aannemer uitrekenen wat zijn percentage is. Ook een probleem is dat je voor het Rijksmuseum alleen het beste wil, en daarom is eindeloos gepraat over het glas, de dakbedekking, wat er met de decoraties van Cuypers moest gebeuren. En er waren in het begin velen de baas. Terwijl je één principaal moet hebben, met een groot mandaat.’

Bij de Hermitage aan de Amstel zijn de zaken van het begin af aan anders aangepakt dan gebruikelijk is in de volgens Van Empelen zeer verbureaucratiseerde bouwwereld. ‘We hebben vier aannemers benaderd, van wie we dachten dat dit voor hen een interessant project zou kunnen zijn. We hebben ze niet voorgespiegeld dat ze veel geld konden verdienen, maar wel dat dit een mooi werk is, en dat wij het hen zo makkelijk mogelijk zouden maken. En we hebben de strenge, formele toon van het bouwreglement en het contract aangepast. ‘U dient dit’, ‘u dient dat’ staat daar normaal gesproken op bijna iedere regel. Dat hebben we overal veranderd in de term ‘de opdrachtgever verzoekt de aannemer’. Het heeft geleid tot grote betrokkenheid, en tot meer vrijheid. Dit is een oud gebouw, waar je tijdens het werk voor verrassingen kunt komen te staan. Doordat we het met elkaar doen, en niet tegenover elkaar staan, blijven de meerkosten binnen de grenzen.’

Het mooie van een museum, vindt Van Empelen, is dat het via de objecten die er te zien zijn een lus van het verleden naar het heden vormt. ‘Met de objecten kun je verhalen vertellen over hoe het komt dat dingen nu zijn zoals ze zijn.’ Ook is Van Empelen geïntrigeerd door de mensen die in musea werken. ‘Acteurs maken een voorstelling, spelen die en dan is het weer voorbij. Maar conservatoren werken voor de eeuwigheid. Ze hebben altijd een te grote collectie en ze weten er altijd te weinig van. Ik denk er dan over mee hoe je ondanks dat eeuwigheidsdenken toch een zo leuk mogelijke tentoonstelling kan maken. Dat is weer zo’n beetje hetzelfde als nadenken over een zo goed mogelijke voorstelling.’

Drie tot vier keer per jaar is hij tijdens de bouwperiode in St.-Petersburg geweest. ‘De tentoonstellingen in Rusland zijn vaak academisch van opzet. Wij moeten kijken naar wat het publiek wil, want van die inkomsten zijn we afhankelijk. Zij willen iconen in chronologische volgorde laten zien, wij willen tonen hoe ze beïnvloed zijn door verschillende culturen. Dat gaan we ook doen. We zijn naar elkaar toegegroeid.’

Na de opening op 20 juni blijft Van Empelen nog een aantal maanden, om te kijken of het nieuwe gebouw functioneert en om de opbouw van een volgende tentoonstelling te begeleiden. Hij praat al over een nieuw project in Amsterdam, ook in een oud gebouw. Details wil hij nog niet prijsgeven. En hij gaat een cd maken, waarop zijn beste liedjes komen.

Als mensen hem benaderen met een opdracht, denkt hij er eerst over na of er iets moois van te maken valt, zegt Van Empelen. ‘Als ik denk dat dat niet kan, zeg ik meestal nee. Ik geef veel tijd in mijn leven aan het maken van mooie dingen. Of het nu om een museum gaat of een lied.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden