'Als ik het schrijf ben ik veertien' KARLIJN STOFFELS RAAKTE EEN ADERTJE BIJ ZICHZELF

Karlijn Stoffels (1947) kreeg voor Mosje en Reizele (Querido; 29,90) de Gouden Zoen, een nieuwe prijs voor het beste boek voor 12- tot 15-jarigen....

HANNEKE DE KLERCK

JOODSE KINDEREN in een Pools weeshuis tijdens de Tweede Wereldoorlog - wie daarover een boek wil schrijven, moet veel valkuilen vermijden. De kinderen, gedoemd, kunnen tot kleine heiligen worden gemaakt. Het verhaal, ernstig en tragisch, loopt het risico larmoyant te worden, onecht, of loodzwaar.

In Mosje en Reizele, over joodse kinderen in een weeshuis in het Warschau van de oorlog, heeft Karlijn Stoffels (1947) die valkuilen behendig omzeild. Haar personages zijn levensecht en haar boek is allesbehalve loodzwaar. 'Er blijft wat lucht', zegt ze over haar romandebuut. Ze won er deze maand de Gouden Zoen mee, de nieuwe bekroning van jeugdromans voor kinderen tussen 12 en 15 jaar. Lucht die nodig is, die ze zelf nodig heeft, en die, zegt zij, zit in een happy ending die kinderen wel, maar volwassen critici niet altijd bevalt.

Maar de lucht zit ook in de manier waarop Stoffels haar hoofdpersoon Mosje in de wereld laat staan, in het cynisme en de ironie waarmee ze hem uitrust, zodat hij mogelijkheden heeft zich door de moeilijkheden heen te slaan. En de lucht zit in de gewone, alledaagse dingen waar de kinderen in het weeshuis zich mee bezig houden - de voorbereidingen voor het purimfeest, de spelletjes, de verliefdheid van Mosje op Reizele, die ook in het weeshuis van de befaamde dokter Janus Korczak woont.

Stoffels, stond in een recensie, brengt het weeshuis van dokter Korczak weer tot leven. Ze was daar blij mee. 'Dat is toch een van de redenen waarom je zo'n boek schrijft. Om op de een of andere manier de dood te verslaan.' Ze nuanceert onmiddellijk: 'Dat kan natuurlijk niet.'

Ze praat over het boek bijna alsof ze het niet zelf geschreven heeft, alsof niet zij, Karlijn Stoffels, maar hij, Mosje Schuster, het boek heeft gemaakt. Ze spreekt over 'de schrijver', ook als ze vertelt over Stiefland, haar nieuwe jeugdroman die dit najaar zal verschijnen, of over het boek waaraan ze nu bezig is. 'De schrijver' is een joodse jongen van 14 in Warschau, of een 15-jarige Marokkaan in het hedendaagse Amsterdam, of een 12-jarig meisje. 'Wanneer ik research doe, of als ik aan het werk ben, dan is de schrijver er. En als ik, zoals nu, over mijn boek praat, is hij heel dichtbij.

'Als ik het schrijf ben ik veertien', zegt ze over Mosje en Reizele, 'als ik in Warschau ben om er onderzoek te doen, loopt daar een jongen van veertien. Vandaar dat hij verdwaalt. Ik verdwaal natuurlijk niet, ik neem een tram of de taxi.'

Voor Stiefland, waarin allochtone scholieren de hoofdrol spelen, bezocht ze een Ghanees concert in de Melkweg in Amsterdam, donker, rokerig, laat, vol jonge mensen. 'Godzijdank was ik daar als jongen van vijftien. Anders had ik het nooit gedurfd.'

Ze had nog nooit een kinderboek geschreven, had zelfs nooit overwogen aan een kinderboek te beginnen, voor ze Mosje en Reizele schreef. Ze vertaalde als studente twee boeken van Ismail Kadare uit het Frans, ze was docente Frans aan de bovenbouw van havo en atheneum. Ze schreef twaalf, dertien hoorspelen - 'met romans had je dan een grote naamsbekendheid gehad' - en een aantal toneelstukken die werden opgevoerd in het (semi-)amateurcircuit, zoals Beckett & Jacoba, over de vriendschap tussen de schrijver en zijn Nederlandse vertaalster Jacoba van Velde, en een eenakter over Simone de Beauvoir.

En ze waagde zich aan romans voor volwassenen. 'Tien, vijftien jaar geleden heb ik al eens een hele roman geschreven en die ook rondgestuurd. Maar dat kon ik toen gewoon nog niet. Elk jaar in de zomer probeerde ik het weer en kwam ik na twintig, dertig bladzijden tot de conclusie dat het niet goed was.'

Hoorspelen gingen haar beter af. Ze is sterk in dialogen, al zal ze dat zelf niet zo formuleren. 'Dialogen liggen me goed', zegt ze. 'Plotopbouw was niet mijn sterkste punt. Daarom vond ik hoorspelen ook prettiger dan theater. Hoorspelen zijn goed om te oefenen, je leert van de uitvoeringen. Van iets dat in de la ligt, leer je niet.'

De aanzet voor haar eerste kinderboek werd gegeven toen haar werd gevraagd een begeleidende tekst te schrijven voor een muziekstuk over Janus Korczak. 'Het stuk was voor jongeren bedoeld en er moest een toegankelijke tekst bij. Toen ik dat zat te doen, merkte ik dat het wél ging, beter dan de romans, dat het kennelijk een adertje raakte.'

De oertekst van Mosje en Reizele is deze begeleidende tekst, een novelle van vijftig bladzijden, We hadden vogels kunnen zijn.

'Ik heb er heel veel onderzoek voor gedaan, me de hele zomer in de shoah verdiept. Dat is gruwelijk, natuurlijk. En op een gegeven moment wist ik zo veel dat ik er meer mee wilde doen dan zo'n tekstje. Van de vijf-, zeshonderd gulden die ik kreeg voor We hadden vogels kunnen zijn, heb ik een ticket gekocht, zodat ik naar Warschau en Krakow kon gaan.

'Ik ben in beide in het boek beschreven weeshuizen geweest, en het waren allebei nog volstrekt armetierige en ellendige weeshuizen. Na de oorlog is alles óf kapot gemaakt, óf er is gewoon niets meer aan gedaan. Ik denk dat ik het weeshuis nog heb gezien in exact dezelfde staat als tijdens de oorlog. Het zal nu wel opgeknapt gaan worden. Met buitenlands geld ontstaat een soort Marken en Volendam van de shoah.'

Haar nieuwe boek lijkt veel op Mosje en Reizele, zegt ze. Ook in Stiefland is de werkelijkheid hard en speelt liefde, verliefdheid, een grote rol. Maar Stiefland speelt in het Amsterdam van nu. De hoofdpersonen zijn middelbare-schoolkinderen van buitenlandse afkomst, van wie er een illegaal is en teruggestuurd wordt naar Turkije. 'Dat gebeurt. Die kinderen zonder verblijfsvergunning zitten op school en leren daar Nederlands, zodat ze terug in Joegoslavië Vestdijk kunnen zitten lezen. Ik bedoel: de opleiding slaat niet erg op hun toekomst.'

Eigenlijk zijn Stiefland en Mosje en Reizele hetzelfde boek, zegt ze. 'Je gaat de parallellen zien. De boeken gaan rijmen met elkaar.'

Ze kiest niet heel bewust voor geëngageerde onderwerpen. 'Het onderwerp kiest mij.' Ze heeft veel oog voor de werkelijkheid, voor dingen die echt zijn gebeurd, mensen die echt hebben bestaan - haar dokter Korczak is even levensecht als Mosje en zijn vriendin Reizele - maar ze kopieert de werkelijkheid niet. 'De boeken zijn er eerder dan de werkelijkheid. Ik doe het grootste deel van mijn research pas achteraf, als ik eigenlijk al klaar ben. Dan controleer ik de details en blijkt eigenlijk alles te kloppen.'

Ze heeft iets met de leeftijd zo tussen twaalf en veertien, vijftien jaar. 'Voor kinderen van zes zou ik nooit kunnen schrijven. Tussen twaalf en veertien, dat is een verschil van dag en nacht. Denk maar eens terug aan hoe je was als meisje. Als je twaalf bent en je gaat met je moeder naar het strand, denk je hooguit: kan ze die bikini nog wel aan? Maar als je veertien bent, dan wíl je niet eens met je moeder mee naar het strand. Vanwege dat verschil interesseert die leeftijd me zo.'

Het is ook de leeftijd waarop kinderen minder gaan lezen. De Gouden Zoen (van 'Een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw') is onderdeel van een campagne van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek, de CPNB, om pubers aan het lezen te krijgen. De Zoen moet voor jeugdboeken worden wat de Gouden Griffel voor kinderboeken is.

Stoffels kreeg de eerste Gouden Zoen, wat prettig was, omdat niemand echt wist wat het was, en omdat de prijs (in tegenstelling tot de Gouden Uil, waarvoor ze was genomineerd en waarvoor alle genomineerden zenuwachtig op de uitslag moesten zitten wachten) 'uit de lucht kwam vallen' - ze had hem al voor ze zich er druk over kon maken.

Of het helpt, de Gouden Zoen en de CPNB-campagne Shock your parents, read a book, daarvan is ze niet overtuigd. Het is altijd goed, natuurlijk, aandacht voor boeken. 'Maar kinderen van die leeftijd zijn zo stampendvol bezig met zichzelf en hun ouders, met de school ook, die houden weinig tijd meer over om te lezen. De hormonen zijn aan het werk, ze willen over seks en over liefde lezen, ze willen spannende verhalen.'

Een campagne is goed, maar een stimulerende leraar is misschien nog wel beter. 'Als je een goede leraar Nederlands hebt, die enthousiast is en aansprekende boeken uitzoekt, Giphart bijvoorbeeld of Grunberg, en die daar iets leuks mee doet, dan gaan ze heus wel lezen.'

Hanneke de Klerck

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden