InterviewRob Jetten

‘Als iets me ergert zeg ik het gewoon. Zo voorkom ik dat ik boos word’

Beeld Robin De Puy

Hij is nu dik een jaar voorzitter van de D66-fractie in de Tweede Kamer: de ambitieuze Rob Jetten, een perfectionist, iemand die boosheid geen effectieve emotie vindt. ‘Veel zorgen van mensen zijn uiteindelijk te herleiden tot de vraag: hoor ik erbij?’

Als D66-fractievoorzitter Rob Jetten aan het eind van weer een drukke dag thuiskomt in zijn Haagse appartement en hij eindelijk de deur achter zich dichttrekt, dan vindt hij daar: Maarten Groothuizen, eveneens D66-Kamerlid. En Jettens huisgenoot.

Een huisgenoot?

‘Het is fijn om de dag te kunnen bespreken,’ zegt Jetten, ‘Om samen te eten of een voetbalwedstrijd te kijken.’ Hij kende Groothuizen al goed uit Nijmegen, waar ze studeerden en waar Jetten in de gemeenteraad zat. ‘Nadat we beiden in de Tweede Kamer kwamen, zijn we eigenlijk weer samen op kamers gegaan.’

Toen Jetten dik een jaar geleden fractievoorzitter werd, overwoog hij even een eigen flat te zoeken. Hij maakte zich zorgen of Groothuizen niet te veel last zou hebben van zijn gebel.  Want nu is hij ’s avonds meestal aan het werk. Voor we denken dat hij daarover klaagt: ‘Ik vind mijn werk leuk hè. Ik denk nooit: poeh, ik moet weer.’

Dat hokken in Den Haag doet hij drie of vier nachten per week. De rest van de tijd is hij thuis in Ubbergen, een dorp bij Nijmegen. Daar woont hij met zijn vriend Sjoerd van Gils en hun geadopteerde Kosovaarse straathond Muja, in een halfvrijstaand huis in het groen. Alleen, Sjoerd is er meestal niet. Die werkt sinds april bij een Europese instelling op Malta aan de samenwerking tussen landen in asielzaken. Vaak is Sjoerd weken achtereen niet in Nederland. ‘Heel ongezellig’, vindt Jetten dat. ‘In campagneweken ben je dag en nacht aan het werk. Sjoerd is voor mij belangrijk omdat hij voor mij een stabiele thuisbasis heeft gecreëerd die ik daarvoor nooit zo had in een relatie. Mensen komen bij ons samen omdat híj een etentje organiseert. Tegen mij zegt hij af en toe: nee, we gaan nu gewoon een avondje op de bank zitten en je telefoon gaat weg. En hij maakt me altijd aan het lachen. Als zo iemand er ineens niet meer elke week is, maar duizenden kilometers verderop zit, dan vind ik dat moeilijk.’

Heeft het ook voordelen dat hij er weinig is?

Jetten lacht. ‘Dit ga je natuurlijk opschrijven. Maar het is voor mij best prettig dat ik me door de week nog minder schuldig hoef te voelen over hoeveel uur ik werk.’

Je partners zijn in het verleden verwaarloosd, vertelde een vriendin.

‘Ja. Ik ben te veel mijn eigen weg gegaan.’

Dat altijd maar bezig zijn, daar ‘zit een stukje perfectionisme bij’, zegt Jetten en ook wel ‘een stukje controle’. ‘Ik eis van anderen dat ze zich goed voorbereiden, dat ik erop kan bouwen, dus moet ik dat ook zelf op orde hebben.’

Heb je wel eens iets niet op orde?

‘Jawel. Toen we zo bezig waren met de gemoederen binnen de coalitie over stikstof, merkte ik dat de rest van de fractie ongedurig werd: er zijn nog twintig andere onderwerpen waar wij de hele dag mee zitten. Dan neem ik mezelf dat kwalijk. Terwijl ik mijn fractie bij mijn start juist heb voorgehouden dat ze niet alleen goede Kamerleden zijn als ze op nu.nl staan of vijf initiatiefwetten door beide Kamers loodsen. Je hebt ook mensen nodig die de verdedigingslinie vormen of moeilijke compromissen verkopen. Hen wil ik erkenning geven. Kamerleden die veel profiel pakken, krijgen toch hun complimentjes wel van de buitenwereld.’

Die fractiegenoten snappen toch wel dat je niet overal tegelijk kunt zijn?

‘Zij hebben dat begrip wel, maar zelf vind ik dat ik er meer oog voor had moeten hebben.’

Voorzitter van de Jonge Democraten tijdens zijn studie, op zijn 22ste fractievoorzitter in de Nijmeegse gemeenteraad, op zijn 31ste voorman in de Tweede Kamer en binnenkort waarschijnlijk kandidaat-lijsttrekker: het lijkt een rechte lijn. Met een periode bij spoorbeheerder ProRail om, zoals een vriendin het schetst, ook wat ervaring buiten de politiek op te doen. Volgens een onderzoekje van RTL vinden mensen Jetten vooral ‘ambitieus’. Zelf houdt hij vol: ‘Het is geen tienjarenplan waardoor ik hier nu zit.’

Bij de Jonge Democraten wist iedereen: die komt in de Tweede Kamer.

‘Ik vond debatteren leuk en was gedreven. Maar bijvoorbeeld de gemeentepolitiek was wel het laatste dat ik ambieerde. Dat ging over stoeptegels, dacht ik. Als vrijwilliger voor D66 leerde ik dat je daar juist rechtstreeks invloed hebt op het leven van alledag: een goed schoolgebouw, goede zorg thuis, werk vinden. D66 wilde de macht van links breken in Nijmegen. Toen zaten we bij elkaar: wat veertigers en vijftigers en ik. En toen was het: als we die student lijsttrekker maken, hebben we pas écht een opvallende campagne.’

‘Na acht jaar gemeentepolitiek had ik eigenlijk besloten dat ik me nog meer op die carrière bij ProRail zou storten. Maar toen hoorde ik dat ze voor de landelijke lijst nog jonge mensen zochten en mensen met lokale ervaring. Toen dacht ik: ja, fuck it, ik stuur gewoon een brief. Toen Alexander Pechtold mij belde en zei welke plek ik op de lijst kreeg, vroeg ik: je bedoelt echt het getal waar je een één en een twee achter elkaar schrijft, heb ik dat goed verstaan?’

Beeld Robin De Puy

En voor je het wist, belandde je pardoes op Pechtolds plek.

‘Nee, het fractievoorzitterschap overkwam me natuurlijk niet. Ik had een zware portefeuille goed gedaan: democratie en klimaat. En toen Alexander zijn vertrek aankondigde, was er speculatie dat D66  een tussenpaus moest krijgen. Daar werd ik kwaad van: ja hallo, wij zijn met negentien zetels de derde partij van het land en we zitten in de coalitie, niet alleen landelijk maar ook in steden en provincies. Mensen verwachten wel meer. Toen ben ik gaan bellen met mensen in de fractie: hé, misschien een heel gek idee, maar wat zou je ervan vinden als ik het ging doen? Er was voldoende steun.’ Hoewel er andere gegadigden waren, kwam het niet tot een stemming. Een vertrouweling van Pechtold, vice-fractievoorzitter Kees Verhoeven, voerde gesprekken met alle fractieleden en Jetten kwam bovendrijven. ‘Maar als je me twee jaar geleden had gezegd dat ik op m’n 31ste fractievoorzitter zou worden, had ik je hard uitgelachen. En als ik een groot plan had gehad, was het misschien juist verstandiger geweest niet mijn vinger op te steken. Waarom niet eerst meer kilometers maken als gewoon Kamerlid? Een jonge politicus loopt het risico dat fouten worden uitvergroot en dat hij vroeg opbrandt.’

Heb je nu ook maar één kans op het lijsttrekkersschap?

‘Dat ligt eraan. Stel dat ik een lijsttrekkersstrijd verlies van iemand uit de fractie, dan is dat een duidelijk signaal tegen mij. Of als een wildvreemde wint. Dat zou een signaal zijn aan de hele partijtop.’

Maar als je verliest van een minister zoals Sigrid Kaag, die een kandidatuur serieus overweegt, of Kajsa Ollongren, dan zou je het later nog eens kunnen proberen?

‘Ja, klopt.’

Jetten geeft al zijn hele werkende leven leiding aan anderen. Bij ProRail kreeg hij op zijn 26ste als regiomanager bij spoorbeheerder ProRail 45 mensen in het noorden en oosten van het land onder zich. ‘Die hele afdeling stond mij aan te kijken van: wat kom jij hier doen?’ Ze vonden hem te jong, hij wist niets van de techniek en D66 – waarvoor hij toen al in de gemeenteraad van Nijmegen zat – was in de overwegend christelijke ploeg geen populaire partij. Hij besloot een bouwhelm op te zetten en nachten, weekenden mee op pad te gaan. ‘Persoonlijke aandacht geven. Ik weet wel zeker dat ik de hearts and minds heb weten te winnen.’ De test kwam toen een van zijn medewerkers dodelijk ziek werd: kanker. ‘Ik heb op zijn begrafenis gesproken, ben veel bij zijn familie geweest. Het was zwaar. Maar voor de mensen die dachten ‘mijn kinderen zijn ouder dan jij’, was dat het moment dat ze zagen: hij kan ook dit soort moeilijke dingen aan.’

Waaruit putte je, met zelf nog zo weinig levenservaring?

‘Veel van die mensen waren al twintig tot dertig jaar collega’s van elkaar en hadden vriendschappen opgebouwd. Ik heb gezorgd voor tijd en ruimte om erover te praten, soms ’s ochtends voor de werkdag. Ik was me er toen niet van bewust, maar ik heb mijn team benaderd als een soort grote familie. De laatste tijd heb ik me gerealiseerd dat ik het zo ook met mijn fractie doe.’

Jettens voorganger Alexander Pechtold was, beaamt Jetten, meer dan hij een controlfreak die de fractie met harde hand leidde. ‘Onze vergaderingen zijn nu een stuk meer ontspannen en andere Kamerleden krijgen wat meer ruimte om hun zegje te doen. Alexander was natuurlijk ook een halfgod voor D66-Kamerleden. We hingen aan zijn lippen om van hem te leren. Dat is nu heel anders en het is gezond voor de kwaliteit van de discussie dat het niet te veel eenrichtingsverkeer is.’

Die familie waar Jetten uit komt is, zegt hij, ‘een grote warme, Brabantse familie waarin tijd en aandacht voor elkaar is, waarin ruimte is voor emoties, en mensen alles uit hun handen laten vallen als ze voor elkaar moeten klaarstaan’.

Als we elkaar spreken is de oma van Jetten net een week geleden overleden. ‘Ik heb overdag gewaakt aan haar bed. Mijn nichtje ’s nachts. Zodat wij onze ouders weer konden ontlasten, die al twee maanden mantelzorg aan het verlenen waren. We weten niet beter.’

Je vrienden zeggen ook: zo slordig als je in liefdesrelaties bent, voor familie of voor hen ben je er als het nodig is.

‘Ik voel me schuldig omdat ik de verjaardag van mijn petekind heb gemist. Dat nichtje van 6 zal het worst wezen als ik dat binnenkort herstel met een leuk uitje, maar ik zit ermee. De laatste dagen dat mijn oma leefde en rond haar begrafenis was ik er, maar ik was als enige van de familie niet eerder bij de mantelzorg betrokken. Daar zou ik graag meer tijd aan besteden, maar dat lukt niet. Dat is niet het moeilijkste aan deze baan, maar wel moeilijk.’

Wat is het moeilijkste?

‘Dat mensen in mijn directe omgeving, die er niet voor hebben gekozen dat ik dit bizarre bestaan ben aangegaan, last hebben van de media-aandacht. In mijn eerste week als fractievoorzitter werd Sjoerd een dag gevolgd door een fotograaf van een roddelblad. De auto stond voor het huis, reed achter hem aan. Best intimiderend.’

‘Ik merkte ook dat mijn moeder en mijn vrienden zich vooral in de begintijd enorm liepen op te winden over het verkeerde beeld dat van mij bestond in de media. En ze vonden dat ik dat moest rechtzetten.’

Het was de tijd dat hij de bijnaam ‘Robot Jetten’ kreeg, tegenwoordig vaak door hemzelf aangehaald in een demonstratie van zelfspot. Jetten herhaalde in tv-interviews een paar keer volstrekt nietszeggende antwoorden. ‘Ik had het idee: ik moet het goed doen, ik mag geen fouten maken. Dat verlamde me.’

Tot ontsteltenis van zijn naaste omgeving. ‘Ik zag ook wel dat het niet al te beste media-optredens waren, oké, klote. Maar ik vertrouwde erop dat ik het wel beter zou gaan doen. Door die reacties van bekenden dacht ik: moet ik hèn nou helpen ermee om te gaan? Ik maakte me zorgen om ze. Omdat zij zich zorgen om mij maakten.’

Laat jij het aan mensen om je heen weten als je zelf ergens mee zit?

‘Dat duurt vaak te lang. Volgens Sjoerd deel ik pas iets met hem als ik het probleem al heb opgelost, alleen om nog even te checken of ik de goede oplossing heb gevonden.’

Je zegt het ook niet als er lichamelijk wat met je aan de hand is.

‘Drie jaar geleden ben ik fysiek tegen een muur gelopen. Ik heb heel mijn leven extreem veel gesport, probeer dat nog steeds veel te doen. Gezond zou je zeggen, niks aan de hand. Maar tijdens het hardlopen werd ik onwel. En de maanden daarna viel ik tijdens het sporten geregeld flauw. Na allerlei onderzoeken bleek dat ik een hartritmestoornis heb. Ik kreeg een chip in mijn borstkas die een signaaltje naar het ziekenhuis stuurt als er iets niet goed gaat. Als het echt mis is, nemen ze contact met mij op en kan ik naar dat ziekenhuis of word ik doorverwezen.’

‘Veel vrienden zijn boos op me geweest, want ik deed alsof er niets aan de hand was. Zelfs Sjoerd vertelde ik pas een paar dagen nadat het voor het eerst was gebeurd dat ik knock-out was gegaan. En dan tussen neus en lippen: oh trouwens, ik was bij het hardlopen even niet lekker. Ik ging alleen naar het ziekenhuis voor de onderzoeken. En daarna zei ik dat alles goed was. Dat ik weken achter elkaar regelmatig knock-out ging, dat ik zo’n ding onder mijn huid geïmplanteerd kreeg, dat vertelde ik niet. Ik maakte me ondertussen behoorlijk druk, zat te googlen wat het allemaal kon zijn. Maar dat deed ik allemaal liever in m’n eentje. Ik vond het confronterend om in zo’n blauw schort op de afdeling cardiologie te liggen tussen mensen die er slechter aan toe waren, ik was bang permanent hartpatiënt te worden en vond dat ik daar niet hoorde te zijn.’

Alsof hij een goede grap vertelt: ‘Maar vorig jaar heb ik mijn pols gebroken en daarmee heb ik dan weer vier dagen doorgelopen voor ik naar het ziekenhuis ging. Daar waren ze ook niet blij mee.’

Serieuzer: ‘Ik vind dat moeilijk. Ik wil anderen niet tot last zijn. ’

Hield je het alleen vóór je om te voorkomen dat mensen zich zorgen maken?

‘Het was ook ontkenning dat er iets ergs aan de hand was.’

Je was een sterke atleet. De top van de Nederlandse jeugd op de 400 meter. Een rare afstand.

‘Heel raar. Een bizar lange sprint. Ik voetbalde tot mijn 16de heel fanatiek in het eerste jeugdteam van Udi’19, een grote amateurclub in Uden. In de zomer meldde ik me aan bij de atletiekvereniging om mijn conditie op peil te houden. Ik deed mee met de Brabantse kampioenschappen en verraste iedereen door als nieuwkomer op het podium te komen.’

‘Lange afstanden vond ik saai. En ik was toen ook al niet erg gespierd dus op de 100 meter was ik een vreemde eend in de bijt. Wat ik lekker vond aan de 400 meter is dat je helemaal naar de klote gaat. Ik heb geregeld kotsend naast de atletiekbaan gestaan en dan dacht ik: nu heb ik een goede training of wedstrijd gehad. Op de 400 meter moet je doseren, tot het laatste stuk, dan mag je los. Dat is het lekkerste gevoel. Toen ik 19 of 20 was liep ik hem rond de 48 seconden.’

Beeld Robin De Puy

Waarom keer jij onder moeilijke omstandigheden naar binnen?

‘Ik heb dat van kinds af aan. Mijn ouders vertellen dat ik alles zelf wilde uitvinden en nergens bij geholpen wilde worden. Ook niet bij huiswerk bijvoorbeeld. Ze ontdekten al snel dat ik er kribbig van werd als zij er bovenop gingen zitten. Alleen als ik ruimte voelde en vertrouwen had, ging ik dingen delen.

‘Die neiging is later sterker geworden door mijn coming-out. Ik heb me nooit zó op mezelf teruggeworpen gevoeld als toen ik durfde te erkennen dat ik op jongens val. Het duurde nog jaren voordat ik het hardop durfde te zeggen. Toen ik dat eindelijk deed, schuurde het tussen mijn ouders en mij. Vooral mijn vader was bang dat allerlei dingen die hij voor zijn zoon had bedacht anders zouden lopen: trouwen, kinderen krijgen, gelukkig worden. Voor mij was die periode het bewijs dat je uiteindelijk op jezelf bent aangewezen.’

Hij vindt het de keerzijde van die warme, katholieke familie van kleine ondernemers: ‘Mijn grootouders en ouders waren erg bezig met hoe de rest van samenleving naar je kijkt. Mijn opa komt uit een molenaarsfamilie, mijn oma had de slijterij en tabakszaak in het dorp. Het is belangrijk dat je de vuile was binnenhoudt. Ik had lang de angst dat ik, door uit de kast te komen, mijn familie last zou bezorgen. Het bleek mee te vallen. Juist mijn oma leerde ons  zonder oordeel naar andere mensen te kijken. Hoe vaak je ook ging scheiden of uit de kast kwam, bij haar stond de deur open en de koffie op tafel.’

Jetten praat vaak in het openbaar over zijn homoseksualiteit en zijn coming-out. Het verbaasde hem hoeveel homofobe scheldpartijen hij naar zijn hoofd kreeg via mail en sociale media vanaf het moment dat hij in de spotlights stapte. Én hoeveel reacties hij kreeg van homo’s die zich gesterkt voelen door zijn optredens, soms mensen die al hun hele leven hun gevoelens verbergen. Zo groot is het probleem van homofobie dus nog. Dat geldt, zegt hij met een verwijzing naar de spreekkoren op de voetbalvelden, evenzeer voor racisme en antisemitisme.

In een opiniestuk in de Volkskrant noemde hij de integratie van Marokkaanse Nederlanders een doorslaand succes. Hij wierp Forum-leider Thierry Baudet voor de voeten dat die alle Syrische vluchtelingen als profiteurs afschildert die best terug kunnen. Jetten zelf, zei hij in dat debat, is in zijn dorp betrokken geraakt bij een Syrisch gezin dat op een bootje de Middellandse Zee over vluchtte voor het regime van Assad. Hun kinderen, dankbaar voor de opvang, leren in Nederland voor politie-agent en apothekersassistent.

Het lijkt of hij bij dit soort vraagstukken iets meer opveert dan bij Europa, klimaat, onderwijs of pensioenen, hoe belangrijk hij die allemaal ook vindt. ‘Dat klopt. Veel zorgen van mensen zijn uiteindelijk te herleiden tot de vraag: hoor ik erbij? Is het een beetje een fijne groep om bij te horen? En wat is mijn plek in die groep? Kan ik echt vrij zijn?’

 Het is terug te voeren op Jettens politiek ontwaken als tiener. Na de aanslagen van 11 september 2001, de War on terror en Pim Fortuyn kwam ‘het laatste duwtje’ van de jongens die in november 2004 na de moord op filmmaker Theo van Gogh besloten een islamitische school in Uden, het dorp waar Jetten opgroeide, in de fik te steken. ‘Een deel van de jongens zat van jongs af aan bij mij in het voetbalteam. Terwijl dat een voetbalteam was waarin iedereen van alle afkomsten het met elkaar had kunnen vinden.’

Beeld Robin De Puy

Het is niet makkelijk aan jou te zien welke onderwerpen je raken.

‘Laatst kreeg ik ook al de vraag wanneer ik boos word. Vind ik zo’n rare vraag.’

Ik wilde het ook vragen.

‘Ik vind boos zijn niet zo’n effectieve emotie. Er zijn al zoveel mensen in Den Haag te pas en te onpas boos. Vaak is dat toneelspel.’

Het past bij het Haagse verhaal dat over Jetten steeds opduikt: zijn coalitiepartners vinden hem zo lekker redelijk na Pechtold.

Mark Buck, je CDA-tegenstrever in de Nijmeegse gemeenteraad, zegt: Jetten verpest nooit een debat. Maar hij voert ook nooit een debat dat je bijblijft.

‘Dat begrijp ik. Maar in een tijd waarin er sprake is van heel veel theater, is het helemaal niet zo erg als er ook een paar rustige, stabiele types tussen zitten. Die zitten daar om hun idealen te verdedigen en om dingen te fiksen.’

Ook je vrienden zeggen het: niemand krijgt ruzie met Rob, overal neemt hij mensen voor zich in, ik heb hem nog nooit boos gezien. Overdrijven ze?

‘Ik vrees van niet.’

Je vindt boosheid geen effectieve emotie in de politiek, maar...

‘Dat vind ik ook in mijn privéleven niet.’

Emoties komen toch simpelweg boven, los van hun effectiviteit?

‘Als iets me ergert zeg ik het gewoon. Zo voorkom ik dat ik boos word.’

Iedereen overkomt wel eens iets onverwachts.

‘Ik weet nog dat ik met een goede vriendin een backpackreis had gemaakt door Israël en Palestina. We hadden enorme vertraging en moesten uren op een vliegveld zitten. Zij liep chagrijnig rond, kwaad op de hele wereld. Ik zat gezellig met de mensen om ons heen te kletsen over al onze bijzondere reizen. Foto’s uitwisselen. Ze werd toen kwaad op mij. Het is misschien erg irritant, dat optimisme van mij.’

Het heeft iets incompleets. De volledige mens heeft toch alle emoties?

‘We hebben allemaal onze imperfecties. Laat de mijne zijn dat ik niet boos kan worden. Ik word grijs en ik kan niet boos worden.’

Hij wijst iets aan in zijn haar dat, in elk geval bij het lamplicht van de Italiaan waar het gesprek plaatsvindt, nauwelijks waarneembaar is en zegt: ‘Het gaat hard hoor.’

Misschien zit woede bij jou van binnen?

‘Dat zou kunnen. Toen ik klein was, als dingen niet gingen zoals ik wilde, kon ik wel boos worden.’

Het is het enige moment dat hij tijd neemt om over zijn antwoord te denken: ‘Hoe omschrijf je dat... het was niet zo dat ik mijn adem inhield, ken je dat soort kinderen? Maar het zat er dicht tegenaan. Dát was boosheid voor mij. Iets waarvan ik zelf veel last had.’

En dus heb je boosheid maar afgeschaft.

‘Ja. Ik ben nooit echt boos geweest op iemand anders.’

Sjoerd zegt: hij maakt evengoed wel duidelijk wat hij vindt.

‘Ik ben ongeduldig. En als ik me verveel of iets heel dom vind, dan zie je dat aan me. Sjoerd en ik botsen veel. Daarom werkt het al zo lang goed. Hij heeft lak aan mijn mening over wat dan ook. Dat werkt beter dan relaties waarin mensen het veel met mij eens waren. Ik vind het lekker als er een tegenpool is, als er spanning in zit. Wij hebben wel onze strijd over kleine, basale dingetjes. Ik vergeet zijn verjaardag.’

Dat vindt hij misschien geen klein, basaal dingetje.

‘Nee, dat vindt hij niet klein en basaal. Ik denk dan: op een ander moment vieren we wel dat het fijn is om samen te zijn. De laatste keer dat hij kwaad op mij was, waren we net vijf minuten in een museum en werd ik gebeld voor werk en vond ik het hartstikke leuk om het museum uit te lopen en te gaan werken.

‘Hij negeert mij dan eerst een paar uur. Dan praat ik tegen hem aan over hoe kinderachtig hij is. Dat komt in allerlei vormen terug en dat kan wel een paar dagen aanhouden. Niet bij mij, maar bij hem. Hij kan het, met een deur slaan en zo.’

Ze zijn nu vijf jaar samen. Jetten heeft ‘een stuk of vijf’ relaties gehad. ‘Eén keer eerder was het zo serieus dat we samenwoonden.’ Hij is meer van de relaties dan van de scharrels, zegt hij, ‘al heb ik in het Nijmeegs studentenleven ook zo wel m’n periode gehad’. Een foto op Jettens Instagram toont Sjoerd – een kop groter – en Rob op de rug, de armen om elkaar heen geslagen. Wandelend in een bos. Met een hartje en een herfstblad-emoji erbij:

Dit bericht bekijken op Instagram

Een foto die is geplaatst door null (@jettenrob) op

Zo’n boswandelfoto...

‘Met hond en man, ja.’

Gaat daar veel denkwerk aan vooraf?

‘Nee, ik heb nu eenmaal besloten dat ik stukjes van mijn privéleven deel op sociale media. En als Sjoerd in Nederland is, is dat voor mij echt een geluksmomentje. Niet alles is heel afgewogen.’

Maar je laat liever de boswandeling zien dan Rob Jetten lallend aan de toog?

‘Soms heb ik een weekend dat ik kan uitslapen, dan ga ik de kroeg in en eindig ik in Het Paleis in Nijmegen. Het is meestal na tweeën als je daar naar binnengaat en tegen zessen als je er weer uit komt. Als mensen dán vragen of ze met me op de foto mogen, zeg ik inderdaad: morgen ben je de eerste. Maar als ik juryvoorzitter ben bij de dragqueenrace tijdens de Vierdaagse post ik dat gewoon hoor.’

‘Ik ben jong. Ik weet als geen ander wat het belang en de impact van sociale media is. Ik ben daar bewust mee bezig. Ook met de tv-programma’s waaraan ik meedoe.’ Jetten speelde jeu de boules met Tim den Besten in een bungalowpark en trok een sprintje op de atletiekbaan met presentator Art Rooijakkers. ‘Dat ik in eerste instantie denk: mijn god, wat heb ik in zo’n programma te zoeken? Maar dan denk ik: ja, mensen zien mij als een braaf, beheerst type en vinden dat misschien ook wel fascinerend, wat daarachter zit. Nou oké, laat ze dan maar wat meer van de persoon Rob Jetten zien.’

Achter de schermen bij de fotoshoot vertelt Rob Jetten over zijn hoogte- en dieptepunt van 2019

Politiek gesprek met Rob Jetten

Vecht het D66 van Rob Jetten wel genoeg voor het onderwijs? En hoeveel ruimte krijgt hij van manager Mark Rutte? Dat besprak hij eerder met politiek redacteur Frank Hendrickx 

CV

25 maart 1987 Geboren in Veghel, groeit op in Uden.

2004 Tweede bij NK junioren op de 400 meter.

2005-2011 Bestuurskunde in ­Nijmegen.

2008 Voorzitter Jonge ­Democraten.

2010 Fractievoorzitter D66 gemeenteraad Nijmegen.

2014 Regiomanager bij ProRail.

2017 Lid Tweede Kamer, woordvoerder klimaat en ­democratische vernieuwing.

2018 Fractievoorzitter D66 in de Tweede Kamer.

Jetten woont met zijn partner Sjoerd van Gils in ­Ubbergen.  

Het Volkskrant Magazine blikt terug op dit jaar aan de hand van tien interviews; tien persoonlijke portretten van iemand voor wie 2019 echt zijn of haar jaar was. 

Ajax-trainer Erik ten Hag – ‘Ik heb me aangeleerd geen aandacht te besteden aan iets wat ik niet meer kan beïnvloeden’

Ladies Night-host Merel Westrik – ‘Ik vind het zo’n bullshit om te doen alsof carrière een geplaveid pad is vol rozenblaadjes’

Trumps ex-woordvoerder Anthony Scaramucci – ‘Ik nam de vooroordelen van mijn omgeving over. Daar schaam ik me voor’

Atleet Sifan Hassan – ‘De pijn zat in mijn hoofd. Ik liep alle boosheid eruit’ 

Strafrechter Frank Wieland – ‘Ik ben er altijd op bedacht dat ik een klap voor mijn harses kan krijgen’

Keepster Sari van Veenendaal  – ‘Mijn moeder vindt dat hele voetbal eigenlijk maar niks’

Schrijfster Manon Uphoff – ‘Het is hárd werken om een persoon te worden die niet ten diepste denkt dat ze alleen maar chaos verdient’

Influencer Ruba Zai – ‘Het komt voor dat ze denken dat ik dom ben. Alsof mijn hoofddoek mijn hersenen afknelt’ 

Boegbeeld van het boerenprotest Sieta van Keimpema – ‘We kunnen elkaar tegenwoordig niet vinden, pratenderweg. Het lontje is kort’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden