Reportage Niel Brinkhuis

Als hij zijn tanden in een zaak heeft gezet laat ‘de pitbull van Vroomshoop’ niet meer los

Niel Brinkhuis is een voormalig motorbendelid en ex-crimineel. Hij zegt jongeren op het rechte pad te krijgen. Maar zijn onorthodoxe aanpak doet Twentse gemeenten zo huiveren dat ze er niet meer voor willen betalen.

Niel Brinkhuis. Beeld Pauline Niks

Het lichaam van Niel Brinkhuis (37) staat zo ongeveer even vol als zijn strafblad. Zijn imposante spierballen zijn versierd met tribal tattoos, boven zijn linkeroog staat een Molukse strijdkreet: ‘Niet terugdeinzen’.

Het zijn herinneringen aan zijn tijd als motorbendelid bij Satudarah. Brinkhuis wil niet dat zijn criminele verleden de toekomst wordt van jonge Twentenaren. Met zijn onorthodoxe aanpak probeert de Vroomshoper hangjongeren, drugsgebruikers, dealers en vechtersbazen weer op het rechte pad te krijgen. Maar veertien Twentse gemeenten betwijfelen of hij daarbij zelf wel het rechte pad bewandelt. In een brief stellen zij dat Brinkhuis gemeentemedewerkers zou hebben geïntimideerd.

Het levensverhaal van Brinkhuis klinkt als een beproefd Hollywoodscript. Als geadopteerd ‘bruin’ jongetje kwam hij terecht op een witte school in Nijverdal. Hij was de kleinste van de klas, maar sloeg op het schoolplein van zich af als pestkoppen hem uitscholden voor ‘vieze zwarte’. Nadat hij in de puberteit zijn beide adoptieouders had verloren aan kanker, vond hij zijn ‘vaderfiguur’ op straat. Criminelen zagen iets in hem, weet Brinkhuis. ‘Ze wisten: dat kleine mannetje is voor de duvel niet bang’, lacht hij. In zijn mondhoek blinkt een gouden tand.

Brinkhuis groeide, zegt hij, uit tot de rechterhand van een kopstuk uit het criminele milieu. Hij handelde in wapens en drugs. Uiteindelijk kreeg hij een jaar gevangenisstraf. Zijn dochter werd uit huis geplaatst, zijn vrouw beviel tijdens zijn detentie van een zoon. ‘Dat heeft me wakker geschud.’

Niel Brinkhuis in Het Punt, het multifunctionele activiteitencentrum in Vroomshoop. Beeld Pauline Niks

Opleiding

Eenmaal op vrije voeten volgde de ex-crimineel een opleiding tot ‘ervaringsdeskundige’ bij Hogeschool Saxion in Deventer. Bij zijn docenten viel hij direct op. Hij was de eerste zware jongen op de opleiding.

Ex-criminelen die hun eigen ervaring inzetten om anderen te helpen, zijn er meer. De ervaringsdeskundige deed in de jaren negentig zijn intrede in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en wordt nu ook elders ingezet, zoals in de schuldhulpverlening en armoedebestrijding. De laatste tien jaar heeft het een professionelere vorm gekregen met mbo- en hbo-opleidingen.

Criminoloog Frank Weerman van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) deed onderzoek naar ervaringsdeskundige ex-gedetineerden. In Nederland vind je die vooral in de forensische gezondheidszorg, bij voorlichtingsprogramma’s op scholen en − op kleine schaal − als persoonlijk coach van risicojongeren. Volgens Weerman wordt verondersteld dat er een afschrikwekkende werking uitgaat van hun ‘levensechte’ verhalen, maar dat is nooit wetenschappelijk onderzocht. Uit buitenlandse brothers and sisters-projecten blijkt wel dat persoonlijke begeleiding van rolmodellen op de lange termijn een positief effect kan sorteren.

Terughoudend

Instanties en autoriteiten zijn terughoudend in de samenwerking met voormalige criminelen, zegt Toon Walravens. De ervaringsdeskundige leidt andere ervaringsdeskundigen op. ‘Als je vrijkomt, krijg je te maken met 14 miljoen ongediplomeerde rechters die zich afvragen: is hij wel echt veranderd?’

Dat merkte ook Brinkhuis na het behalen van zijn diploma. Hij kreeg lang geen Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en voelde soms ‘keiharde weerstand’ bij gemeenten. In 2013 richtte hij zijn eigen bedrijf op voor jongeren bij wie de reguliere hulpverlening geen voet aan de grond kreeg.

Een van die jongeren is de 20-jarige David (niet zijn echte naam), naar eigen zeggen ‘de zwaarste casus van Almelo’. Als hij de stad in ging, was dat om te vechten. ‘Ik heb geen gevoel in de flikker, voor niemand niet. Ik spoor voor geen ene meter’, zegt hij.

Een heel leger aan hulpverleners kwam bij de Almeloër. David lachte ze uit. Ondertussen gleed hij steeds verder af. Het huwelijk van zijn ouders stond onder hoogspanning, zijn vader belandde in het ziekenhuis met een zware burn-out. Toen David in een jongerencentrum tegen Brinkhuis aanliep, voelde dat als zijn laatste redding. Het was even slikken toen hij zijn nieuwe coach mee naar huis nam. ‘De buren dachten dat het Davids dealer was’, vertelt zijn zusje. Maar het lukte Brinkhuis wél om tot David door te dringen. ‘Hij begrijpt mij, omdat hij het zelf ook heeft meegemaakt’, zegt David. Inmiddels heeft David een baan en een eigen huis.

Zijn aanpak leverde Brinkhuis de bijnaam ‘De pitbull van Vroomshoop’ op, omdat hij niet meer loslaat als hij zijn tanden eenmaal in een zaak heeft gezet. Toch hebben veertien Twentse gemeenten begin dit jaar laten weten dat zij de hulp van Brinkhuis niet langer vergoeden. In een brief valt te lezen dat hij onder andere gemeentemedewerkers geïntimideerd zou hebben. Bovendien zou Brinkhuis nog altijd banden onderhouden met motorclubs; vorig jaar ging een foto met een kopstuk rond op Facebook.

In het hart

Brinkhuis ontkent dat hij hulpverleners geïntimideerd zou hebben. ‘Ik heb een bepaald uiterlijk. De een vindt dat gaaf, de ander schrikt ervan.’ Sommige jongens van vroeger ‘zitten nog steeds in zijn hart’, maar Brinkhuis bezweert dat alle banden met de motorclub in 2012 zijn doorgesneden. De Twentse gemeenten willen ondanks herhaaldelijke verzoeken niet op de zaak ingaan wegens ‘privacyredenen’. Een woordvoerder stelt dat de behandeling niet valt onder veilige zorg.

De klanten van Brinkhuis leggen zich niet zomaar bij het besluit neer. Ze zijn een petitie begonnen om zijn hulp wel vergoed te krijgen. Die is inmiddels bijna 1.600 keer ondertekend. Brinkhuis zelf voelt zich ‘genaaid’. ‘De nette wereld vind ik crimineler dan de wereld waar ik vroeger in zat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.